Binnenkerkelijk en interkerkelijk
Deze week een aantal onderwerpen waarvan het ene langer, het andere korter op mijn tafel ligt.
Terechte vraag over brief staatssecretaris
Enige tijd geleden plaatsten we in ons blad de brief, die mevr. Veder-Smit, Staatssecretaris van Volksgezondheid en MiHeuhygiëne, zond aan kerkeraden van verschillende kerken binnen de Gereformeerde Gezindte inzake de poliovaccinatie. Die brief was ook gericht aan 'kerkeraden van de Gereformeerde Bond' in de Hervormde Kerk. Terecht is daarop van verschillende zijden - in de pers - en in brieven, die bij ons binnenkwamen, gereageerd. Wat zijn immers kerkeraden van de Gereformeerde Bond? Wilde de staatssecretaris ook de hervormde gemeenten bereiken met haar brief dan had ze zich in feite tot het moderamen van de synode moeten richten. Ik denk, dat het moderamen best bereid zou zijn geweest de brief aan alle hervormde gemeenten te sturen; ik zegalle, want als binnen de kring van de Gereformeerde Bond de vaccinatiekwestie al een randverschijnsel is, en terwillen van de voorkomende gevallen een brief als de onderhavige dan toch op zijn plaats was, dan zouden dergelijke gevallen best in alle hervormde gemeenten kunnen voorkomen. Waarom wel in Staphorst en niet in Assendelft, om zo maar een gemeente te noemen? Maar de staatssecretaris heeft het gedaan zoals zij het gedaan heeft. En ook al maakte zij dan een 'formele' fout, het gewicht van de zaak bracht ons er toe gewoon medewerking te geven én aan de verspreiding van de brief én aan het geven van bekendheid ervan in ons blad. Tenslotte kan men met formele redeneringen elk goedbedoeld initiatief ontkrachten. Intussen zeggen wij aan de staatssecretaris: stuur voortaan uw brieven aan alle hervormde gemeenten en schakel voor medewerking het hervormd synodale moderamen in, zoals ook voor andere kerken alle kerkeraden zijn aangeschreven, met gebruikmaking-neem ik aan - van de door de kerken uitgegeven kerkelijke handboeken voor de adressen. In de Hervormde Kerk bestaan slechts hervormde kerkeraden; de toevoeging G.B. heeft kerkelijk geen been om op te staan.
Kerkelijke statistieken
Kerkelijke statistieken vormen jaarlijks interessant studiemateriaal. Kerknieuws van drs. N. Scheps is altijd erg getrouw in het geven van overzichten ervan. Van de kerkelijke jaaroverzichten van de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Gemeenten geven wede volgende beknopte weergave.
Christelijke Gereformeerde Kerken
Het aantal leden steeg van 73592 naar 73905. Het aantal gemeenten vermeerderde van 174 tot 175 (67 vacatures). Het aantal doopleden, dat uit andere kerken werd ingeschreven, bedroeg 726 maar er verlieten 724 doopleden deze kerk of werden afgevoerd. Tegenover een 'winst' van 573 belijdende leden uit andere kerken staat een 'verlies' van 679 naar andere kerken (of afgevoerd). Aan de Nederlandse Hervormde Kerk verloor men 259 doopleden en 210 belijdende leden, terwijl men uit de Hervormde Kerk 210 doopleden en 102 belijdende leden terugkreeg. We geven niet alle getallen maar merken verder nog op, dat men van jaar tot jaar 'winst' boekt uit de Gereformeerde Kerken; men ontving uit deze kerken 255 doopleden en ^59 belijdende leden, terwijl er naar de Gereformeerde Kerken respectievelijk 131 en 98 overgingen.
Gereformeerde Gemeenten
In de Gereformeerde Gemeenten nam het ledental toe van 80632 tot 81265, met name door een groot aantal geboorten, want er traden 636 leden toe, terwijl 1026 leden zich aan deze gemeenten onttrokken. Er gingen 566 leden over naar de Hervormde Kerk, terwijl er 291 leden uit over kwamen. Men 'won' aan de uitgetreden Gereformeerde Gemeenten (132 tegen 49) en de Oud Gereformeerde Gemeenten (69 tegen 50). Het kerkelijk jaarboek van de Gereformeerde Gemeenten-kent ook een groep 'overigen', dat zijn degenen die óf naar een niet nader genoemde kerk overgingen óf buitenkerkelijk werden. Het aantal dat zich zo onttrok was 244, waartegenover stond een aantal, dat zich zo bij de Gereformeerde Gemeenten voegde van 27. Het totaal aantal gemeenten tenslotte steeg met 1 tot 155, waarvoor 57 predikanten beschikbaar zijn.
