Boekbespreking
Dr. W. van ’t Spijker: Reformatie en geschiedenis, Oosterbaan en Ie Cointre, Goes, 1977, 208 blz. Gebonden ƒ17, 90.
Een fijn er« rijk boek. Het biedt veel (voor weinig geld). Bovendien zo geschreven dat elk geïnteresseerde het gemakkelijk lezen kan.
De schrijver, hoogleraar aan de theologische hogeschool der Chr. Geref. Kerken te Apeldoorn, kiest zijn standpunt in de reformatorische opvatting van de geschiedenis. Daar begint en daar eindigt hij dan ook mee. Toch biedt hij intussen veel meer dan alleen een behandeling van de geschiedenisopvatting der reformatoren.
Na eerst de Schrift te hebben laten spreken, zowel Oude als Nieuwe Testament, maken wij een hele gang door de (kerk-) geschiedenis mee. De theologen Irenaeus en Augustinus zijn de eersten die de revue passeren. Sprekend over Augustinus wordt natuurlijk diens Stad Gods behandeld.
Daarna de middeleeuwer Joachim van Fiore, voor wie tegenwoordig bijzondere belangstelling bestaat, niet voor het minst vanwege zijn 'toekomstdenken' en relativering van de kerk.
Daarna volgen, in hoofdstuk II, de opvattingen van de geschiedenis in de tijd der Reformatie. Wij horen van de geschiedenisopvattingen van het Humanisme (Erasmus), Luther, Melanchton, en Calvijn. Het chiliasme werd door hen afgewezen. Hun theologie noemt Van 't Spijker een theologie van het Woord (112). In hoofdstuk III vernemen wij, hoe de Reformatie over zichzelf gedacht heeft, hoe Rome over haar gedacht heeft (en de tegenwoordige verschuivingen in deze denkwijze), en hoe de marxisten heden over haar denken. Daarmee zitten wij dan al midden in de nieuwe tijd.
In hoofdstuk IV zetten wij toch nog een paar stappen terug. Wij krijgen een uiteenzetting van de geschiedenisopvattingen ten tijde der Verlichting, bij Semler en Lessing en Herder. Daarna de geschiedenisopvatting van de grootmeester van het Historisme, Troeltsch, en tenslotte 'geschie'Senisopvattingen binnen de oecumenische beweging'. Voor mij persoonlijk was dit hoofdstuk het interessantste.
Het slothoofdstuk spreekt over de blijvende betekenis van de reformatorische geschiedenisbeschnouwing. Daarin komen wij de stelling tegen, dat de heilsgeschiedenis het centrum van de werelgeschiedenis is; aangezien Christus het midden der geschiedenis is (190); later wordt deze stelling aangevuld in deze zin dat deze heilsgeschiedenis het normatief centïMm van de wereldgeschiedenis is (199).
De draagwijdte van deze stelling is uiteraard niet gering, maar het viel buiten het bestek van dit boek dat aan te tonen.
Ik heb slechts één vraag en wel deze: Zou ons spreken over geschiedenis überhaupt en over hielsgeschiedenis in het bijzonder niet enige critische bezinning vereisen. Deze term: heilsgeschiedenis, is nog niet zo heel oud, en wij hebben hem overgenomen en met 'Wij' bedoel ik in dit verband de vertegenwoordigers van de gereformeerde theologie, maar zijn wij ons wel bewust wat wij daarmee gedaan hebben en doen?
Dit is geen critiek, alleen maar een vraag. Ik wil het boek gaarne en van harte aanbevelen. Om de inhoud in de eerste plaats, maar vervolgens oök om de goedgekozen afbeeldingen die er in opgenomen zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's