De Geestelijke achtergrond van Aantjes
In het persoonlijke drama', dat zich rondom de heer Aantjes voltrekt, heb ik geen enkele behoefte stenen aan te dragen, die naar hem geworpen kunnen worden. Wel raakte hij mij emotioneel toen Aantjes zijn eigeiï achtergrond zo nadrukkelijk betrok bij wat nu aan het licht komt, want de kring waarover hij spreekt is ook de mijne. Sindsdien staan de kranten bol van die achtergrond. De vraag kwam op me af: is deze verwijzing van de heer Aantjes terecht? Daarover wil ik zo openhartig mogelijk iets zeggen.
Openhartig naar twee kanten, naar de kring waaruit de heer Aantjes komt en waarvan hij blijkens allerlei interviews toch in'zekere zin is afgegroeid; maar ook naar de kant van de heer Aantjes, daar waar hij mijns inziens te veel suggereert, ook al besef ik, dat de wijze waarop iemand zijn eigen achtergrond verwerkt, van beslissende betekenis voor het hele leven zijn kan.
Begrip
Als ik probeer te begrijpen wat Aantjes bedoelt met zijn afkomst, die min of meer bepalend zou zijn voor de fouten, die hij maakte, dan zal hij bedoelen, dat er in de rechterflank van de gereformeerde gezindte symptomen waren van aanvaarding van de situatie, die met de Duitse bezetting over ons gekomen was. Ik vind in dit verband de vraag thans van minder belang of dat in andere kringen in dezelfde mate of in meerdere of mindere mate aanwezig was. Feit is, dat prof. dr. H. Visscher, ooit een voorman, zij het een lastige en wispelturige, binnen de gereformeerde bond in de hervormde kerk maar ook in de ARP, in de oorlogsjaren pro-Duits, want anti-Engels was. In een dubieus boek van hem in de oorlogsjaren De ondergang van de republiek der verenigde Nederlanden, verwijst Visscher - schrik niet - naar een gesprek met Abraham Kuyper in diens studeerkamer, waarin Abraham de Geweldige profetisch had voorspeld, dat de redding van Europa in de ontreddering der geesten van de kant van Duitsland zou komen. Maar ik weet niet of Aantjes dit bedoelt met het verleden als het gaat om zijn gang in de oorlogsjaren. Want dan moet ik wel zeggen: de aanhang van Visscher was in de oorlogsjaren miniem.
Er is echter ook een andere kant. Er was in de rechterflank van de gereformeerde gezindte - met name in een bepaalde vleugel van de SGP onder leiding van ds. G. H. Kersten (voor wie het niet weet, voorman in de gereformeerde gemeenten) - ook een houding van berusting, vanwege het oordeel Gods dat over ons land gekomen was. Diep ingekerfd staat in mijn leven die bewuste zondag, dat in Ridderkerk de plaatselijke predikant van de Gereformeerde Gemeenten (nu uitgetreden), de mannelijke lidmaten van de gemeente opriep om naar Duitsland te gaan.
om aan de oproep van de Duitsers dienaangaande, gehoor te geven. Mijn vader ging óók. Ik bracht hem - als zevenjarige jongen - z'n Bijbel na, toen hij in een bakkerskar naar het Feyenoordstadion getransporteerd werd. De baby, die mijn moeder kreeg en die zestien dagen geleefd heeft, heeft hij nooit gezien. (Later is hij grotendeels te voet naar huis komen vluchten.) Maar de dominee bleef zélf thuis. Een bittere ervaritig, om razend van te worden! Daarom steek ik niet - zoals het Reformatorisch Dagblad dezer dagen op ontoelaatbare wijze deed-tien beschuldigende vingers naar de heer Aantjes uit, zonder er één in verootmoediging uit te steken naar de.kring, waarin het Reformatorisch Dagblad zelf wortelt . Want het i s waar, zo waren' er'. Ook in de kring van de gereformeerde bond, al was het een randverschijnsel. Jk zeg niet, zo waren ze. Daarover straks.
Maar er is reden om met beschaamdheid terug te denken aan symptomen in de rechterflank van de Gereformeerde Gezindte, waardoor niet overal het nazibeest in zijn ware aard werd onderkend en bestreden.
En dan helpt mij niet het feit, dat dit ook in andere kringen voorkwam. Waar het in de kring, waartoe ik van harte behoor, vóórkwam daar besef ik dat er sprake is van schuld. Daarom schreef ik ooit prof. dr. L. de Jong een'brief naar aanleiding van het feit, dat hij in zijn geschiedschrijving van de Tweede Wereldoorlog prof. dr. H. Visscher ten onrechte in de Gereformeerde Kerken plaatste en niet in de Gereformeerde Bond.
