De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bernardus Moorrees

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bernardus Moorrees

Zij die bleven (14)

9 minuten leestijd

(5)

De Afscheiding in de gemeente Wijk

Als het vuur van de afscheiding door het Land van Heusden en Altena gaat, vreest Moorrees dat het ook op zijn gemeente zal, overslaan. Tot nogtóe was het in Wijk rustig gebleven; de opkomst bij de kerkdiensten was groot en geeft de predikant 'ruime stof tot dankbaarheid'.

Ook de verplichte invoering van de gezangenbundel van 1807 had hier niet veel stof doen opwaaien, zoals elders in de landstreek. Ds. Moorrees deelt met zijn gemeenteleden de bezwaren tegen die nieuwe liederen, maar wil, om onrust te vermijden er geeij twistpunt van maken en geeft alleen dié gezangen, die hij wel 'evangelisch" vindt. Hierdoor blijft de gemeente bijeen: ' De liefde en de achting der gemeente voor mij zegenvierde over de afkeer van de gezangen'.

Slechts één keer wordt er in Wijk een kerkeraadsvergadering gehouden, die direkt betrekking heeft op de afscheiding. Twee gemeenteleden moeten voor de kerkeraad verschijnen, omdat 'zij bij Scholte of in Almkerk ter kerke gaan en samenspannen met hen, die in deze streken onrust en verwarring zaaien'. Het merkwaardige van dit geval is dat de tutht over de belijdenis doorkruist wordt door tucht over wandel. Deze twee leden verwekken nl. met hun levenswandel ergernis in de gemeente. Harde woorden vallen er, over en weer, in die vergadering en, als een echt, gesprek onmogelijk blijkt, besluit de kerkeraad 'hen uit de gemeente te bannen' en; omdat zij naar de satan luisteren, hen aan de satan over te geven' .

Op de volgende vergadering van de kerkeraad wordt, nu bij afwezigheid van de betrokkenen, veel rustiger over deze dingen gesproken én wordt besloten dat de twee gemeenteleden zich zullen onthouden van het H.Avondmaal, totdat zij door woord en gedrag bewijzen zich te onderwerpen aan de kerkelijke vermaning i en tucht. Hoe het verder met deze mensen in de gemeente vergaan is, is uit dekerkeüjke archieven in Wijk niet op te maken. Duidelijk is in ieder gevai dat ds. Moorrees en zijn kerkeraad, als herders, de eenheid der gemeente rond Woord en belijdenis zoeken te handhaven.

Dreigende scheuring in de gemeente

In het begin van het jaar 1837 heeft ds. Moorrees een erg droevige ervaring. De, rechtzinnige en vrome gemeenteleden verdedigden hem telkens tegen de afgescheidenen, die hem belasteren, omdat hij weigerde in hun kamp te treden. Zijn gemeenteleden 'erkenden dankbaar, tot op het einde des vorigen jaars, dat ik het werktuig in Gods hand was, waardoor zij bewaard waren geworden voor die treurige verwarringen, waarin andere gemeenten in dèn omtrek gestort waren'. Moorrees leeft in de veronderstelling dat nu, na twee jaar, de zucht tot" afscheiding wel ni.et meer zal bestaan. Echter: 'Uit deze droom werd ik eens-' klaps opgewekt met het begin van dit jaar, toen sommige van mijn gemeente, zonder mij daarvan iets te melden, zich onderling hadden > verbonden, om de kerk te verlaten, en van de prediking des Evangeliums zich te onttrekken.... Zij, die nog weinig tijds geleden de vurigste tegenstanders van de afscheiding waren (ja, hierin dikwert eene bitterheid openbaarden, strijdig met de liefde, dat echte kenteken van het ware geloof, welke ik steeds afkeurde), verklaarden nu geheel veranderd te zijn'. Zelfs een ouderling en een diaken, die destijds zelf ds. Moorrees hébben beroepen, doen met deze groep mee.

