De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

12 minuten leestijd

Kerk en secte
In het jongerenblad 'Daniel' gaat I. A. Kole in op de vraag: 'Zijn de secten wel zo modern? Kole wijst op Amerika waar meer dan 3000 secten zijn met meer dan 3 miljoen aanhangers. De drang om tot secten toe te treden lijkt in Amerika een golfbeweging van zo'n 50 jaar te kennen. In het midden van de vorige eeuw was er zo'n golf, vervolgens na de eerste Wereldoorlog en nu in de zeventiger jaren. Allerlei oorzaken zijn voor die snelle groei te noemen, onder andere: reaktie op de welvaartsstaat. Men ziet geen toekomst meer in de consumptiemaatschappij en vlucht weg in de religieuze beleving.
De kerk heeft daarbij voor velen afgedaan. Op zichzelf is dat niets nieuws.

Als de pinksterbeweging zich van de kerk afscheidt en de nadruk legt op de persoon en de (buitengewone) gaven van de Heilige Geest; wanneer de persoonlijke toepassing van het heil door de Heiige Geest beklemtoond wordt, dan is dat niets nieuws.
Als de charismatische beweging in de kerken, tot in de rooms-katholieke kerk toe veel aanhang vindt door haar aksenten op de buitengewone gaven van de Heilige Geest, dan is dat niets nieuws, want dat zien we in meerdere perioden van de kerkgeschiedenis. Als de Jehova's Getuigen de preciese datum, en uur van de wederkomst weten te voorspellen(!), dan is dat al zoveel keer in de afgelopen eeuwen gebeurd, dat we daarvan niet hoeven op te kijken. Het jasje is anders.
Want de Montanisten in de tweede eeuw van de christelijke jaartelling zeiden, dat de Heilige Geest door de organisatie die de kerk opgelegd zou zijn, van de kerk geweken is en dat de Parakleet in Montanus zich manifesteerde! De oordeelsdag zou aanstaande zijn!
De drang naar de zuivere kerk, de kerk met alleen waarachtige gelovigen (alleen koren, niet vermengd met kaf), tref je niet alleen aan bij de pinkstermensen, maar dat zie je al bij de Donatisten in de vierde en vijfde eeuw na Christus; bij de Wederdopers ten tijde van de Reformatie zien we een streven om alvast het Nieuwe Jemzalem te realiseren en te leven alsof we op de nieuwe aarde zijn. De Labadisten in de zeventiende eeuw schrijven de kerk in die eeuw af en gaan met elkaar zich terugtrekken en leven alsof in dit leven de heiligmaking ten volle zal zijn.
In alles wat je nu gelezen hebt (ik hoop dat je de draad nog vast gehouden hebt!) zie je dat er groot ongenoegen is over het reilen en zeilen in de kerk! De ambten zouden de voortgang van de werking van de Heilige Geest in kerk en wereld tegengewerkt hebben; de kinderdoop zorgt voor een kwantitatieve uitbreiding van de kerk, maar niet kwalitatief, daarom terug naar: wie geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn (eerst geloof en dan het uiterlijk van de doop; de mens maakt uit of het geloof er is en of het groot genoeg is); de nadruk op de rechtvaardiging door het geloof heeft de heiligmaking teveel in de schaduw gehouden. De angst voor de goede werken doet de legitimiteit van die werken vanuit het geloof geweld aan, volgens de diverse sekten. De beperking van de openbaring van God tot de Bijbel zou de Heilige Geest teveel inperken: de Heilige Geest openbaart zich ook buiten het Woord om én kan dat Woord (waarvan wij belijden dat de Heilige Geest de schrijvers zelf in Zijn dienst genomen heeft: de inspiratie) zelfs tegenspreken.
Al deze genoemde zaken zouden nog met meer te vermenigvuldigen zijn, maar dan moet ik je naar diverse publikaties verwijzen.
Het is hopelijk wel duidelijk geworden dat de Heere nu al eeuwen lang de Kerk verdragen heeft. Dan mag er hoop zijn en behoeven we niet te grijpen naar nieuwe enthousiaste stromingen en bewegingen, zoals thans zoveel (jonge) mensen doek. De Heere bindt zich aan Zijn Kerk, aan de ambten, aan de prediking, aan de sacramenten en bevestigt Zijn verbond van kind tot kind, van geslacht tot geslacht en geeft in de plaats van de vaderen de zonen, die in de onderscheidene ambten mogen dienen, (is er wel gebed voor deze voortgang ook in onze gemeenten?) én in de plaats van de moeders in Israël de dochters die de lamp van de hoop, van de gegronde verwachting als vrucht van het werk van de Heilige Geest mogen dragen in hun leven en zo de Bruidegom verwachten, die op het alleronverwachts zal komen, als een dief in de nacht.

