Christelijk Hoger Onderwijs en de gerechtigheid (2)
Conferentie te Grand Rapids
De vorige keer zagen we hoe de bezinning op de Koningsheerschappij van God, en de bevrijdende kacht van het Evangelie de taak van de universiteiten en onderwijsinstellingen in een zeer bepaald licht zet. Deze kunnen niet neutraal zijn, noch mogen zij zich onkritisch aanpassen, en zich evenmin vereenzelvigen met diegenen die vanuit allerlei linkse ideologieëen een kritische houding bepleiten. Vanuit de verworteling in het Woord zal men een kritisch geluid moeten laten horen, en zo studenten toerusten voor hun taak in de politiek en de samenleving, ja in heel het maatschappelijk bestek. Daarbij blijve een onderwijsinstelling een universiteit of hogeschool, en vereenzelvige zij zich niet met een partij.
Wat betekent dit nu voor het denken over de gerechtigheid?
Gerechtigdheid in bijbels licht
Ook in dit opzicht stond de bijbelse bezinning voorop. Di e klonk al door inde preek die prof. dr. Sidney Rooy uit Buenos Aires hield in de openingsdienst. Dr. Rooy sprak naar aanleiding van Amos 5 : 24: Laat gerechtigheid stromen als water' en Openbaring 22 : 11b: Wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid'. Ofschoon de preek voor mijn gevoel meer weg had van een gedegen referaat, kon men anderzijds niet ontkomen aan de indruk dat hier een man sprak, die vanuit de situatie in Latijns-Amerika met zijn vaak schreiende tegenstellingen en flagrant onrecht, zich diep bij deze problematiek betrokken wist. Met name het slot van zijn betoog was een dringende oproep aan de kerk om in woord en daad van die gerechtigheid te getuii gen en aan die gerechtigheid gestalte te geven, in de verwachting van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde waarop gerechtigheid wonen zal.
De bijbelse gegevens kwamen uitvoerig ter sprake in het referaat van de Zuid-Afrikaanse theoloog, prof. dr. Tj. v. d. Walt. Nu is het niet eenvoudig in één referaat recht te doen aan al de aspecten van dit rijk geschakeerde begrip. Wie wat in de keuken van de theologie heeft rondgeneusd, weet dat het aantal boeken en artikelen over 'recht en gerechtigheid' legio is.
Van der Walt ging met een beroep op Levit. 19 : 36, Ps. 23 : 3 uit van de grondbetekenis: erechtigheid is wat beantwoordt aan de norm. En dan de norm van Hem, Die de Heere, onze gerechtigheid is. Gerechtigheid en trouw gaaji dan ook hand in hand. Want de God van het Verbond kan zichzelf niet verloochenen. Gerechtigheid doen is het doen van de wil van God, naar Zijn wet, die evenwel niet van Hem Die de wet gegeven heeft, losgemaakt mag worden.
Van der Walt noemde de bevrijding of het heil een facet van de bijbelse conceptie van de gerechtigheid (Ps. 31 : 2; Jes. 45 : 8; 62 : 1 e.a.p.). Alleen, we mogen deze bevrijding niet versmallen tot bevrijding uit allerlei verslavingen. Positief gaat het om de heilbrengende gerechtigheid Gods waardoor mensen in Zijn dienst komen te staan. In dat verband kwam de rechtvaardiging van de zondaar door hetgeloof ter sprake. Romeinen 1 : IVpr^dikt ons God als de Auteur en Bewerker van de gerechtigheid, waardoor mensen gerechtigheid ontvangen die voor God kan bestaan en die Zijn stempel draagt.
Maar God redt niet alleen in gerechtigheid. Hij straft ook. Hij haat alle onrecht.
Leven uit het heilsfeit van de geschonken gerechtigheid rept de mens ook tot het doen van gerechtigheid in gehot^rzaamheid aan de Heere. Amos en Micha spreken overduidelijk over deze sociale gerechtigheid. Wie in de rechte verhouding tot God staat door rechtvaardiging, is geroepen tot gerechtigheid. De ethische kanten van de gerechtigheid rusten in het werk van Christus, en in het werk van de Geest, want gerechtigheid is immers vrucht van de Geest.
