De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Dirk Adrianus Detmar (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dirk Adrianus Detmar (2)

Zij die bleven (7)

8 minuten leestijd

Huwelijk en studie

Inmiddels was Detmar in het huwelijk getreden. Hij vertelt er zelf van dat het 'den Heere behaagde eene waardige echtgenoote te schenken, wier keuze ook ^was om in haar jeugdig leven met mij den Heere te zoeken, zoodat mijne vrienden en vriendinnen, die ik op dien weg gevonden had, ook de hare waren'. Het zou een gelukkig huwelijk worden. Jaren later spreekt hij nog over zijn 'dierbare echtvriendin, wier waarde ik voor mij niet kan beschrijven’.

Detmar was opgeleid tot schilder. Maar na zijn bekering ontstond de begeerte om predikant te worden. Hij zag echter geen mogelijkheid en twijfelde bovendien aan zijn roeping. Na zijn huwelijk evenwel kon hij de innerlijke aandrang niet meer onderdrukken, al zag hij wel degelijk in dat het geen sinecure zou zijn:27 jaar oud, getrouwd en dan nog helemaal met de studie te moeten beginnen! Hij sprak erover met een bevriend predikant, de Haagse ds. W. L. Krieger, die beloofde hem te zullen helpen.

Detmar kreeg privéles van een rector uit Den Haag en van een predikant uit Loosduinen, waardoor hij in korte tijd zijn 'vooropleiding' kon doen en ingeschreven kon worden aan de Utrechtse Universiteit.

Daar doceerden in die tijd - ons land zuchtte toen onder het Franse bewind! - onder andere de hoogleraren Bonnet, Rooyaards en Van Oordt. De wat oudere student Detmar trok al spoedig hun aandacht door zijn nauwgezette levenswijze en zijn voorbeeldige ijver. De professoren hadden begrip voor de moeilijk omstandigheden waaronder Detmar moest studeren en verleenden hem verschillende faciliteiten, waardoor de studie aanmerkelijk, kon worden bekort. Nog geen 32 jaar was hij toen hij zich beroepbaar kon stellen.

Lage Vuursche

Op 7 sept. 1806 werd Detmar in zijn eerste gemeente Lage Vuursche bevestigd door zijn vriend ds. Bisschop te Doorn. Hij zou er slechts heel kort blijven, want op 14 juni van het volgend jaar preekte hij al afscheid wegens vertrek naar Wijk bij Heusden. De gemeente Lage Vuursche bleef niet lang vakant, want op 6 sept. - precies eenjaar na Detmar's intredewerd zijn opvolger bevestigd, candidaat B. Moorrees, die later zo bekend zou worden in de kerkelijke strijd. Deze heeft over de korte ambtsperiode van Detmar in zijn eerste gemeente niet zulke aardige dingen verteld. In het verhaal over zijn leven schrijft Moorrees: 'De Vuursche telde toen maar even over de driehonderd zielen, doch scheen in hooge mate te bloeien. Mijn voorganger, ds. Detmar, had.er bijna een jaar als leraar gearbeid en, zoals men zeide, met veel zegen. Ik vond er dan ook vele menschen die hartstochtelijk aangedaan waren: tevergeefs echter zocht ik naar enige zelfkennis of kennis van God en den Zaligmaker. De hartstochtelijke predikwijze van ds. Detmar had de hartstochten dezer menschen in beweging gebracht, maar geen hunner wist rekenschap te geven van de oorzaak zijner gemoedsbeweging. Aangenaam zou het mij echter geweest zijn, indien - U ^ r^t-^f p.£ fV r^y: \/J.c__in A(^'7f^ m^_ncctie-n 'had; maar dit geschiedde niet...’

Moorrees vertelt dan verder: 'De opgewekten onder de prediking van ds. Detmar, onder de mijne niet meer kunnende schreien, en hunne hartstochtelijkheid verliezende, verloren tevens hunne opgewektheid, hunne opgewonden godsdienstigheid, ja hunne geheele bekering..’

Wat moeten wij denken van deze beoordeling van Detmar's preken, die een véroordeling inhoudt? Dat zowel Detmar als Moorrees getrouwe en Godvrezende predikanten waren is buiten kijf. Dat én Detmar én Moorrees niets wensten te weten dan Jezus Christus en Die gekruisigd is ook duidelijk voor ieder die hun preken nu nog leest. Op dit nogal scherpe oordeel van Moorrees moeten we dan eerst in mindering brengen dat hij de opvolger van Detmar was, en een voorganger deed het in de ogen van een opvolger zelden goed! Daarbij komt nog dat Detmar de gemeente Lage Vuursche slechts negen maanden had gediend en dat Moorrees vrijwel onmiddellijk na hem kwam. Dit alles in aanmerking genomen houden we toch nog over dat er een verschil bestond tussen hun karakters, hun geestelijke leiding en ligging, en dus ook tussen hun prediking. Detmar was een emotioneel man, die misschien te veel op zijn gevoel dreef, die 'gunnend' preekte en graag het goede van zijn gemeenteleden geloofde. Moorrees was nuchterder en zakelijker, bang voor de arglistigheid van het menselijk hart, bang om mensen op te bouwen in gestalten en gevoeligheden-, en preekte meer ontdekkend en afsnijdend. Overigens worden wij niet geroepen over de prediking van beide dienaren des Woords te oordelen. De eeuwigheid zal wel openbaren welke vruchten hun prediking heeft gedragen.

