De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Zending en de geest

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Zending en de geest

8 minuten leestijd

Mislukte discussie

Het verslag over het gesprek over 'Zending in Nederland' in de gecombineerde synodevergadering van november jl. hebt u in één van de vorige nummers van 'De Waarheidsvriend' kunnen lezen. Er werd in dit verband gesproken over 'Mislukte discussie over 'Zending in Nederland'. De bedoeling van dit artikel is om daarover iets meer te vertellen.

Eigenlijk niet zozeer over deze mislukte discussie. Daarover valt niet zoveel te vertellen. Of het moet over de oorzaken van deze mislukking zijn. Maar pok dan is een verlegen en beschaamd zwijgen meer op zijn plaats dan een spreken erover, hoe dan ook.

Voorafgaande aan deze discussie is echter iemand aan het woord geweest, die het waard is om door ons gehoord te worden. Wij bedoelen dr. Lesslie Newbigin, een man die jarenlang in de praktijk van het zendingswerk gestaan heeft, in India, en die nu een belangrijke taak heeft bij de zendingsopleiding in Engeland. Hij was speciaal uitgenodigd om op deze synodevergadering te komen spreken. Alle gegevens, die totnutoe rondom 'Zending in Nederland' beschikbaar waren „waren hem van te voren toegestuurd. Met de vraag, of hij in zijn verhaal op een of andere wijze erop in zou gaan.­

Weer een buitenlander

Ik moet eerlijk erkennen, dat ik van te voren geplaagd werd door de negatief werkende vraag: waarom moet het nu weer een buitenlander zijn? Waarom kan prof. J. Verkuyl niet een goed en inspirerend woord tot ons richten? Of een ander, die zelf midden in Nederland woont en werkt? Die negatieve gedachte was voor een groot deel ontsproten aan de ervaring met de z.g. negen buitenlanders, die vorig jaar reeds bij dit project waren betrokken, en wier bevindingen wij nu in het z.g. Verslagboek vóór ons hebben gekregen. Dat ik daarvan een negatieve indruk heb overgehouden wil ik niet wijten aan deze buitenlanders. Ik geloof, dat dit ook niet juist zou zijn. Wel is het juist, dat dit verslag een zeer eenzijdige analyse geeft van de situatie in Nederland en een zeer eenzijdige weg aanwijst om totZending in Nederland te komen. Waaruit deze eenzijdigheid bestaat, is reeds uitvoerig weergegeven in wat er van de zijde van de I.Z.B. hierover is gepubliceerd.

Later is er nog weer een Appèl uitgegaan van meerdere instanties en organisaties die actief in de inwendige zending en evangelisatiearbeid in Nederland werkzaam zijn. In dit Appèl trof mij de grote nadruk op de Heilige Geest en zijn werk, juist in verband met de zendingsarbeid. Dat hieïop zo sterk de nadruk werd gelegd, zal zeker verband houden met het.feit, dat in de officiële stukken van 'Zending in Nederland' dit accent geheel of vrijwel geheel heeft ontbroken. En dat terwijl in de Schrift zelf het verband tussen de zending en de Geest zo ontzaglijk nauw en inhoudsvol en allesbeheersend wordt gelegd.

Newbigin en het Appèl

Ik ben door de lezing van dr. Newbigin zo diep getroffen, omdat ook hij dit verband, tussen de zending en de Geest, indringend heeft aangewezen. Dit moet niet worden verklaard uit het feit, dat op deze wijze het genoemde Appèl als het ware werd herhaald en bekrachtigd. Al

is het waar, dit moet op zichzelf als een secundaire zaak worden beschouwd. Het gaf mij trouwens op een andere wijze nog al wat te denken. De vraag kwam bij mij op: hoe komt het toch, dat wanneer twee nagenoeg hetzelfde zeggen, het toch zo verschillend, ja zelfs tegenovergesteld, overkomt? Want wat del.Z.B. en het Appèl uitspreken, wekt verzet en wordt afgewezen als piëtistisch en individualistisch en ongeschikt voor deze tijd. Terwijl de woorden van Newbigin diepe indruk hebben gemaakt op de leden van de synode. Waar ligt dat aan? Is dat een kwestie van vooroordeel, van het niet door je eigen mensen het gezegd willen hebben, maar alleen uit een vreemde mond? Of ligt het daaraan, dat in het ene geval de woorden geen kracht hebben, omdat er te weinig liefde, geloof achter steekt, terwijl in het andere geval niet alleen de woorden, maar de hele presentatie krachtig en overtuigend was? U merkt, dat dit alles mij in een nogal grote verlegenheid gebracht heeft. Ik ben daarmee nog niet klaar. Ik zou er behoefte aan hebben met anderen, niet alleen uit onze eigen kring, maar uit het geheel van de kerk, eerlijk, in de Geest-ontdekkend naar alle kanten, erover door te spreken.

