I.Z.B. kan niet meedoen aan project Zending in Nederland
Ds. C. Snoei: verschil in uitgangspunt dient bewaard te worden.
De ’uitvinders’ van de term 'Zending in Nederland' zijn allerminst gelukkig met een rapport onder diezelfde naaam, waarin een negental buitenlanders, die vorig jaar op uitnodiging van de Raad van Kerken ons land bezochten, uitdrukking hebben gegeven aan de wijze waarop zij zending in ons land gerealiseerd zouden willen zien. Die 'uitvinders' zijn de mensen van de Hervormde Bond voor Inwendige Zending op gereformeerde grondslag, kortweg: IZB, die al in 1970 met deze term gingen werken en op hun briefpapier o.m. de slagzin 'Zending in Nederland 'ook uw roeping' afdrukten. Directeur van de IZB is ds. C. Snoei, die een bureau heeft aan de Amèrsfoortse Johan van Oldenbarneveltlaan.
IZB trok zich terug.
Het project 'Zending in Nederland" startte eind vorig jaar onder auspiciën van de Nederlandse Raad van Kerken. Doel van het project, dat nog steeds voortduurt en onderwerp van gesprek zal vormen op de in november te houden gezamenlijke vergadering van de synodes van de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken, was de missionaire kwaliteit van de kerken in ons land toetsen. Doen de kerken, dat wil zeggen : de bij de Raad aangesloten kerkgemeenschappen, aan zending en hoe doen ze dat?
Vijf fasen kent het project, waarvan er inmiddels vier zijn afgesloten. In de eerste fase werd door een voorbereidingscomité een analyse gemaakt van de Nederlandse kerkelijke situatie. Tijdens de tweede fase gaven in Nederland wonende buitenlanders hun oordeel over de Nederlandse kerken. De derde fase was die van het bezoek van negen buitenlanders, voornamelijk uit de zg. derde wereld. Iii contacten met plaatselijke kerken en groepen moesten deze buitenlanders - rooms-katholieken en protestanten - een beeld trachten te krijgen van het Nederlandse kerkelijke reilen, en zeilen. In de vierde fase bezonnen circa tweehonderd vertegenwoordigers van allerlei kerken en kerkelijke groeperingen, verenigingen en organisaties zich tijdens een bezoek aan Driebergen op de resultaten en uitkomsten van de voorafgaande fase.
In Kerknieuws (van drs. N. Scheps) troffen we het volgende artikel aan over de I.Z.B., dat we hier graag integraal opnemen. De problematiek 'Zending in Nederiand' komt ook aan de orde op de a.s. gecombineerde Hervormd/Gereformeerde synode. De informatie in dit artikel is verkregen uit 'Schakels', een speciale bijdrage die de I.Z.B. . over deze kwestie heeft gegeven.
Momenteel verkeren we in de vijfde fase en zoals er het nu naar uitziet en de organisatoren ook hopen, gaat die nog wel een paar jaar duren. Doel is de resultaten te bespreken en - wat nog belangrijker is - te trachten die in praktijk te brengen.
Ook de IZB heeft zich als organisatie die reeds jarenlang bezig is met 'zending in Nederland' niet aan dat verzoek willen onttrekken. Zij heeft trou-- wens ook zitting gehad in het voorbereidende comité uit de eerste fase, maar heeft zich daaruit later, toen - zoals directeur ds. Snoei het uitdrukt -
de richting waarin gedacht werd ons duidelijk werd, teruggetrokken. 'Wij meenden hiervoor geen verantwoordelijkheid te kunnen dragen'.
Wel heeft de IZB met het oog op de komende gezamenlijke vergadering van de hervormde en gereformeerde synodes in november, een rapport opgesteld, waarin door secretaris prof. dr. C. Graafland en door ds. Snoei uiteengezet wordt welke visie de bond heeft op datgene waaraan zij haar bestaansrecht ontleent: zending in Nederland. (Dit stuk is niet speciaal voor deze zitting opgesteld maar bestond reeds en is met het oog op de komende synode verspreid, Red.).
Nederland zendingsland
Want dat zending in ons land bittere noodzaak is geworden, dat Nederland voluit zendingsland is geworden, dat staat voor ds. Snoei als een paal boven water. 'Ja, zo erg is het geworden. Met cijfers kun je niet alles duidelijk maken, maar wel veel. De volkstelling van 1971 gaf nog aan, dat rooms-katholieken en protestanten samen ruim 75 % van de Nederlandse bevolking vormden, terwijl 22, 5% verklaarde bij geen kerkgemeenschap te behoren. Dit jaar echter maakte het sociologisch instituut van de Groningse Universiteit bekend dat nog slechts 54% van de Nederlanders protestant of rooms-katholiek is en van de overigen zegt 15% tot geen kerk te behoren, terwijl velen tevens opgeven socialist (14%), liberaal (9%) ofhumanist (10%) te zijn. Al zouden we deze cijfers zo gunstig mogelijk uitleggen, dan nog blijven ze ontstellend en dan blijkt zonneklaar dat Nederland inderdaad zendingsland is’.
