Dirk Adrianus Detmar (4)
Zij die bleven (9)
Detmar en de Afscheiding
Detmar’s intrede in de gemeente Ede viel dus precies samen met het begin van de Afscheiding. 'Het spreekt vanzelf dat de Afgescheidenen een man als Detmar met zijn Schriftuurlijk-bevindelijke prediking graag in hun gelederen hadden opgenomen. Zij hadden ook wel verwacht dat hij en vele medestanders in de Herv. Kerk zich bij hen zouden voegen. Maar in Ede had men geen behoefte aan afscheiding: de zuivere bediening van het Woord en van de Sacramenten was nog in de kerk en de gemeente bloeide onder de arbeid van Detmar.
De predikant zelf heeft er ook nimmer over gedacht de kerk te verlaten, hoewel hij oog had voor haar gebreken en haar verval. In zijn preken en andere geschriften gaf hij daarvan telkens blijk. Maar de enige weg tot herstel van de vaderlandse kerk was volgens hem gezamenlijk in de schuld voor God te komen'. In afscheiding van de kerk zag hij geen heil, want als we eruit gaan dragen we de schuld mee en maken we de verdeeldheid alleen maar groter.
Meerdere malen heeft Detmar er zijn leedwezen over uitgesproken dat zij die één waren in geloof, hoop en liefde tengevolge van de Afscheiding zich niet alleen achter verschillende kerkelijke muren verschansten, maar elkaar ook nog verdacht maakten en - zoals hij zelf zegt - 'elkander met bitterheid bejegenden'. Er is maar één afscheiding, aldus Detmar, die naar het Woord Gods, en dus geboden is, en dat is dat men zich afscheidt van de wereld en van de zonde.
Detmar en de Adresbeweging
Door de Afscheiding van de Herv. Kerk en door de opkomst van de Groninger richting in die Kerk waren de ogen van vele Gereformeerden opengegaan. In 1841 kreeg de roep om handhaving van de belijdenis een massaal karakter. Toen nam ds. B. Móorrees te Wijk het initiatief tot een handtekeningenaktie. Hij stelde een 'Adres' op dat door bijna 9000 lidmaten werd ondertekend en waarin aan de Algemene Synode werd verzocht dat zij 'de Gereformeerde Kerk herstelle op hare oude en vaste grondslagen, door het handhaven der Formulieren van Eenigheid, door het herstellen van het oude Formulier tot onderteekening van aankomende leeraars, en herziening der kerkelijke Reglementen en Verordeningen, teneinde dezelve in overeenstemming te brengen met Gods Woord en de Kerkenorde van Dordrecht’.
Onder de namen van de duizenden 'Adressanten' trof men slechts zes predikanten aan. Betekende dat dat alle andere predikanten in de Herv. Kerk voorstanders waren van de nieuwe koers van de Synode? In geen geval, maar lang niet alle Gereformeerde predikanten konden Moorrees volgen op zijn ingeslagen weg. Zo waren er die als volgt redeneerden: De Algemene Synode is niet uit de Kerk zelf opgekomen, maar haar door de Koning opgedrongen. Richt men zich nu toch tot deze Synode, dan erkent men haar wettigheid en haar bevoegdheid. Het enige dat gedaan kan worden is aan de Koning verzoeken deze onwettige Synode te ontbinden. Daarmee moet het herstel der Kerk beginnen. Anderen - en onder hen was ook Detmar - deden niet met de aktie mee omdat zij vreesden dat het toch allemaal op niets zou uitlopen. Reeds verschillende malen immers hadden 'waardige mannen beproefd de Synode ertoe te bewegen' terug te keren tot de belijdenis, maar telkens was het vruchteloos geweest; waarom het dan nu opnieuw geprobeerd?