Die gerechtigheid heeft zich uit te werken in het economische leven, zoals Van der Walt aan de hand van tal van plaatsen Dit Oud en. Nieuw Testament liet zien. Het O.T. weet van zegen en welzijn voor wie gerechtigheid doet, maaï legt daarnaast nadruk op de gerechtigheid jegens de armen, in een scherpe waarschuwing tegen alle uitbuiting en onrecht (vgl. voor het NT Jac. 1 : 27 en 2 : 1). Doen van recht en gerechtigheid impliceert het rentmeesterschap in gehoorzaamheid aan de Heere op alle terreinen van het leven.
Rentmeesterschap
Ook dit referaat riep heel wat discussie wakker, vooral toen prof. dr. Bernard Zijlstra uit Toronto de roeping tot gerechtigheid toespitste op de arbeid van de universiteiten. Heeft de/ VU, zo vroeg hij, haar bestaansrecht als christelijke universiteit niet prijsgegeven, door toe te geven aan seculariserende tendenzen die haar losmaken van de gehoorzaamheid aan het Woord? Maken de evangelische en gereformeerde seminaries en onderwijsinstellingen in Amerika ernst met de roeping om de bijbelse gerechtigheid gestalte te geven? En hoe zit het met de plaats en de"taak van de universiteit in , Zuid-Amka? Heeft men daar zijn academische vrijhera niet ingeruild voor horigheid aan het besfaande regiem van de blanken, zodat men niet meer in staat is ten aanzien van het rassisme de bijbelse eis tot gerechtigheid te laten horen en in practijk te brengen?
Wij komen hieronder op de laatst aangeroerde kwestie nog terug. Maar de opmerkingen van Zijlstra illustreren dat de discussies in Grand Rapids bepaald niet maar een theoretische aangelegenheid waren.
Steeds weer ging het over de vraag: Hoe kunnen we aan de bijbelse opdracht van het rentmeesterschap in de huidige wereld getrouw blijven? Die vraag kwam aan de orde in het referaat van de britse econoom, dr. Anth. Cramp, in het diepborende referaat van prof. dr. B. Goudzwaard en dr. J. v. Baars over de normen voor de internationale economische orde, in het overzicht wat dr. Tims gaf over de feitelijke situatie van rijkdom en armoede, recht en onrecht in de huidige economische verhoudingen. Met name Goudzwaard gaf een diepgravende ontleding van de huidige orde, waarin doeleinden en waarden de normen gaan vervangen. Het is een waanidee, aldus Goudzwaard, wanneer wetenschapsmensen en politici de wereldsituatie denken te kunnen veranderen zonder uit te gaan van gegeven normen. Hun op basis van waarden gekozen doeleinden gaan dan als pseudo-normen fungeren, met als gevolg dat de samenleving hoe langer hoe meer in het slop raakt. Vanuit de bijbelse idee van gerechtigheid en rentmeester-zijn poogden Goudzwaard en Van Baars lijnen aan te geven waarlangs men in de internationale samenleving zou moeten werken.
De VU en Zuid-Afrika
Zoals gezegd, de discussies spitsten zich menigmaal toe op zeer actuele vragen. Met name de situatie in Zuid-Afrika kwam ter sprake. Dat lag ook wel in de lijn, want van meetaf aan' overschaduwde het conflict tussen de Vrije Universiteit en de universiteit van Potchefstroom de conferentie. Vanwege ernstige bezwaren tgen de houding van Potchefstroom inzake het rassenbeleid in Zuid-Afrika weigerde de VU deel te nemen aan de conferentie. Wel waren enkele geleerden van de VU op persoonlijke titel aanwezig en had de Vereniging, waarvan de VU uitgaat, een drietal waarnemers gezonden.
Op zichzelf is het al een vreemde zaak dat een universiteit die met iedereen dialoog wil zijn, met name met links, het af laat weten als het gaat om een gesprek met hen die mert kan aanspreken op hun christelijke verantwoordelijkheid.
En juist de conferentie zelf bewees, hoe fout de houding van de Vrije Universiteit is geweest. Want als mij een ding getroffen heeft, dan is het de diepgaande wijze waarop de kwestie Zuid-Afrika ter sprake gekomen is. Zowel blanken als niet-blanken uit Zuid-Afrika waren ter conferentie aanwezig. De gastvrouw van de conferentie, Calvin College, had één avond speciaal uitgetrokken om de
situatie in Potchefstroom ter sprake te brengen.
