In aanraking brengen met het Evangelie
De plaats van het jeugdevangelisatiewerk in de gemeente (4)
Welke jongeren?
In het 2de en 3de artikel stond de'\vraag centraal hoe wij jongeren kunnen bewaren bij het Evangelie en bewaren bij de kerk. In dit artikel gaat het om de vraag of het nodig is, dat we Jongeren in aanraking brengen met het Evangelie.
In het jeugdevangelisatiewerk willen we het Evangelie brengen aan die jongeren, die deze blijde boodschap !nog niet' gehoord hebben^of 'niet mee.r' willen horen. Het gaat om beide groepen jongeren.
Een paar jaar geleden kon men mij nauwelijks 'wijs maken', dat erin ons land jongeren zijn, voor wie de naam van God nietszeggend is, voor wie de Bijbel helemaal een gesloten boek is gebleven of geworden. Maarzij zijn er en zij komen er steeds meer.
Samengevat kunnen we zeggen dat het > gaat om jongeren:
- die in hun jeugd nooiï met het Evangelie, de Bijbel, de kerk in aanraking zijn geweest. - die geleidelijk (met hun ouders) buiten de kerk zijn gekomen.
- die bewust de kerk/het geloof de rug hebben toegekeerd.
Wat zijn dat voor jongeren?
Ik weet niet aan wat voor 'soort' jongeren u denkt. Misschien hebt u een beeld voor ogen van die jóngeren, die de bezoek(st)ers zijn van de kroegen, bars, dancings enz. Of van jongeren, die verslaafd zijn aan de drugs. Of van hen, voor wie u de neus ophaalt vanwege hun haardracht, hun kleding enz. Die kunnen er allemaal bij zijn. Maar misschien vergeet u die nette jongen of dat nette meisje, dat nog wel in de kerk zit, maar het Woord van God alleen • rn^ar aanhoort. Dat er 's morgens nog wel is, maar 's avonds in de dancing zit. Zonder dat u het weet!
Wat zijn dat voor jongeren, die wij (opnieuw) in aanraking willen brengen met het Evangelie? Er zijn al heel wat ken-merken van hen gegeven.
Het zijn jongeren, die weten van hopeloosheid, zinloosheid, eenzaamheid, onverschilligheid, verveling, leegheid, vri j-blij vend, uitzichtloosheid, teleurstelling, onvrede. Of van: mondigheid, vrijheid, geloof in eigen kunnen. De een weet er meer van, de ander minder! Zeggen deze kernwoorden ü iets? Herkent u er ook iets van als u om u heen kijkt?
Wie zitten er achter?
’Het is goed om te proberen om achter deze typeringen weer de jongen of het meisje zélf te ontdekken. Hoe zit het met het leven van deze jongeren zelf? Wat betekenen deze kenmerken?
Hopeloosheid. Dat wil zeggen dat iemand 'zonder hoop is. Loos. Leeg. Dat er heel wat mis is, omdat er zoveel gemist ^ordt. Veel jongeren (denkt u eens aan de zelfmoord 'cijfers') ervaren het leven hoogstens als één grote puinhoop.
Zinloosheid. Dat wil zeggen dat zij de zin van het leven kwijt zijn. Hun leven heeft geen zin (meer). En zij hebben geen zin (meer) om te • leven. Ze maken misschien nog wel veel 'leven' , maar de drukte kan de leegte verbergen. Ze hebben misschien nog wel een volle maag, maar in ieder geval een leeg hart. Anderen zijn weer vol van zichzelf, en daardoor leeg!
Vrij-heid. Dat betekent, dat zij vrij willen wórden, willen zijn en blijven. Maar tegelijk zijn ze gebonden. Zitten ze gebonden aan heel hun hebben ép houden. Zijn ze gebonden aan de macht van de zonde. Zonde! Zonder God. Maar mét hun eigen 'god'. Ze voelen zich een heel mens, maar ze zijn nog geen half mens. Ze zijn niet echt mens, omdat ze niet 'heel' gemaakt zijn door Gods Geest. In alle vrijblijvend-heid zitten ze toch vaak in de knoop. Zo kan ik doorgaan. Ik gaf maar even iets aan van wat er achter een woord, een kenmerk A: a«. zitten.
Komt u met hen in aanraking?
’Zij’. Maar wie zijn die 'zij', die hierboven bedoeld worden? Kent u zo'n jongen, zo’n
meisje met één van de bovenstaande 'kenmerken'? Hoe is uw houding tegenover hen? Komt u wel eens met hen in aanraking? En bent u door hun manier van leven geraakt of schuwt u hen, mijdt u hen? Vindt u, dat ze het zelf maar moeten uitzoeken? Kijkt u alleen maar nair de buitenkant? Maar dat is vaak een masker. En een masker is schijn! Onecht!
Het is ook mogelijk dat u niet goed weet wat u met hen aanmoet. Dat u met uw houding niet goed raad weet. 'Zij' zijn zó anders...