Wijk bij Heusden

De gemeente Wijk in het land van Heusden was in juli 1806 vakant geworden door het vertrek van ds. J. P. Verff naarBleskensgraaf. Nadat enkele vergeefse beroepen waren uitgebracht viel de keuze op ds. Detmar van Lage Vuursche. Hij nam het aan en werd op 21 juni 1807 bevestigd door zijn voorganger ds. Verff. Hij deed intrede met Rom. 1 : 16a: Want ik schaam mij het EvangeUe van Christus niet’.

Ook in Wijk trok de prediking van ds. Detmar veel mensen. De gemeente vreesde dan ook de dominé niet lang te zullen houden. Al vroeg kwam er een donkere wolk opzetten toen hij in april 1808 - hij was er dus nog geen jaar! - een beroep kreeg naar Ouddorp op een salaris van 1200 gulden per jaar. En dat terwijl hij in Wijk maar 750 gulden kreeg! Het was dan ook een opluchting toen Detmar op zondag 8 mei van de kansel bekendmaakte dat hij' door de sterke aandrang der gemeente en verdere blijken dat het 's Heeren weg niet scheen te zijn om op te trekken', na 14 dagen beraad voor het beroep had bedankt. Ouddorp liet het er echter niet bij zitten en deed nog een schepje van ƒ 100 op het toch al royale traktement, doch Detmar bedankte opnieuw. Toen was er op maandag 16 mei een hele vergadering in de Wijkse kerk: ouderlingen, diakenen, kerkmeesters, zelfs de schout en de commissarissen waren - jianxx/ezijor EiLtInnr Sx/f»rrl vnQfapstplH nm aan kentenis voor zijne opoffering, voor de gemeente uit liefde gedaan, telken jaare, zoolang hij te Wijk predikant zal zijn, aan hem toe te leggen tweehonderd guldens, één honderd uit het kerkenfonds en één honderd uit de gemeente'. Het bleek lastig die laatste honderd gulden ieder jaar uit de gemeente op te halen, en zo werd in het jaar 1809 aan de lidmaten voorgesteld jaarlijks héél de toelage van ƒ 200 uit het 'kerkenfonds' te betalen. Wie het er niet mee eens was kon zijn bezwaren kenbaar maken. Er kwamen slechts twee lidmaten die bedenkingen hadden, zodat 'die voor den Leeraar gunstige verandering als de wil en begeerste der gemeente' werd beschouwd. Detmar zelf heeft dit hele verhaal in de omslachtige schrijftrant van zijn tijd in het acta-boek van de kerkeraad opgetekend en voegde er ten overvloede nogeens aan toe dat dit' de uitdrukkelijke begeerte van de gantsche gemeente' was..

Op 29 mei, nadat de dreiging uit Ouddorp verdwenen was, verbond Detmar zich opnieuw aan de gemeente met 'eene opzettelijke Leerreden' over Fil. 1 : 25-26: En dit vertrouw en weet ik dat ik zal blijven en met u allen zal verblijven tot uw bevordering en blijdschap van uw geloof, enz.’

De kerkeraads-acta, naar de gewoonte van die tijd door de predikant zelf geschreven, zijn overigens kort en zakelijk. Met de regelmaat van de klok vermeldt Detmar dat na voorafgaand huisbezoek 'het H.A. stichtelijk is gehouden'. Eveneens op vaste tijden komen we de namen tegen van nieuw-benoemde kerkeraadsleden.

Soms - als er iets belangrijks aan de hand isschrijft Detmar ineens hele bladzijden vol. Zo neemt hij in extenso op het synodale schrijven van aug. 1808, waarin is vastgelegd de verplichting om in elke dienst één gezang uit de nieuwe bundel 'Evangelische Gezangen' te zingen. Nóch van Detmar, nóch van de kerkeraad vernemen we één woord van protest, waaruit valt op te maken dat deze verplichting ook in Wijk, zoals in verreweg de meeste gemeenten, stilzwijgend is aanvaard.

Méér rumoer ontstond er om een 'doopkwestie'. De kerkeraad had al in 1787 het besluit genomen dat 'een onegt kind' slechts kon worden gedoopt wanneer de moeder zelf het ten doop hield. In 1811 kwam de grootvader van zo'n kind met veel tam-tam op de kerkeraad om tegen dat besluit te protesteren. Toen hij geen gelijk kreeg beet hij de predikant en de kerkeraad toe: 'Mijn dogter zal in eeuwigheid met het kind niet komen'. Detmar, die deze grove woorden letterlijk in de notulen heeft opgenomen, liet hem uitrazen, maar bracht hem wel aan het verstand 'daar hij nu een-en andermaal met zooveel brutaalheid gesproken had', dat hij van het geval kennis zou geven aan de Maire (burgemeester) en deze om 'assistentie verzoeken'. De scheldende grootvader had daarvaan blijkbaar niet terug en verdween snel uit de consistoriekamer.

Tot na de bevrijding van de Franse overheersing is Detmar in Wijk gebleven. In de kerkeraads-acta is van de 'Franse tijd' niet veel te merken. Alleen vermeldt Detmar dat de viering van het H.A. van dec. 1813 is uitgesteld tot febr. 1814 'weegens den doortogt der Troepen’.

Op 27 febr. 1815 nam Detmar afscheid van Wijk. Hij had een beroep aangenomen naar Woerden. De eerste predikant die in zijn vakature beroepen werd nam het beroep zonder bedenktijd aan. Het was ds B moorees

Moorrees in zijn levensverhaal, 'voor de tweede maal de opvolger van ds. Detmar'. En het is alsof we hem bij de constatering van dat feit een diepe zucht horen slaken. Want in Wijk zou hij, naar zijn eigen getuigenis, weer worden geconfronteerd 'met den harstochtelijken godsdienst van de onder ds. Detmar opgewekte menschen...’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 1978

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Dirk Adrianus Detmar (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 1978

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's