Bewaren bij het Woord van God
De plaats van het jeugdevangelisatiewerk in de gemeente (2)
Hopelijk bent u daarmee ook bezig: in uw gezin, in de opvoeding , om uw kind te bewaren bij het Woord van God! Ik hoop dat u, als vader en moeder, overtuigd bent van de noodzaak hiervan.
Dat bewaren bij het Evangelie heeft te maken met de toekomst van uw kind. Het gaat om niets minder dan om het behoud van uw kind. Dat behoud ligt in de blijde boodschap, het Evangelie. Het gaat om het heil van uw kind: dat heeft eeuwigheidswaarde. Maar er is jneer: het gaat niet alleen om het nabestaan, het 'straks'. Ook dit bestaan, het 'nu' is belangrijk. Het gaat er óók om dat jongeren leren, om in het leven van elke dag gestalte te geven aan hun christen-zijn in déze wereld. Maar ook dat is nog niet alles. Het bewaren bij het Woord van God heeft ook te maken met de opbouw van de gemeente. Daarom mogen en moeten we jongeren ook leren hoe zij kunnen deelnemen aan het gemeenteleven.
Dat is geen eenvoudige opdracht. Oók niet in deze tijd. Dat zult u ervaren als vader en moeder. Dat ervaren predikanten tijdens hun catechisatie-uren.' Dat komt tot uiting op de scholen, waar christenleerkrachten hun opdracht ook hierin vervullen.
Gezin, school, katechese, de prediking in de kerkdienst, ze hebben allemaal te maken met het 'jongeren bewaren bij het Woord van God’.
Ook in het jeugdwerk zijn vele mensen hiermee bezig. U zult dan ook begrijpen, waarom ook de Hervormd Gereformeerde Jeugdbonden (H.G.J.B.) in het jeugdevangelisatiewerk, dat vanuit 'De Windroos' wordt gedaan, meewerken.
In het jeugdevangelisatiewerk gaat het namelijk niet alleen om de vraag, hoe wijjongeren met het Evangelie in aanraking kunnen brengen, maar óók om de vraag, hoe wij hen kunnen bewaren bij het Evangelie.
In de uitgave van de H.G.J.B.: 'Jeugdwerk... de kerk een zorg? ' wordt de zorg van de kerk voor de jeugd-als volgt onder woorden gebracht:
’De zorg van de kerk voor de jeugd is erop gericht om haar:
- ’te leren leven uit Gods beloften en naar Zijn geboden’;
- ’te brengen tot haar plaats in de gemeente', zodat 'de jonge lidmaten aktief betrokken worden in het leven van de jeugd, gemeente en kerk’;
- ’te bewaren bij en in aanraking te brengen met het Evangelie van Jezus Christus'; - 'leiding en daadwerkelijke bijstand te geven bij haar ontwikkeling, arbeidsleven, ontspanning en besteding van vrije tijd'. Als je dit zo leest, dan is dat nogal wat! Is het allemaal niet te hoog gegrepen en te idealistisch? Kan een kerk of een gemeente echter anders willen, dan dat jongemensen komen tot oprecht geloof in de Heere Jezus Christus en in een persoonlijke geloofskeuze verlangen om God te dienen en in zijn wegen te gaan? Daarvoor willen wij toch bidden én werken?
In het jeugdwerk dienen dan ook aan de orde te komen: zowel de vragen van de persoonlijke verhouding tot God als ook van de betrokkenheid op de gemeente, op de medemens, de ons omringende maatschappij en daarmee verband houdende problemen. Dat betekent dat we op het brede terrein van het jeugdwerk te maken krijgen met vele facetten van het jeugdige leven.’
Leren uit het verleden...
Ondanks deze zorg van de kerk om jongeren te bewaren bij het Evangelie, zien we om ons heen, dat veel jongeren ervan ver-vreemden. Ze zijn (ook) vervreemd van de opvattingen van thuis. Ze zijn (ook) vervreemd van de kerk. De meningen, de principes van hun ouders zijn vreemd voor hen geworden. De kerk is ver uit hun leven weg. En ook al is het waar dat ver-vreemding van de kerk niet automatisch vervreemding van het Evangelie behoeft te betekenen, toch zien we helaas dat dit samen kan gaan en samen gaat!
Wat zijn de oorzaken? Geen bijbelse prediking? Experimenten met nieuwe vormen van kerk zijn? Vervanging van het Evangelie door een 'nieuwe' boodschap? Er kunnen situaties zijn - en die zijn er ook - dat deze en andere oorzaken aanwijsbaar zijn!
Maar toch zijn we er hiermee nog niet uit. We lopen ook nu weer het gevaar te ver te kijken. Want ook in 'onze' gemeenten zijn jongeren vervreemd van het Evangelie. Misschien hebt u het wel van zeer nabij meegemaakt. Zien gebeuren!
De ontkerstening gaat ook aan 'ónze' gemeenten niet voorbij. Gaat aan onze gezinnen niet voorbij. Gaat ook aan onze jongeren niet .voorbij. Wij mogen geloven dat God Zelf zijn kerk in stand houdt. Gode zij dank! Wat zou de toekomst er anders triest uitzien. Het voortbestaan van de kerk hangt ten diepste niet van ons.af. In die zin maken wij de kerk niet. Maar wij mogen ons niet van onze verantwoordelijkheid af-maken. Wij kunnen niet bidden dat God zijn kerk in stand houdt, en tegelijk door onze manier van leven een bijdrage leveren aan de vervreemding van jongeren van diezelfde kerk.
