De Geest en zijn gaven
De Verhouding Woord en Geest
(2)
Eenzijdigheid in tegenovergestelde richting Wij hadden het de vorige maal over het gevaar om de gaven van de Geest los te maken van het geheel van het werk van de Geest en zo te komen tot een verzelfstandiging en verabsolutering van de charismata. Het kost ons niet zo veel moeite om dit verschijnsel, dat ook al in de gemeente van Corinthe zich voordeed, ook in onze tijd te signaleren.
Toch is er ook nog een andere kant aan deze zaak. Wij komen veel dichterbij huis wanneer wij andersom ook een losmaken van de gaven van de Geest van zijn gehele arbeid constateren op deze manier, dat wel alle aandacht gevestigd wordt op het toepassend werk van de Geest in de toeèigening van het heil in Christus door het geloof, terwijl vrijwel geen aandacht wordt besteed aan de gaven van de Geest.
De eenzijdigheid valt dan precies de è> ndere kant uit. Maar ook deze eenzijdigheid betekent beperking en verschraling. Dit werkt door op meerdere wijzen. Eenzijdigheid en beperking is er al, wanneer in het toepassend werk vrijwel alleen de blik gericht wordt op de toeleiding van de mens tot Christus door de Geest, terwijl het leven uit Christus en in Christus, uit het heil van de Drieènige God heel weinig of in het geheel niet in het vizier komt. Dat is in het licht van de Schrift, die ons de volle Raad Gods heeft geopenbaard, een tekort. En dit tekort werkt door in de verschraling van het leven des geloofs, zowel persoonlijk als gemeentelijk. In het voorafgaande is daarop reeds gewezen.
De Geest der heiligmaking
Wanneer nu echter het leven des Geestes wel in het volle bijbelse licht treedt, dan wordt ook ons oog gescherpt voor de betekenis van de Geest in en voor het leven der heiliging. De Geest wordt de Heilige Geest genoemd, zeker ook omdat zijn werk is om de mens te heiligen. Niet alleen de mens tot Christus brengen is zijn werk, ook niet alleen om de mens het geloof te schenken, waardoor hij gaat leven uit de verzoening door Christus' bloed. Maar de Geest is ook heel uitdrukkelijk de Geest der heiligmaking. Daar heeft Hij zijn naam aan te danken. De Heilige Geest is de heiligende Geest. En de Schrift laat ons overvloedig zien, dat de Geest vooral ook zijn werk in de heiliging van de zondaar openbaart.
Waar het werk van de Geest wordt ingeperkt komt vooral ook het heiligende werk van de Geest tekort. En omgekeerd is het ook waar, dat waar het volle werk van de Geest wordt gekend en gepredikt, daar komt vooral ook het heiligende werk van de Geest in de vernieuwing van de mens naar voren.
Datzelfde geldt ook van de gaven vain de Geest. Wanneer het werk van de Geest wordt ingeperkt tot slechts de toeleiding tot Christus., van hoe geweldige betekenis dit op zichzelf ook is, daar komen de gaven van de Geest niet binnen het gezichtsveld. De vragen blijven dan beperkt tot: hoe krijg ik deel aan het heil. En het komt niet tot het leven uit het heil, en de vernieuwing van het leven in de dienst des Heeren. Dan blijft ook het werk van de Geest in de toerusting tot deze dienst ongenoemd. Het valt niet te ontkennen, dat hiermee voor een deel de situatie in de gemeente is getekend. Het gebrek aan de gaven van de Geest en het niet verlegen zijn hierom heeft als diepste oorzaak, dat het werk van de.Geest is ingeperkt en verschraald. Want zoals de verabsolutering van de gaven met verwaarlozing van het bevindelijke leven het gevaar van de oppervlakkigheid en verschraling met zich meebrengt, zo brengt ook de verabsolutering van (een deel van) de innerlijke geloofservaring het gevaar met zich mee van verenging en verschraling.
