De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Dankdag in Torajaland

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dankdag in Torajaland

6 minuten leestijd

In deze maand worden er in de verschillende kerken weer de gebruikelijke dankdiensten belegd. Gewoonlijk gebeurt dat op een woensdagavond of het kan ook zijn dat de zondagmorgendienst het karakter heeft van een dankdienst. In een aantal kerken komt het nog voor dat een gehele dag gewijd is aan de dank voor gewas en arbeid, maar in onze gestroomlijnde maatschappij wordt zo'n gehele dag, gestempeld door onze dank, niet meer haalbaar geacht, ja zelfs als economisch onhaalbaar gezien.

Zo ver is het in Indonesië nog lang niet. Men heeft hier nog alle tijd. Economische haalbaarheid is hier nog geen grondwet en het spreekwoord 'tijd is geld' wordt hier als een woord uit een andere wereld gezien. We hebben hier alle tijd: als er gefeest moet worden dan wordt er minstens een hele dag gefeest en daarvoor laat men alles in de steek. Of dat nu een dodenfeest is, een bruiloft of een inwijding van een huis: het kost je minstens een dag. De mens beschikt zelf over zijn tijd en niet omgekeerd. Zo is ook de dankdag, of beter gezegd het dankfeest, één van de grote feesten van de kerk, waarvoor men alle tijd over heeft. Al dagen van te voren zijn de gemeenteleden druk met de voorbereidingen. Er moeten varkens gekocht worden, er moet rijst en groente zijn, de potten en pannen moeten georganiseerd worden en er moeten borden en lepels zijn om de organisatie vlcpt te laten verlopen. Als de bewuste dag aangebroken is zijn allerlei groepen in de gemeente druk bezig met eten koken en het klaarmaken van de traditionele lekkernij: rijst in piong (rijst vermengd met klappermelk, gewikkeld in bananenblad; wordt in een bamboe gedaan en vervolgens boven een vuurtje gaar gekookt: een lekkernij bij de koffie).

Rond de kerk ziet het er al heel feestelijk uit. Overal zijn grote bladeren in de grond gestoken en van kleden zijn er schaduwhuisjes ontstaan. De matten liggen op de grond, waarop straks ieder zal plaatsnemen. Om elf uur begint de dankdienst in de kerk. Het is een drukte van jewelste, want omdat het een groot feest is, zijn er ook veel gasten uitgenodigd: ieder mag delen in de vreugde en de gasten kunnen straks met minstens twee bamboes rijst als geschenk naar huis terugkeren. Er is alle reden om feest te vieren, want de rijstoogst was dit jaar weer groot: de rijstschuren zijn vol en er is genoeg eten voor een heel jaar. Voor de gemeenteleden is het daarom een heel concreet feest: met hun eigen ogen kunnen ze de zegeningen van God in hun schuurtje zien. Daarom wacht men ook geen dag te lang om God er voor te danken; direct nadat de oogst binnen is, wordt het feest gevierd. Dat betekent dat in geheel Torajaland de dankdag op een andere dag valt, aangezien niet overal de rijst op dezelfde datum binnen is.

Toch heeft de drukte in de kerk ook wel een andere reden: van oudsher wordt er tijdens die dienst ook gedoopt en soms wordt er ook een huwelijk bevestigd. De reden daarvoor is dat zowel de doop als de belijdenis en ook het huwelijk als een groot geschenk van God ervaren wordt. Is er dan een betere gelegenheid om deze genadegave van God in een dankdienst te ontvangen?

Dat dit tijdens deze dienst gebeurt heeft ook nog een sociale reden: na belijdenis en doop behoort het betreffende'gemeentelid ook de andere gemeenteleden te ontvangen en op een maaltijd te vergasten. Omdat velen daartoe financieel niet in staat zijn, wacht men tot de' dankdag; dan eet men toch al gemeenschappelijk en wordert er twee vliegen in één klap geslagen. Daarbij komt dat dit dankfeest een typisch feest voor de gehele gemeenschap is, waarbij dus ook alle ruimte is voor de familieleden van de doopouders: hoe meer mensen delen in de vreugde des te groter feest. Ook tijdens de dienst in de kerk van onze kampung was er bediening van de Heilige Doop aan volwassenen en kinderen, belijdenis'van het geloof en de bevestiging van twee huwelijken. Dat zo'n dienst dan tamelijk lang duurt is geen enkele belemmering; heel de gemeente wil er alle tijd voor uittrekken om te delen in de vreugde en om God te loven voor al Zijn goedheid. Na de dienst in de kerk vertrekt ieder naar de voor hem of haar bestemde loofhut om daargezamenlijk de maaltijd te gebruiken. Dit alles doet inderdaad sterk denken aan het Oud-Testamentische loofhuttenfeest, temeer ook daar dat feest ook het grote oogstfeest van het oude Israël was. Waarschijnlijk heeft de kerk hierbij willen aansluiten en zo op heel concrete • wijze 'een aansprekend christelijk oogstfeest in de plaats van het heidense oogstfeest willen geven. Dat het aanspreekt is van degezichten welaf telezen. Ik heb het idee dat ik niet te ver ga als ik zeg dat dit dankfeest één van de grootste christelijke feesten van de kerk hier is. In de loofhutten vindt daarop de grote gemeenschappelijke maaltijd plaats. Daar wordt de gemeenschap zichtbaar en in de overvloed aan eten de dank tastbaar. Er is geen gebrek, want de Heere onze God heeft ons gezegend, daarom eten we en zijn we blij. De rijst wordt in grote ketels aangedragen, het vlees rolt uit de bamboes en de toeak (de traditionele palmwijn) vloeit overvloedig. Zo is er een goede vorm geschapen, waarbij ieder zijn vreugde kwijt kan en waarbij de overvloed van de natuur voor één keer binnen dê kerk gehaald is en daar beleefd wordL

En natuurlijk kan men daarbij de opbouw van de gemeente niet vergeten. Hou zouden wij eten en de kerk vergeten? Ieder gemeentelid heeft dan ook zijn gave v^or de kerk meegebracht. Dat wat hij van God heeft ontvangen, wil hij ook ten nutte brengen van de kerk. Na de maaltijd vindt dan ook een grote verkoping plaats van alles wat aan de kerk geschonken is. Alle koppen van de geslachte varkens worden per opbod verkocht en daarbij kippen, bosjes rijst, vruchten, groente, jonge varkens, kleren, koek, huishoudelijke artikelen enz. enz. Er wordt tegen elkaar opgeboden tot ver boven de werkelijke waarde, zodat de kerk heel wat geld ontvangt.

Onze indruk na deze dag was, dat wij in Ne-. derland deze concrete dank eigenlijk missen. Wij leven dan ook yeel verder van de natuur af. Of komt hét dat wij nauwelijks meer de mogelijkheid hebben om onze dank heel concreet te verwoorden? Staat God niet veel verder van ons af en bespeuren wij Zijn genadige Vaderhand nog wel zo concreet? Of zou het komen dat wij in ©nze dankdiensten veel te abstract bezig zijn en geen vorm geschapen hebben, waardoor de dank voor de natuur en ons werk nauwelijks meer i'n de kerk beleefd kan worden? De gemeenschappelijke daak hier in Toraja hebben wij als iets zeer wezenlijks ervaren. Onze God heeft met zeer concrete dingen te maken en daar hebben we heel concreet voor gedankt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 1978

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Dankdag in Torajaland

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 1978

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's