De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Van studie naar praktijk (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Van studie naar praktijk (2)

7 minuten leestijd

Op donderdag 2 november ll. hield drs. A. van Brummelen (Huizen) te Utrecht een lezing voor theologische studenten op de jaarlijkse ontmoetingsdag, die georganiseerd wordt door het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond. Deze lezing handelde over de aansluiting van de theologische studie bij de praktijk van de ambtelijke arbeid in de gemeente. Op veler verzoek wordt deze lezing in ons blad geplaatst. Vorige week troffen de lezers de eerste aflevering aan, deze week de tweede.Red.

3. Aansluiting voor de transactiegeest
Wanneer een student zich voor ogen stelt, wat voor weg hij denkt in te gaan, als straks de poorten van de Uithof in Utrecht zich achter hem sluiten, dan kunnen wij ons voorstellen, dat er zijn die de weg van het midden kiezen. Een weinig geven en nemen. Waarom eigenlijk niet handelen naar bevind van zaken, en alleen maar opletten, dat men bij niemand wat bederft en men zich bij niemand onmogelijk maakt? Het scheepje van de kerk wordt door de golven geslingerd, maar weet u wat ik doe? Bedachtzaam ga ik nu eens afwisselend aan de ene kant zitten; dan weer aan de andere kant. Geven en nemen – dat is de leus der kerkdiplomatie. Zo de wind waait, waait mijn toga. Men laat dan berekening voor beginsel gelden en huldigt de weerhaanwijsheid.
'Verkondt, wat gij gelooft en denkt,
mits gij 't maar zo bewerkt,
dat uw opinie niemand krenkt
en dat geen schepsel 't merkt.'
Ziedaar het lijflied van de kameleontische theologie. Wanneer er velen zouden zijn, die deze theologie huldigen, zo meen ik dat de kerk er niet in het minst bij gebaat zou zijn. In de grond der zaak is zulk een standpunt onzedelijk. En per slot van rekening, niemand komt gauwer in het gedrang, dan die tot elke prijs dit ontwijken wil. Partij maken is zonde, maar partij kiezen is plicht. Wel niet bij het begin van de studie, maar zeker wel bij de aanvang en voortgang der bediening. Er is wel eens een geesteshouding onder ons, waarbij men altijd zóveel van gereformeerde religie aanhoudt, dat men althans met schijn van recht zijn positie onder ons bewaren kan, maar voorts afwacht. Niet ongezind om een andere richting te nemen, wanneer vroeger of later de gewenste wind uit een tegenovergestelde hoek komt waaien.
Het verschijnsel doet zich voor, dat deze theologanten wel eens averechts uitkomen, waar zij begonnen. Vaak is de eigenlijke ondergrond een ordinaire frustratie. Heel eenvoudig gezegd is men dan van mening, dat men in het andere kamp alles mag doen, wat vroeger onmogelijk was. Een boek over dit onderwerp zou kunnen getiteld zijn: Van dwangbuis tot speeltuin. Eerlijk gezegd: gemeenten worden daar kapotgemaakt. Beginselen, karakters, getrouwheid – dat heeft de kerk nodig. Maar wie zelf zwak is, hoe zal hij anderen sterken? Wie gelijkt op een riet, hoe zou hij anderen als een pilaar in de kerk kunnen zijn?
Wij beleven bewogen tijden. De waarheid baart haat, maar wie in geen geval zich een énkele vijand wil maken, heeft tenslotte niemand tot vriend. Zeker niet God en zijn eigen geweten. 't Is mogelijk dat zodanige predikanten een loffelijke loopbaan hebben.
Er zijn heden ten dage wel gemeenten, die plunderen in hun – van-oorsprong – vreemde tuinen, omdat hun eigen planten het begonnen te begeven. Het is mogelijk, dat die planten het in andere grond heel goed doen en de gemeenten tot bloei brengen. 'k Wil het allemaal wel accepteren. Maar het doet wel verdriet, wanneer men bemerkt dat het soms gebeurt met een zekere wrevel. Nee – wil men overspringen, dan niet met wrevel. Neen, dan voluit!
Blijf niet met de gedachte: 'k Wil wel ánders. Maar blijf dan in alle pijn met gebed en draag de gemeente voor God en eigen geweten op.
Beginselloosheid en halfheid – daaraan hebben we geen behoefte. De gereformeerde bondsgemeenten behoeven toch niet het slachtoffer te worden van personen, die gekozen hebben en niet willen kiezen.
Zij behoeven ook geen proeftuin te worden. Veel moeilijker is het om met innerlijke verwerking van het theologisch aanbod een eigen weg te gaan. Moeilijker – zeiden wij – maar zeker oprechter.