De vrijheid van de Geest
Daarbij moet nogmaals gewezen worden op de betekenis van de gaven. Zij worden door de Geest ons geschonken niet om zelf de man ermee te worden, maar om de ander, de gemeente erdoor te dienen. Dat is het voornaamste. Terwijl het van secundaire betekenis is, welke gaven de Geest schenkt. Juist met het oog op de functionering ervan deelt de Geest, de gaven toe naar dat Hij goed dunkt. Dat kunnen hele gewone gaven zijn, eenvoudig en niet opzienbarend, maar juist zeer nuttig voor de gemeente. Wij mogen dit herkennen en terugvinden bij eenvoudige gemeenteleden of ambtsdragers, die in stilte hun weg gaan en hun werk doen, maar door wie de gemeente waarlijk wordt gediend, Romeinen 12 spreekt b.v. over de gave van het uitdelen, dat in eenvoudigheid geschiedt. Ook wordt de gave van de barmhartigheid genoemd, die in blijmoedigheid mag worden beoefend. En gelukkig zijn zij er, blijmoedige, eenvoudige christenen, die hun gave van uitdeling en barmhartigheid in de gemeente en daarbuiten in stille maar diep werkeride daden omzetten.
En zo zijn er meerdere gaven, in een grote verscheidenheid. De gave van de bediening ên van het leren en van het vermanen. Misschien is het goed om eyen uitdrukkelijk nog de gave van de barmhartigheid te noemen. Want meer dan ooit is de gemeente om deze gave verlegen, nu er zoveel nood is, in de gemeente en in de wereld, onder ouderen en jongeren. Ook al zijn er gelukkig gemeenteleden, die deze gave beoefenen, moeten wij in het algemeen niet constateren, dat het te zeer ook aan deze gave ontbreekt. Is de gemeente niet veel meer consumptiegemeente dan een dienende, een diakonale gemeente? Wat doen wij als gemeente aan het opvangen en begeleiden en helpen van mensen in nood? De geestelijke, maar ook sociale en psychisch-maatschappelijke nood is zo hoog. Verstaan wij de roeping in dezen, of verachten wij de gave der barmhartigheid en der bediening, die de Geest heeft en wil geven?
Bijzondere gaven
Zo is er een rijke verscheidenheid aan gaven. Gewone gaven, die zelfs voorop. Maar ook, wat wij ten onrechte noemen, bijzondere gaven. Want alle gaven van de Geest zijn bijzonder, omdat zij Geestesgaven zijn. Rom. 12 spreekt ook over de gave van d^ profetie. Dat is de gave, die de Geest niet alleen-toen schonk, maar die Hij ook nu wil schenken. En ook om deze gave is de gemeente en de wereld zo hard verlegen. Want met de gave der profetie mag de christelijke gemeente overtuigend en onthullend de wil van God verkondigen en de gangen van God aanwijzen in het gebeuren van heden en toekomst binnen dè gemeente en in het geheel van het wereldgebeuren. Bestaat er niet een dringende behoefte aan deze gave? Nu er zoveel verwarring en onenigheid en vertwijfeling bestaat aangaande Gods wil van en met ons leven, persoonlijk, in de gezinnen, in politiek en maatschappij?
En als de gave van de profetie ook nu nog van de Geest te begeren en te krijgen is, waarom dan ook niet de andere gaven, die de Schrift noemt. De gave van de genezing en van het spreken in tongen. We moeten} eraan denken, dat de Geest vrij is in het schenken en uitkiezen van de gaven. En nogmaals: Hij beoogt er de opbouw van de hele gemeente mee. Maar binnen die vrijheid blijft er de rijkdom van de Geest in zijn onderscheiden gaven. En wie zal de vrijmoedigheid hebben om de Geest ook in dit opzicht beperkingen op te leggen, en te zeggen: deze gave geeft de Geest nog wel, maar die gave niet meer. Zijn wij hiertoe bevoegd? Of zeggen wij er in feite iets anders mee? B.v. deze gave w'il ik wel ontvangen, maar die gave heb ik niet nodig.
Wij mogen aan de vrijheid én aan de rijkdom van de Geest geen grenzen opleggen. Daarom mogen wij ook zijn gaven inwachten, al zijn gaven in al hun verscheidenheid, ook de gave van de genezing en het spreken in tongen. Wanneer deze verbonden zijn en blijven met het hele werk van de Geest, zullen zij zeker ook dienen tot de geestelijke opbouw van de gemeente en van onszelf en tot de toerusting van de gemeente om in deze wereld dienende getuige van Christus te zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 1978
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 1978
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's