De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

6 minuten leestijd

W. H. Velema, Rechtvaardiging van de straf, een etliisclie benadering (-serie Etliiscli Kommen taar) 144 blz. ƒ 15, 90. Bolland, Amsterdam 1978

Het is stellig geen overbodige zaak in onze tijd de ethische aspecten van de straf en het.strafrecht aan de orde te stellen. De maatschappijkritische visie, het verschijnsel van het terrorisme, de toename van de criminaliteit dwingen ons opnieuw tot stellingname inzake het wezen van de straf. Wat zijn de grondslagen van het recht? Tegenover de secularistische gedachten gangen van hen die recht alleen maar zien als funktie van welzijn (van welke aard? ), of als maatschappelijk instrument, en die de straf willen vervangen door opvoedkundige maatregelen, bepleit Velema aandacht voor de bijbelse gerechtigheid. Hét recht wortelt in God.

We mogen de gerechtigheid niet versmallen tot heilbrengende gerechtigheid. Gerechtigheid is ook straffende en vergeldende gerechtigheid. Terecht wijst de schrijver daarop contra Bianchi en Wiersinga.

Het boekje biedt veel informatie, zowel over de theologische modellen in de ethische bezinning (Lutherse ordeningstheologen, Barth, de socialiserende visies en de subjectiverende visie van b.v. Roscam Abbinb), als óver de standpunten van juristen en rechtswetenschappers.

Wel moet het me van het hart dat met name de hoofdstukken 4 en 5 niet uitmunten door helderheid. Heeft het de schrijver moeite gekost de vele posities te ordenen? Het betoog gaat in verschillende gevallen wat abrupt over in de weergave van theorieën van anderen, zonder dat de gedachtengang altijd even gemakkelijk te volgen is.

Overigens, voor wie de moeite neemt te lezen en te herlezen bieden deze hoofdstukken een grondig inzicht in wat er in onze tijd gaande is. De vermaatschappelijking van het rechtsdenken leidt tot uitholHng van het rechtsbesef. Een nieuw nutdgheidsdenken wint veld. Maar we zijn het met de schrijver eens: Dat zal geen dam kunnen opwerpen tegen de rechteloosheid en de willekeur.

De schrijver legt sterke nadruk op het element van de vergelding als rechtvaardigingsgrond van de straf, al wil hij daarnaast elementen als preventie, de toekomst van de delinquent, het opvoedkundig aspect niet uitsluiten.

Handhaving van de rechtsorde, wortelend in het recht van God, zal alleen maar tot zegen zijn van de samenleving. Vanuit deze visie komt de auteur ook op voor de rechtmatigheid en in bepaalde omstandigheden de noodzakelijkheid van de doodstraf. Al weet Velema van de vele gevaren en bezwaren. Het is jammer dat de schrijver de overwegingen van mr. R. J. Haasjes in diens uitvoerige artikel 'Strafrecht in beweging' (Wapenveld jaargang 26-1) niet in zijn overwegingen betrekt. Haasjes erkent de rechtmatigheid van de doodstraf, maar hij wijst er m.i. terecht op hoe bedenkelijk toepassing kan zijn in een samenleving waar het theocratisch gehalte minimaal is. We zijn prof. Velema dankbaar voor deze informerende en principiële studie. Een boek dat inderdaad een ethisch kommentaar is bij een zaak die ons allen ter harte moet gaan.

Als we ons een kleine kritiek mogen veroorloven, de schrijver had de relatie tussen de leer van de verzoening en de ethiek van het straffen sterker kunnen beklemtonen. Het is de verdienste geweest van wijlen prof. dr. A. F. N. Lekkerkerker dat hij in verschillende publicaties aandacht gevraagd heeft voor deze relatie. Afwijzing van de leer van 'verzoening door voldoening' (b.v. Van Oyen in 1948, Wiersinga in de zeventiger jaren) heeft consequenties voor het denken over recht en straf. Bovendien ontkomt men op die wijze ook aan het formalisme. Ook Velema wil dat formahsme niet (blz. 137; Het récht is er maar niet om het recht). Wie de vergelding laat staan in het kader van de bijbelse gerechtigheid, die gericht is op verzoening en herstel in de weg van voldoening aan het strenge recht Gods, zal van hieruit iets gemakkelijker de elementen vergelding en preventie kunnen verbinden dan Velema doet. En tegelijk wordt zo duidelijk, dat wie in de leer van de verzoening het element van de voldoening laat vallen, ook in het strafrecht geen raad weet met de vergeldingsgedachte. Ook inzake het opgenomen zijn van de vergelding in het heilshandelen van God maakt Haasjes in zijn hierboven genoemd artikel waardevolle opmerkingen. Mogelijk kan prof. Velema in een tweede druk, die we hem gaarne toewensen, dit artikel in zijn overwegingen betrekken. En tevens zouden de lezers zeer gebaat zijn met een register van personen en/of zaken. Eigenlijk iets wat in geen enkele wetenschappelijke publicatie mag ontbreken.

A. N.

Klaus Bockmühl, Umweltschutz-Lebenserhaltung, Vom Umgang mit Gottes Schöpfung. Brunnen-Verlag, Gieszen & Basel 1975, 51 S.

Een seminarium dat predikanten opleidt voor kerk en zending te Bettingen bij Bazel geeft een serie geschriften uit onder de titel Theologie undDienst. Deze serie richt zich tot dominees, catecheten en werkers in kerkelijke gemeenten (of daarbuiten) met het doel, 'tot nieuw geloven, denken en handelen op te wekken’.

Dat klinkt nogal revolutionair, maar valt voor het 'geloven en denken' in ieder geval erg mee in deze verhandeling, die milieubescherming (ternauwernoord) en de omgang met Gods schepping ter sprake brengt.

Bij de huidige moeilijkheden in de verhouding mens-natuur zou de 'hebberigheid' van de mens een rol spelen. Schr. wijst op de joods-christelijke opvatting van bezit en eigendom, waarin 'Haushal-- terschaft' (het beheren van de schepping), 'Genügsamkeit' (matigheid in het gebruik van de schepping) en 'Fürsorge' (verzorging van het ons toevertrouwde) kernbegrippen zijn.

Die in het oog te houden doet veel problemen verdwijenen, maar vereist een 'bekering'; waar christenen overigens in het bijzonder weet van hebben. Het piëtisme krijgt hier zelfs een pluim opgestoken - in het algemeen is de christenheid evenwel nogal vlot meegezeild met de verspilling van de gaven der schepping in de ruimste zin. Er wordt zeer aangedrongen op een zorgvuldiger houding in dezen.

Dat is natuurlijk heel nuttig, maar er wordt weinig aandacht geschonken aan de politieke, collectieve machtsvorming die dit verbeterproces-viaenkelingen toch ernstig verstoort en ineffectief zal maken. Een cultuurfilosofisch tegen elkaar afwegen van een en ander binnen de kerk zou bepaald niet overbodig zijn. Alléén christenen (en via hen ook anderen) aan te sporen tot een betere omgang met de schepping lijkt niet zoveel zoden aan de dijk te zetten. Het brengt ons bovendien naar wij vrezen wat angstig dicht bij hen die vinden dat ze alleen maar meer hoeven na te denken over hoe te leven - bij een theologie dus die door de ethiek wordt overwoekerd.

Maar zover is het in dit boekje toch nog niet. Er staan werkelijk prijzenswaardige dingen in. Het kan daarom worden aanbevolen voor wie over de verhouding mens-natuur of niensschepping verder wil denken.

G. B. Smit

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 1978

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 1978

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's