’Van kind tot kind’
’Het zaad zal Hem dienen; het zal den Heere aangeschreven worden tot in geslachten’. Psalm 22: -31
Mooie woorden. Maar wat zié je ervan? Ik hoor mijn kind zeggen: Wie Ik zal dienen, dat zoek ik zélf uit. Ik ben oud en wijs genoeg. Ik maak de.dienst uit. Dienen? Kom nou! Vrijzijn! 't Is mens-onwaardig iemand boven je te hebben.
De kerk heeft zich in haar bewoordingen aan het (moderne) denken aangepast en spreekt veelal niet (meer) van 'deHeere dienen', maar van 'Gods partner-zijn'. Wij zijn toch mondig.
Voor we 't weten, hebben we van de tekst een vraag gemaakt: 'Zal het zaad (nakroost) de Heere dienen? '' We houden immers öns hart vast. Inmiddels doen we behoorlijk aan Schriftkritiek.
De een zet op eigen houtje een vraagteken, ~ waar de Heilige Geest een uitroepteken plaatst; de ander schrapt het woord 'dienen'. 'Er staat geschreven'.
Wie zei dat? De Heere Jezus! Tot de satan, die God de dienst heeft opgezegd; tot de duivel; die ons wil meelokken of - sleuren, opdat wij de Heere niet dienen. De Heiland zei: 'Ga wég, satan, want er staat geschreven: de Heere, uw God zult gij aanbidden en Hem alleen dienen'.
Wij maken een knieval voor de duivel, wanneer we de tekst niet ernstig nemen en onze God niet voluit voor waarachtig houden in déze belofte: 'Het zaad zal Hem dienen'.
Zal! Belofte (eed) van de God der Waarheid. Hij staat er Borg voor en draagt er zorg voor dat er 'een volk is tot Zijn dienst bereid'.
Ook vandaag. Hoe bestaat het?
Zingt u psalm 100 maar: 'Want goedertieren is de Heer, Zijn goedheid eindigt nimmermeer; Zijn trouw en waarheid houdt haar kracht tot in het laatste nageslacht'.
We geven niet hoog op van onszelf en ons kroost, maar van de Héére! Hij spreekt en het Is er: 'Het zaad zal Hem dienen'.
'Dienen' herinnert ons aan het boek Exodus. De Heere zegt tot de Farao die Israël dienstbaar gemaakt heeft aan zich: 'Laat Mijn volk trekken, opdat het Mij diene'. Farao kan doen wat hij wil, de uittocht komt op gang. God wil en zal gediend worden overeenkomstig Zijn Heilige Wet:
’Ik ben de Heere, uw God...; gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben, gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen...’
’Dienen' is liefhebben. Ons Doopsformulier zegt: 'deHeere aanhangen met waarachtig geloof, vaste hoop en vurige liefde’.
Zonder die liefde zijn we slaaf, dwangarbeider. Al zeggen we honderdmaal: Ik ben toch zeker vrij om...
De Heere dienen, is geen kwestie van dwang. Graag of niet. Jozua zegt tot Israël: 'Kiest u heden, wien gij dienen zult. Aangaande mij en mijn huis, wij zullen de Heere dienen'. De Heere bevrijdt tot dienst! 'Laat Mijn volk trekken, opdat het Mij diene". Goed, zegtTarao, maar de jonge mensen blijven hier. Daar komt niets van in, zegt Mozes, 'wij zullen gaan met onze jonge en met onze oude mensen, met onze zonen en met onze dochters’.
Farao voelt er niets voor, maar de Heere slaat hem zó lang tot hij zegt: 'Gaat heen, dient den Heere. Oók zullen uw kinderen met u gaan'. Zó wil de Heere het naar de aard van Zijn Verbond: jong en oud. De jongeren zullen de plaats van de ouderen innemen.
Onze geloofsbelijdenis noemt de duivel 'de helse Farao'. Hij heeft het vooral op onze jongeren gemunt. Maar ook nu zegt de Heere: 'Laat Mijn volk trekken'.
Hoog bevel van de Heer' der heren. Ik wil en zij zullen.
Tussen de belofte en de vervulling kan er echter heel wat gebeuren. Zie Israël in Egypte. De slavernij wordt al erger. Let op de strijd in psalm 22, de worsteling die aan de tekst . vooraf gaat.
Wat blijkt er van Gods beloften? Kinderen van de gemeente van Christus zijn slaaf, verslaafd. En wat zijn we anders van huis uit? Spanningen nemen toe binnen de kerk. Almeer komt het aan op de dienst van de Heere. In het laatste bijbelboek staat dienst tegenover dienst, Christus tegenover de antichrist, teken tegen teken.
Er op of er onder. Wat zal er van ons en ons nageslacht worden?
Hoor wat de Geest tot de gemeenten zegt. Dat is niet: weeg uw kansen af. Niet: observeer uw kinderen. Observeer en concludeer: goed of niet goed. Hoor! 'Het zaad zal Hem dienen'.
’Wij hebben het profetisch woord, dat zeer vast is en gij doet wel dat gij daarop acht hebt
als op een licht, schijnende in een duistere plaats'. De Heere dienen is vandaag even onmogelijk als voor Israël in Egypte. Nochtans! Hier staat geen vrome wens: mocht het zaad nog eens...