De directeur van de IZB noemt dit beeld ernstig. 'Ernstig, omdat wij geloven dat al wie niet in Jezus Christus gelooft. Hem niet ingeplant is, buiten het heil staat. Want Johannes 3 : 36 zegt: Die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die de Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op Hem’.
Teleurstellend
Het rapport dat de negen buitenlandse visitatoren (zoals ds. Snoei ze noemt) hebben uitgebracht over zending in Nederland acht de directeur van de JZB teleurstellend. Een kernconclusie van het rapport is: 'Het verstaan van de samenleving is een voorwaarde voor de zending van de kerk'. Ds. Snoei: 'Dat betekent dus: kijk om je heen, dan zie je de norm aan de hand waarvan de gewenste veranderingen kunnen plaatsvinden. Elders in het rapport staat dat de sociale vragen die overblijven bij alle sociale verworvenheden van ons systeem dé wezenlijke vragen voor de zending van de kerk in de Nederlandse samenleving vormen. Mensen die missionair bezig willen zijn - zo zegt het rapport - werden gehinderd door de structuren van waaruit zij dit moeten doen. Ik geloof dat we het rapport geen onrecht doen als we op grond van het bovengenoemde zeggen, dat het aangaan van het maatschappelijk engagement ons wordt aanbevolen als hét evangelisatiemiddel bij uitstek. Dit standpunt achten wij onjuist’.
Socialistische visie
Ds. Snoei zegt sterk de indruk te hebben dat de situatie door de negen buitenlanders eerst is beoordeeld vanuit een maatschappij-kritische visie-'zo u wilt: socialistische visie', voegt hij ertussen-om daarna aan de kerk de opdracht te geven de op deze wijze aan de dag getreden noden te bestrijden. De situatie is de agenda van God, die wij moeten afwerken, aldus het rapport.
Elders wordt gezegd: zending is noden lenigen en strijden tegen het kwaad van de moderne tijd. Dat wil dus zeggen: de situatie bepaalt wat ik moet doen en niet mijn opdracht vanuit de Schrift. Het hoofdbezwaar van ds. Snoei is dan ook dat er geen beoordeling van mens en maatschappij gegeven wordf vanuit de Schriften. 'Zou dat het geval geweest zijn, dan zouden wij telkens weer ateent gemaakt worden op de verstrekkende, alles aantastende macht van de zonde. Het woord zonde als zodanig ontbreekt, maar ook de zaak zelf. Was dat wel het geval dan zou er niet zo optimistisch over de mens en zijkn mogelijkheden worden gesproken. Gesteld dat wij al de genoemde noden met effect zouden kunnen bestrijden, dan nog zou de mens overblijven als zondaar voor God en jegens de ander. En het is juist op dit purit dat wij ons werk willen inzetten met de verkondiging van het evangelie om vandaar uit de krachten van het nieuwe leven in de samenleving te doen uitwaaieren’.
Tekenend acht ds. Snoei het dat in het rapport nergens de secularisatie in de zin van het onttrekken van levensterreinen aan het gezag van Gods Woord naar voren komt. 'Niet dat men deze niet kent, maar zij wordt anders gewaardeerd. Niet negatief, maar positief omdat juist daardoor vrijheid en bevrijding worden bevorderd, zoals men zegt.
Niet profetisch
De eenheid hangt volgens de negen buitenlanders niet zozeer af van het overwinnen van de theologische tegensteltingen, als wel van 'een naar elkaar toegroeien in onze denkbeelden over de samenleving, onze openheid naar de toekomst en onze pogingen om nieuwe mogelijkheden te scheppen tot zelfverwerkelijking in het bouwen van een nieuwe gemeenschap'. Het geloof - aldus ds. Snoei - is dus niet bepalend.
Ds. Snoei vindt het echter wel degelijk belangrijk van welk uitgangspunt men uitgaat. 'Dat verschil in uitgangspunt dient te worden bewaard voorzover het door de Schriften gedekt is, willen we niet met elkaar op een zeker moment tot de ontdekking komen dat we al varende heel waardevol materiaal overboord hebben gezet. Met deze oecumene kunnen wij als IZB zó niet meedoen’.
Het is volgens ds. Snoei kenmerkend voor het stuk van de buitenlandse visitatoren dat de notie dat de kerk het Evangelie dient te prediken, in het rapport helemaal niet voorkomt. 'Het lijkt wel of de geschiedenis een tweede bron van openbaring is geworden’.
’Men wil priesterlijk bezig zijn in het noden lenigen, koninklijk in het strijden tegen het kwaad van de moderne tijd, maar het profetisch getuigen van de ene Naam onder de hemel tot behoud gegeven komt er niet in voor’.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 1978
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 1978
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's