De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Letten op de kleine wolken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Letten op de kleine wolken

Schrijverstalent binnen de Gereformeerde Gezindte

9 minuten leestijd

Onlangs is overleden prof. dr. R. H. Rookmakers, hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam op het gebied van de kunst. Hij was nog niet geheel klaar met een boekje, dat thans (gereed gemaakt door een collega) is uitgekomen onder de titel 'Kunst... spreekt vanzelf.

De kunst is om zo te zeggen de spiegel van de tijd. Zo zegt Ropkmaker, dat de grote Reformatie van Luther en Calvijn in het begin van de zestiende eeuw een situatie van verwarring schiep, waarin men op zoek was naar nieuwe grondbeginselen en methoden. Maar-zo vervolgt hij - uit al wat in gehoorzaamheid aan de Heere, luisterend naar Zijn Woord gedaan werd, groeide een andere cultuur. 'De kunst uit de eerste helft van de 17e eeuw was in vele opzichten de vrucht hiervan; niet volmaakt, wel rijk. Musea over de gehele wereld hangen nog vol met werken uit die tijd’.

Godsdienstige herleving in een samenleving wordt zichtbaar in de producten der cultuur, in de kunst in de meest brede zin van het woord. Hetzelfde geldt voor godsdienstige neergang. Dan worden óók de producten der cultuur daardoor bepaald en niet zelden demonisch geïnfecteerd. Zien we daarvan in onze tijd niet de bizarre tekenen? Zien we dan echter tevens niet het gevaar, dat christenen zich terugtrekken op het individuele christelijke leven en zich niet meer bekreunen om de vraag hoe God ook in het bredere leven van cultuur en kunst geëerd en geprezen wordt? Of dat de echt geïnspireerde kunstenaar, die - om het óók met Rookmaker te zeggen - geen compromissen wenst te sluiten wat betreft zijn kunst, de steun van eigen omgeving, kerk en familie moet missen?

Wanneer Rookmaker deze dingen uitwerkt, dan doet hij dit naar de kant van de schilderkunst en de beeldeiide kunst (zijn eigen terrein) maar hij zegt in een voorwoord, dat dit alles ook geldt voor bijvoorbeeld de schrijver. En op dat punt wil ik in het vervolg graag doorgaan.

Uitdrukking van emoties

Een echte schrijver geeft in feite zijn innerlijk bloot. Wie gedreven wordt tot schrijven komt tot de hoogst individuele expressie van de hoogst individuele emoties. In het schrijven van een cjiristelijk schrijver komen zijn hele geestelijke bagage, zijn worstelingen, zijn crisissituaties, zijn 'uitreddingen' mee. Nu zijn er natuurlijk lagen als het gaat om schrijverstalent. Daar zijn schrijvers van eenvoudige verhalen, van streekromans, van familieromans, die niet méér bieden dan wat verstrooiing aan de mensen, diè hun boeken lezen. Maar er zijp ook schrijvers, dichters, die in wat ze schrijven een boodschap, dé boodschap mogen brengen in een hoogst persoon-, lijke toonzetting. En dan denk ik dat, naarmate het niveau hoger wordt en de gedachten oorspronkelijker zijn en daarin ook de existentiële worsteling dieper gaat, het gevaar van onbegrip, miskenning en isolering ook binnen de christelijke gemeente groter wordt.­

De Gereformeerde Gezindte is doorgaans arm geweest aan talenten als het gaat om schrijvers en dichters. Nu kan men zeggen - wat ooit mijn vroegere leraar Nederlands, de latere prof. dr. C. C. de Bruin placht te zeggen-dat de echte literaire talenten op preekstoelen hun uitlaat vinden. Maar dat is natuurlijk maar, ten dele waar. Zou er nl. ook niet sprake kunnen zijn van bewuste of onbewuste onderdrukking van talent vanwege het gevaar misverstaan te worden? Nu denk ik, dat echte inspiratie zich nie? t laat terughouden. Maar het zou ook wel eens kunnen zijn, dat inspiratie haar neerslag krijgt in stukken proza of in gedichten zónder dat het ooit naar buiten komt. Daarin kan iets goeds zitten als het gaat om een rijpingsproces maar het zal toch een keer naar buiten moeten komen.

