De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zal men ook de jonge kinderen dopen? (9)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zal men ook de jonge kinderen dopen? (9)

5 minuten leestijd

Enig kleingoed
a. Men zegt: baptizein betekent onderdompelen. Dus besprenging is absoluut ontoereikend.
Antwoord: De Hervorming veroordeelde de onderdompeling niet, maar achtte haar een middelmatige zaak. Ook de oude kerk kende begieting en besprenging. De afmetingen van baptisteria (doopbekkens) uit de oude kerk maken totale onderdompeling op z'n minst twijfelachtig. Trouwens de Bijbel gebruikt, afgedacht van teksten, die op de schaduwdienst betrekking hadden (Hebr. 9 : 13, 19 en 21, 11 : 28 waarbij speciaal aan het Pascha gedacht werd) de woorden sprengen, besprengen en besprenging ook voor 'de betekende zaak' (Ezechiel 36 : 25, Jesaja 52 : 15, Hebr. 12 : 24, 1 Petr. 1 : 2). Toch wordt met deze woorden aangeduid de afwassing der zonden door het bloed en de Geest van Jezus Christus. Klimaat en situatie spreken bovendien een woord mede, terwijl de hoeveelheid water en het teken zelf niet te zwaar mogen worden geaccentueerd tegenover datgene wat betekend wordt: de betrekking tot de drieënige God.
b. Men zegt: eerst onderwijzing en geloof, dan de doop met beroep op Matth. 28 : 19 en Marc. 16 : 16. Maar de daar genoemde volgorde is geen wettich voorschrift, maar hangt samen met het feit, dat de kerk buiten Israël tredende, dat doet als zendingskerk. De Reformatorische kerken hebben in dezelfde situatie deze praktijk ook altijd toegepast.
c. Men zegt: de Heere Jezus Christus heeft Zich niet als kind, maar volwassen laten dopen.
Antwoord: oen de Heere Jezus kind was, was de doop nog niet in de plaats der besnijdenis gekomen. Wel is Hij op de 8e dag besneden.
Dat was een aangrijpende gebeurtenis. Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft God daar duidelijk tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem (2 Cor. 5 : 21). Hij aanvaardt die doop, 30 jaar oud, als samenvatting van Zijn Middelaarswerk, waartoe Hij op deze leeftijd geroepen werd. Daar geldt hetzelfde woord uit 2 Cor. 5. Zijn doop is de troost van onze doop. Maar wie hieraan een wettisch voorschrift voor de volwassendoop zou ontlenen, zou dan ook de 30-jarige leeftijd moeten vasthouden.

Ik heb deze argumenten 'kleingoed' genoemd, omdat ze wegvallen bij de betekenis van de grote lijnen van 'verbond Gods' en 'gemeente'. Het Nieuw-Testamentische gemeentebeeld heeft nergens labadistische volmaaktheidstrekken. Kaf en koren, onkruid en tarwe, schapen en bokken, goede en kwade vissen zijn dooreengemengd. Ze zijn zó nauw verbonden en gelijken elkaar zó sterk, dat de schifting en scheiding niet aan ons is toevertrouwd. Maar met dat al bestáát er een gemeente Gods (zie Micha 2 : 5; 1 Cor. 10 : 32, 11 : 16 en 22, 2 Cor. 1 : 1, Gal. 1 : 13, 1 Thess. 2 : 14, 2 Thess. 1 : 4). De gemeente is de schaapskooi. En God zet de kinderen der gemeente niet zo maar als vreemden daarbuiten. Dat brengt inderdaad allerlei gevaren mee vanwege de onzuiverheid van het natuurlijk hart van elk, ook het nieuwe, geslacht. Maar Christus wandelt tussen de gouden kandelaren, al valt van sommige gemeenten meer kwaad dan goed te zeggen (Openb. 2 en 3).
Ondanks alle negatieve aspecten tengevolge van de erfzonde, zijn de Reformatorische kerken veel meer doordrongen van de continuïteit van de kerk, met het bijbelse 'van kind tot kind' en 'van geslacht tot geslacht'. In Exodus 15 zingt Mozes trouwens van 'de God zijns vaders' en David bidt: 'verlos de zoon uwer dienstmaagd'. (Ps. 86 : 16)
Daartegenover hebben andere kerken en groepen vaak een veel losser en wisselender verband. Een man als Spurgeon (over wie overigens geen kwaad woord) is van huis uit Congegrationalist (een kerkgemeenschap met een los verband). Hij wordt getroffen door een prediking over Jesaja 45 : 22 in een Methodistenkerk. Hij laat zich nog geen 16 jaar oud de volwassendoop door onderdompeling toedienen. En scheidt zich later af van de grote Baptistenunie. Dat neemt niet weg, dat hij een gezegend prediker is geweest. Maar waar de kinderdoop wordt afgewezen worden verbanden makkelijk losgemaakt en andere gevormd. Ik denk aan de grote verscheidenheid van Pinkstergroepen en van kerken, die de belijdenis wel aanvaarden, maar met een Doperse inslag. De menselijke ervaring krijgt dan een zware nadruk. Terwijl toch de trouw Gods in de lijn der geslachten met het voortgaande verbond der genade het vaste stramien is waarop God het leven Zijner gemeente borduurt in de loop der geschiedenis.
Op grond van Schrift en belijdenis zeggen we dus op de vraag boven deze artikelen van harte 'ja'.
Maar wij mogen niet nalaten te wijzen op het grote gevaar van gewoonte en bijgelovigheid met schuldige, geesteloze miskenning van de grote goederen waarmede God tot ons en de onzen komt. Geen wonder dat dan bij de kinderdoop de aandacht meer valt op allerlei weinig betekenende bijkomstigheden dan op de grote hoofdzaak.
Wij moeten onszelf ook door kritiek inzake de kinderdoop laten gezeggen, niet wat aangaat de wettigheid van deze doop, maar wat betreft het waarlijk leven bij en uit de door de doop voorgestelde en daarin door God bezegelde heilswaarheden en heilsgoederen. Vandaar ook het grote tekort in het verkondigen van de grote daden des Heeren aan het toekomende geslacht (Ps. 78 : 1-8, Ps. 105 : 8).

Voorstanders van de volwassendoop vooral uit Pinksterkringen verwijten ons vaak, dat we meer op dove kolen gelijken, dan op vlammend vuur.

We zijn er niet met het tegenverwijt van 'vreemd vuur' en van strovuur, dat spoedig uitgeblust is en alleen as achterlaat. We hebben nodig, dat God met Zijn Geest het onder de as smeulende vuur aanblaast, opdat het huis des Heeren in deze koude wereld door zijn warme gloed onze kinderen vasthoude en die buiten zijn trekke.

C. van cer Wal

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Zal men ook de jonge kinderen dopen? (9)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's