Geleid, verzocht – niet gevallen (2)
En hij leidde Hem naar Jeruzalem…Indien Gij de Zoon Gods zijt…En Jezus, antwoordende, zeide…Lukas 4 : 9-12
Wie zal er staande blijven in zo'n verzoeking van satan? Indien Gij de Zoon Gods zijt, werp Uzelf nederwaarts. Engelen zullen u op de handen dragen. Uw voet zult u niet stoten. Het hele volk zal u bejubelen. Bovendien, u vindt de Schriften aan uw kant. Er is geschreven…
Satan schijnt alles, tot en met de Schriften, mee te hebben als hij zo tot Jezus komt. Toen hij eenmaal tot u en mij kwam, had hij veel meer tegen. Maar u en ik vielen! Wij wilden wel als God zijn. Toen we groot wilden worden, zijn we oneindig diep gevallen. Daarom is het wonder des te groter dat er hier Eén is, Die staande blijft.
En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Er is gezegd: Gij zult de Heere, uw God, niet verzoeken. Weer gebruikt de Heere Jezus het Woord Gods, het zwaard van de Heilige Geest in Zijn strijd niet satan. Dat is een les voor allen die een strijd voeren met de vorst der duisternis. Hij wijkt niet voor mijn redeneringen en overleggingen. Je bent niet van hem af door hem een eindje tegemoet te komen. Hij wijkt alleen voor het Woord Gods.
Er is gezegd. Tweemaal heeft de Heere Jezus gesproken: er is geschreven. Nu treedt Hij satan tegemoet met; er is gezegd. Dat is zo mogelijk nog nadrukkelijker. Gods mond heeft het gesproken. De mond van Hem, Die in eeuwigheid niet liegt. Wat is dat rijk om ook in de hoogste aanvechtingen en verzoekihgen als het ware te hangen aan de lippen Gods. Weet u daarvan om zo, worstelend maar krachteloos in uzelf, geworpen te worden op het Woord van de levende God?
Er is gezegd: gij zult de Heere, uw God, niet verzoeken. Dat had Jezus gedaan, de Heere verzocht, als Hij van de tinne van de tempel zou zijn gesprongen.
Zojuist had de Vader gezegd bij de Jordaan: Gij zijt Mijn geliefde Zoon. Als Hij Zichzelf nu nederwaarts werpt, moet de Vader bij dat Woord ook nog eens een bijzonder teken geven door Zijn engelen te zenden. Maar dan verzoekt Hij God!
De Heere Jezus haalt hierheen tekst uit Deuteronomium 6 aan. Daar staat het: 'Gij zult den Heere, uw God, niet verzoeken, gelijk als gij Hem verzocht hebt te Massa.' Daar, bij Massa, is het volk in opstand gekomen tegen God. Het dwingt bij wijze van spreken God tot een bijzonder ingrijpen. Het moet en zal water hebben. Brutaal zegt het volk: is de Heere in het midden van ons, of niet? Zo verzoeken zij de Heere, hun God. Hij heeft verzekerd met hen te zullen gaan. Welnu, dat moet Hij dan maar eens tonen. U voelt wel, dat is heel wat anders dan een ootmoedig aangrijpen van de macht Gods in een smeekgebed. Dan zeg ik diep gebogen voor Hem: Heere, toon mij Uw machtige rechterarm, maar ik verdien het niet. Hier dwingt het volk God tot een bijzonder ingrijpen, omdat het aan Zijn Woord niet genoeg heeft. Ziet u, dat is het verschil.
De Heere, uw God, niet verzoeken. Ik hoor het een moeder tegen haar zoon zeggen die zich roekeloos door het verkeer begeeft. Zo zijn leven op het spel zet. Maar wat maakt dat voor verschil met iemand, die heimelijk denkt: als de Heere mij hebben moet, dan weet Hij me toch wel te vinden, ook buiten Zijn dienst en de prediking van Zijn Woord? En hoeveel trouwe kerkgangers stellen niet telkens weer uit – later wel – en hopen heimelijk dat God een paar dagen of uren voor hun dood op een opzienbarende wijze redding, volkomen uitkomst zal geven. Kan dat dan niet, valt iemand in de rede. Nou, óf dat kan. Denk maar niet te klein van de Heere. Maar daar heimelijk op hopen en ondertussen je eigen weg voortgaan, wat is dat anders dan de Heere verzoeken?
