De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Van studie naar praktijk (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Van studie naar praktijk (1)

8 minuten leestijd

Op donderdag 2 november ll. hield drs. A. van Brummelen (Huizen) te Utrecht een lezing voor theologische studenten op de jaarlijkse ontmoetingsdag, die georganiseerd wordt door het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond. Deze lezing handelde over de aansluiting van de theologische studie bij de praktijk van de ambtelijke arbeid in de gemeente. Op veler verzoek wordt deze lezing in ons blad geplaatst. Deze week treffen de lezers de eerste aflevering, volgende week de tweede.Red.

De aansluiting van de theologische studie bij de praktijk van de ambtelijke arbeid veronderstelt vele gedachten. Vooreerst kunnen wij spreken van een stoornis in die aansluiting. De academische eruditie (geleerdheid) landt niet in de gemeente en men heeft te weinig soepelheid van geest om te transponeren (vertalen naar de gemeente toe). Voorts kan er radicale kortsluiting ontstaan. Predikant en gemeente verstaan elkaar niet en bij geen van beide is er de bereidheid tot elkaar te naderen. Daar kunnen karakterfouten in schuilen; soms verborgen hoogmoed; dan weer volksachtergronden. Ook kan de aansluiting te gemakkelijk gaan. De predikant is te soepel in de aanpassing. Het leidt tot een zeker mensenbehagen. Het verloopt alles even vlot en gemakkelijk. 'k Zou bijna zeggen 'glad'. Met deze twee extremen heb ik vermoedelijk wel het totale beeld getekend. De waarheid zal wel ongeveer in het midden liggen met nuance-verschillen naar de éne en naar de andere zijde. Uiteraard is dit maar een schets.

Sprong
Het onbehagen over de overgang van de studie naar de praktijk is niet van vandaag of gisteren. In de litteratuur der pastorale theologie wordt het al lang breedvoerig-besproken. Waarschijnlijk is een en ander u weinig ter kennis gekomen, maar dat zal wel samenhangen met de wending in de praktische theologie. Oorspronkelijk bestond praktische theologie voor een groot deel in het geven van wenken aan de aanstaande predikant. Het was een soort hoefbeslag voor de pastorale praktijk. Tegenwoordig wordt praktische theologie breder gezien; zó breed soms dat die typische wijze adviezen voor de toekomstige dominee in de pastorie er geheel bij in schieten. 'k Vind dat jammer, maar ook onjuist. Een handwerkman gaat veelal nog beter toegerust naar de praktijk dan de predikant. Dit was nu maar opgemerkt terzijde. Wij zullen ons niet vermeten kant en klare oplossingen te geven. Wij willen enkele gedachten opnoemen, die elementair zijn bij de sprong van de studie naar de praktijk. 't Zit vaak nog meer in de geesteshouding en karakterhouding dan in de opleiding. Sprekende over de aansluiting van de theologische studie bij de praktijk van de ambtelijke arbeid, willen wij onderzoeken hoe die aansluiting geschiedt voor de modetheologie, het orthodoxisme, de transactiegeest, en voor de pectorale theologie. Vier punten die naar ik meen van belang zijn bij elke overgang van de studie naar de praktijk.

1. Aansluiting voor de modetheologie
De universiteit is niet ongeschikt wel eens een uitzichttoren genoemd. Dat gaat toevallig voor de universiteit van Utrecht heel goed op. Naar alle kanten kan onze blik zich weiden. Dat geldt geestelijk evenzo. Wij maken op de academie kennis met allerlei geestesprodukten. Het ligt in de aard der zaak, dat wij natuurlijk op de universiteit op de tocht staan. Al wat zeer nieuw is, de geestesstromingen van de eeuw, komt daar samen. Rijp en groen komt daar centraal bijeen. 't Wordt besproken, maar daarom nog niet altijd overwogen. Het dient zich daar doorgaans het eerst aan, maar het komt daarom niet altijd direct uit de diepte. Daarop zou ik nu eerst de nadruk willen leggen.


Vooral wanneer wij uit een gewone gemeente komen en uit een gewoon gezin, kunnen wij de grootste moeite hebben met de aansluiting aan het aanbod van de academie. Het gevaar is dan groot mee te willen doen met wat de modetheologie van de dag biedt. Natuurlijk ontkennen wij niet, dat aan de academie ook heel wat geboden wordt wat meer naar de diepte tendeert. Het is volkomen waar. Maar wij willen de tendens maar aangeven. Wij worden als pas aankomenden overrompeld door de geleerdheid, de eruditie, de pompa studiosorum… en gaan lichtelijk mee met wat de tendens hedentendage is.
Wij vergeten dan één onderscheid. De filosofie zoekt! De theologie wéét, krachtens openbaring. Uit de aard der zaak heerst aan de academie de mening, het aftasten, de filosofie en dat geldt ook voor de theologie. Zo wordt het laatst verschenen boek dikwijls beschouwd als laatste openbaring, terwijl het vele jaren later alleen maar een weerbericht blijkt te zijn geweest. De filosofie klom teveel in het venster van madame theologie. Wij willen erop wijzen, dat de theologie altijd haar onafhankelijkheid van de filosofie moet bewaren. Zij heeft haar eigen norm. Vele studerenden vergeten dat en willen koste wat het kost bijblijven. Ze verzinken dan in het gruis der meningen van de dag en hebben later geen boodschap meer voor de gemeente.
Mogen wij een voorbeeld geven van allerlei modetheologieën?
Na de oorlog hebben wij nu al gehad de apostolaatstheologie, de oecumenische theologie, de God is dood-theologie, de zwarte theologie en de feministische theologie. Het zou een onderzoek waard zijn eens te controleren hoeveel pond filosofie in elk van die theologieën weg zou schuilen. Het verdient aanbeveling op de herkomst van die theologieën te letten. Zoals de nieuwe mode uit Parijs komt heeft misschien in het geestelijke óók al het nieuws een Göttingen of Berlijn, universiteitssteden bij uitstek voor de theologiebeoefening.