4. Aansluiting voor de pectorale theologie
Hoe vind ik het beste aansluiting van studie naar praktijk? Wij hebben enkele oplossingen voorgedragen. Een modetheoloog worden; een orthodoxist; transactivist – ik erken, het zijn alle reële mogelijkheden. Toch meen ik dat de beste harmonie bereikt wordt in de weg van de pectorale, harte-theologie. Wat is dat, zal men vragen? Het is christelijke wijsheid, gepaard gaande met geloof en ervaring. Wij kunnen het ook in het Latijn weergeven: pectus est, quod theologum facit: het hart maakt de goede theoloog.


Ik erken ten volle: onze gemeenten vertonen vaak huisbakken trekken. Kleinzieligheden, grutters waren – noem maar op. Maar dat neemt niet weg, dat er toch altijd nog een fundament is, waarop men kon voortbouwen.
Er is nog een aanspraak mogelijk op het hart en het geweten. Vooral tegenwoordig bemerken wij in de gemeenten een schreeuw naar bijbels onderwijs, een behoefte aan heldere, bijbels-exegetische prediking. Bovenal een behoefte aan theologisch gevormde persoonlijkheden. Dat is de weg van de toekomst en van de aansluiting, ook al ontken ik niet, dat deze weg soms door veel brandnetels moet worden gebaand. De overgang zal nooit helemaal geruisloos gaan. Maar wij willen wel uit eigen ervaring aangeven, dat er een pad is waarlangs men zich veilig kan bewegen.


Wat is dat pad? 't Is de grondige uitleg van de Schrift. Uitdeler zijn van het Woord. Achter de Schrift blijven staan, en niet zijwaarts wijken om zichzelf te laten zien. Nooit de Bijbel voor eigen gedachten verantwoordelijk stellen. Anders zal de ongelovige soms aan de Bijbel verwijten, wat deze niet geleerd heeft, maar de dienaar. Het geloof der gemeente moet de prediker wortel doen scfiieten in het Woord. Daarvoor toch is voor alles nodig, dat zulks met eigen geloof het geval is. Men is gevormd op de school, men kent het stelsel dat de school opgebouwd heeft uit de gegevens der Schrift en wat men hieruit meende te mogen of te moeten afleiden. Men mag winst doen met dit denken, maar het geloof ruste in dit denken niet. Dat is wel de gemakkelijke weg, maar niet de rechte. De dogmatische stelsels kunnen de Schrift nooit vervangen. 'Ga van de school naar de Schrift heen en nodig de gemeente uit naast u te komen zitten.' Het onderzoek van de Schrift zal de waardering van de belijdenis van de kerk doen toenemen, juist wanneer de gemeente de overeenstemming tussen de confessie en de Schrift verrast ontdekt.


Het gevolg van deze methode is exegetische scholing in confessionele zin. Dat geeft gezag over de gemeente en zal aanvankelijke tegenstanders, na een aanlooptermijn, van ontrouwen veranderen in voorstanders. Het woord van de dienaar wordt ervaren als vertolkende de Schrift. Juist deze studiemanier verlangt kundige, hoogstontwikkelde studiosi en er kan vandaag al mee begonnen worden. Een grondige Schriftstudie is een schat voor het gehele leven.
Het is niet geoorloofd middelmatig te zijn, wel is het vanzelfsprekend om één talent te hebben, maar dat dan uitputtend te gebruiken. Christendom heeft nooit iets te maken gehad met barbaarsheid, dan alleen om het uit te roeien.
Wij stellen in onze sector ongeloof en wetenschap wel zeer gauw op één lijn. Maar waarom dat? Wij studeren aan een universiteit. Dat houdt voorrechten in, maar ook plichten. Zichzelf een levend voorbeeld voor ogen stellen, dat stimuleert.


Wetenschap, plus oprechte vroomheid: dat imponeert. Leven wekt leven. Waar de christelijke waarheid alleen in het hoofd zit, wordt ze spoedig verdrongen door andere denkbeelden – maar waar het leeft in het hart daar straalt het door alle andere zaken heen. De rechte theologen zijn zij die criticus en pneumaticus zijn! Die de studeerkamer ook als bidkamer kennen. Een levend geloof met grondige wetenschap gepaard geeft vrucht en indruk in de gemeente. Daar zal men niet een ivoren-toren mens zijn, maar praktischbruikbaar, soepel en nuchter. Men krijgt zichzelf er onder door een ijzeren zelfdiscipline. Theologie is een uitermate praktische wetenschap. Zij heeft met levende mensen in tastbare noden te maken. Daarom kan nooit op de praktijk van de gemeente met minachting neergezien worden. De gemeente leert de dienaar soms duidelijk het Evangelie verstaan. Kennis, geloof en dienende liefde – daarop komt het aan. Kennis, geloof en praktijk. Naarmate men zich aan die drie wijden zal en men de gemeente ziet, weet men wat de gemeente wezenlijk behoeft. Het zal dan aan zegen allerminst ontbreken.

A. v. Brummelen, Huizen (N.H.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Van studie naar praktijk (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's