Moorreei^ voelt zich ontzettend in hen teleurgesteld. Zoekt hen persoonlijk op, om hen tot andere gedachten te brengen, want deze groep heeft zich v/el aan de prediking onttrokken, maar heeft zich nog niet tot de afgescheiden gemeente in de cfetrek gewend. Moorrees bemerkt dat deze persoonlijke gesprekken echter niet het effect hebben dat hij begeert: 'Broeders, sluiten wij ons naauwer aan malkanderl En laat ons. Als dienaars van den Heer, ons ontfermen over zijne schapen, die nu als omdwalen op de bergen!'

”Wat nu te doen? Moorrees besluit om nu in boekvorm zijn gemeente, en tegelijk het hele vaderland aan te spreken. Dat boek-je is het, al eerder genoemde: Een eenvoudig doch ernstig woord aan ai mijn geloofsgenoten. Met die geloofsgenoten bedoelt hij allen die het geloof der vaderen deelachtig zijn, , al dan niet van de Hervormde kerk afgescheiden. In de inleiding spreekt hij, naast de afgescheidenen, 'ook heel persoonlijk de zich aan de prediking onttrekkende groep in zijn gemeente aan. Zijn zij dan vergeten dat zijzelf het destijds als een wonder Gods zagen, dat ds. Moorrees naar Wijk terugkwam? Zi jHi zij vergeten dat zijzelf gewag maakten van kennglijke zegen onder de prediking van (^s. Moorrees?

Daarna bespreekt hij uitvoerig al de bezwaren die de afgescheidenen, , maar nu ook een deel van zijn gemeente, inbrengen.tegen de Hervormde kerk. Hij gaat deze bezwaren niet ontkennen of afzwakken, maar vanuit de Schrift wil hij telkens bewijzen, dat deze ^bezwaren niet toereikend zijn voor een zo grote stap, als het zich afscheiden van de, door Gods hand geplante, vaderlandse reformatorische kerk. Hij eindigt zijn betoog met deze woorden: Hiermede heb ik dit werk ten einde gebragt, en leg dit eenvoudig, doch ernstig woord voor des Heeren aangezigt neder. Indien de opwekking en drang daartoe, die ik niet kon wederstaan, uit Hem is, dan zal Hij het zegenen tot die einden, die Hem welbehagelijk zijn. Ik wensch dit eenvoudig, doch ernstig woord met mijn gebeden te besproeien, dat de Heer, die het slijk gebruikte tot opening van de oogen des blinden, ook dit eenvoudig, doch ernstig woord dienstbaar make tot opening van veler oogen. Het zij zoo!'

In het land kreeg het boekje weinig bekendheid en vond het ook weinig gehoor. In de gemeente Wijk kwam het echter niet tot een werkelijke scheuring en dat is m.i. aan de verschijning van dit geschriftje mede te danken. Kennelijk hebben de betrokkenen zich door hun herder laten overtuigen en onttrokken zich niet langer aan zijn prediking. In ieder geval schrijft Moorrees in het notulenboek van de kerkeraad als.er, met het oog op de komende bediening van het H. Avondmaal, Censura Morum wordt gehouden: 'Maar er is niets dat de aantekeningen waardig is, aangebragt^.' Menselijkerwijs gesproken is het feit dat nu nog steeds in het kerkdorp Wijk slechts één kerk staat, de Hervormde, te danken aan de persoon van ds. Moorrees.

Trieste dagen

In februari 1845 wordt Censura Morum gehouden voor het Avondmaal 'dat om.... (helaas onleesbaar) redenen is uitgesteld'. Deze reden laat zich echter gemakkelijk raden. Op de 15 januari is Moorrees' derde vrouw overleden. Moorrees-leidt zelf de begrafenis n.a.v. Joh. 1 : 42. Een gemeentelid heeft de euvele moed een boekje op eigen kosten uit te geven (kennelijk vond hij geen uitgever bereid), waarin hij bedenkingen uit tegen de woorden van de predikant, bij die trieste gelegenheid gesproken.