Er is gezegd, spreekt Christus, gij zult de Heere, uw God, niet verzoeken. Het Woord van Zijn Vader is Hem genoeg. Hij behoeft daar geen bijzonder teken bij dat Hij de Zoon Gods is. Is het u en mij genoeg geworden, lezer, zodat we leerden zingen: Uw Woord kan mij, ofschoon ik alles mis, door zijnen smaak én hart én zinnen strelen? Mogen we op grond van onze tekst niet zeggen: niet genoeg hebben aan het Woord, dat is de Heere verzoeken. Alleen, we moeten dat maar niet te gemakkelijk zeggen als niet ons eigen ongeloof en onze weerbarstigheid ons schuld geworden is voor God. Zit het diep in uw hart, de Heere te verzoeken? Kunt u uzelf niet zover krijgen, dat u aan Zijn Woord genoeg hebt? Hier is er Eén, Die het u leren kan.
Voor de derde maal wijst Hij satan af met het Woord. Hij overwint de moordenaar van den beginne. Wat is Hij hier oneindig groot. U moet ook niet vergeten dat hier het leven van Zijn Kerk, het bestaan van Zijn Kerk in het geding is. Valt Hij voor de verzoeking van de boze, dan valt heel Zijn Kerk. Of anders gezegd: dan blijft zij liggen waar ze ligt, in de greep van satan. Ziet u uzelf daar liggen, hopeloos geketend?
Hier is er Eén Die staande blijft. Wel geleid. Wel verzocht. Niet gevallen! Hij blijft in de weg van Zijn hemelse Vader. Van dag tot dag en van uur tot uur. Hier zie ik – vanuit mijn gebondenheid – handen vrijkomen, handen om te bevrijden.
Hij gaat niet de weg van mensenroem. De weg Zijns Vaders verlaat Hij niet. Hij gaat niet tot de heerlijkheid dan door de diepten des doods en de angsten der hel. Waarom niet? Hij gehoorzaamt Zijn Vader. Zijn hart is vol ontferming voor Zijn Gemeente. Ik weet zeker, als u de goede strijd kent, ook met satan, dat Hij u zo heerlijker en dierbaarder wordt dan alles wat de wereld u heeft te bieden.
Eén blijft er staande. In de weg Gods. Bij het Woord Gods. Van ons bleef er niemand staande. We gaven het woord van satan gehoor en verwierpen het Woord Gods. Wat heb ik dan gedaan? U scheurde u los van God en viel voor satan. Evenals ik dat deed. Is dat een levensvraag voor u: hoe kom ik uit zijn greep? Of: hoe kan ik overwinnen in die zware strijd? Wedersta de boze, zo staat er geschreven. En als er in mij geen kracht meer is?
Eén bleef er staande om gevallenen op te richten. Om eenmaal de Zijnen te doen overwinnen. Vergeet u niet, dat de vijanden die ons in hun greep houden Christus' overwonnen vijanden zijn. Ook satan. Weet u wat dat betekent? Dat ook satan uit zichzelf niet bekwaam is u in zijn ijzeren greep te houden. Dat hij u niet kan verderven, als Christus er met Zijn overwinningskracht aan te pas komt in uw leven. Ziet u, wat een mogelijkheid in deze Overwinnaar van satan om te ontkomen aan de greep van de duivel en eenmaal… eindelijk… te triomferen. Hij werpt Zichzelf niet nederwaarts. Ja, eenmaal viel Hij tot in de diepte der godverlatenheid. Toen was het wel Gods weg. Hij ging. Gewillig. Als u geketend ligt komt Hij even gewillig op u aan in Zijn Woord: is er in Mij geen kracht? Waarin Hij Zelf verzocht is, kan Hij anderen te hulp komen. Misschien wordt u wel verzocht wat te zijn, wat te worden – geestelijk wat te worden – ten koste van de eer van God. Zo werd Hij ook verzocht. Dan kan Hij u te hulp komen. Medelijden hebben met uw zwakheden.
Zo trekt Hij in Zijn overwinningskracht uit de banden van satan. Gingen die banden al knellen bij u? Dan is uw gebed: verlos ons van de boze.
Ziehier, de zegevierende Koning.
Gij, HEER', alleen, Gij zijt
Verwinnaar in de strijd,
en geeft Uw volk den zegen.
M. G., O. a/d IJ.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's