Een tekenend verhaal is wat Rookmaker vertelt over de grote Japanse schilder en maker van houtsneden, Hokussai, die omstreeks 1800 leefde. Rookmaker zegt:

'Iemand vroeg hem eens een haan voor hem te schilderen. Hij zei: 'Okee, kom over een week maar terug.' Toen de man kwam vroeg hij om uitstel; nog twee weken. Toen nog eens twee maanden, toen een halfjaar. Na driejaar was de man zo boos dat hij weigerde nog langer te wachten. Toen zei Hokusai dat hij het op staande voet kon krijgen. Hij pakte zijn penseel en papier en schilderde een mooie haan in een mum van tijd. Toen was de man pas goed kwaad. Waarom heb je me jaren laten wachten als je het in zo' n korte tijd doen kunt? 'U begijpt het verkeerd, ' zei Hokusai, 'ga maar eens mee.' En hij nam de man mee naar zijn studio en liet hem de muren zien die allemaal bedekt waren met schilderijen van hanen die hij de afgelopen drie jaar gemaakt had. Het meesterwerk was het gevolg hiervan.

Dit verhaal wil natuurlijk niet zeggen dat we de mensen maar mogen laten wachten en dat ' we ons niet aan onze beloften hoeven te houden. De les is dat zelfs improvisatie en de zogenaamde spontane prestaties alleen-het resultaat kunnen zijn van hard werken. Geen kunstenaar zal ooit de top bereiken als hij zijn dag niet begint met repeteren, een schilder met een paar uur schilderen, een musicus met studeren. Talant alleen is niet genoeg.’

Erger wordt het als de directe omgeving voqr een schrijver een rem gaat betekenen zodat hij zijn pen in de houder gaat doen of op z'n minst belemjiperd wordt te schrijven.

Concreet

Ik wil dit graag wat concretiseren. Zoals gezegd is de Gereformeerde Gezindte niet rijk aan schrijverstalent. Toch zijn er die uitkomen, duidelijk uitkomen boven het niveau van de alledaagse schrijver van boekjfes en verzen. Mensen, die een duidelijke boodschap brengen, doortrokken van (de worsteling om het echt) gereformeerd leven, doortrokken ook v^n léven. Onder hen zou ik willen rekenen Cornelis Lambregtse en drs. E. Hofman, schrijvers van wie enkele boeken langer tijd en korter tijd op bespreking liggen te wachten. Lambregtse, al jaren wonend in Grand Rapids, debuteerde enige jaren geleden met zijn boek 'In Zijn arm de lammeren', een boek dat niet alleen geprezen werd om de oorspronkelijkheid, waarmee in onvervalst Zeeuws dialect het zieleleven van de jonggestorven Fransje werd blootgelegd, waarin het hele mystieke, bevindelijke leven waarbij de schrijver opgroeide meekwam, maar een boek dat door de warmte en echtheid ook een groot lezerspubliek kreeg. Een oplage van 50.000 exemp laren i s niet niets. Met h et tweede boek, Het scharlaken koord, ging het anders. Werd het eerste boek in bepaalde kring al kritisch bejegend, het tweede boek werd in verschillende bladen weggeschreven, om het loutere feit dat Lambregtse een zekere openhartigheid . (zij het zeer bepaald een milde) aan de dag legde ten aanzien van ontluikend lief de leven, waarbij hij de zonde niet ongenoemd liet maar waarbij hij het alles ook uit liet lopen op het scharlaken koord van Gods erbarmen.

Van Lambregtse verscheen nu een nieuwe bundel 'Onderweg opgetekend', een bundel, die behalve enkele verzen eveneens stukken poëtisch proza bevat, waarin de schrijver zijn gevoelens verwoordt, over alledaagse en niet alledaagse dingen (hiernaast plaatsen we een stukje over de bevindingen).

