Jaar van goede boodschap
1978/1979
We zien nog weer even om, steeds vluchtiger en sneller, naar ons besef. Soms moetje even nadenken: was het dit jaar of al weer een jaar eerder dat dit of dat gebeurde? Zetje alles nog eens op een rij dan komt het een mens soms ongelooflijk voor, dat het alles in één jaar passeerde. Wat een gesprekken zijn er weer geweest, wat een woorden zijn er weer geuit op congressen, vergaderingen, in commissies en comité's, in de politiek en in de kerk.
Wat een papier is er ook weer bedrukt; we werden weer door de papiermassa's ingesneeuwd. De wijze prediker zegt aan het eind van zijn overpeinzingen, dat van veel boeken te maken geen einde is en dat veel lezen vermoeiing des vleses is. Als hij dat nu al zei in zijn tijd, met de perkamentrollen of de beschreven tafels, wat dan wel te zeggen van ónze tijd? Op z'n minst zou gezegd moeten worden, dat van veel boeken, tijdschriften, praatstukken, folders en allerhande drukwerk te maken geen einde is, om over die vermoeiing des vleses maar te zwijgen.
Maar, als het alléén al over boeken gaat: elk jaar wordt in Frankfurt een Buchmesse gehouden, waar uitgevers uit de hele wereld (en ze staan er lang niet allemaal) hun nieuwe boeken komen tentoonstellen en ook hun wat oudere bestsellers. Ditjaar waren er zo'n 4700 uitgevers met in totaal 300.000 nieuwe titels. Welk deel dit is van het totaal aantal nieuwe boeken ter wereld laat zich slechts raden. Wel behoef ik me geen zorg te maken, dat ik een rectificatie zal moeten plaatsen als ik, zónder navraag, beweer dat niet alles godvruchtige lectuur mag heten. Al moet ook weer gezegd, dat wat per jaar aan religieuze lectuur verschijnt ook niet gering is.
In ieder geval leverde 1978 weer een overvloed aan gedrukte woorden. Laurens Janszoon Coster, als die dan inderdaad de uitvinder van de boekdrukkunst moet heten, moest eens weten wat zijn vinding ons in de twintigste eeuw heeft opgeleverd. Een grove en globale benadering leerde mij dat alléén al de zetters van ons orgaan ongeveer drie honderd miljoen letters op papier hebben gezet, sinds het onstaan ervan in 1909. Of het lezen ervan door de jaren heen ook tot vermoeiing des vleses was kan slechts de lezer beoordelen. Maar ik vlei me niet met de waan, dat ons orgaan op de wijze woorden van de Prediker een uitzondering zou maken.
Politiek
Toch hebben we het min of meer aan Laurens Janszoon Coster te danken, dat we ook het afgelopen jaar snel en doeltreffend geïnformeerd werden over wat er in de wereld, ver weg en dichtbij, aan de hand was.
We konden met Begin en Sadat mééconfereren in Camp David en werden daarna van stap tot stap op de hoogte gehouden van het lopende vredesoverleg met z'n wisselende kansen.
We hoorden van oorlogen en geruchten van oorlogen, van bloedige strijd b.v. in Libanon, Rhodesië.
We zagen - als ik dit ook even onderpolitiekrelevante gebeurtenissen mag rangschikken - hoe Pausen kwamen en gingen, en werden nauwkeurig geïnformeerd over wat dit het Vaticaan allemaal wel kostte, (totaal ƒ 6.000, 000) al was het alleen al door de dubbele maand salaris, die het Vaticaanse personeel bij het sterven van een paus en ook nog eens bij het aantreden van een nieuwe paus ontvangt.
We schrokken van koopsompolisschandalen en werden later weer gerustgesteld.
Heel wat zettershanden waren uren in de weer over het geval Menten. En verder zorgden de periodieken er wel voor dat al de emoties, die rondom dit geval loskwamen, ons direct gewerden .
Abortus-provocatus, als een politieke zaak van de eerste orde, is ons door middel van de persorganen op de valreep van het jaar óók nog weer aangereikt en onderscheiden organen lieten al onderscheiden visies publiek worden.
