De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Beraad over Zending in de Synode

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Beraad over Zending in de Synode

10 minuten leestijd

De hervormde synode besprak vorige week het jaarverslag van de Raad voor de Zending en hield zich verder bezig met de door de GZB uitgegeven brochure, getiteld 'Het eigen karakter en de plaats van de GZB'. Het bestaan van de GZB naast de Raad voor de Zending is en telkens terugkerend punt. Telkens weer wordt de vraag gesteld waarom de GZB na de invoering van de nieuwe kerkorde in 1951 zijn eigen plaats heeft behouden. Vandaar de brochure van de GZB.

Jaarverslag Oegstgeest

Het jaarverslag van de Raad voor de Zending bracht vijf sprekers op het spreekgestoelte. Ds. J. Vroegindeweij vroeg om ook een beleidsnota van de Raad voor de Zending. In het rapport van de vaste (synodale) commissie voor apostolaat en zending was ook ten aanzien van het beleid, 'een zekere verlegenheid' geconstateerd, bijvoorbeeld ook als het gaat om de vraag hoe de verhouding is met het werelddiakonaat, met de Generale Diakonale riRaad, met het Hervormd Evangelisatorisch Beraad. Er behoeft geen 'minizendingstheologie' in elk verslag te staan, maar niets is te weining. Als zendingswerk overzee-zo vervolgt het commissierapportbestaat uit oecumenische contacten met andere kerken, wat zijn dan de vooronderstellingen en hoe functioneren dan de artikelen 8 en 10 van de kerkorde?

Mevr. W. J. v. d. Schans (Bennekom) vroeg zich af of zending zoiets als oecumenische hulp was geworden en wilde graag gesproken hebben over en vanuit het 'geheim van de gemeente'.

Inde beantwoording van de vragen stelde de voorzitter van de Raad voor de Zending, ds. Lamping, dat de Raad zich niet geroepen voelde antwoorden te geven in een nota als er door de GZB vragen worden gesteld (maar de GZB vroeg niet, synodeleden vroegen). Vraagt u naar ons zendingsbeleid, zo zei hij: er hebben artikelen van prof. Jansen Schoonhoven in het zendingsblad Vandaar gestaan. Verder sprak hij uit, dat het de raad overigens nog niet lukte een stuk samen te stellen, waarin allé aspecten van het zendingswerk tot een harmonisch geheel kunnen worden bijeengebracht.

Inkomsten

Ds. J. Vroegindeweij vroeg aandacht voor een aspect met betrekking tot de inkomsten voor de zending (voor de Raad voor de zending in 1977 ƒ9.344.058, —, voor de GZB 4.449.383, 70; in 1976 resp. 8.219.439, —en 4.375.443, —). Rijke classes worden kennelijk steeds rijker (die veel geven geven steeds meer) en arme classes steeds armer. De classis, waar het meeste binnenkomt, is de classis Hardewijk (ƒ 594.888, 01 plus ƒ 228.585, - ). Dan volgt Gorinchem (ƒ410.824, 19 plus ƒ 96.362). De classis, waar het minst binnenkomt is Winsum (ƒ 30.754 plus ƒ 1.056, 50). Al met al was dit voor ds. Vroegindeweij aanleiding om nóg weer eens de vraag te herhalen wannéér er nu een nieuwe classicale herindeling komt.

GZB

Over de brochure van de GZB werd in een rapportje van de vaste synodale commissie voor apostolaat en zending gezegd, dat het een goed uitgangspunt was om in de synode over het toaal van het zendingsbeleid te spreken. Overigens werd óók opgemerkt, dat men hoopte de GZB ooit in de Raad voor de Zending te zien en werd de 'verzuchting' geslaakt wanneer mensen eindelijk eens ophouden zich op het terrein Gods te begeven (bijvoorbeeld in 'de angst voor 'alverzoening' die leidt tot uitverkiezing'). Verder had prof. dr. J. M. Hasselaar schriftelijk een aantal uitvoerige notities opgesteld. Daarin stond onder meer, dat de kerk komt tot de volken en culturen 'die reeds van Christus zijn'. Ds. P. J. Droogers (Bodegraven) vroeg zich af of we het daarover eens zijn. Is er ook niet de mogelijkheid dat mensen ongehoorzaam blijven? Prof. Hasselaar had de GZB ook voorgelegd, dat wij mét en door onze belijdenis Jezus in de weg kunnen lopen. Vanuit noodzakelijke herkenning t d e G s G n p z v z k h van elkaar in de religie van de belijdenis wordt dan het christelijlie leven dichtbij en veraf beoordeeld. In dat verband sprak hij over vereenzelviging van geloof met beginselvastheid. Ds. Droogers stelde achter deze uitspraak ook vraagtekens.

