Werelddiakonaat
Bijgaand treffen de lezers het derde gedeelte van de studie, die de werkgroep 'Hervormd Gereformeerd Diakonaal Beraad' op schrift stelde in het kader van het door de 'Generale Diakonale Raad' opgezette project 'Samen Beleid Maken'.Red.
1. Elke dienstverlening van de kerk, die om Christus' wil geschiedt, wordt in het Nieuwe Testament 'diakonia' genoemd. Deze diensten zijn zeer veelzijdig: het Nieuwe Testament spreekt van de dienst van de verkondiging of dienst der verzoening (missionair getuigenis), de dienst van de voorbeden, van troosten, vermanen, 'leiden' en 'weiden' (pastorale dienst) en van allerlei vormen van dienstverlening aan mensen in nood en van bekwaamheid om te helpen (de diakonale dienst). Deze diensten vormen een onverbreekbare eenheid en behoren tot de voortzetting van de arbeid van Christus-Diakonos in deze wereld.
2. Het werelddiakonaat heeft naast de zending een eigen plaats, met name om daar te helpen waar geen helper is, vooral in geval van acute noden, zoals bij rampen, vervolgingen, in situaties van onrecht en onderdrukking en in andere omstandigheden waar zendingsorganisaties dikwijls moeilijk toegang hebben.
3. Het werelddiakonaat is in navolging van Christus' dienst gericht op de gehele mens – lichaam en geest – en de gehele wereld, en mag daarom wel onderscheiden, maar niet gescheiden worden van de missionaire opdracht van de kerk en dient daarom in nauw overleg en samenwerking met de zending plaats te vinden.
4. De hulpverlening via het werelddiakonaat zal geen druppel op de gloeiende plaat zijn, wanneer we beseffen dat deze mag plaatsvinden in Jezus' Naam, door Zijn liefde gedreven en waar mogelijk vergezeld van de prediking van het Evangelie.
In dit verband is het belangrijk te onderstrepen dat het werelddiakonaat, evenals het zendingswerk, plaats heeft in het kader van de 'wederzijdse assistentie van de kerken' (vgl. 2 Kor. 8 en 9). In de ontmoeting en samenwerking met de niet-westerse kerken ontvangen we doorgaans meer aan geestelijke waarden dan we ooit zelf op een andere wijze bijdragen. We rnoeten aandachtig luisteren naar de kerken in de derde wereld, vertrouwen geven en voorkomen dat de relaties tussen de kerken onduidelijk worden als gevolg van allerlei boven-nationale organisaties.
De wederzijdse kontakten dienen d.m.v. correspondentie en adoptie van gemeenten en projekten zoveel mogelijk bevorderd te worden.
5. Zowel bij de zending als het werelddiakonaat is het goed funktioneren van dit z.g. tweerichtingsverkeer van groot belang, zodat we in de ontmoeting met elkaar gaan ontdekken welke waarden ook in onze westerse kerken en samenleving dreigen verloren te gaan, zoals de bijbelse begrippen van rentmeesterschap, gemeenschap met God en met elkaar, barmhartigheid en gerechtigheid, geloof en bekering, welvaart en welzijn enz.
6. Veel armoede, honger en lijden in de wereld is een gevolg van nationale en internationale problemen. Daarom zal het werelddiakonaat niet slechts kunnen volstaan met het geven van financiële, medische, landbouwkundige en allerlei andere vormen van hulpverlening, maar ook de achtergronden van de bestaande nood dienen aan te wijzen en overheden en volken te wijzen op de bijbelse normen van barmhartigheid en gerechtigheid in de samenleving.
7. Het werelddiakonaat kan nooit opgaan in het bevorderen van ekonomische groei en het verbeteren van maatschappelijke mikro- en makrostrukturen, die gevoed worden door een vooruitgangsoptimisme.
Door het Evangelie laten wij ons zeggen dat de diepste oorzaak van de nood van de mensen in hun verhouding tot elkaar ligt in de vervreemding van de mens van God. Wij zien hoe ideologieën de plaats van God innemen en miljoenen mensen in hun ban houden. Er is slechts van werkelijk welzijn sprake waar de mens leeft in de juiste verhouding tot God, zijn medemens en zichzelf. Het werelddiakonaat dient daarom ook waar mogelijk plaats te hebben in bestaand kerke- en zendingswerk in de samenhang van de prediking van het Evangelie en de bediening van de sacramenten.