Daarom is het nodig - steeds weer - dat wij onszelf onderzoeken op de vraag of wij zelf soms ook mede schuldig zijn aan de vervreemding van jongeren van God en Zijn Woord en Zijn Gemeente. Hoe is dit bij ons? Bij u?
Aantrekkingskracht
Over de aantrekkingskracht, die evangelisatiebewegingen op jongeren uitoefenen, wordt regelmatig geschreven, zowel positief als negatief. Positief als het gaat om kenmerken als: enthousiasme, gemeenschapsgevoel, nadruk op bijbelstudie, discipline, evangelisatieijver. Negatief wordt vaak geoordeeld over kenmerken als: het te individueel gerichte geloof, onderwaardering (verwaarlozing) van de ambten en sacramenten, weinig oog voor de belijdenis van de kerk, fundamentalistisch bijbelgebruik: te weinig oog voor het verband, waarin de tekst staat. Zo zijn er nog meer ken-merken te noemen. Ik noemde hier een aantal kenmerken die in artikelen steeds weer terugkeren.
Het is niet zo eenvoudig om een goede, eerlijke beoordeling te geven. We lopen het gevaar daarmee bepaalde evangelisatiebewegingen onrecht te doen. (Ik denk bijvoorbeeld aan de her-doop, die bij veel jongeren, die kontakten met evangelisatiebewegingen onderhouden, beslist niét aan de orde is).
Het is goed, wanneer wij als christenen aan elkaar vragen (blijven) stellen. En: (blijven) luisteren naar de antwoorden, die gegeven worden. In dit artikel wil ik géén vragen stellen aan de evangelisatiebewegingen maar aan onszelf. Waarin bestaat het positieve en negatieve van óns gemeenteleven? Van ü als christen? Wat is het 'aantrekkelijke' van onze gemeente? Wat is de aantrekkingskracht, waardoor jongeren uit onze gemeenten weer naar de kerk, naar het gemeenteleven terug 'getrokken' kunnen worden? En ook: vastgehouden kunnen worden!
Deze vragen zijn erg aktueel en lijken steeds aktueler te worden, omdat er ook in onze gemeenten jongeren zijn, die met vragen zitten, met vragen lopen en... weglopen.
U vraagt zich misschien af welke vragen dat zijn.
Inzicht in de vragen
Kent u ze, de jongeren: die het moeilijk hebben binnen de gemeenten? die naar de kerk gaan, alleen omdat ze 'moeten'?
die het be-nauwd hebben en klagen dat ze zo weinig ruimte binnen de kerk hebben?
die zich vaker uitgeschakeld voelen dan ingeschakeld weten?
die vinden dat ze geen kans krijgen om aan het woord te komen?
die in de geloofsbeleving zo'n groot verschil ervaren tussen verstand en gevoel, tussen hoofd en hart?
die het moeilijk hebben met de scheiding van leer en leven, van woord, en daad?
die de vreugde, de geloofsblijdschap zo vaak missen?
Jongeren, die nee zeggen tegen het 'ik'gericht zijn, het steeds jagen naar meer?
die verlangen naar echtheid, naar eerlijkheid? die in het massale zoeken naar het persoonlijke?
die zich zo vaak niet aangesproken voelen in de kerkdienst?
die zoeken naar gemeenschap?
Kent ü deze jongeren met deze en soortgelijke vragen óók?
VERVOLG OP PAGINA 515
Instemmen of afstemmen?
Misschien schrikt u er een beetje van? Hebt u deze vragen nog nooit zo duidelijk gehoord? Toch zijn het de vragen die steeds weer en steeds meer te horeri zijn. Dat wil niet zeggen dat élke jongen of élk meisje in uw gemeente deze vragen stelt. Beslist niet. Ook worden niet al deze vragen tegelijk gesteld. Maar toch leven ze. Al worden ze misschien niet altijd uitgesproken!
Het wil ook niet zeggen, dat de jongeren die deze vragen stellen, zelf niet mede 'schuldig' zijn. Zij zijn ook zondaren. Wanneer we dit allemaal bedenken, dan nog is het goed om te luisteren naar deze vragen. Ik zou u willen vragen eens mee te denken. Bekijkt u deze vragen eens één voor één. Neemt u er de tijd eens voor. En probeert u dan eens te begrijpen wat er achter deze vragen kan zitten. Probeert u eens greep te krijgen op de denkwereld, de belevingswereld van jongeren uit uw gemeente en daarbuiten. Meedenken behoeft toch niet automatisch te betekenen: meeinstemmen!
Als we maar proberen om ons af te stemmen op , de golflengte van elkaar. Hopelijk hoort u dan de stem van jongeren. En horen jongeren uw stem. Dan is er een basis om tot gesprek te kornen én om in gesprek te blijven. Het is dan ook mogelijk dat u in deze vragen iets van uzelf gaat terugvinden. Want: zouden deze vragen alléén door jongeren gesteld worden? Zou het verlangen naar gemeenschap, naar echtheid, eerlijkheid alleen bij jongeren leven? !
Geeft u zélf eens antwoord op deze vragen. Ik wil graag proberen om er in het volgende artikel iets van te zeggen. Met het oog op de toekomst. Om jongeren nü en straks te bewaren bij het Evangelie en bij de gemeente!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's