Het beste, dat de modernste theologie weet en heeft, kan ze in de regel aan de gemeente niet kwijtraken. Het is voor de aanhanger van zulk een modetheologie vaak pijnlijk te gevoelen, dat in de gemeente zijn modepop helemaal onbekend is. Ze gaat spoediger voorbij dan het christelijk openbaringsgeloof. Daarom durven wij niemand aan te raden daarop aan te sturen. De ervaring heeft ons geleerd, dat in alle modetheologie vaak iets schuilt van demagogie (volksverleiding), dat zekere kerkleiders aan de kerk oefenen. Een eenvoudig gemeentelid, dat zijn confessie goed kent, weet het bedrog vaak te ontmaskeren. De werkelijke wereld is niet zo hoog en zo tochtig, ook niet zo intellectueel en erudiet (geleerd). Echte theologie is voorbeeldig voor alle tijden. Zij wordt geboren uit bloed, zweet en tranen. Uit omgang met God in Woord en gebed. Die verduurt het gruis van de tijden en komt niet al te spoedig bij (antiquariaat) De Slegte terecht.

2. Aansluiting voor het orthodoxisme
Menigeen denkt misschien: veel wat aan de universiteit wordt gedoceerd is ijdele wind. Sommigen hebben wel eens gezucht: wat moet ik met die dingen toch straks beginnen? Ze hebben bij zichzelf de oplossing gevonden. Straks keer ik me van al die zinloze speculatie af en ga precies mijzelf houden aan de orthodoxie. De wetenschap geeft me geen bevrediging. Tussen modern en conservatief is nu eenmaal zulk een verschil van beginsel, dat de zwaarden elkaar niet meer raken en de taal van elkaar niet meer wordt verstaan. 'k Weet een ideale weg. Ik klem me vast aan de letter van Schrift en belijdenis. 'k Treed zelfs voor de schijn van de minste toegeeflijkheid terug. Voortaan zal het wezen: alles of niets. De theologie is abacadabra.…
Zo staat men vast als een eikenboom tegenover alle rietpluimen, bevestigt de wankele passen van anderen en… bevordert eigen belang. Of ziet men niet, dat de fondsen van sommige richtingen in de kerk hier en daar dalen, terwijl de conservatieve richting consolidatie vertoont… vooral in de traktementen? Overal is er een reaktie tegen het halve en slappe. Kan het twijfelachtig zijn, onder welke vlag men zich moet scharen?
Omhoog het vaandel, waarin staat geschreven: wij strijden voor de erfenis van onze vaderen. De keus tussen tien pastorieën is dan verzekerd evenals de naaste toekomst der kerk.


Deze beslissing lijkt eerlijk. Maar zeg nu eens eerlijk: wat is het eigenlijke doel? Is het niet veeleer bevestigd en gevestigd te willen worden in eigen mening dan wel te staan onder de belijdenis der vaderen?
Ik onderscheid tussen orthodoxie en orthodoxisme. De eerste is de petra, de rots der kerk. De tweede is een petrefact of, wel een verstening der kerk. Ze openbaart zich immer weer in het ijveren voor afgetrokken begrippen, soms in het verdenken van al wat nieuw is, in het verintellectualiseren, formaliseren en zweren bij een vanouds overgeleverd gedachtenpatroon en idee. Even onpsychologisch als onwerkelijk legt zij ook aan de jonge predikant, die pas aan de universiteit de strijd inwendig doorleefde, de eis op, dat hij onmiddellijk preken zal als had hij reeds een zilveren jubileum achter de rug. Hier wordt de orthodoxie orthodoxisme. Wij vrezen wel eens dat velen niet willen inzien, dat hier, naast het gevaar van verstening, ook het gevaar van bevriezing voor de deur ligt.
Men wil dus immer geijkte klanken horen, om dan vervolgens zachtelijk in te slapen. Wij spreken nu maar niet over het gevaar voor de ziel van zulk een prediker, maar het is openbaar dat zulk een prediker niet meer leeft, maar geleefd wordt en zich dra moet uiten in andere dingen. Vaak komt het aan de dag in vreemdsoortige hobbies.
Men heeft daar al gevónden, alvorens te hebben gezócht. Rechtzinnigheid wordt daar een roof, alvorens er een goddelijk recht op is verkregen. Gezonde orthodoxie wordt langs de weg van een innerlijk ontwikkelingsproces, niet gemaakt, maar geboren. 't Is een persoonlijk eigendom. Zo niet, dan is de zuurdesem van de Farizeeën even gevaarlijk als die der Sadduceeën. De praktijk van het leven heeft al heel wat theologen hier doen verongelukken. Niet aan bloot mechanische handhaving is behoefte, maar aan een persoonlijke beleving der confessie. Wij moeten uit het Evangelie oude en nieuwe dingen als uit onze schat te voorschijn brengen. Wij hebben schreeuwend gebrek aan klare theologanten, die hun geluid doen klinken met een persoonlijk doorleefd getuigenis en persoonlijke ervaring. Zo is er hoop voor onze kerk. Studeer woedend veel in deze periode, maar behoudt er ook een hart, levend en sappig, bij.

A. v. Brummelen, Huizen (N.H.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Van studie naar praktijk (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's