De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zal men ook de jonge kinderen dopen?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zal men ook de jonge kinderen dopen?

8 minuten leestijd

(6)

Theologische verwarring

Onze reformatorische belijdenisgeschriften en ons formulier bij de bediening van het sacrament laten een grote mate van overeenstemming zien.

Én toch is er rondom de kinderdoop zoveel verwarring en zelfs afwijzing. De laatste vaak met een beroep op het tekort aan levend of althans levendig geloof in kerken, waar sedert eeuwen de kinderdoop algemene regel is. Zodat telkens weer de vraag terugkeert naar de wettigheid van de kinderdoop. Deze wordt dan door z'n bestrijders gereduceerd tot iets wat dan wel in je onbewuste, prille jeugd heeft plaats gehad, maar waaraan je geen persoonlijke herinnering hebt, en waar men, groot geworden, van een grote afstand wat vreemd tegen aankijkt.

Mag ik beginnen met twee factoren te noemen die m.i. medewerken tot deze disqualificatie van de kinderdoop. Dat zijn:

Ie. de rol die de Theologie in de doop der eeuwen gespeeld heeft inzake de betekenis van dit sacrament;

2e. het gevaar dat men van de belijdenis theologie maakt.

Kwalijke kanten van de theologie

Als ik dit zo neerschrijf ben ik mij bewust, dat dit niet vriendelijk klinkt aan het adres van de theologie. Toch behoor ik niet tot degenen, die met Faust in Goethe's gedicht van die naam, zeggen, dat ze 'helaas' ook theologie hebben gestudeerd. Integendeel. Het is mij geen straf geweest. Al besef ik, dat ik'er maar een heel klein beetje van gezien heb.

Maar de theologie (zo in het algemeen gezien) doet me toch denken aan een groot bos met allerlei soorten bomen: oude, zoals de Roomse theologie van het 'ex opere operato' (op grond van het gewerkte werk) en jongere, zoals ze zelfs nog in deze eeuw zich vertonen. Ik denk aan de theologische conflicten in de Gereformeerde kerken (rondom 1905 en in 1943/44) en in de Gereformeerde gemeenten (1931) met allerlei daaruit voortvloeiende afsplitsingen. Soms kom ik in theologisch struikgewas terecht, waarin bijna geen uitweg te vinden is. Door dat alles raakt de gemeente de koers kwijt en raakt wel ver af van de verheven, brede heerbaan van de belijdenis, die God de Heere in een tijd van hoogconjunctuur van geloofsleven door Zijn kerk en voor Zijn kerk heeft doen aanleggen. Daar gaat het verkwikkende van uit dat je in een ondoorzichtig bos krijgt, als je een-vorstelijke laan van hoog opgaand geboomte ziet, die uitzicht geeft naar boven en naar voren.

Aan die belijdenis komen ook wel theologen te pas^ We kunnen namen noemen. Maar die namen treden voor de kerk van de 16de en 17de eeuw op de achtergrond tegenover het op wettige vergaderingen van dekerk(en) oplichtende bewustzijn: hier worden schriftuurlijke wegen duidelijk zichtbaar en begaanbaar voor het geloof. Hier geen duistere jjartijen als van 'veronderstelde wedergeboorte' of van 'schijndoop' (te vergelijken met bluswater, dat onbedoeld terecht komt op belendende percelen). Hier geen scherpzinnige onderscheidingen van in-en uitwendig verbond. Hier ook geen overschatting van verbond en sacrament, als zou met het behoren tot het verbond alles wat noodzakelijk is reeds geschied zijn en de oprechte en hartelijke inwilliging van dat verbond niet of nauwelijks aan de orde behoeven te komen. Men gaat dan het levende verbond van de levende God, dat om een levend geloof vraagt, weer stileren tot een "theologisch systeem, waaruit men gemakk'lijke conclusies trekt. Het is dus zaak de grote lijnen van de belijdenis van de kerk des Heeren goed voor ogen te houden.

De belijdenis verstard tot theologie

Het tweede gevaar, dat we signaleerden was, dat men de belijdenis zelf weer maakt tot een stuk theologie. Het kan nl. zijn, dat wij alles zuiver stellen; maar dat het voor óns dood kapitaal blijft, omdat men alles, wat daar aan kostelijke weldaden gepredikt en afgebeeld wordt, niet laat functioneren en nietwaar laat zijn in de daadwerkelijke verhouding van het eigen hart en leven tegenover God en Zijn Woord.

Het verbond is immers niet individualistisch van aard. Daar getuigt juist de kinderdoop tégen. Maar het vraagt wel om een individuele, persoonlijke beleving. Het verbond der genade, dat het God behaagt met de kleine kinderen op te richten, vraagt vanwege de grootheid van hetgeen God spreekt en doet, vanwege Zijn Goddelijke majesteit en vanwege de ellendige situatie van de geboren zondaar, om het wonder van de bewuste, diep beleefde aanvaarding door het levend geloof des harten. En zodra ik het woord 'hart' uitspreek, heb ik het over iets, dat zuiver individueel, zuiver persoonlijk is.