Nee. De Heere laat Zijn rechten gelden. Dat is moedgevend.
Anderzijds valt daar niet mee te spelen. Er is een keerzijde. 'Bindt ze handen en voeten'. Resultaat van vermeende vrijheid. Dienstweigeraars worden afgestraft. De Heere heeft een vrijwillig volk op de dag van Zijn heerkracht, de kracht van dit woord des Geestes; 'Het zaad zal Hem dienen'.
Het tweede lid van vers 31 mogen we ook zó lezen: 'Er zal van de Heere verteld worden aan, het nageslacht'. Of: '(het zaad) zegt zijn na-[ geslacht wie de Heere is'. Hoe kan dat, als het niet gehoord is? 'Dienen' leren onze kinderen thuis, als 't goed is. Is aan ons te merken wat de Heere ons waard is? Een kind heeft zó door wie u dient. Vertellen wij wie 'de Heere' is? De 'Adonai'! Hij gebiedt. Zijn grote daden worden verkondigd. De God van Abraham en de God van Izak en de God van Jakob heeft
verlossend ingegrepen in Egypte. 'Er zal van deHeere verteld worden'. 'Ik zal uw NAAM vertellen: in het midden der gemeente zal ik U prijzen' (vs. 23). De NAAM, Die God aan Mozes, juist in verband met en met het oog op de uittocht openbaarde: 'Ik zal zijn die Ik zijn zal’.
Calvijni'De weldaden van God zijn zó groot dat de herinnering daaraan bij de nakomelingen nooit uit te'roeien is. (...) Het zaad, waardoor de vreze Gods wordt instand gehouden, is de vrucht van het onvergankelijke zaad van het Woord van God. God verwekt door geen ander middel de Kerk en breidt haar uit dan door Zijn Wóórd’.
Ook dit Woord, de belofte van onze trouwe God: 'Het zaad zal Hem diengn'. 'Het zaad': 'Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u en tussen uw zaad na u in fiun geslachten...'(Gen. 17).
’En in uw zaaid zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden'. Paulus schrijft: 'De Heere zegt niet 'en den zaden' (meervoud), maar 'zaad' (enkelvoud). En dat is Christus!”
’Het zaad zal Hem dienen'. Dit woord is aan en in Christus vervuld. Psalm 22 is vol van Christus, Zijn lijden, roepen, dienen, sterven en opstaan.
Zijn leven was dienen. God en de naaste. Zonder zonde.
En tóch: 'Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten? '
In onze plaats. Vóór ons én onze kinderen. Borg voor de schuld. Gestraft in de plaats van dienstweigeraars.
De elofte van de tekst ligt vast in Zijn dood en opstanding en de Heilige Geest eigent toe ' wat we in Christus hebben'.
Jezus is 'tot zonde' gemaakt om slaven van de zonde vrij te kopen.
Niets was Hem te veel. Hij hoopte op de belofte: 'Als Zijn ziel zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zal Hij zaad(!) zien'.
Aan die voorwaarde is voldaan. 'Het is volbracht!' Er is betaald en nu zal er worden
geleverd.
Zij komen aan door 't goddelijk licht geleid. Omdat Hij het volbracht heaft.
Door de diepte van de godverlatenheid en de angst van de hel heen, heeft Jezus de belofte in Zijn hart bewaard en erop gehoopt. Hij is niet beschaamd, trots alle spot en aanvechting: 'Hij heeft het op de Heere gewenteld' (vs.9). Getrouw is Hij gebleken en gebleven, tot in de dood.
Hij heeft Zijn Vader de dienst niet opgezegd. 'Het zaad zal Hem dienen, er zal van deHeere verteld worden'.
Zijn gerechtigheid zal verkondigd worden. Omdat HIJ! Hij hééft het gedaan en Hij doét het, door Zijn Geest.
Hij geeft grond onder onze voeten in het drijfzand van ongeloof en twijfel. Een hart onder de riem, wanneer we b& zorgd naar onze kinderen kijken. Wat een tijd!/Welk een God! Hij heeft en Hij zal. Hij zegt het en Hij doet het. Wie er ernst mee maakt, zal er werk van ma-^ ken in de weg van het gebed.
’Gedenk aan 't woord dat Gij gesproken hebt: Het zaad zal Hem dienen'.
En de Heilige Geest zal ons leren dat 'dienen' óók is de Heere loven: 'Al gij zaad(!) van Jacob, prijst Hem!' (vs.24).
’Dienen', dat is de Heere vrezen: 'Hebt ontzag voor Hem al gij zaad(!) van Israël'.. Jakob wordt Israël in de worsteling, met God:
Ik zal u niet laten gaan, tenzij Gij mij zegent. Dat is de lijn van psalm 22, die van Christus getuigt.
’Zijn Naam zal zijn tot in eeuwigheid; zolang als er de zon is, zal Zijn Naam van kind tot kind voortgeplant worden; en zij zullen in Hem gezegend worden; alle heidenen zullen Hem welgelukzalig roemen. Geloofd zij de Heere God, de God Israels, Die alleen wonderen doet. En geloofd zij de Naam Zijner heerlijkheid, tot in eeuwigheid; en de-ganse aarde worde met Zijn heerlijkheid vervuld. . Amen, ja, amen.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's