De Wereldraad van Kerken in Jamaica (1)
Vergadering van het Centraal Comité
(De schrijver, drs. J. A. E. Vermaat, woonde de jongste vergadering van het Centraal Comité van de Wereldraad van Kerken te Jamaica bij en geeft in een tweetal artikelen zijn voornaamste indrukken weer.)
De laatste vergadering van het Centrale Comité van de Wereldraad van Kerken heeft geen wezenlijke ombuiging van het beleid van de Wereldraad van Kerken te zien gegeven. Eerder was er een duidelijke verharding van het eigen standpunt en een afwijzen van elke kritiek op b.v. het programma ter bestrijding van het racisme (met name de besteding der gelden van het 'speciale fonds') als zijnde kritiek vanuit het westen. De invloed van corrigerende krachten was op een enkele uitzondering na gering. In dit opzicht kan gezegd worden dat deze vergadering eerder een terugval was ten opzichte van de Nairobi Assemblee, waar de invloed van een groepering als de 'evangelikalen' nog merkbaar was, dan een verdergaande correctie. Dit betekent overigens niet, dat de Wereldraad voor de evangelikalen de deur toesluit. Naar Emilio Castro, de direkteur van de Commissie voor Wereldzending en Evangelisatie van de Wereldraad, mij verzekerde zal men bij de eerstvolgende grote zendingsconferentie in Melbourne (1980) de evangelikalen nauw betrekken. Zo staat men in nauw contact met het voortzettingscomité van de Lausanne-bijeenkomst en streeft men naar een dialoog op theologisch en praktisch gebied.
Mensenrechten
Een ander groot discussiepunt in Nairobi was de kwestie van de zgn. mensenrechten.
Over de principiële kanten van die mensenrechten schreef ik vorig jaar reeds een tweetal artikelen in dit blad, terwijl in het Britse blad 'Third Way' (Londen, december 1978) een uitvoerige bijdrage over de mensenrechten in VN-verband werd opgenomen. De laatste bijdrage probeerde te laten zien hoe binnen de VN deze mensenrechten steeds meer een politiek-ideologische klank hebben gekregen als gevolg waarvan men bijzonder selectief wordt ten aanzien van het veroordelen van situaties waar deze rechten in het geding zijn. In dit artikel ga ik dus op die principiële kanten niet nader in.
In Nairobi nu is gepoogd die selectiviteit (de zgn. 'zone van stilte') te doorbreken. Er zou een adviescommissie in het leven worden geroepen, die de gehele problematiek in kaart zou brengen. Na Nairobi bleek echter, dat er geen geld voor het mensenrechtenproject was, hoewel er ten aanzien van andere projecten wel een explosie aan initiatieven had plaatsgevonden. In Jamaica spraken sommigen wel van een 'proliferatie van programma's'. Het bleek namelijk dat er voor het project van de mensenrechten geen fondsen meer beschikbaar waren. Binnen het Centraal Comité werd door verschillende afgevaardigden dan ook krachtig aangedrongen op snelle aktie ter zake. Toch was het beeld dat het Centraal Comité als geheel te zien gaf op dit punt bedroevend. Vanuit Oost-Europa kan nauwelijks op enige steun, laat staan enig enthousiasme worden gerekend terwijl de kerken uit de derde wereld ook niet stonden te trappelen van ongeduld om eens wat aan deze problematiek te doen.
Typerend was b.v. het volgende voorval. Elke plenaire vergadering werd geopend met een korte liturgische plechtigheid bestaande uit gebed, meditatie en zang. Op de laatste dag van de vergadering van het Centrale Comité werd tijdens die ochtendplechtigheid gebeden voor een aantal met name genoemde gevangenen uit Zuid-Amerika. Dit wekte enige bevreemding bij de Noor Per Lönning (Luthers bisschop), die zich ook al kritisch had uitgelaten over het feit dat de Wereldraad in bepaalde landen de indruk wekt, dat hij de kwestie van de mensenrechten niet van harte is toegedaan. Lönning merkte op dat er wel werd gebeden voor vervolgde zusters en broeders in Zuid-Amerika, maar niet voor zusters en broeders in andere landen. Maar, zo stelde Lönning, als we voor de vervolgden bidden, moeten we toch bidden voor de christenen waar ook ter wereld?
De (synodaal gereformeerde) afgevaardigde mevr. ds. M. van der Veen-Schenkeveld merkte op, dat zij blij was met de woorden van Lönning. Zij had van de Nederlandse Raad van Kerken een aantal namen, waaronder de naam van Alexander Ginzburg, doorgekregen, maar ze heeft toch niet aan het verzoek tot voorbede willen voldoen, omdat ze het gebed niet als 'politiek wapen' wilde gebruiken.
Aldus blijkt, dat men zelfs in de voorbede selectief te werk gaat. Alsof in het ene geval (Rusland) wel en in het andere geval (Zuid-Amerika) niet van een politiek gebed sprake was! Is het niet bijbelser te bidden voor al de heiligen?