Detmar schreef in datzelfde jaar 1841 een brochure, getiteld: 'Een eenvoudig, doch ernstig en getrouw woord aan mijne gereformeerde geloofsgenooten in ons vaderland. Geschreven na de lezing van het Adres en den uitnodigingsbrief tot vereeniging daarmede, van B. Moorrees'. In dat geschrift zette hij uiteen dat het Adres van ds. Moorrees en de zijnen wel goed bedoeld was, maar dat het hem niet vér genoeg ging omdat het de kwaal niet diep genoeg peilde. De oorzaak van het diepe verval der Kerk lag volgens hem niet allereerst bij de Synode, doch moest gezocht worden in de zonde van de gereformeerde belijders in de Kerk zelf.
Een jaar later schaarde Detmar zich toch aan de zijde van Moorrees. Wat was er gebeurd? De Synode had het Adres van Moorrees voor kennisgeving aangenomen, met de hooghartige opmerking dat de meeste ondertekenaars toch maar behoorden tot 'den minbeschaafden stand'. Bovendien bedreigde zij de predikanten die het Adres hadden opgesteld dat ze 'eene ernstige bestraffing' konden krijgen, daar de toon en de geest van het Adres voor de Synode beledigend waren...
Zo had de grootste beweging, door Moorrees op touw gezet, een smadelijke nederlaag geleden. Maar hij en zijn medestanders lieten het er niet bij zitten! Nieuwe adressen werden naar de Synode gezonden, 'van lidmaten, van kerkeraden • en ook van predikanten die tot dusver niet meegedaan hadden. Dat waren de twee dominees van Nijkerk, Callenbach en De Hoest, en verder ds. Eykman van Oosterwolde, ds. Sypkens van 's Grevelduin-Capelle en ds. Detmar van Ede. Zij verklaarden dat zij van hart'e instemden met de 'leerstellige gevoelens' van Moorrees, maar niet met zijn Adres van vorig jaar, hoewel ook zij herstel van de Gereformeerde Kerk vurig begeerden. Ook spraken zij hun waardering uit voor de Adressen van ds. Le Roy te Oude Tonge en van ds. Engels te Nieuwolda. Bovendien deden zij een krachtig appèl op de Synode om alsnog terug te keren tot de belijdenis der Kerk en zich daarover ondubbelzinnig uit te spreken.
Naar aanleiding van deze nieuwe adressen heeft de Synode-die er tóch wel, mee zat-de vage uitspraak gedaan dat de leer van de Hervormde Kerk die leer was 'die in haren aard'en geest het wezen en de hoofdzaak uitmaakt van de belijdenis der Hervormde Kerk'. Hiermee had de Synode haar mond voorbijgepraat, want nu had zij eindelijk toch verklaard dat de Hervormde Kerk een belijdenis had. En zij kon erop rekenen dat de vraag zou worden gesteld - en die vraag werd ook gesteld - wat voor een belijdenis dat dan wel was. Met andere woorden: wat verstaan moest worden onder die later zo berucht geworden formule: 'aard en geest, wezen en hoofdzaak’.
Detmar heeft de strijd over deze vraag niet lang meer meegemaakt, want twee jaar later overleed hij. Maar hij heeft mede de aanzet gegeven dat er over deze belangrijke vraag een discussie op gang kwam.
Detmar’s prediking
Overigens was de kerkelijke strijd niet Detmar's sterkste zijde. Hij had de belijdenis hartelijk lief en schaamde zich óok niet daarvoor uit te komen. Maar hij was er de man niet naar om 'de barricaden op' te gaan. Zijn kracht lag in het pastoraat, in de catechese en vooral in de prediking. En juist door zijn prediking heeft hij zich bij velen die hem hoorden, én bij velen die hem lazen, bemind gemaakt.
Reeds tijdens zijn leven, maar ook na zijn dood zijn verschillende prekenbundels van zijn hand verschenen. Zo bestaan er, behalve een prekenserie over het boek Esther, die hij gehouden heeft op winteravonden, en die dus meer het karakter van bijbellezingen hebben, ook bundels met 'vrije stoffen' die vele malen zijn herdrukt.