Drs. Hofman debuteerde met een dichtbundel, noem het liever poëtisch proza, waarin hij een stuk onderhuidse spanning in het kerkgenootschap, waarin hij ouderling was (de Geref. Gemeenten) boven de oppervlakte bracht. Het komt over als de uiting'van een geprangd gemoed, dichterlijk verwoord. Maar intussen werd het daardoor de inzet van een stuk innerlijke strijd. Deze bundel, Voortbestaan, is intussen uitverkocht. Maar thans verscheen een tweede bundel, getiteld 'Griffels op de Rots', een bundel die duidelijk voortborduurt op het eerste thema. Men hoort er de nagalm in van de strijd, die er was, al is dat niet het enige. Me dunkt dat elk van deze uitgaven op eigen aard, inhoud en vormgeving beoordeeld zullen moeten worden, al valt te vrezen dat dat niet overal het geval zal zijn.

Te betreuren

Het zou te betreuren zijn wanneer deze schrijvers, vanwege bepaalde kritiek hun talenten verbergen, hun harp aan de wilgen zouden hangen. Het zou te ver gaan h en als li teratoren te duiden, al kan men zich afvragen wat in onze tijd de norm wel mag zijn om literator genoemd te mogen worden. Maar op z'n minst vertolken zij op eigen en oorspronkelijke I wijze hun gedachten, waarbij zij tonen te kunnen schrijven en ik denk ook te moeten schrijven.

Dat verhindert mij niet te zeggen dat, gegeven het feit dat een schrijver van literatuur al bloot staat aan het gevaar van miskenning in eigen kring, hijzelf ook 'tijd en wijze' zal moeten weten. Lambregtse heeft zich in zijn boek 'Het scharlaken Koord' op enkele punten wellicht wat kwetsbaar gemaakt. Dat verhindert mij echter niet te zeggen, dat zijn boeken de warme gloed van een autenthieke bevindelijkheid uitstralen. Zó heb ik hem ook mogen ontmoeten en zó is hij op z'n best.

Wat drs. E. Hofman betreft, men kan zich afvragen of men debuteren moet met een bundel, waarin zó sterk een stukje binnenkerkelijke problematiek en strijd centraal staat. Doodzwijgen of wegschrijven kunnen dan het gevolg zijn. Maar hij spreekt aan in zijn hunkering naar een nieuwe Reformatie, een hunkering, die in het hoofdstuk 'uitzicht' van de bundel Voortbestaan, hartstochtelijk wordt verwoord, een nieuwe reformatie, 'die in die hunkering in heimwee naderbij gehaald, verwacht en al haast gezien wordt.

^ ^ ^ Ik denk toch dat we op deze talenten zuinig moeten zijn. Onze tijd geeft juist in de literatuur een enorme verloedering te zien. DanTs het een voorrecht als er nog schrijvers opstaan, die enerzijds geen compromissen willen sluiten met de tijdgeest, om toch nog maar 'aan de bak' te komen en anderzijds ook geen knieval maken voor de volksgeest, al zal ook voor hen de liefde grote norm moeten zijn die de smaak van hun werk bepaalt.

Vier werkwoorden

Prof. Rookmaker gebruikt in zijn boek vier werkwoorden voor de kunstenaar: ween, bid, denk en werk. Wenen om dehuidigesituatie. Bidden in de wetenschap, dat we de dingen niet zélf kunnen veranderen. Denken, doordenken waar en hóé we moeten beginnen. En dan: met volharding werden, doen. Er bestaat geen reformatie zonder theologische vernieu-' wing', zegt Rookmaker. God geve echter ook een reformatie mét vernieuwing in de kunst, ook in dé literatuur. Wolkjes als eens mans hand kunnen intussen de voorbode zijn van de grote regen.

V. d. G.

H. R. Rookmaker:

Kunst spreekt vanzelf; uitgave Oosterbaan en Ie Cointre, Goes, 59 pagina's, ƒ 4, 90. E. Hofman:

Voortbestaan; Uitgave de Vuurbaak, Groningen, 59 pagina's, ƒ 7, 90. E. Hofman:

Griffels op de rots; Uitgave de Vuurbaak, Groningen, 53 pagina's, ƒ 10, 50. C. Lambregtse:

Het Scharlaken koord; Uitgave T. Wever, Franeker, 252 pagina's, ƒ 19, 50. C. Lambregtse:

Onderweg Opgetekend;

Uitgave J. H. Kok, Kampen, 60 pagina's, ƒ, 9, 25.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Letten op de kleine wolken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's