Meer dan een gevoelig ogenblik

Er kunnen momenten in het leven zijn, die onvergetelijk zijn. Dat kan bij de doop van een volwassene voor hem of haar persoonlijk ook het geval zijn. Maar deze persoonlijk en emotioneel beleefde verzekering door het sacrament van ons deelgenootschap aan Gods heil en genade in Christus, moet, zal dit alles gegrond zijn, verankerd zijn in de beloften Gods, die Hij overvloedig tot onze troost in Zijn Woord heeft geopenbaard (Dordtse Leerr. V art. 10). Dat is een troost, die vanwege haar bestrijding telkens en telkens moet, worden herhaald door de gedurige verkondiging van het heilig Evangelie en de herhaalde bevestiging daarvan door het teken en zegel van het heilig Avondmaal. Maar de heihge Doop is een sacrament van de eenmalige inlijving in de gemeente van Christus, die leeft en verkeert op de bodem van het verbond der genade. Wij ontvangen die inderdaad onbewust. Voorafgaande aan enige daad, enig vragen, enige onderhandeling onzerzijds. God richt dat verbond op ook met het zaad van Zijn gelovigen. Dat vermindert de zekerheid daarvan niet, maar versterkt die. God vraagt naar ons, roept ons zelfs bij onze naam, voordat wij zelfs nog maar aan Hem kunnen of willen denken. Het is niet anders dan zelfoverschatting en tekort doen aan de souvereiniteit van Gods genade, wanneer men zou stellen, dat God ons daarover eerst wel zou mogen raadplegen.

Een vergelijking

Het is er mede als met een erfenis. Het kan zijn, dat iemand uit ons voorgeslacht aan ons gedacht heeft en ons in zijn testament heeft opgenomen. Het Doopformulier gebruikt trouwens ook de uitdrukking 'erfgenamen van het rijk Gods en van Zijn verbond'. Dat is voor onze vaderen niet in strijd geweest met de waarheid, die opgesloten ligt in het veel gebruikte woord: genade is geen erfgoed.

We moeten die beide kanten laten staan met de diepe spanning, die er in ligt, opgesloten. We moeten de éne waarheid (geen erfgoed) niet gebruiken om de andere (kinderen en erfgenamen) krachteloos te maken. Als zulk een kind (in het gestelde vergelijkings geval) bijhet groter worden, van zijn vader of moeder of van iemand anders iets verneemt van die erfenis, met al wat er mee samenhangt aan te ontvangen schatten, maar ook te aanvaarden verplichtingen, dan kan het zijn, dat er jaren voorbijgaan, waarin dat alles zo'n kind niets zegt, omdat er duizend schijnbaar meer voor de hand liggende dingen zijn, die veel aantrekkelijker schijnen. Totdat het in situaties geraakt, waarin van binnen het bewustzijn gewekt wordt, dat het zonder de inhoud van dat testament, van ellende moet omkomen. Maar dat in dat testament goederen vermaakt zijn tot een waarde, waarvan de betrokkene levenslang zal kunnen leven.

Nu gaat elke vergelijking mank. Ook deze. Maar het gaat mij er om, dat de Doop niet in de eerste plaats vraagt om een emotionele beleving van een bepaald ogenblik, en wel van het ogenblik waarop God de Heere Zijn zegel bevestigt aan het handschrift van Zijn beloften.

De Doop vraagt veel meer. Hij vraagt om de smartelijke erkenning van onze afkomst uit een geslacht, dat door eigen schuld al wat God gegeven had, kwijt is en dat wij zelf nog voortgaan de schulden te vergroten. Dan zal in arren moede het trotse hart gebroken moeten worden, om tot de grote Testamentmaker te gaan. Die lééft. Om dan met grote verwondering de inhoud van dat testament te zien en schuchter en stamelend erop te pleiten, dat Hij aan ons gedacht heeft 'toen wij nog zondaars waren.' Hij heeft geweten uit welk een bank-Toetiers geslacht wij stamden, zonder dat er hoop kon zijn, dat er met ons een keerpunt zou komen. Maar Hij heeft het zwart op wit eenmaal laten vastleggen en er Zijn zegel op gezet, dat wanneer ooit onze bedelaarstrots brak (en daarachter ligt het mysterie van de verborgen werking van Zijn Geest), Hij ons alles wilde geven om het schuldregister te vernietigen en ons te schenken alles wat nodig is om te 'leven' in de diepe bijbelse betekenis. En dat, als we daarom komen, we welkom zijn.

Het handschrift van de Koning der koningen ligt midden in de gemeente. Zijn zegel hangt er aan. Op dat zegel is zelfs de inhoud al afgebeeld. Je kunt duidelijk zien, dat het er bij hoort. Het dient om er niet eenmaal, maar telkens op te zien. Al hebben we nodig, dat de Heilige Geest het volle licht op het handschrift en op het zegel doet vallen, zoals dat onlangs in dit blad treffend beschreven werd in een geestelijk document van de overleden predikant ds. H. S. J. Kalf.

Hier raken we de taal van de redenerende theologie kwijt. Daarmede is natuurlijk geen kwaad woord gezegd van een theologische wetenschap, die over het gehele haar aangewezen arbeidsveld begeert geleid te worden

door het licht en de onderwijzing van het Woord en de Geest Gods. Maar bij het getroost verstaan van het sacrament ook van de kinderdoop komen we dichter bij de taal van de belijdenis, die namens de gelovende ge­ meente Gods spreekt van haar enige troost in leven en sterven, gelovende met het hart en belijdende met de mond.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 1978

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Zal men ook de jonge kinderen dopen?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 1978

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's