Ds. G. M. van Wijk (Hoorn) trok enkele forse registers open. Bij lezing van het geschrift van de GZB (goed opgesteld, lijnen consequent doorgetrokken) voelde zij zich in haar geloofsbeleven niet serieus genomen. Het reformatorisch belijden wordt gesteld vóór het bijbels belijden. Voor de GZB geldt: alleen de Schrift, de genade en het geloof. Geldt niet Jezus alleen, aldus ds. van Wijk? Verder vond zij, dat op onbijbelse wijze woord en daad uit elkaaV worden gehaald en dat de GZB spreekt, denkt en handelt alsof pas met de Reformatie de kerk is begonnen.

Ds. K. A. Abelsma (Wateringen) vroeg aandacht voor twee lijnen uit de Bijbel, namelijk: God was in Christus de wereld met zich verzoenende; én de oproep 'laat u met God verzoenen.' In het eerste herkende hij (globaal) de Raad voor de Zending, in het tweede de GZB. De GZB wil niet door het eerste opgeslokt worden (hij bedoelde: door een zekere horizontale gerichtheid). 'De rest van de kerk heeft angst voor de Bond'. 'Wij als confessionelen', aldus ds. Albelsma, voelen vaak óók de angst opgesloTct te worden door een zekere horizontalisme.

Nadat ds. W. van Bruggen (Hillegom) gezegd had, dat hij miste wat de eigen consequenties van het geloof voor bijvoorbeeld het politieke en maatschappelijke leven waren (wat de GZB zegt te willen) kwam ds. van Wijk nóg een keer terug en zei, dat de GZB de eigen plaats handhaalfde niet uit liefde voor de kerk maar uit eigen liefde (geen liefde die vrij laat maar die eist). Echt ruimte laten voor elkaar is er niet. Ds. H. C. Nortier (Heerlen) vroeg (n.a.v. vragen die de GZB stelde aan de Wereldraad) waar nu in de praktijk van het zendingswerk blijkt dat ergens 'koninkrijken van de wereld worden opgericht' en vroeg zich verder af waarom de GZB vóór het zendingswerk ver weg terug kan vallen op de drie sola's (alléén genade, geloof, de Schrift) en hier in eigen land ten aanzien van de Raad voor de Zending niet.

Ds. L. C. Baljé (Breukelen) vroeg of in een reformatorische "kerk d.e reformatorische belijdenis wel ter discussie mocht staan (dit n.a.v. de spreekster voor hem, mevr. E. Postmus (Dokkum), die gevraagd had of de belijdenissen niet geschreven zijn tegen de achtergrond van dwalingen in de tijd, waarin ze ontstonden). Ds. Baljé vond verder, dat de GZB de antwoorden heeft neergelegd, die de Raad voor de Zending had moeten geven. De GZB kan terecht niet de vrijmoedigheid hebben de verantwoordelijkheid aan de Raad voor de Zending over te dragen.

Ds. C. B. Roos (Amsterdam) vroeg zich af of 'wij' (hij bedoelde de niet-G(Z)B-ers) niet het terrein voor delZB worden. Ds. J. Vroegindeweij vroeg of de religie van de belijdenis en e verkondiging van het Rijk Gods wel uit lkaar gelegd mochten worden en ds. W, van orsel (Wijk) vroeg of bij de belijdenis blijven taan (een telkens gehoord verwijt aan de ZB) niet iets heel anders was dan de belijdeis laten staan. Dr. S. Gersen ging in op een unt van de brochure van de GZB, waar geegd werd, dat God wil dat Israël en de andere olken deel zullen krijgen aan Zijn heil en dat ó Zijn koninkrijk gevestigd zal worden en omen zal, waarbij dan gezegd werd dat dit eil 'niet universeel' is omdat de Geest er deel

aan geeft door persoonlijke wedergeboorte. Gersen vreesde op dit punt verengd piëtisme.

