De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Wereldraad van Kerken in Jamaica (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Wereldraad van Kerken in Jamaica (2)

Vergadering van het Centraal Comité

8 minuten leestijd

(De schrijver, drs. J. A. E. Vermaat, woonde de jongste vergadering van het Centraal Comité van de Wereldraad van Kerken te Jamaica bij en geeft in een tweetal artikelen zijn voornaamste indrukken weer.)

In ons vorige artikel is al even aangegeven dat de bijeenkomst van het Centraal Comité van de Wereldraad van Kerken, dat in januari in Jamaica plaatsvond, in veel opzichten een stap terug betekende ten opzichte van de laatste Assemblee van Nairobi. Niet alleen op het punt van de mensenrechten (zie vorige artikel), doch met name ook in theologisch opzicht. Hier blijkt wel het meest hoe scherp een man als prof. Beyerhaus indertijd de lijnen heeft gezien en weergegeven in onder meer de Berlijnse Oecumene Verklaring (men leze deze er nog maar eens op na!).


P.C.R.
Zoals te verwachten oefenden diverse afgevaardigden kritiek op de bestedingen der gelden van het Speciale Fonds ter Bestrijding van het Racisme. Zij merkten daarbij op, dat hun kritiek in de eerste plaats een theologische, en niet een politieke strekking had, dit omdat secretaris-generaal Potter, die zich geheel en al met het PCR en met het Speciale Fonds vereenzelvigd heeft, meermalen had verklaard dat de kritiek vooral voortkwam uit die kerken die werkzaam waren in landen, die het meest verantwoordelijk waren voor de oorzaak en de instandhouding van het racisme in Zuidelijk Afrika. De kritici verklaarden dan ook allen, dat zij principieel geen kritiek op het PCR zelf hadden, dit ter voorkoming van elk misverstand.
De Franse gedelegeerde André Appel had b. v. kritiek op de notie van de gerechtigheid, welke in tal van documenten naar voren kwam. Hij meende, dat men zeer wel geketend kan zijn en toch vrij, in Christus. De mens kan geheel en al gerechtvaardigd zijn in Christus en toch in politieke zin niet vrij in de maatschappij. Die notie miste hij pijnlijk. Als we een rechtvaardige maatschappij nastreven moeten we het verband zien tussen de volmaakte verhouxiing jegens God en het streven naar gerechtigheid. Ten aanzien van het PCR vroeg Appel zich af of dit programma wel werkelijk in het licht van die goddelijke gerechtigheid was bestudeerd. Het PCR geeft immers geld aan groepen, die úít zijn op de macht. Het zou een stuk geloofwaardiger worden als het ook zou getuigen van de gerechtigheid van Christus.


Veel verzet tegen de besteding der PCR-gelden kwam ook van Duitse en Britse (Engelse en Noordierse) zijde.
Binnen de commissie, die bezig was met het opstellen van een stuk over het PCR, heeft een dagenlange strijd gewoed tussen enerzijds de Duitse gedelegeerde Hans Joachim Held (Luthers) en anderzijds de Afrikaanse gedelegeerde John Gatu.
In de plenaire vergadering betoogde de Noordierse Anghkaan Canon Elliott, dat hij op zich geen kritiek had op het PCR, maar dat het geven van giften aan gewelddadige organisaties in Noord Ierland door velen werd ervaren als een rechtvaardiging van het geweld. Zoiets is in Ierland bepaald niet gewenst, want voor ons is geweld immoreel, in geestelijk en economisch opzicht verwoestend, aldus Elliott in een bewogen betoog, dat toch wel een diepe indruk achterhet. Commissionair Williams van het Leger des Heils (dat in alle vergaderingen normaal participeerde) en de Engelse baptist David Russell deden tot tweemaal toe een voorstel om de tot dusverre gevolgde lijn ten aanzien van het PCR om te buigen. Zij wilden bereiken, dat de giften in den vervolge niet meer rechtstreeks aan de bevrijdingsbewegingen zouden worden gegeven doch via inheemse kerkelijke kanalen zouden worden verstrekt. Dit voorstel stuitte op fel verzet in de plenaire vergadering van zowel een aantal afgevaardigden als van secretaris-generaal Potter zelf. De laatste stelde, dat dit voorstel in strijd was met de kriteria welke golden voor het speciale fonds. Volgens deze kriteria kunnen dergelijke giften (zoals die aan het Patriottisch Front) alleen rechtstrééks aan bevrijdingsbewegingen, gericht tegen het racisme, worden gegeven en niet aan andere organisaties. Anderen vielen Potter bij en stelden dat het voorstel niet integer bedoeld was. Het ging om een opzettelijke poging – zo heette het – van de tegenstanders van het PCR om het speciale fonds te blokkeren. Een van de meest radikale voorstandsters van het PCR, de Ghanese juriste mevr. Annia Jiagge maakte zelfs een vergelijking tussen de vrijheidsstrijders in Zuidelijk Afrika en degenen die in de tweede wereldoorlog in het verzet gingen.
Het voorstel van het Leger des Heils werd dan ook met overweldigende meerderheid verworpen, hetgeen duidelijk laat zien, dat er op het PCR geen enkele principiële kritiek meer mogelijk blijkt.
De derde wereld-kerken wantrouwen al bij voorbaat elk gebaar in die richting en beschuldigen allen, die reserves hebben ten aanzien van het PCR, van politieke motieven. Alsof het PCR zelf dan niet door politieke motieven zou worden geleid! Alsof de Wereldraad van Kerken of Potter zelf geheel vrij zouden zijn van politieke beïnvloeding.