Het geheim van Detmar's prediking is zijn ongekunstelde eenvoud. Kort en zakelijk verklaart hij dé tekst of het schriftgedeelte om het daarna toe te passen, praktisch en op-deman-af. In de 'toepassing' onderscheidt hij - dat was nu eenmaal de preekmethode van velen in zijn tijd - steeds drie 'categorieën': onbekeerden, zoekenden en bevestigden. De onbekeerden worden met veel aandrang aangeraden hun wegen te verlaten en te komen tot Christus, Die de enige Weg tot God is. De zoekenden, die zo vaak twijfelen en heen en weer geslingerd worden, bestraft hij om hun ongeloof en wijst hij op .lezus' bloed en.Zijn gerechtigheid, en vaak bemoedigt hij hen ook hiermee, dat de Heere nooit zal laten varen wat Zijn hand begon. En Gods kinderen worden opgeroepen zich erover te verwonderen dat de Heere Zijn genade aan hen wilde verheerlijken en ook om voor Zijn Naam uit te komen en anderen voor de dienst van God te winnen.
Ter illustratie moge volgen een enkel citaat uit een preek over 2 Tim. 1 vers 12: 'Want ik weet in Wie ik geloofd heb'. Detmar zegt:
’Gij die zorgeloos op deugd en op plichten steunt, hoe ongelukkig zijt gij, het is alles ongenoegzaam buiten de verdiensten van Christus. Door het geloof, dat invloed op het hart moet hebben, is er slechts zahgheid te wachten. Ongelukkigen, wij hebben u aangetoond dat de gelovigen hier op aarde van hun zaligheid hiernamaals verzekerd kunnen zijn - nu vraag ik: wat is, zo gij in de zonde blijft, üw verzekering? O, die zal diep rampzalig zijn, want met alles, waarmee gij u hier gelukkig en zalig waant, zult gij omkomen. Ach, dat gij het inzaagt en uitgelokt werd door het geluk dat de gelovigen op vaste gronden in lijdzaamheid bezitten en verwachten. Jezus is in de hemel, omhels Hem met een waarachtig geloof. Hij is de gewiUige Zaligmaker om u te helpen. Hij nam gaven met Zich om uit te delen aan wederhorigen opdat ze bij Hem 'zouden wonen. Wendt u dan tot Hem en wordt behouden. Heden nog, want als de dood u overvalt-hij kan nabij zijn, wie weet-dan is het te laat. Vlucht dan tot Christus, in Hem biedt God u Zijn genade en Zijn hefde aan. Verlegen zielen, bedenkt wat wij u gezegd hebben, uw traagheid is de eerste oorzaak van uw onzekerheid. Gelooft en gij zult de heerlijkheid Gods zien. Laat Jezus niet los. Hij wil het goede werk in u begonnen voleindigen. Hij zal Zich aan u openbaren, nader openbaren, zoals Hij het niet doet aan de wereld. Bevestigde Christenen, sta naar verzekering,
rust niet op vroegere werken, maar tracht dagelijks uit de vruchten van uw geloof meer en meer verzekerd te worden.
Godvruchtigen! Bewondert uw voorrecht. Tracht door Jezus' kracht meer en meer aan de zonde te sterven. Vertroost u dat gij Zijn eigendom zijt, dat Jezus voor u Zijn Geest verwierf en dat die Geest, wat u ook tegenstaat, u leiden en u niet verlaten zal, en dat gij, door Hem geleid, eenmaal daar zult zijn, waar gij als Christus' eigendom, als Zijn Bruid, de Vrouw des Lams, in de grote Bruiloftszaal, geheel geestelijk, zonder vlek of rimpel, 'God zult verheerlijken en grootmaken, en een zaligheid zult genieten, welke het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben. Amen.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's