De andere kant
Maar nu ook de andere kant, naar de heer Aantjes zelf. Ik begin met een persoonlijke opmerking. Als ik ergens fout ga, hoe 'verklaarbaar' ook, dan is de schuld niet af te wentelen op de omgeving. Schuld moetje niet verklaarbaar en zo aanvaardbaar maken. Schuld is schuld, hoogst persoonlijk. En dan is ook genade genade, hoogstpersoonlijk. Als ik mijn verleden bezie dan kom ik bij een boom terecht waarvan een vrouwenhand een verboden vrucht plukte, maar dan kom ik ook bij een paal terecht met een dwarsbalk, waaraan een Man hing, plaatsvervangend. Zo kunnen Aantjes en ik, ik en Aantjes naast elkaar gaan staan. Dat is beter dan een beschuldigende vinger naar de ander, naar de omgeving, naar eigen achtergrond uit te steken.
Maar wat zijn verder de feiten. Prof. dr. H. Visscher, die zich pfo-Duits bekende, ging in' de oorlogsjaren een eenzame weg. Roerde hij voor de oorlog geducht de trom in het meSe do.or hem geredigeerde, in gereformeerde bondskring verschijnende Gereformeerde Weekblad (hij schreef daarin enkele bedenkelijke artikelen over het anti-semitisme), in de oorlog werd hij aan de kant gezet. En toen hij stierf restte er slechts een kort memoriam in het Gereformeerd Weekblad (van ds. 1. Kievit te Baarn) en in het officiële bondsorgaan De Waarheidsvriend (van de voorzitter van de G.B., prof. dr, J. Severijn), waarin tot uiting werd gebracht, waaróm men Visscher, in zijn gang in de oorlog moest loslaten. Alle organen en organisaties binnen de gereformeerde bond waren zuiver op de graat. Prof. dr. J. Severijn, de voorzitter van de bond (en Aantjes heeft zich nogal eens of) hem'beroepen in verband met 'de zedelijke draagkracht van het volk') liet geen onzeker geluid horen. En zo was het met de Gereformeerde Bond als gehéél. Wél vraag ik mij af of het besef van het oordeel, dat over ons kwam, verbórgem niet meer uitwerking had dan vaak wordt toegegeven. Grote stimulansen tot daadwerkelijk verzet in ondergrondse bewegingen zijn er te weinig geweest, ook al staat daar weer tegenover, dat velen bijvoorbeeld ook Joden hebben gehuisvest.
Bleskensgraaf
In de berichten en interviews wordt het alles toegespitst op Bleskensgraaf. Nu is Bleskensgraaf altijd een gemeente geweest waar de politieke kleur van de aan te trekken kerkeraadsleden en van de te beroepen dominees een punt van groot gewicht was: ARP of SGP. Maar wat zegt dit? In de oorlogsjaren had Bleskensgraaf ds. J. van Sliedregt als predikant, een AR-man, onverdacht anti-Duits. Bovendien, als het gaat om de SGP, daarin stonden tegenover elkaar als het ging om de gezindheid in de Duitse kwestie de (hervormde) ds. P. Zandt en de Gereformeerde Gemeenten-predikant ds. G. H. Kersten. Om elk misverstand overigens weg te nemen, óók van de Gereformeerde .Gemeenten en aanverwante kringen geldt niet: zo waren ze. Bekend is de moedige houding van Ds. Bel (Geref. Gemeenten) en ds. J. van der Poel (Oud-Gereformeerde Gemeenten) in het verzet. En zo waren er ook binnen de Geref. Bond. Maar bovendien er is geen enkele aanleiding te veronderstellen dat de - gemakshalve genoemde - gereformeerde bondsgemeenten, dus ook Bleskensgraaf niet, stimuleerden tot een dubieuze houding ten aanzien van de Duitsers. Integendeel de Oranje-gezindheid was buiten kijf (die is trouwens tot heden in deze kring buiten kijf, meer dan in veel andere kringen).
Daarom neem ik graag Bleskensgraaf in bescherming tégen de beschuldiging die Aantjes ten aanzien van zijn achtergrond uit. Ik heb er geen twijfel over laten bestaan dat ik elke neiging, die tot een dubieuze houding in 'onze' kring leidde met schaamte betreur. Maar ook in Bleskensgraaf is gebeden voor onze Koningin in die tijd en ook in Bleskensgraaf zijn in 1945 hartelijk de psalmen van bevrijding gezongen.
Solidair
Ik eindig met nog eens naast Aantjes te gaan staan. Ik houd het erop dat hij in het telkens noemen van zijn verleden blijk ervan geeft er niet los van te zijn. Dan ervaar ik een stuk solidariteit in de schuld. Daarom is de beschuldigende vinger niet het eerste en het laatste binnen de christelijke gemeente. Ook in deze benarde dagen die voor de christelijke politiek zo hachelijk zijn, zal de kracht blijken van een biddende gemeente die weet van genade, die groter is dan schuld. Aantjes is niet mijn 'politieke vriend geweest maar wél zijn we in de kerk met elkaar verbonden. Laten we maar samen proberen het positieve, dat ons beider verleden ons gaf, positief te verwerken. Want dat was wel veel, namelijk het diepe besef, dat God rechtvaardig oordeelt maar ook rijk is in barmhartigheden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's