Opvallend
Wanneer men zulke getallen eens op zich in laat werken dan beseft men hoe druk eigenlijk het kerkelijk grensverkeer is. Per gemeente zijn het enkelingen van gaande en komende leden, maar alles bij elkaar zijn het kerkgebouwen vol. Het zou overigens interessant zijn als wij in de Hervormde Kerk ook eens zulke gedetailleerde getallen zouden kunnen krijgen. Nu weten we uit genoemde jaarboekjes wel hoe het kerkelijk De grote randkerkelijkheid maakt het onrhogelijk hier een zuiver beeld te krijgen. Intussen beseffen we dat, wat het kerkelijk grensverkeer betreft, gezegd moet worden, dat over al die grenzen heen de Heere Zelf Zijn kerk bewaart, onderhoudt en beschermt.
Kerkelijke inschakeling van evangelisaties
Na twintig jaar evangeliseren hebben de Hervormd Gereformeerden in Barendrecht voor hun evangelisatie een kerkelijke status, in de vorm van een buitengewone wijkgemeente, ontvangen. Op zondag 8 oktober werden in de
Dorpskerk te Barendrecht drie ouderlingen, twee-ouderlingen kerkvoogd en drie diakenen in het ambt bevestigd door de plaatselijke predikant ds. A. Drost, na een preek van ds. C. v. d. Bergh te Rotterdam-Zuid. De voorbereidingen worden thans getroffen voor het beroepen van een predikant. Een pastorie is in aanbouw. Er is grote dankbaarheid in Barendrecht, dat thans een normaal kerkelijk leven mogelijk is na zoveel jaren, waarin men verstoken was van ambt en sacrament.
Ook in Bleiswijk kwam het tot een doorbraak. In betrekkelijk korte tijd werd onder leiding van de plaatselijke predikant ds. R. P. Ytsma een regeling ontworpen ter voorbereiding van een buitengewone wijkgemeente. Afgelopen zondag, 22 oktober, werden drie ouderlingen en twee diakenen door ds. Ytsma bevestigd, in een dienst, waarin eveneens ds. C. v. d. Bergh voorging. Deze ambtsdragers zullen met enkele leden van de kerkeraad van Bleiswijk een orgaan van bijstand vormen en in een 'gewenningsperiode' van twee jaar zullen er ontmoetingen van ambtsdragers zijn, teneinde elkaar betef te leren kennen en met elkaar in gesprek te zijn over inhoudelijke vragen. Daarna zal - uiteraard wanneer de gewenningsperiode tot tevredenheid verloopt - de buitengewone wijkgemeente in werking treden.
Er is reden tot grote dankbaarheid dat zo twee evangelisaties tot een kerkelijke status konden komen, waarin prediking, ambt en sacrament en alle daaraan verbonden zaken aanwezig zijn, zodat een normaal gemeentelijk leven in de bijbelse zin van het woord mogelijk is. Het probleem van de minderheden blijft een schrijnende zaak in onze kerk. Enerzijds is dit probleem van synodewege opgelost door het ia het leven roepen van deelgemeenten. In Hervormd Gereformeerde kring is de deelgemeente (vroeger buitengewone wijkgemeente in wording) meestal afgewezen. Vandaar het voorkomen van vele evangelisaties, die dan echter-in tegenstelling tot de deelgemeenteelke kerkelijke status missen. Omdat het hier om niet-kerkordelijk geregelde posities gaat, krijgen de evangelisaties nimmer aandacht op de synode. Daarom is het verheugend, als voor evangelisatie de mogelijkheid kan worden geschapen tot een normaler gemeentelijk leven, al blijft de-toevoeging 'buitengewoon' de buitengewone gituatie binnen onze kerk aanduiden.
Uit de Zaanstreek
Toen op 17 november 1971 op de Hervormde synode het Getuigenis aan de orde was zei prof. dr. G. C. van Niftrik aan het adres van 'een aantal zeer vooraanstaande Hervormde theologen', die hem een brief van Karl Barth aan de Duitse Belijdenisbeweging 'Kein anderes Evangelium' hadden voorgehouden, waardoor het hem (en de anderen vari het Getuigenis) duidelijk moest worden hoe hij had te denken over Vietnam, Angola, Zuid-Afrika enz., het volgende:
’Onder de duizenden, die achter het Getuigenis staan, 'zullen er zeker meerderen zijn die over Vietnam, Angola, Zuid-Afrika precies zo denken als Barth en de Hollandse hoogleraren en predikanten die mij het theologischpolitieke mes op de keel willen zetten: 'Fresz, Vogel, oder verdirb!' Op politiek gebied zul je dihbelijden, of anders houden we je Getuigenis voor muggenzifterij enfarizeïsme! Onder deze geestelijke terreur zullen wij ons niet buigen. En de mondige gemeente ook niet. Zijn de aanvallen op ons Getuigenis misschien daarom zo fel, zo agressief, zo beledigerid, omdat men achter dit Getuigenis een gemeente weet te staan, die deze politieke betutteling ook meer dan moe is? ! Zelfs als wij het met de verschillende punten in de brief van Barth, aangevuld door de Nederlanders, eens waren, dezelfde politieke beslissing hadden genomen, zouden wij de inwilliging hunner politieke eisen onmogelijk als onlosmakelijk verbonden aan het christelijk geloof kunnen erkennen. Daartoe ligt het, ideologische karakter er te duimendik op’.