Er zijn kritische vragen gesteld aan het adres van de leiding van de universiteit van Potchefstroom, met name over de vraag waarom men de ondertekenaars van de bekende Koinooniaverklaring zo onder druk gezet had. Er is op een bewogen wijze gesproken door mensen als prof. Van der Vijver en dr. Sam Buti. Toch heeft men gepoogd bij alle diepgaande verschillen de broederband vast te houden. Dat is geen eenvoudige zaak. De problematiek is ingewikkeld en wie meent met enkele machtsspreuken een oplossing te kunnen aanreiken, vergist zich wel zeer. Maar de eerlijke wijze waarop prof., Van der Walt zich aan discussie waagde en de kritische vragen beantwoordde, het bewogen beroep van o.a. mevr. Botha op blank en zwart Zuid-Afrika, hebben mij er nogmaals van overtuigd, hoe fout het is, als men de banden met blank Zuid-Afrika doorsnijdt en zelfs niet meer in gesprek met hen wil blijven.
Persoonlijk geloof ik dat het bijzonder te betreuren i dat de leiding van Potchefstroom een afwijzende houding heeft ingenomen tegen de Koinooniaverklaring die immers op bijbelse gronden en vanuit het gereformeerd belijden stelling wilde nemen tegen het rassenbeleid en ten diepste een teken van verzoening wilde zijn. En wat er op die avond als argumenten naar voren werd gebracht voor die afwijzing klonk ook niet overtuigend. Maar tegelijk dient gezegd te worden, dat de situatie ook verre van eenvoudig is en dat wij vanuit Nederland makkelijk praten hebben.
In ieder geval, het is een heilloze zaak als blank Zuid-Afrika in een isolement gedreven wordt en als men hét contact als nutteloos afwijst. Dat is in Grand Rapids niet gebeurd.
Daar komt nog iets bij. Zoals gezegd, prof. Zijlstra had een aantal scherpe vragen gesteld aan het adres van de VU. Die vragen zijn in de discussie nagenoeg niet aan bod gekomen. Een verklaring van één van de waarnemers, die hierop neer kwam dat er geen reden was zich bezorgd te maken over de koers van de VU, werd, zo bleek me in de wandelgangen, door velen met de nodige irritatie ontvangen. Als men weet wat er zich afspeelt aan de VU, als men denkt aan de neo-marxistische invloeden die er ontegenzeggenlijk zijn, dan is het op zijn zachtst gezegd bevreemdend, wanneer men met een nietszeggende verklaring een soort rookgordijn opwerpt.
Maar ja, de VU was officieel afwezig. En dat betekende, zo zei men, dat het moeilijk was de problematiek ter sprake te brengen. Het is terecht dat men zeer kritische vragen stelde aan de leiding van de Potchefstroomuniversiteit. Het is m.i. een meten met twee maten dat in de discussie de VU nagenoeg buiten schot bleef.
Het enige wat gebeurde is dat zowel aan de universiteit van Potchefstroom als de Vrije Universiteit brieven gestuurd zijn, waarin de kritische vragen verwoord zijn. Aan het adres van Potchefstroom werd dank gebracht voor de inbreng op de conferentie, maar tegelijk een dringend beroep gedaan om serieus te luisteren naar die uitgebrachte kritiek.
Aan het adres van de VU werd gevraagd'in de toekomst de inbreng op conferenties als deze niet te weigeren. En tevens werd de zorg uitgesproken over de ontwikkelingen binnen de, VU, met name de wijziging in de grondslag en de koers van de democratisering.
Ten slotte
Wij stipten reeds aan dat men van deze conferentie geen grote resultaten moet verwachten, er is geen alliantie gevormd. Daarvoor bleek de tijd nog niet rijp. Maar dat neemt niet weg dat deze boeiende conferentie toch zijn waarde gehad heeft. Er bleek de duidelijke wil in de toekomst voort te gaan. Welhcht zal een derde conferentie in '81 of '82 in Nederland plaats vinden. Voorts is het van waarde als men in de bezinning op allerlei vragen ontdekt, hoe moeilijk het is de Bijbelse boodschap te vertalen in de huidige sociale en economische vragen. Dat kan ons bescheiden maken. Maar het ontslaat ons niet van de opdracht. Want de opdracht blijft om als rentmeesters van God Zijn Woord te laten spreken op alle terreinen van het leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's