Terecht onderstreept de schrijver de verbinding tussen Geest-Woord-Kerk en waarschuwt hij voor een onbijbels spiritualisme. Anderzijds, – en ook Kole attendeert daarop in het vervolg van zijn artikel – zijn we binnen de kerk vaak zo weinig een leesbare brief van Christus. Vele sekten leggen vaak de vinger bij vergeten elementen in de kerk. Er isenerzijds reden waakzaamheid te betrachten en de gevaren van eigenwillige godsdienstigheid te signaleren. Als maar niet vergeten wordt, dat ons ook verootmoediging en bekering past, bekering tot het Woord, tot de God van dat Woord. Er is toch het apostolisch vermaan om de Heilige Geest niet te bedroeven. Want de Geest is het die levend maakt, die doet leven bij het Woord, uit Christus. Dan zal er van de gemeente ook weer werfkracht uitgaan naar de buitenstaanders.

Dialoog en zending
In de eerste helft van januari is in Kingston op Jamaica de vergadering gehouden van het Centraal Comité van de Wereldraad van Kerken. Veel is daar aan de orde geweest, o.a. de veelbesproken kwestie over de gift aan de Rhodesische bevrijdingsbeweging, de politieke koers van de Wereldraad, enz. Of er veel opheldering is gekomen, waag ik te betwijfelen. En evenmin meen ik dat er sprake is van koerswijziging. Een politiek gekleurde bevrijdingstheologie de openingstoespraak van Bisschop Neville Souza over Exodus 3 : 7-12, getuige de verslagen in de pers, een duidelijk voorbeeld was, beheerst toch wel grote groepen binnen de Wereldraad, althans wat betreft leidende organen. Nu heeft in het blad Kerknieuws prof. dr. H.A.M. Fiolet, de secretaris van de Raad van Kerken in ons land, in een vraaggesprek zijn oordeel over deze vergadering gegeven. Onder meer kwam ook de zaak van de dialoog ter sprake.
Het woord 'dialoog' duikt sinds een aantal jaren in allerlei discussies over zending en evangelisatie op. De kleur die men aan dit woord geeft blijkt nogal verschillend te zijn. Er zijn er die de dialoog als methode willen hanteren, maar inhoudelijk toch aandringen op een krachtig getuigenis dat oproept tot geloof en bekering. Anderen menen in het gesprek met b.v. Moslims en Marxisten te kunnen volstaan met de dialoog, omdat men Christus aan het werk ziet in allerlei religies en bewegingen en men van oordeel is dat in het gesprek over en weer de waarheidselementen opgespoord en ingebracht kunnen worden.
Soms wordt daarbij betrokken de gedachte dat de wereldproblematiek voor alle volken en religies zo groot is dat we die alleen gezamenlijk op kunnen lossen en zo moeten bouwen aan de komst van het Rijk. Of men vraagt ruimte voor de dialoog vanwege het werk van de Geest in de geschiedenis. Ook Fiolet geeft zijn visie op de betekenis van de dialoog:

– In het rapport over de dialoog wordt gezegd dat het voeren van een dialoog geen verloochening van het eigen geloof betekent. Maar komt het daar toch niet vaak op neer? Dreigt althans het gevaar van verloochening niet?
– Naar mijn mening niet. De Wereldraad ziet de eenheid van de mensheid vanuit de scheppingstheologie. Waar mensen zijn, daar is God.
– Betekent dat geen algemene verzoening?
– Ik dacht van niet. Christus is wel uniek, maar niet exclusief. In de dialoog wil je je eigen geloof verdiepen. Je wilt ervan getuigen.
– Jezus zegt: Wie in de Zoon niet gelooft, heeft het leven niet.
– Paulus heeft het geloof ook aan de heidenen verkondigd. Denkt u aan Handehngen 15. Het heilswerk van God kan zich voltrekken door de dialoog. Je moet ook eens wat durven overlaten aan de kracht van Gods waarheid. De dialoog biedt een unieke kans voor de overwinning van Gods Woord. Ze is een nieuwe vorm van de oecumenische beweging. Dat betekent geen vrijblijvendheid. Een consequentie zou zijn het houden van interreligieuze samenkomsten, zoals ook in het document wordt gezegd. Maar de viering zou moeilijkheden opleveren.
– Krijg je dan niet een discussieclub?
– Neen. Je erkent de ander in zijn anders zijn. Je moet die ander niet proberen te bekeren, maar je moet geloven in de bevrijdende macht van Gods Woord. Ik weet niet wat bekering in dit verband is. De ander behoeft ons niet te imiteren. Hij behoeft niet op dezelfde wijze te geloven als wij. Het heil van God is ook voor de heidenen bestemd. Kijkt u eens naar de jonge kerk. De heidenen die christenen werden, hebben hun geloof op andere wijze beleefd dan de christen-joden. Zij behoefden niet besneden te worden. En dan gaat het niet om de besnijdenis op zich zelf. Die is een symbool van de godsdienstige beleving. In de dialoog is de pluriformiteit een grote verrijking. De dialoog is een instrument van Gods heilswerk. We moesten maar eens aan God overlaten waarheen Hij ons voert.