Toch mogen we deze jongeren niet loslaten, omdat ze 'los' geslagen zijn. Wat dan wel? Wel, ook voor hen hebben wij toch een boodschap! We weten toch beter. We hebben toch Gods Woord. Gods Woord, dat vertelt van hoop voor hopelozen. God heeft toch een antwoord op de zinloosheid gegeven! We mogen het jongeren vertellen, dat zij niet vrij zijn, als zegebonden zitten aan de machten van welke zonden dan ook. Maar dat ze dan pas werkelijk vrij zijn, als ze verbonden zijn met Jezus Christus! We moeten het hen zeggen, dat zij door de zonde steeds meer in de knoop komen. Maar dat de zonde ook een knoop is, die God alleen kan ontwarren, kan losmaken.
Het gaat er om, dat wij niet zomaar enkele oplossingen aandragen, maar dat ook deze jongeren zelf verlost worden door het bloed van het Lam. Omdat wij déze boodschap mogen kennen uit Gods Woord, mogen we niet doen alsof deze jongeren ons niets-zeggen. Omdat déze jongeren ook in aanraking met déze boodschap moeten komen, moeten wij in aanraking met hen komen. God wil ons als zijn instrumenten gebruiken!
Bedenkt u dan - gelooft u dan - -'dat géén mens er voor God te' hopeloos aan toe kan zijn. Beseft u, hoe hard ook deze jongeren Christus nodig hebben! Beseft u ook, hoe zeer u en ik Christus nodig hebben! Elke dag opnieuw. Hoe ook wij steeds weer van genade, van vergeving moeten leven. Die kennis zal ons mild maken. Niet in ons oordeel over de zonde. Wel in het veroordelen van de zondaar!
Jezus gaat ons hierin voor...
Toen Jezus de scharen zag, werd Hij innerlijk met ontferming bewogen over hen, omdat ze vermoeid en verstrooid waren, gelijk schapen die geen herder hebben. Daarin is Jezus ons voorgegaan. Hij was bewogen met mensen die rond doolden. Hij is ook nu nog bewogen met jongeren, die zijn als schapen zonder herder. Maak Hij heeft ook opdracht gegeven om in beweging te komen: 'Bidt dan de Heere van de oogst, dat Hij arbeiders in zijn oogst uitzende’.
In navolging, in gehoorzaamheid mogen wij die opdracht vervullen. Als gemeente, als gemeentelid. In de Bijbel lezen we op veel plaatsen over deze c^dracht. Wij worden opgeroepen om vissers van mensen te zijn. Wij zijn - als discipelen - het zout der aarde en het licht der wereld. God Zelf is de zendende God. De zoekende God. Hij zond Zijn Zoon. Zo lief heeft God de wereld gehad. Jezus zegt: 'Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend ik u.’
Wanheer u meer wiltlezen over wat de Bijbel ons zegt over deze opdracht tot getuigen, leest u dan het dit jaar verschenen boekje 'Komen en gaan', zicht op de zending. Een uitgave van de G.Z.B, en I.Z.B. Hierin vindt u een schat van gegevens hierover.
Geen verloren zaak
Zo bezien is jeugdevangelisatiewerk geen verloren zaak. Geen onbegonnen werk. God Zelf heeft het begin gemaakt om mensen in hun verlorenheid op te zoeken. Het betekent voor u en mij, dat wij met elkaar, in navolging van Hem, gaan zoeken naar mogelijkheden om de verlorenen te vinden. Het is ten diepste een geloofs-z& ak. Het gaat niet om het 'geloof' in eigen spreken, om het 'geloof' in eigen methode. In het getuigenis mag het niet gaan om het 'optuigen' van onszelf óf om het 'aftuigen' van anderen.
In de bijbel is getuigen in de eerste plaats Gods werk. De zendende God is de getuigende God. Hij heeft het initiatief genomen voor uw en mijn redding. Ook voor de redding van al die jongeren.
De vraag is of wij het niet kunnen 'laten om te spreken hetgeen wij gezien en gehoord hebben'. Dan zal het in het getuigen niet om onszelf gaan. Want dan is het een verloren zaak... Het gaat er niet om, dat wij vertellen wat wij allemaal voor God doen, maar om wat God voor óns heeft gedaan.
Zo gezien bestaan er voor God geen 'hopeloze gevallen'. Laten wij daarom ook niet mensen afschrijven, aan wie God zijn liefdesbrief-de Bijbel - schrijft! Laten we hun leven niet als af-gedaan beschouwen. Maar laten we in beweging komen. Laten we als gemeente die jongeren, die 'los'-geslagen zijn 'vast' bidden. Geven we het bidden niet al te vlug op? Onderzoek u zelf of u ook die bewogenheid kent met jongeren die dreigen verloren te gaan. Of u in beweging komt - biddend en werkend - , óf dat het heden én de toekomst van al die jongeren u koud laat. God zoekt afgedwaalde mensen, om hen bij Hem terug te brengen! U ook?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's