Boekbespreking
J. A. E. Vermaat, Christus of ideologie. B.V. uitgeverij 'De Banier', Utrecht 1977, 515 blz., ƒ 35,–.
Deze boekbespreking bleef wat lang uit. Voor een deel heeft de schrijver daar schuld aan! Hij leverde een zó interessant, gedegen en tegelijk plezierig leesbaar boek, dat men het niet kan laten het van begin tot eind uit te lezen; maar dat moet dan in de tijd die een recensent daarvoor beschikbaar heeft.
Het behandelt de belangrijkste ideologieën die in deze eeuw draagster werden van politiek-totalitaire systemen: het marxisme in zijn communistische vorm in Rusland en China, en het nationaal-socialisme dat Duitsland in zijn greep heeft gehad.
De pretenties van die ideologieën botsen onvermijdelijk met de ethiek zoals die uit de Schrift opkomt want, simpel gezegd, de ideologieën zijn constructies van de mens en de Schrift komt van God. Slechts een niet volledig ernstig nemen van de zonde als breuk tussen God en mens – ook een Schriftgegeven – kan de idee doen opkomen dat een compromis tussen christendom en ideologie haalbaar is. Het christendom schuift dan van zijn grondslag af en 'ideologiseert', zoals schr. dat noemt.
In het eerste van de twee delen waaruit de studie bestaat gaat schr. uitvoerig in op het gevaar van deze ideologisering van het Evangelie. Hij beschrijft daarbij de ontwikkeling van het marxisme naar het communisme. Hij toont aan, dat de seculariserende tendenzen in het christendom ruimte gaven aan een christelijk-marxistische dialoog. In de loop van de laatste decennia werden enige theologieën ontworpen die deze tendenzen systematisch verwerkten en zo tot een theologische fundering van die dialoog leidden: de theologie van de hoop, de theologie van de revolutie als vorm van 'politieke theologie', en de theologie van de bevrijding. Schr. geeft een uitstekende beschrijving van deze theologieën en laat ook duidelijk zien hoe zij opkwamen uit de behoefte, het christendom met de ideologieën, in het bijzonder de marxistische, te verbinden.
In het tweede deel worden de lotgevallen van de kerk in de door ideologieën beheerste dictaturen van Rusland, Hitler-Duitsland en China uitnemend beschreven. Deze dictaturen hebben gemeen, dat zij het christendom uiteindelijk willen elimineren door het eerst tot de ideologie in kwestie om te smeden via syncretistische denkkaders. Deze kaders zijn in wezen al van de grondslag van het christendom afgeraakt. Verzet ertegen v^ordt door de staat als politiek verzet opgevat en roept zware druk en vervolging op.
Wat tot het buitenland doordringt ondanks de afschermende isolering, aan dictaturen eigen, noopt wel eens tot verschuivingen in de tactiek. En met name in Rusland zijn de communistische machthebbers gaan inzien, dat communistische infiltratie van het Westen mogelijk is via een Russische kerk die zij stevig in de hand hebben, en de Wereldraad van Kerken, vatbaar als die is door de seculariserende tendenzen in de Westerse kerken.
Dit samenspel van politiek-totalitaire systemen, de aan de ideologie onderworpen kerken in die landen en de in het Westen ontworpen theologieën wordt voortreffelijk belicht. Wat die Westerse theologieën betreft, wie heeft onder ons niet van die eigentijdse producten vernomen. Maar waar dat allemaal zo gauw vandaan komt en wat we ermee aan moeten, daartoe is informatie omtrent genoemde verbanden nodig die in dit boekwerk op heldere, doorzichtige en goed gedocumenteerde wijze wordt gegeven. Wij mogen schr. daarvoor heel dankbaar zijn.
Hij geeft blijk van een verbluffende belezenheid, ook indien onder de honderden literatuurverwijzingen een redelijk-normaal 'percentage' aan secundaire bronnen wordt aangenomen. Wij mogen van schr. gezien zijn leeftijd en de nochtans verantwoorde evaluatie van de stof nog veel verwachten, en wensen in ieder geval reeds dit boek de aandacht van velen toe, ook uit onze lezerskring.