Ik moest aan deze uitspraak van Van Niftrik denken toen-dezer dagen een lange brief van. zes Hervormde predikanten van de ring Zaandam verscheen, gericht aan de synose, in verband met de hele zaak van het Patriottisch Front en in dat verband ook de Open Brief van de Gereformeerde Bond. In deze brief staat het volgende:
’Op grond van onze hierboven omschreven visie en op grond van onze informatie uit de nieuwsmedia menen wij te moeten concluderen dat met name de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk kiest voor steun aan de blanke onderdrukkers, en niet voor steun aan de onderdrukte zwarte bevol-•^king. Deze conclusie beschouwen wij als bevestigd, tenzij de Gereformeerde Bond ons van het tegendeel overtuigt. Indien onze conclusie echter juist is - wat wij vooralsnog menen - dan zijn ^er binnen de kerk kennelijk twee wegen in het belijden. Duidelijk is, dat ondergetekenden anders kiezen en een andere positie innemen dan de Gereformeerde Bond. Wanneer de zaken zo liggen, wordt het voor ons ook steeds moeilijker nog te geloven in de zin van het gesprek binnen onze kerk met de Gereformeerde Bond. (...)
Wij pleiten niet voor een pluriforme kerk in deze zin, dat daarin zonder meer alle visies, standpunten en handelwijzen mogelijk zijn. Wij geloven, dat er ten laatste breuken en scheuren kunnen en zullen optreden. Dan volgt opnieuw de vraag of we nog wel dezelfde God belijden en hetzelfde Evangelie verkondigen.
Men ziet het ook hier: 'Fresz Vogel oder verdirb'. Zó zul je inzake allerlei pohtieke kwesties denken. Hier vallen de beslissingen: twee wegen in het belijden.
Nu hebben de Zaankantse dominees verzuimd duidelijk te maken welk belijden zij bedoelen. Is dat het belijden, dat verwoord is in onze belijdenisgeshriften, waarin ook voorkoriit artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, op grond waarvan het voor de kerk zowel onmogelijk is om onderdrukkende systemen te steunen alsook 'Wederdoopers en andere . oproerige mensen en in het algemeen al degenen, die de overheden en magistraten verwerpen en de justitie omstoten willen’?
Eerlijk gezegd hebben we vanuit het donkere Noord Holland waar bepaalde oorspronkelijk vrijzinnige gemeenten nu naar de maatschappij-kritische kant zijn opgeschoven tot heden weinig'bijdrage aan bezinning over het belijden der kerk gezien. Het zou dan nu de moeite lonen te vernemen wat voor de Zaankanters het belijden der kerk is. Want in de brief gaat het om uitsluitend de genoemde politieke kwestie. Maar als dit de kern van het belijden uitmaakt dan vrees ik inderdaad dat het om twee wegen van belijden gaat.
Ik denk dat ik toch maar eens bij de Zaanse dominees ga kerken om in de prediking nu te vernemen hoe het met het belijden der kerk zit en hoe dit gemeentevergaderend werkt. Want tenslotte nemen zij het hoog op, ze spreken immers over breuken en scheuren en vragen zich af of ze nog met de Gereformeerde Bond in één kerk kunnen zijn. De vraag is dan: Wie eruit en wie bepaalt dat? En wat zal het kriterium van belijden dan zijn? Als de Zaanse predikanten overigens zeggen dat zij zich volkomen afgewezen voelen (de G.B. deed echter niet anders dan een beleidsdaad van de Wereldraad volstrekt afwijzen) dan rijst de vraag of idt wederzijds al niet lang een realiteit is als het gaat over het aanvaarden van eikaars prediking.
Zoden er bijvoorbeeld in de gemeenten van de Zaanse predikanten wel ooit G.B.predikanten voorgaan?
Intussen zeiden de Zaanse dominees een heleboel na wat Hervormd Nederland al had voorgezegd. Maar geschrokken ben ik er niet van; wel verdrietig, dat het zó gaan moet in de kerk, die de Naam van Christus draagt: de christelijke kerk. De kerk intussen waarvan we tóch geloven, dat die' Van God bewaard of staande gehouden wordt tegen het woeden der hele wereld in' en dat die hoe 'verstrooid ook door de hele wereld' 'nochtans tezamen gevoegd en verenigd (is) met hart en wil in één en dezelfde Geest, door dekradht des geloofs' (art. 27 N.G.B.). Die kerk kan dunkt me ook verstrooid zijn (of worden) binnen de (officiële) kerken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's