En tenslotte - last but not least - de affaire Aantjes kreeg via de pers ook volle kansen, niet allemaal zo clean, dat niet; maar méér dan er geschreven is kan er in de toekomst toch echt niet meer geschreven wórden. Het is dan ook welletjes!
Intussen zul je maar politicus zijn. De persorganen zijn de publieke schandpalen van déze tijd, niet minder erg dan de schandblokken van vroeger.
De kerk
Ook binnen de kerk wordt ieder dank zij de boekdrukkunst, uitvoerig geïnformeerd over het wel en wee, hier en elders, in eigen parochie en bij broeders en zusters elders.
Uit wat de aandacht kreeg maak ik een selectie. Visitatoren in de Hervormde Kerk conclu-deerden, dat in de oecumene de voet op de rem stond. Desalniettemin probeerden oecumenelievenden extra stimulansen te geven om aan de gang zijnde ontwikkelingen te versnellen. Daartoe betrok de oecumene de bevrijdingsbewegingen in Afrika in de ring. De Hervormde Synode deed mee door ze er op de junivergadering in ieder geval niet buiten te laten, en door-toen de Wereldraadgift aan het Patriottisch Front de kerkelijke gemoederen in de wereld tot het kookpunt bracht-zich er wel niet vóór of tégen uit te spreken, maar toch op z'n minst een groen licht te geven wat betreft de bezinning, hetgeen ongetwijfeld een eerste milde stap was tot een nauwer aanhalen van banden met zodanige bewegingen, die nooit de sympathie van de reformatorische theologie hebben gehad.
Maar intussen werd de verhouding binnen de Gereformeerde Gezindte, waar toch verwantschap-van-huis-uit is, er óók niet beter op. Grimmiger moesten daar kennelijk óók de discussies worden.
Intussen werd onze kerk geconfronteerd met een binnenkerkelijke oppositiebeweging, i.e. een groep Amsterdamse studenten met aanverwante theologen, die de nek uitstaken, met veel kabaal en zelfs met blasfemie, voor de theoloog Ter Schegget. Waar dan echter weer tegenover stond, dat voor déze felle actiegroep de synode gelukkig geen oor had. Overigens moet ook de IKON wel het gevoel gehad hebben, dat hij niet direct de sympathie van de kerk had, toen hij althans op de hervormde synode onder zware kritiek werd gesteld. Maar ontwikkelingen daarna herinnerden aan het verhaal van de voorttrekkende karavaan met de blaffende honden terzijde.
Zou ik verder alles in orde verhalen, de wanden van dit nummer zouden te ver uitgebogen worden. Maar ook in deze kolommen kon men lezen over de bede in de troonrede, die wél en niet terug kwam; over de polioepidemie, die te betreuren slachtoffers maakte, en die intussen ook slachtoffers van polemieken opriep; over ds. W. L. Tukker, die afscheid nam als voorzitter van de Gereformeerde Bond (een betreurd heengaan ongetwijfeld); en over Zending in Nederland, dat een mislukte discussie opriep op een ook nagenoeg mislukte gecombineerde Hervormd-Gereformeerde synode, (de 'Schakels' van de IZB ten spijt).
Wat dan nog te zeggen van de Zaanse predikanten, die aan de orde stelden wie nog met wie in de kerk kon blijven (een nietbeantwoorde vraag overigens); of over de Getuigenisdag in Arnhem, die bepaald niet zóveel losmaakte als het Getuigenis ooit deed, maar die wel nagalmde in wat verbeten commentaren.
Maar het liefst herinner ik maar aan het geestelijke testament van ds. H.S. J. Kalf. Ook dat kon onder veler ogen komen. En wat mij betreft was dat het hart van de kerk, al ben ik de laatste die zegt, dat de rest er niet toe doet. Maar ds. Kalf bracht ons in zijn laatste uren nog eens bij de waarde van dé kinderdoop, en wel op een heel bevindelijke manier. Uiterst actueel overigens (men leze de artikelen van ds. C. v. d. Wal).