Prof. dr. J. M. Hasselaar

Prof. Hasselaar kreeg gelegenenheid uitvoerig te reageren op wat gezegd was naar aanleiding van zijn bijdrage. Ten aanzien van de vraag - vrij vertaald - of het geloof aller is stelde hij, dat het niet gaat om het één of het ander (de volkeren die reeds van Christus zijn óf geloofsgehoorzaamheid) maar om 'het ene dat het gans andere is'. De volken zijn het eigendom van Christus, ze staan binnen de draagwijdte van Zijn kruislijden. In het O.T. wordt gezegd: 'looft de Heere al gij volken.' Wat God voor Israël heeft gedaan heeft consequenties voor de volkeren. Zo ook is in Christus het heil voor de wereld gelegen. In dat verband zei prof. Hasselaar, dat ooit een G.B. student tegen hem had gezegd: u begrijpt niet, dat als ik u begrijpen ga mij het water in de handen • staat.' Hasselaar vervolgde: niet de mens rhoet in het midden maar het koningschap van Christus. Vanuit de zekerheid van het geloof worden we dan gezet op een weg van vragen. Wij kunnen ons dan niet vast zetten in een beginselpositie en behoeven' de wacht niet te betrekken bij het rechte belijden, maar 'er wordt bij ons de wacht gehouden.'

Ten aanzien van de alverzoening merkte Hasselaar op: Christus is een losprijs voor velen, u (GZB) vreest voor allen. Het onderscheid tussen 'velen' en 'allen' ligt niet bij ons maar bij Hem. Daarom geen zoekerij naar de uitverkorenen en geen alverzoeningsleer. God heeft in Christus de wereld mét Zich verzoend en deze boodschap zet terug op keuzevrijheid: laat u grijpen door wat u in Christus hebt. Grijp wat Christus al gedaan heeft. Christus is niet de mogelijkheid maar de werkelijkheid van de verzoening. 'Hij isdeuwe, waarom wiltu dan niet de zijne zijn?

Reacties GZB

Het was ondoenlijk voor de vertegenwoordigers van de GZB om op alles wat ter tafel kwam uitvoerig in te gaan. Ten aanzien van wat prof. Hasselaar gezegd had zei ds. J. de Lange (voorzitter van de GZB), dat hij met hem van mening was, dat alle nadruk ligt op Christus en dat de nadruk op alleen geloof, alleen genade dan ook betekent: Hij is het alleen. Maar als dat heil in Christus bereid is wat doen wij er dan mee? De premisse (vooronderstelling) van de zending is: omdat Mij (Christus) alle macht gegeven is daarom zend ik u uit. God is Koning, onze Koning in Christus. Wij zijn van Hem afgevallen maar Hij bracht Verzoening aan. Maar als we spreken over geloof dan is er' ook ongeloof. Tenzij een mens wederom geboren wordt hij kan het koninkrijk Gods niet zien. God plaatst voor een keuze. En er zijn mensen die zich niet laten verzoenen.

Drs. J. J. Tigchelaar zei, dat het niet zo is dat de GZB - zoals beweerd was de wacht betrekt bij het Woord en vandaaruit de kerk beschiet maar dat de kerk gevraagd wordt de wacht te betrekken bij het Woord. Wij doen niet anders dan een reformatorisch appèl op de kerk laten horen. Als wij de belijdenis van de Reformatie loslaten zijn we in een ander huis. Ds. W. van Laar pleitte voor een beeldenstorm. Er wordt niet meer naar elkaar geluisterd. We hebben in de k^rk de beelden van elkaar en komen niet meer echt in gesprek. Hij pleitte voor een eerlijke dialoog, waarbij het Woord en de levende Christus niet tegen elkaar mogen wor­ den uitgespeeld. Drs. W. C. Hovius tenslotte sprak de wens uit, dat dit synodale gesprek de inzet mocht zijn voor een nieuw gesprek binnen de kerk over de zendingsvragen. Als gesproken wordt over de verlegenheid der kerk dan is er - zo zei hij - deze verlegenheid dat Christus gekomen is om het verlorene te zoeken. Verder vroeg hij welke stem gezaghebbend was, de stem uit de wereld of de stem van het Woord. Mensen, die niet de band aan Christus kennen, weten soms het beste hoe de wereld veranderd moet worden. Maar het gaat om de Schrift. En wannéér we mensen in de Schrift ontmoeten dan moeten ze ons vertrouwd zijn als onze broeders en zusters.

Tenslotte

Niet van alles wat ter synode behandeld wordt kunnen we uitvoerig verslag geven. Voor deze bespreking over de zending hebben we dat wel willen doen. Het gaat om fundamentele vragen.

Verder is het zo, dat de notities, die prof. Hasselaar in zijn geschreven stuk maakt, dermate fundamenteel zijn en zo bepalend zijn voor de verschillen binnen onze kerk over zending, dat we de GZB gevraagd hebben daarom afzonderlijk in te gaan. Binnenkort kan daarover één en ander in ons blad tegemoet worden gezien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 1978

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Beraad over Zending in de Synode

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 1978

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's