8. Het is verbijsterend te moeten konstateren hoe onkritisch men binnen de kerken vaak de marxistische analyse overneemt. Men meent dan de marxistische verklaring te kunnen hanteren zonder de marxistische filosofie te aanvaarden. Vooral christenen zouden moeten inzien hoe vals een ideologie moet zijn, die de oorzaak van alle onheil in de wereld van onderontwikkeling, vervreemding, onderkonsumptie daar en overkonsumptie hier uitsluitend wil terugvoeren op een historisch materialistische verklaring.
Wij signaleren het gevaar dat de kerk in de 20e eeuw bezig is dezelfde fout te maken van die van de 19e eeuw, namelijk onkritisch de geest van de tijd te volgen:
In de 19e eeuw leidde dat tot een probleemloze aanvaarding van de bestaande orde. In de 20e eeuw dreigt men in de andere eenzijdigheid te vervallen, namelijk die van de probleemloze verwerping ervan.
9. De kerk en het werelddiakonaat dienen in deze wereld pleitbezorger te zijn voor de armen en ontrechten en onze schuld aan hun ellende onbevreesd te onthullen. Van de kerk moet worden verwacht dat zij haar eigen budget kritisch beziet in het licht van de ontstellende nood in de wereld en de individuele christenen aanspoort tot versobering in levensstijl.
Echter ook binnen het werelddiakonaat moet men waakzaam zijn tegen de naïeve vereenzelviging van de bevrijding waarvan de hedendaagse revolutionairen spreken, met de bevrijding die Christus predikte en de neiging het christen-zijn te versmallen tot een volkomen 'diesseitig engagement'.
Wat doen we met ons geld
De werkgroep heeft deze problematiek niet uitputtend kunnen behandelen. Slechts enkele overwegingen.
1. Wij zijn van mening, dat een grondige behandehng dient te geschieden samen met alle diakonale en kerkvoogdelijke instanties, aangezien de scheiding tussen kerkvoogdelijk en diakonaal beheer historisch gegroeid is. Het verdient aanbeveling te overwegen, in hoeverre handhaving van deze scheiding in het licht van het bijbelse getuigenis gerechtvaardigd is.
Pastoraat, diakonaat en apostolaat dienen, zoals uit de vorige paragrafen gebleken is, wel onderscheiden te worden, maar kunnen niet gescheiden worden.
2. De vrees blijft gerechtvaardigd, dat diakonaal geld voor oneigenlijke doelen besteed wordt. Er zijn grenzen aan de besteding, die zorgvuldig in acht genomen dienen te worden. In het algemeen gesteld: kerkvoogdijen zijn niet de 'nieuwe armen'.
3. Op deze algemene regel kunnen niettemin uitzonderingen zijn van dien aard, dat het geboden is diakonaal geld aan te wenden voor pastoraal werk. Daarbij denken wij aan noodlijdende gemeenten, die met een bescheiden diakonale steun weer op een dusdanige wijze kunnen gaan functioneren, dat mede daardoor de diakonia van deze gemeente nieuwe gestalte gaat krijgen.
4. Wanneer in de kerk gepleit wordt voor het stimuleren van nieuwe ontwikkelingen, het investeren in mankracht, het gericht zijn op de samenleving en niet alleen op de gemeenten, achten wij dit terecht, mits men daarmee de regel van Galaten 6 : 10 niet verwaarloost.
5. Bovendien zijn wij van mening, dat de voortschrijdende saecularisatie, de doorgaande ontkerstening en ontkerkelijking en de toenemende deconfessionalisering van allerlei vorm van dienstbetoon het in de toekomst nodig kunnen maken, dat diakonieën meer en meer gelden zullen moeten aanwenden voor de opzet van een eigen stuk werk in bepaalde sectoren van welzijn, zonder daarbij meer gebruik te kunnen maken van overheidssubsidies.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's