Toen kwam het erop aan! Hoe kan een mens in het gericht bestaan!? i
Goede boodschap
Bij alle worsteling om de waarheid, gekrakeel om actuele zaken, pogingen om eigen (kerkelijk) gelijk veilig te stellen, werden we opnieuw geconfronteerd met het gegeven, dat het leven in alle verbanden door de zonde is aangetast en geïnfecteerd. Dezer dagen moest ik diep nadenken over het woord in de Schrift, dat zegt, dat het God berouwde dat Hij de mens gemaakt had Gen. 6:6. Als het zó al is, "wat zouden wij mensen dan nog verwachten!
En toch is de kerk er in de wereld vanwege de goede boodschap, het evangelie, bron van verblijding, mogelijk geworden door de komst van Hem die zich vernederen liet door onder ons mensen (en wat voor mensen) te komen wonen. Door zelfs verder te gaan en voor mensen, dieyijanden zijn, te sterven aan het Kruis.
Men kan zich afvragen of 1978 zo ook, vanuit dit Kruis, 'jaar van goede boodschap' was. Natuurlijk was het dat, want als het dat niet meer is zal Christus weergekomen zijn om levenden en doden te oordelen. Maar wat in de kerk was te zien en te horen was niet een jaar-lang-goede-boodschap. Daarvoor waren er tevéél twisten, interkerkelijk en binnenkerkelijk. Tot beschamens toe.
Toch is aan de kerk de goede boodschap bij de voortduur toevertrouwd. En als nu die vier melaatse mannen bij Samaria al spraken van 'een dag van goede boodschap' toen de Syriers van voor Samaria verdreven waren (door 'een geluid van wagens...') hoeveel te meer zal de kerk dan niet mogen en moeten getuigen van die dag van goede boodschap, die op Golgotha begon en met Pasen bekrachtigd werd, waardoor elk jaar onzes Heeren, ook 1978, jaar van goede boodschap is.
De vraag mag zijn of het hart van deze boodschap in het kerkelijk beweeg van 1978, in de kerkelijke twisten en discussies, centraal stond. Want die boodschap alléén houdt het uit en die boodschap alléén zal het hart raken. Het is de boodschap van bevrijding, die begon met de Verzoening op het Kruis, volstrekt aan het licht getreden in de Opstanding tot rechtvaardiging van goddelozen. Me dunkt dat, wat dit betreft, veel kerkelijk rumoer zich heeft afgespeeld vér van de heerbaan, waar het volk des Heeren langs trekt; en dat kerkelijke vergaderingen niet zelden de aansluiting hebben gemist bij wat voor het volk Gods het hart van de boodschap is.
Maar als we zien, dat de Heere Godjiu_al zo lang - ondanks het feit, dat Hij berouw had over wat Hij maakte - de Kerk en daarmee de wereld verdragen heeft, dan mag er hoop zijn. Dan behoeven we ook niet te grijpen naar nieuwe enthousiaste stromingen en bewegingen, zoals thans velen doen. Want God heeft door de tijden héén gewerkt langs de beproefde kaders van Zijn gemeente. Altijd weer is gepoogd er ten zuivere gemeente, van louter wedergeborenen, of van pure heiligen, of van enthousiaste gelovigen van te maken. En immer weer is het mislukt. Het blijft hier tóch stukwerk, ten dele. En daarom blijven we toch de kerk in haar concrete en vaak misvormde gestalte een diepe liefde toedragen.
Ik eindig dan ook bewust met het slot van een artikel, dat prof. dr. S. v. d. Linde schreef in Theologia Reformata over (de labadistische) Anna Maria van Schurmann. Hij zegt: 'hoe komt het dat deze zo geladen, vurige beweging (de labadistische, v. d. G.) zo spoedig uitgebrand bleek te zijn? Terwijl de door haar zo doodverklaarde kerk dan toch maar is blijven leven? Komt dat omdat edel gewas teer en onkruid taai van leven is? Of kan men soms te rechtvaardig, te heilig willen zijn? Zou het kunnen zijn, dat men te vast meende te staan en daarom zo onverhoeds viel? Het rechte antwoord wordt alleen gevonden als we de hand in eigen boezem steken'.
Met de oude kerk gaan we zo toch ook het nieuwe jaar in, wetend, dat het oude jaar toch een jaar van goede boodschap was en het nieuwe dit óók zijn zal.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 december 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 december 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's