Hier en daar haakt er wel eens wat. Schr. cultiveert in zijn spreken over de kerk wat ongeremd het gezindheids-denken dat in alle gesepareerde kerken min of meer gebruikelijk is. Het ons meer liggende verbonds-denken, dat overigens evengoed het 'Die gezindheid zij bij u' wil honoreren, komt daardoor wat in de verdrukking. Wij bedenken, dat tenslotte ook De Labadie een mislukking geworden is, en dat van de kerk als geheel ook enigszins geldt het laten; en peccator, tegelijk gerechtvaardigde en zondaar. De kerk van Christus valt niet samen met de numerus electi, het getal der uitverkorenen. Anderzijds oordeelt schr. merkwaardig mild over de Russisch-orthodoxe kerk, die toch fors afwijkt zowel van de rooms-katholieke als de protestantse kerken. Zij sluit het heil liturgisch binnen de eredienst op (Noordmans, Liturgie) en is daardoor veel meer dan de beide andere kerktypen gepredisponeerd om vreemde neigingen van de overheid maar op hun beloop te laten, dat is het terrein van het profane, buiten de kerk. Dat is wel keurig conform de door schr. zo begeerde scheiding tussen kerk en staat, maar weinig verzet-bevorderend.
Die scheiding tussen kerk en staat doet wat Kuyperiaans aan. Ze laat weinig of geen ruimte voor een aan de NGB verbonden theocratisch ideaal. De verdrukking van de kerk in Duitsland, Rusland (en China) wordt toegeschreven aan de verbinding van kerk en staat als zodanig, niet aan een binding aan een staat die openlijk ideologisch verkeerd wil. Dat laatste behoeft niet automatisch het geval te zijn en leidt dan niet tot ongelukken: Genève tijdens Calvijn bijv., of – enigszins – Nederland vóór de Franse tijd. En toch ook: deze zelfde Russisch-orthodoxe kerk in de tsarentijd.
Dan verbindt schr. de in deze eeuw optredende botsingen tussen ideologieën en het christendom met de naderende eindtijd waar de Openbaring over spreekt. Terecht. Wij moeten goed begrijpen dat de betrekkelijke mogelijkheden die de Here ons voor het Evangelie laat en waar wij buiten de staten met een ideologische anti-christelijke dictatuur nog zo rijkelijk gebruik van kunnen maken, maar niet eindeloos ter beschikking blijven. Er is een duidelijke gelijkvormigheid tussen de gang van zaken onder de dictaturen van deze eeuw en de indruk die wij uit de Apocalyps krijgen van de periode voor Christus' wederkomst zó, dat het lijkt alsof het een op het ander uit zou kunnen lopen.
Nu meent uw recensent echter dat wij moeten oppassen, deze toekomst te veel in kaart te willen brengen. 'Weest nuchter en waakt'; we moeten dus wél waakzaam zijn. Maar daarbij doet een te veel één kant uit willen zien ons wellicht te weinig bedacht zijn op dingen die van een andere kant kunnen komen. Het te gericht begroten van de toekomstige gang van zaken lijkt een soort christelijk futurisme dat we ook niet moeten hebben.
De lezer leide uit de aangevoerde bedenkingen evenwel niet af, dat zij op de waarde van dit boek willen afdingen. Allerminst. Het wordt u hartelijk ter lezing aanbevolen. Nogmaals: wat hier aan informatie bijeengebracht is, is én kwantitatief én kwalitatief zeer indrukwekkend; onder ons is eerder nog niemand geweest, die zulk een moeite heeft willen nemen het hier behandelde zo keurig, duidelijk en verantwoord te ordenen voor allen die daaraan behoefte hebben doordat men wel wat losse feiten en situaties kent, maar door gebrek aan informatie niet in staat is, verbanden te leggen.
Ons respect en onze dank voor dit werk.
G. B. Smit, Ah.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 januari 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 januari 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's