De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verwerf het om het te bezitten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verwerf het om het te bezitten

Een eeuwfeest

7 minuten leestijd

Wat ge van uw vaderen hebt geërfdVerwerf het om het te bezitten

Afgelopen zaterdag werd in Utrecht het eeuwfeest van de Unie School en Evangelie gehouden. In juli 1878 werd een door 300.000 mensen getekend volkspetitionnement aan de koning aangeboden, waarin hem werd verzocht een wetsontwerp-Kappeyne, waarmee het christelijk onderwijs werd bedreigd, niet te ondertekenen als het door de Tweede Kamer zou worden aangenomen. Op 23 januari 1878 (de wet was intussen aangenomen en ondertekend) werd toen de Unie 'Een school met den Bijbel' opgericht. In het verslag van de oprichting staat:

'Hoe trilt ons hart van heilige vreugd zoo dikwijls het zich de heerlijke dagen van het Volkspetitionnement, de bezielende julidagen van 1878 herinnert.
Welk een kalme geestdrift onder ons christenvolk.
Welk een uitnemende organisatie van de Locale Comité's, tijdens dat gewichtige feit in de historie van ons dierbaar Vaderland verkregen.
Welk een krachtig optreden van de meer dan 300.000 petitionarissen voor de belangen van 'een School met den Bijbel.' Die geestdrift niet verloren te doen gaan; die organisatie te behouden; de petitionarissen vereenigd te doen blijven om 'de School met den Bijbel', ziedaar het doel van 'de Unie', op den 23sten januari 1879 in de grijze Bisschopsstad Utrecht tot stand gekomen.'


Ook werd gezegd:

'Dat Petitionnement was niet eene politieke beweging, maar de uiting van eene overtuiging, die bij een groot deel onzes volks bestaat; de overtuiging nl. dat buiten den invloed van Gods Woord de opvoeding en het onderwijs niet gedijen kunnen.'

Herdenking
In een stijlvolle herdenking, eerst 's morgens in de Domkerk met een kerkdienst, daarna 's middags in het jaarsbeurscongrescentrum te Utrecht werd uiting gegeven aan de dankbaarheid over dit honderdjarig bestaan van wat intussen heet 'Unie School en Evangelie'.
Uit de middagbijeenkomst, die we bijwoonden, sprongen naar voren twee korte toespraken van nestores, die speciaal de aandacht kregen wegens hun bijzondere verdienste voor het christelijk onderwijs.
Oud-senator H. Algra, tevens oud-redacteur van het Friesch Dagblad, herinnerde zich, dat Abraham Kuyper 63 jaar geleden met nadruk stelde: 'wij zullen het niet verbergen voor onze kinderen, voor het navolgende geslacht, vertellende de loffelijkheden des Heeren' (Psalm 78). En verder herinnerde hij eraan hoe twee mensen in de oorlog in een concentratiekamp, na de hele dag gemarteld te zijn, 's avonds liggend op de betonnen vloer in hun cel uitgeput elkaars hand grepen en de liederen zongen, die hen vanaf de school vertrouwd waren. De klemmende oproep van Algra om vandaag toch ook vooral het lied levend te houden was niet overbodig.


In de tweede plaats hield ds. J. Overduin een korte toespraak. Hij was naar voren gehaald vanwege zijn houding in de oorlog, toen hij een oproep aan de ouders om hun kinderen niet naar school te sturen in verband met de 'gelijkschakeling' (en de school blééf inderdaad leeg) moest bekopen met verblijf in het concentratiekamp Dachau (men leze 'Hel en hemel van Dachau' van zijn hand). Hij kon niet zonder bewogenheid over die periode spreken. Ook hij deed – kennelijk niet zonder zorg – een appèl op het christelijk onderwijs om in het uitgezette spoor te blijven, daarbij ieder, die het onderwijs diende, herinnerend aan Openbaring 3: 'och of gij koud waart of heet, maar omdat gij lauw zijt zal ik u uit mijn mond spuwen.'


Daarna deed zich het merkwaardige geval voor dat, toen drs. K. de Jong namens de regering zou spreken ook minister Pais ('verstoken tussen de vaten' en daar laat ontdekt) naar voren ging en vóór de heer de Jong uit spontaan het woord voerde. Hij stelde (zelf behorend tot het Joodse volk), dat in crisissituaties blijkt wat datgene waard is wat jarenlang gepredikt is en met de paplepel ingegeven is geweest. Hij herinnerde eraan – misschien geïnspireerd door de woorden van Overduin? – hoe juist uit de kring van het christelijk onderwijs zoveel moed was betoond in de oorlogsjaren. Zijn toespraak gaf, vanwege de spontaneïteit en de verwijzing naar Hem onder wiens zegen ons leven alleen maar veilig is, aan de bijeenkomst een bijzonder accent.

