Woord en Geest, - Geest en Woord
De Verhouding Woord en Geest
Woord en Geest
In dit laatste hoofdstuk willen wij als samenvatting van het geheel nog even de klemtoon laten vallen op de wisselwerking die er is tussen Woord en Geest. De volgorde van Woord en Geest is een willekeurige en kan worden verwisseld. Meestal wordt het Woord eerst genoemd. Wij spreken doorgaans van Woord en Geest.Toch komt ook de omgekeerde volgorde voor. Zo zegt de Heidelbergse Catechismus in Zondag 21 dat de Zone Gods zich een gemeente vergadert door Geest en Woord. Het omkeerbare van deze volgorde wijst erop, dat hier sprake is van een volledige wisselwerking. Het Woord zelf is door de Geest ontstaan. De mannen Gods, profeten en apostelen en bovenal Christus zelf, hebben door de Geest gesproken. Ook het op Schrift stellen van het Woord van God is het werk van de Geest. Ook al is het verricht door mensen. Want dat de bijbelschrijvers geschreven hebben zoals zij geschreven hebben, is aan de Geest te danken. Zij zijn op een bijzondere wijze door de Geest geleid, zij zijn door de Geest geïnspireerd.
Maar ook het verstaan van het Woord is een werk van de Geest. Want in onszelf zijn wij onwilUg en onmachtig om de Schrift als het Woord van God te verstaan en te aanvaarden. Dat geschiedt alleen wanneer Wij door de Geest tot leerling zijn gemaakt, zoals Calvijn het zegt. Het kennen van de Schrift en het aanvaarden van de Schrift is een werk des Geestes. Daarmee is alle rationalistische Schriftkennis, maar ook alle rationalistische Schriftcritiek geoordeeld als werk van het vlees.
Ook het tot gelding brengen van wat God als zijn heil in Christus in het Woord heeft geopenbaard is het werk van de Geest. Wij denken aan de Bediening van het Woord in de gemeente en het geloven van het Woord door . de gemeente. De Geest doet God als de sprekende God gezaghebbend regeren in ons hart en in de gemeente. Zodat in en door het Woord de gemeenschap met God zelf in Christus door de Geest tot stand wordt gebracht. Calvijn noemt dit de verborgen werking van de Geest, die de verborgen leermeester is, die ons het Woord Gods niet alleen doet verstaan, maar ook doet geloven en aanvaarden. In dit Woord leren wij door de Geest God zelf kennen en Christus zelf kennen en zijn heil als een werkelijkheid kennen en bezitten.
Zo is het werken van de Geest dus geheel en al erop gericht om h^t Woord Gods in ons leven, in de gemeente en in deze wereld tot gelding te brengen.
Geest en Woord
Anderzijds wil de Geest geen eigen wegen gaan buiten het Woord om. Hij zou dat wel kunnen, omdat hij als de derde persoon zelfde souvereine God is. Deze souvereiniteit en vrijheid van de Geest krijgen ook wel hun gestalte als de Geest zo met het Woord omgaat, dat het toch als een zeer bijzonder, extraordinair werk van de Geest tot ons komt. Maar dat is niet wat de Geest bij voorkeur als zijn weg en methode uitkiest. Integendeel. Het behoort bij het eigene van de Geest, dat Hij a.h.w. wegschuilt achter het Woord en wegschuiltachterChristus en achterdè Vader. Juist zijn verborgen-willen-blijven is zijn identiteit. Hij valt te kennen en te herkennen juist daaruit, dat hij niet op de voorgrond treedt. Daarom bindt Hij zich gewillig aan het Woord. Tenslotte is het toch ook Zijn Woord. Hij zelf is de Geest van het Woord zoals Hij de Geest van Christus is.
Daarom is het overtuigend geestelijk, ligt het geheel in de lijn van de Geest, om bescheiden te zijn, niet belust op het bijzondere, om be vreesd te zijn om maar enigszins af te wijken van het Woord. Het is de Geest die ons juist aan het Woord bindt. Woordgebonden, Schriftgebonden leven, denken, spreken en preken is bij uitstek geestelijk leven, denken, spreken en preken.
De oefening van de Geest
Dat is een oefenschool voor het leven. Hoe meer er geoefend wordt door en vanuit de Geest hoe meer wij ons richten op de eenvoud van het Woord Gods. Wij gaan steeds minder daarbuitenom wensen, steeds minder meer of hoger begeren. Wij begeren steeds dieper in de laagte, in de kinderlijke eenvoud van het leven bij en uit het Woord, onze dagelijkse weg te bewandelen. Zo zijn wij als leerlingen van de Geest leerlingen van het Woord. Woord en Geest, maar ook Geest en Woord. De een nooit zonder de ander. Zo heeft de Heere zich aan ons willen openbaren, en zo mogen wij Hem kennen, zo gaan wij Zijn toekomst tegemoet. Levend uit het geloof, om straks Hem te aanschouwen, door de Geest. Hem, die het Woord is van de beginne, en die dit blijven zal tot in eeuwigheid. Dit Woord was bij God en het was God, dit Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. En wij hebben door de Geest en het Woord Zijn heerlijkheid aanschouwd. En wij zullen eenmaal Zijn heerlijkheid aanschouwen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's