Het boekje wordt verlucht met een spotdicht op ds. Moorrees en de kerkeraad en zelfs een bewerking van ps. 94, waarin Moorrees wordt voorgesteld als de boze, en de schrijver als de onschuldig vervolgde. Deze twist heeft met de afscheiding niets van doen en hoeft, irf dit kader, ook niet beschreven te worden. De kerkeraad staat achter haar predikant en verklaart voor het classicaai bestuur telkens; 'dat'^het met de verstandsvermogens van die betrokken man jammerlijk gesteld was'. "Veel verdriet moet echter deze vuilschrijverij-ds. Moorrees hebben ge'daan en zijn laatste jaren hebben verzuurd. Oudere mensen in Wijk weten daarvan nog heel verdrietige dingen te vertellen.

Anderhalf jaar later treedt Moorrees voor de vierde maai' in het huwelijk met Jeanette de Pineda, die reeds enige jaren voor zijn kinderen gezorgd had. Na 20 augustus 1845 zijn er geen notulen meer gemaakt van de kerkeraadsvergaderingen. Moorrees zal geen lust gehad hebben al die onverkwikkelijke gesprekken met-en over dat moeilijke gemeentelid op te tekenen. Hel classicaai bestuur komt er telkens aan te pas, eerst omdat het meent door deze kwestie een aanleiding te hebben orq tegen Moorrees op te treden, later om de kerkeraad in deze moeilijke zaak te helpen. Zijn neef vertelt dat zijn oom Bernardus 'de laatste dienstjaren verrichtte in veel zwakheden des lichaams'. In het begin van die jaren kan Moorrees nog wel éénmaal per zondag preken, maar in 1851 moet hij emeritaat aanvragen. Na veel lichamelijk lijden en ook geestelijke aftakeling sterft hij te "Wijk jn de zekerheid van het geloof op zondag 19 augustus 1860, 'op een leeftijd van meer dan tachtig jaar.

Mens en toch dienaar des Woords

Ds. Bernardus Moorrees was een mens en het is niet moeilijk ook bij hem gebreken te signaleren. Niet eerlijk is het echter wat dr. Volger in zijn ' De leer der Nederlandsche Hervormde kerk' doet: hem een man van zwak karakter noemen en hem lafheid te verwijten. Dat komt omdat Volger enkel-zijn oor te luisteren heeft gelegd bij Moorrees' openlijke of bedekte tegenstanders. Zijn neef ds.. Geselschap noemt hem: een beminlijk mens, die echter nogal driftig was. Dat is stellig waar. Zo zijn er meer gebreken te vermelden. Bijv. de overdreven verheerlijking van het verleden en de geschiedenis van de vaderlandse kerk.

Maar deze mens wilde dienaar van het Woord zijn en hij wist zeer wel dat de Heere gebrekkige mensen gebruiken wil om Zijn Woord te bedienen. Wij doen er dan ook beter aan tenslotte nog één keer te horen naar die, nog steeds actuele, prediking van ds. Moorreies. In een preek over het gesprek van Christus met de Saniaritaanse vrouw vergelijkt hij de godsdienst-geschillen van de Joden en Sama-

ritanen met de theologische geschillen tussen afgescheidenen en niet-afgescheidenen. De oorzaak van de geschillen onder christenen ligt, zo zegt hij dan, niet in de Schrift, maar in de verdorvenheid van onze natuur. Geschillen kunnen enkele worden opgelost door het gebed met-en voor elkaar om de Heilige Geest. Hij verzucht dan: 'Gave de Heere dat in plaats van te twisten, deze weg van ons gekozen werd, dan zouden de geschillen haast ophouden, en zou het zijn als in de eerste kerk: de menigte dergenen, die geloofden waren één hart en eene ziel.' Zo heeft Moorrees, nog altijd, vanuit het Woord zijn geloofsgenoten wat te zeggen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Bernardus Moorrees

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's