Voorwaarts
Het christelijk onderwijs mag staan tot op deze dag. Daarvoor mag grote dankbaarheid zijn. Wat steekt ons land af bij vele andere landen in de wereld, waar niet of nauwelijks christelijk onderwijs is. Hoe vele duizenden en tienduizenden hebben op de christelijke school niet het Woord gehoord, het lied geleerd, op zùlk een wijze, dat het het leven lang bij bleef. De schoolstrijd, waarin onze vaderen zoveel vastberadenheid aan de dag hebben gelegd, heeft geleid tot een wijd vertakt net van christelijke scholen.
Bij alle reden, die er is tot dankbaarheid – wat ook te denken van de nú al bijeengebrachte ruim vier miljoen gulden voor de Unie collecte t.b.v. het christelijk onderwijs in het buitenland? – is er ook reden tot zorg. Het élan van het eerste uur kan er met de jaren uitgaan, zodat wat het christelijk karakter betreft lauwheid (om nog eens aan het woord van ds. Overduin te herinneren) een reëel gevaar is. Bovendien is de christelijke school een weerspiegeling van wat zich in de kerken voltrekt. De verschijnselen, ook de afwijkingen van het bijbels beginsel, die we dáár aantreffen vinden we ook in de breedte van de christelijke school terug.
De cahiers van de Unie geven in dit opzicht ook nogal wat variëteit, waarbij in de bundel, 'Een gids, twee wegen?', de polarisatie ook duidelijk is verwoord.


Daarom is het goed te herinneren aan het gezegde, dat boven dit artikel staat afgedrukt: Wat ge van uw vaderen hebt geërfd, verwerf het om het te bezitten. Zoals het reformatorisch erfgoed telkens weer moet worden verwórven (gereformeerd zijn is telkens weer gereformeerd wórden), zo zal de erfenis van het christelijk onderwijs, wil zij bewaard blijven, ook telkens weer verworven moeten worden. Tijden mogen veranderen en daarmee de vormen maar het geloof, waarmee onze vaderen én in de Reformatietijd én direct daarna én in de schoolstrijd gestaan hebben, zal moeten blijven wil het zout niet smakeloos worden.
Het verwerven van het erfgoed heeft offers gekost en strijd. De strijd is ook en juist in een tijd van secularisatie als de onze onopgeefbaar. Toegegeven, stáán voor het beginsel betekent vandaag niet dát lijden, wat onze vaderen ondergingen in de tachtigjarige oorlog, toen de brandstapels rookten, of in de schoolstrijd, toen het louter sturen van de kinderen naar de christelijke school openlijke discriminatie betekende, of in de tweede wereldoorlog toen in toegespitste situaties de dreiging van Dachau reëel was. Maar ook vandaag betekent staan voor het beginsel, ons van de vaderen overgeleverd, innerlijk lijden wanneer het nodig is haaks te staan op de tijdgeest. Miskenning van de Naam betekent voor de christen al lijden op zich. In een tijd waarin de secularisatie voortwoekert zal de christelijke school als het goed is nog staan als een school met de Bijbel, en dat kan strijd betekenen, naar binnen en naar buiten.


Drs. T. M. Gilhuis, de voorzitter van de Unie, herinnerde in bepaald verband aan een zendeling, die aan iemand op de achterkant van een briefkaart schreef, dat als Christus wederkomt niet zal worden gevraagd hoeveel eretekenen we dragen maar hoeveel lidtekenen. Wie wettig strijdt loopt lidtekenen op. Maar wie wettig strijdt krijgt ook de kroon. Ben school met de Bijbel zal ook vandaag de kinderen, de jongeren dienen te wapenen met de wapenrusting van Efeze 6. Een christelijke school zal ook vandaag school mét en ván Christus zijn of ze zal niet zijn. De Unie School en Evangelie heeft in dit opzicht ook in de komende tijd een grote en verantwoordelijke taak.
Het is daarbij te hopen dat de zorg om de identiteit van de christelijke school die zo indringend door de oudere generatie werd verwoord, ook eigen zal zijn aan de jongeren.


Ik eindig intussen met nog eens te herinneren aan Algra's oproep om het lied levend te houden. Want hoe 'hoger' de school, hoe minder er gezongen wordt, tot er helemáál niet meer gezongen wordt. Door te zingen verdrijven we, om met Luther te spreken, de duivel uit ons hart. Dat mag ook wijder contouren hebben.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Verwerf het om het te bezitten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's