Prediking en geestelijk leven (4)
Pastorale overwegingen
In en buiten de oefening van het geloof
Wie heeft er onder de mensen zo geloofd als Abram, die 'de vader der gelovigen' mag heten? Als Abram in het geloof staat, dan gaat hij onvoorwaardelijk uit op de roepstem Gods, al weet hij niet, waar hij komt. Als Abram in het geloof staat, offert hij zijn zoon Gode, al hing aan deze zoon alles. Maar als Abram het geloof niet beoefent, doet hij, een en andermaal alsof Sara slechts zijn zuster is. Alsof God in de hemel hem niet had geleid en verder kon bewaren. Maar was Abram nu een ongelovige geworden? Volstrekt niet, maar hij beoefende het betrouwen op God niet. Het geloof, het geloofsvermogen was hem ingeplant, maar het was niet werkzaam. Zo is ook de uitdrukking 'een ongelovige Thomas' misplaatst. Thomas was een oprecht discipel van de Heere Jezus. Maar hij beoefende niet het geloof in de opgestane Christus. Hij zat vast aan eigen voorstellingen en gedachten. In dat alles ligt een stuk onderwijzing, ontdekking, ook zeker bemoediging voor het leven des geloofs. Worden dan de termen 'hebbelijkheid en dadelijkheid' niet gebezigd, wat zij aanduiden, kan evenwel zijn en worden gepredikt.
Voortdurend ontdekliing nodig
In de brief komt tevens naar voren de vraag over een ontdekkende prediking. Wat is deze? Ik denk, dat allen, die de Heere vrezen, er wel bij gebracht worden, dat niets zozeer nodig is als ontdekkende genade. Niet alleen gaat het er om, dat we aan onszelf voor Gods aangezicht worden ontdekt, opdat we alle hoop op behoud bij onszelf leren verliezen en de noodzaak en de volkomenheid van de Heere Jezus leren kennen door de Heilige Geest. Maar niet minder is nodig, dat we bij de voortduur ontdekt worden aan ons bestaan. Hoe groot het is, als de Heere ons buiten onszelf doet zien met een oog des geloofs op de volkomen Zaligmaker, zo mogen we toch niet rusten, voordat we in Hem geborgen zijn voor eeuwig. En zo we Hem werden ingeplant is ook ontdekkende prediking in de weg der heiligmaking noodzakelijk om alles in Hem alleen te hebben. Eigengerechtigde mensen haten deze prediking, omdat zij in hun bezit worden aangetast, maar mensen, die door de Heere bearbeid worden, staan naar een eerlijke behandeling. De bede wordt bij hen inniger en dieper 'laat de oprechtheid en de vroomheid mij geduriglijk behoeden'. 'Intussen is de ontdekkende prediking geen gesel of plaag voor de gemeente, wanneer deze ook vanuit het Woord en door de Geest opkomt. Er zijn voorgangers, die zich de naam laten aanmeten 'ontdekkende predikers' te zijn, maar lasten opleggen, die ze met geen pink beroeren, of in hun levenswandel nu niet bepaald als zelf-ontdekt omgaan met de gemeente. En indien ook veel ontdekking daar mocht zijn, wat dan nog, als de onmisbaarheid en dierbaarheid van de Heere Jezus niet openbloeit vanuit de Schrift jn het leven der genade?
Een gezicht op de Borg, of…?
Tenslotte dan nog voor deze keer de vraag of er geen onderscheid is tussen 'een gezicht op de Borg', of 'een geschonken Borg te mogen kennen?' Ook hier moeten we eerlijk en met alle teerheid te werk gaan. In de vorige eeuw is een apothekerszoon, die door zijn studie gewend was alles in te delen in vakjes en rubrieken, de Bijbel te lijf gegaan met zijn schemata. Splitsing in bronnen werd tot in het oneindige doorgevoerd. Er zijn geestelijke apothekers, neen, veeleer kwakzalvers, die van alles verstand hebben en het leven kunnen indelen zonder zelf een levende kennis te bezitten van het waarachtig geloof. Komt het op het persoonlijke aan bij hen, dan geven ze niet thuis, ze ontwijken de klem, 'de wagen staat stil'. Niettemin een opmerking daarover. Welk een wonder van God, als een mens de Heere mag toevallen in Zijn heilig recht, en zichzelf schuldig mag kennen en keuren voor God. En als in deze nood de Heere de weg ter ontkoming openbaart in Zijn Zoon, is dat zo groot, dat zulkéén zou menen, dat alles is gebeurd, wat nodig is. De Liefde Gods in Christus is gezien, ervaren, en geen zee kan te hoog gaan. En toch… bij verder onderwijs en diepere doorleiding leert de Heere hert wel, dat ze wel Zijn recht billijkten, maar nog niet zijn afgesneden en ingeplant in de ware levensboom. Ik heb hen in verschillende gemeenten wel ontmoet, die eerlijk zeiden 'maar ik sta nog voor de grote zaak'. Er was een diepe ondertoon van heilig verlangen naar de bewuste kennis van de vergeving der zonden in Christus en te mogen weten een kind Gods te zijn. Er is geen twijfel, of ze zullen thuiskomen, sommigen, de meesten wellicht, afreizend zonder gerechtvaardigd te zijn, en toch met geloofszicht op en geloofsleven vanuit Hem, Wien te kennen het eeuwige leven is. Maar ze haken er naar en staan er naar, en ze worden niet groot in zichzelf. Dikwijls kunnen ze het geluk van een ander gemakkelijker bezien dan van zichzelf. En toch… kunnen ze het bezien, zonder zelf er iets van geleerd te hebben? Ook in die zin is een onderscheidende prediking, waarbij de Heere Zelf onze Heelmeester is en werd, nuttig, nodig, profijtelijk. De vraag is niet slechts 'hoe is het/hoe is het niet', maar niet minder 'hoe kom ik er aan, hoe werkt de Heere Zijn werk uit in het leven van Zijn kinderen?'
W. Chr. Hovius, K. a. Z.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's