Hier worden in kort bestek een aantal zaken over de dialoog te berde gebracht, waar ik de nodige vraagtekens achter gezet heb en de nodige vragen bij heb. Ik weet wel: een interview biedt geen afgerond betoog, maar vaak wat losse opmerkingen. Dat zal wel mede de oorzaak zijn van de m.i. onduidelijke en vage stelüngnamen in dit gesprek.
Dr. Fiolet wil geen verloochening van eigen geloof, geen vrijblijvende discussieclub, spreekt ergens over 'getuigen', maar zegt dan tegelijk dat je niet moet proberen de anderen te bekeren. Hoe rijmt zich dat? Is het getuigenis waar het Nieuwe Testament van spreekt niet van dien aard dat het ieder, jood en heiden oproept tot geloof en bekering (vgl. b.v. Marcus 1 : 15; Handelingen 20 : 21, Handelingen 17 : 30, 31 waar de dialoog met de andersdenkenden uitloopt in een bewogen appèl zich te bekeren tot de God en Vader van Jezus Christus). Wat bedoelt Fiolet met zijn uitspraak: 'Waar mensen zijn, daar is God?' Zeker, er is een bemoeienis van God met ieder mens, er is het terrein van de algemene genade (zoals we met een m.i. minder gelukkige term plegen te zeggen), maar die bemoeienis op zich is toch niet zaligmakend? Loopt het universele en het bijzondere van Gods genadewerk hier niet dooreen? En kan men een tegenstelling maken tussen het unieke van Christus en het exclusieve? Wanneer in Handelingen 4 : 12 gezegd wordt dat er geen andere Naam gegeven is om behouden te worden, is dat toch ook een uitspraak die exclusief is. Er wordt door voorstanders van de dialoog dan wel gezegd: Ja, Christus is wel de enige weg, maar dat wil niet zeggen dat ieder die weg ook moet kennen. Maar zeker ten aanzien van Handelingen 4 gaat dat niet op, waar heel duidelijk aangedrongen wordt en gesproken wordt van het geloof in die ene Naam.
Dat mag men toch niet uitspelen tegen het vertrouwen op de bevrijdende kracht van Gods Woord. Juist omdat wij vertrouwen op de bevrijdende kracht van Gods Woord en Zijn Geest, daarom is de prediking met de oproep: Laat u met God verzoenen geen hopeloze aangelegenheid in een wereld waar geen mens van zich uit zich gewonnen wil geven aan de Heere Jezus Christus.
Ongetwijfeld heeft de dialoog als methode waarde: Wij zullen scherp hebben te luisteren naar de ander, ook en vooral daar waar hij ons duidelijk maakt dat ook de wijze, waarop wij het geloof verstaan, vaak beneden de maat van het Evangelie is. Het Christendom is bepaald niet hetzelfde als Jezus Christus.
Toch is met de simpele constatering: de ander behoeft niet te geloven op dezelfde wijze als wij, weinig gezegd. Er is de geloofsbeleving die verschillend kan zijn. Maar het gaat toch om dezelfde geloofsinhoud, en hetzelfde geloof in de ene en enige Heere Jezus Christus. Vreemd vond ik het beroep op Handelingen 15. Immers het conflict en de oplossing waarvan Handelingen 15 spreken, handelen toch niet over de dialoog tussen Joden en heidenen, maar staan op de gemeenschap binnen de ene gemeente van Christus tussen Jodenchristenen en heidenchristenen, twee groepen die beide Jezus Christus als Heere en Verlosser hadden aangenomen. Dr. Fiolet beroept zich voor zijn oecumenische visie op de besnijdenis. Nog afgezien van het feit dat ik altijd gemeend heb dat de besnijdenis een teken van Gods Verbond is geweest – en dat is m.i. nog wat anders dan een symbool van de godsdienstige beleving – vraag ik me af of dit beroep hier terecht is. De heidenchristenen behoefden niet besneden te worden, accoord. Maar én voor de Jood én voor de heiden geldt wel de noodzakelijkheid van het geloof in Jezus Christus, de bekering tot Hem.
Er zou ook nog veel te zeggen zijn over de visie op de oecumene, de kwestie van de pluriformiteit en de visie öp Gods heilswerk. Maar ik breek hier af. Dr. Fiolet heeft me allerminst overtuigd. Ik neem gaarne aan dat hij inderdaad geen verloochening van het eigen geloof bedoelt. Maar ik meen wel dat zijn visie op de dialoog ons regelrecht in de vrijblijvendheid voert, waarin het appèl dat er van de verkondiging van Christus uitgaat op verloren zondaars verzwakt en vervaagt tot een gesprek, waarin over en weer niet meer gebeurt dan een zekere verheldering van visies.

A. N., Ede

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's