Het incident geve aan dat de zone van stilte met betrekking tot Oost-Europa weer volledig is ingesteld.
Godsdienstvrijheid
Het Centrale Comité nam nog wel enkele (algemene) aanbevelingen over de godsdienstvrijheid en de mensenrechten aan, maar de enige die zich werkelijk inzette voor het lot van vervolgde christenen (en dissidenten) in Oost-Europa was een man van hefst 66 jaar die vorig jaar nog wegens een zware hartaanval langdurig rust moest houden. Het was de van oorsprong Tsjechische journalist Blahoslav S. Hrúby, die in New York een gerenommeerd tijdschrift over godsdienst in communistische landen uitgeeft (een blad dat grotendeels bestaat uit documenten en dat een goed complement vormt met een soortgelijk blad uitgegeven door Michael Bourdeaux van Keston College). 1)
Hrúby had een telegram aan president Breznjew van de Sowjet-Unie en aan president Carter van de Verenigde Staten opgesteld ten behoeve van zeven Russische Pinkstergelovigen (die over het algemeen in de Sowjet-Unie het zwaarst te lijden hebben), welke reeds sinds 27 juni 1978 in een kelder van de Amerikaanse ambassade in Moskou zijn ondergebracht. Het door Hrúby opgestelde telegram luidde als volgt:
'Ondergetekenden, deelnemers aan de vergadering van het Centrale Comité van de Wereldraad van Kerken in Kingston, Jamaica, dringen er bij u op aan de gezinnen Vasjtsjenko en Chmykhalow toe te staan te emigreren. Zeven leden van deze gezinnen zijn reeds sinds 27 juni gevlucht in de VS Ambassade waar zij in één ruimte zijn ondergebracht. De eerste verzoeken tot verlening van het emigratierecht werden zeventien jaar geleden door deze gezinnen ingediend. Geeft hen als het u belieft een nieuwjaarsgeschenk en daarmee een nieuw bewijs van détente, door alle leden van deze christengezinnen te laten vertrekken.'
Hrúby had tevens een telegram aan de Tsjechische president Husak opgesteld waarin gepleit werd voor de ernstig zieke Tsjechische predikant Jan Simsa (tevens een der aktieve leden van de beweging Charta 77), die tot 8 maanden onvoorwaardelijke gevangenstraf (streng regiem) was veroordeeld, en die dat vermoedelijk niet zou overleven. Elf dagen lang heeft Hrúby gezwoegd en onderhandeld met stafleden van de Wereldraad en met leden van het Centraal Comité ten einde hen ertoe te bewegen beide telegrammen te ondertekenen. Daartoe voerde hij vele lange gesprekken, intervenieerde hij op persconferenties en probeerde hij ook journalisten van de zaken waar hij voor stond te overtuigen. Resultaat was dat slechts 28 personen bereid waren beide telegrammen te tekenen (van de in totaal ca. 500 personen die deze vergaderingen bijwoonden). Gelukkig bevonden zich onder die 28 ook enkele vooraanstaande leden van het Centraal Comité, waaronder: André Appel, Heinz Joachim Held, A. H. van den Heuvel, David Russell, J. Oscar Mc.Cloud, Jean Meyendorff, Bena Silu en William P. Thompson. Met uitzondering van enkele Zuidkoreanen en de uit Zaïre afkomstige Silu was er niemand uit de derde wereld die de telegrammen had ondertekend. Van de zijde van de Wereldraad van Kerken werd door secretaris-generaal Potter te kennen gegeven dat men wel degelijk wat aan verzoeken om hulp doet, maar dat dat vaak heel wat tijd vergt. Over wat de Wereldraad soms niet zonder succes voor elkaar weet te krijgen wordt in het Westen maar nauwelijks publiciteit gegeven, aldus Potter, die zoals steeds, de kritiek op de Wereldraad weet aan een slecht geïnformeerde (westerse) pers. Toch doet het wat zonderling aan dat een oude journalist, die bovendien nog ernstig ziek is geweest, op déze wijze talloze leden van het Centraal Comité moest benaderen en dat noch de staf (met name Potter zelf) noch het Centraal Comité tot enige publieke aktie ter zake bereid was, terwijl men in andere (met name Zuidamerikaanse en Zuidafrikaanse) situaties wel publiekelijk van zijn verontwaardiging het blijken.
Hrúby werd vermoedelijk in de gaten gehouden door ten minste één agent uit het Oostblok. Wat mij persoonlijk opviel was dat een Oostduitse journalist tijdens een excursie opvallend veel foto's van de deelnemers maakte. De politieke uitspraken van de Wereldraad hebben direkt te maken met zijn theologie – en daarover in het tweede artikel.
J. A. E. Vermaat
1) Verkrijgbaar bij RCDA, 475 Riverside Drive, New York, New York 10027 USA.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's