Boekbespreking
Ds. M. R. van den Berg: Voor wie is het avondmaal? Sacrament voor ingewijden of verbondsmaaltijd? Uitgave J. H. Kok, Kampen, ƒ 12,90.
De schrijver heeft in dit boek een aantal artikelen verzameld. De kerkelijk praktijk van en rond het avondmaal vormen het uitgangspunt en er wordt dan onderzocht of die in overeenstemming is met het Nieuwe Testament.
Het vlot geschreven boekje, waarvan niet de bedoeling is (zegt het voorwoord) om het avondmaal te ontmantelen, maar om daarvan de schriftuurlijke proporties te bepalen, laat je met meer vragen zitten dan je al had. Dat is niet erg, maar de manier waarop de schrijver spreekt over de avondmaalpraktijk(en) in de rechterflank van de Gereformeerde Gezindte is denigrerend: 'die stakkers'. Op blz. 22: Het avondmaal zou veel gevaarlijker zijn dan het Woord van God. Het was a.h.w. radioaktief. Iemand die niet de voorgeschreven isolatie-kleding droeg zou onvermijdelijk een ramp veroorzaken. De zorg voor het avondmaal wordt getypeerd als een paspoorten-controle (blz. 39) en de zelfbeproeving als een subjectivistisch, innerlijk inquisitie-onderzoek (blz. 57). Het avondmaal zou door de gewone leden in de gemeente bediend mogen worden; 'wij en al de gelovigen' betekent niet alleen de gelovigen van die gemeente waar het avondmaal gevierd wordt, maar zou al de gelovigen uit welke kerk dan ook omvatten; de kinderen toelaten tot het avondmaal (vergeleken met het Pascha in het Oude Testament) moet geen bezwaren oproepen in de gemeente; geloofsbelijdenis krijgt dan ook een andere dimensie, nl. het keer op keer verklaren datje God lief hebt (blz. 94). Men begrijpt wel, dat de vragen rond het avondmaal (en de doop, die er door de schrijver in het begin veel wordt bijgehaald) op een andere manier aan de orde gesteld moeten worden. De visie op de sacramenten (volgens de schrijver worden doop en avondmaal in de Bijbel zo niet aangeduid (oké) en niet bedoeld) zouden we te danken hebben aan de invloeden van de mysterie-godsdiensten in het Nabije-Oosten. En in de gereformeerde richting zou er bij het avondmaal veel te veel de nadruk op het individuele en subjektieve gelegd worden. Ik zou dat dan het bevindelijke, het werk van de Heilige Geest in het leven van een zondaar willen noemen. Daar is de schrijver erg schuw van, geloof ik?! Jammer dat er op deze manier geen goede doordenking tot stand kan komen, maar dat heeft de schrijver aan zichzelf te wijten! De vereiste liefde bij de bespreking van zo'n teer onderwerp mis ik.
I. A. Kole, Berkenwoude
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's