Niet de Wet maar het Evangelie

Waar het mij nu vooral om gaat, is dat ik graag een paar woorden van Newbigin wil doorgeven. Hij begon met te zeggen, dat wij de zending hebben ondergebracht onder de wet. Wij moeten dit... wij moeten dat... Dat geeft een krampachtig activisme enerzijds, en een verlammend besef van ons tekort anderzijds. Maar de zending hoort niet thuis bij de wet, maar bij het evangelie. Daarom spreekt Christus erover na zijn opstanding, in het licht van zijn macht en overwinning (Matth. 28). Daarom geeft hij de opdracht mee als een belofte: ij zult Mijn getuigen zijn (Hand. 1 : 6-8), en is de vervulling van deze belofte direct verbonden met de komst van de Geest. Daarom worden op het feest van de uitstorting van de Pinkstergeest de discipelen apostelen, gezondenen. Dan wordt de gemeente zendingsgemeente. Zending is een vrucht van de opstanding van Christus, van de belofte van het Evangelie, van de gekomen Pinkstergeest.

Gemeente werkplaats van de Geest

Het tweede waarop Newbigin ons wees, was, dat de gemeente de plaats is, waar de Geest woont en werkt en waar Hij dus ook zijn werkplaats inricht om de zending te drijven. Zo krijgt de gemeente haar volle betekenis in het licht van het werk van de Geest. Want de gemeente is zelf het resultaat van dit werk van de Geest. Maar de Geest gebruikt vervolgens deze gemeente om door haar heen uit te gaan in en tot de wereld. Zo is de gemeente onvervangbaar en kan zij door niets anders worden vervangen. Tegelijk is die gemeente er om instrument, werkplaats van de Geest te zijn, die de wereld tot zijn zendingsveld heeft ge-. maakt. Daarom kan de gemeente niet worden vervangen, maar ook kan de Geest niet in de gemeente worden gevangen. Naar beide kanten dreigen de gevaren. Het is weer de Geest, die ons het rechte spoor doet zien en gaan.

Afgezonderd en uitgaand

In de derde plaats wees Newbigin erop, dat wanneer zo de gemeente werkplaats van de Geest is, zij aan de ene kant voluit gemeente is, die dicht leeft bij haar Heere, maar aan de andere kant gemeente is, die uitgaat tot in de verst afgelegen heggen en steggen van deze wereld. Aan de ene kant een afgezonderde gemeente, aali de andere kant een gemeente die zich uitlevert midden onder het volk en de mensen. Daarom is er concentratie enerzijds. Concentratie op het evangelie, op het onderricht, op de geestelijk opbouw van de gemeente, op Christus zelf. Maar anderzijds is er de uitwaaiering, in de wereld, in de samenlevingsverbanden, in de nood en de schuld en de pijn van deze wereld. Levend vanuit het hart, stuwt de gemeente haar door de Geest geschonken levenskracht tot in de verste geledingen van wereld en maatschappij. En dan is er niets, dat daar buiten valt.

De oorzaak van de mislukking

Deze drie hoofdpunten bracht Newbigin naar voren. Alle drie vanuit het centrale gezichtspunt van het werk van de Geest. We hadden verwacht, dat dit alles een indringende en levende bespreking zou oproepen. Het gevolg was echter een totale mislukking en frustrering van de discussie. Hoe is dat mogelijk? Natuurlijk kunnen dan allerlei organisatorische en technische oorzaken naar voren worden gebracht. Maar als wij daarin geloven als laatste waarheid, gaan wij nog weer verder om onze armoede te camoufleren en te verdringen. Ten diepste ligt de oorzaak naar mijn overtuiging daarin, dat de Geest ons ontdekte aan onze armoede aan de Geest.

Als de zending onder de wet was blijven staan, zouden wij vast ep zeker op en na deze synodevergadering de handen weer uit de mouwen gestoken hebben en elkaar hebben toegeroepen: wij gaan het nog weer eens proberen, nu met actie zus en zo. Nu Newbigin vanuit het Woord Gods ons had laten horen, ^dat de zending behoort bij het Evangelie, vrucht is van de Geest en alleen dan aanwezig en zinvol is wanneer de gemeente werkplaats van de Geest is, nu kon een nieuwe actie niet meer baten. Zij zou ons alleen nog dieper in het moeras van onze lawaaierige krampachtigheid doen wegzinken. Maar nu is aan het licht gekomen, dat niet minder nodig is dan een weder-geboorte van de gemeente tot gemeente des Heeren, tot gemeente als plaats van aanwezigheid en werkzaamheid van de Geest.

Dat is de boodschap, die ik uit de woorden van Newbigin gehoord heb. Ook dit was een Appèl van de Geest tot wedergeboorte en bekering. Bekering van de wet tot het Evangelie, van ons eigen activisme tot het instrument-zijn van de Geest. Ik heb voorlopig dit Appèl op mijzelf laten aankomen, en op onszelf, voorzover ik me representant weet van anderen. Ik hoop, dat de hele kerk zo ermee bezig zal zijn, als straks dit woord van deze zendingsman aan de hele kerk wordt rondgestuurd. Zo zou zending in Nederland bij Gods eigen huis beginnen, hopelijk vóórdat en omdat het oordeel bij Gods huis begint.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De Zending en de geest

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's