Het Centraal Comité nam nog een document aan, waarin de pers werd veroordeeld voor het feit, dat zij de strijders in Zuidelijk Afrika 'guerilla's' en 'terroristen' heeft durven noemen en dat zij had durven spreken over 'executie' en 'moordaanslag', e.d. De dingen mogen kennelijk niet meer bij hun naam genoemd worden en de moord op talloze zendelingen mag niet meer een daad van terroristen heten, doch moet anders worden gekwalificeerd.

Dialoog
Neigt men ten aanzien van Zuidelijk Afrika tot harde politieke en theologische confrontaties, ten aanzien van de niet-christelijke godsdiensten en (met name marxistische) ideologieën neigt men sterk naar toenadering, dialoog en verzoening.
De theologische invloed van het programma van dialoog met mensen van ander geloof en ideologie was in tal van documenten merkbaar. Binnen de commissie voor Geloof en Kerkorde, maar ook binnen de Commissie voor Wereldzending en Evangelisatie is de benadering van dit programma geheel aanvaard.
De theologie van de hoop vertoont sterke overeenkomsten met Moltmanns 'Theologie der Hoffnung', en ook hier blijkt dat men teruggrijpt naar de zestiger jaren (evenals op het punt van de opvatting van de 'eenheid der mensheid').
De belangrijke Verklaring van Bangalore over 'Het Gemeenschappelijk Getuigenis der Hoop', lanceert een opvatting van de hoop, die vanuit het reformatorisch belijden verworpen dient te worden. Deze hoop-opvatting is door het Centraal Comité in Jamaica aanvaard. Sterk benadrukt wordt de gemeenschappelijke hoop van gelovigen én niet-gelovigen. Hoop neemt risico's, met name op het punt van de dialoog. 'Een echte ontmoeting met anderen kan een uitdaging voor ons zijn om afstand te doen van bevoorrechte posities en onszelf kwetsbaar op te stellen. Een dialoog aangaan met mensen van andere godsdienst en ideologie houdt het risico in te worden geschokt in het eigen geloof en te ontdekken, dat er ándere manieren zijn om de waarheid uit te drukken dan wij tot nu toe hebben geleerd. Er is 'een bredere gemeenschap tussen hen die in Christus geloven en Jien die dat niet doen. De één zijn hoop wordt de ánder zijn hoop.'

In dat perspectief kan er een ontmoeting tussen diverse vormen van menselijke hoop ('the encounter of human hopes') plaatsvinden. In het voorbereidingsdocument van Melbourne wordt nog gewezen op het eschatologische aspect van deze zaak, zodat men dicht bij de moderne theoloog Moltmann komt. Gesteld wordt, dat Melbourne zich met name zal bezighouden 'met de positieve en negatieve relatie (verhouding) tussen onze hoop en de hoop van andere geloven en secularistische of religieuze ideologieën'.
'Waar kunnen we tekenen van hoop ontdekken bij christenen, bij mensen van ander geloof of van een secularistische of religieuze ideologie?' Wat opvalt is dat de diverse documenten een eschatologisch, maar wel aards gericht messianisme belijden, waarbij samen met mensen van ander geloof of ideologie gestreden wordt voor het 'messiaanse Rijk Gods', dat in het verlengde ligt van een 'rechtvaardige maatschappij waaraan ieder kan deelnemen en die zichzelf in standhoudt' (de zgn. 'Just Participatory and Sustainable Society of JPSS).
Overigens kwam er op dit laatste stuk veel kritiek los van vooral Europese theologen, die stelden dat het onvoldoende theologisch doordacht was.

Persoonlijk
Tenslotte wil ik pog even mijn persoonlijke indruk samenvattend weergeven. Er was een geweldige psychologische en pohtieke druk op allen (een kleine minderheid in feite), die de theologische en politieke lijn wilden rechtbuigen. Velen wisten zich bedolven onder krachtige uitspraken over de bevrijding van de banden van het sexisme (hoogste ambten in de kerk voor de vrouw openstellen: 25% van de deelnemers aan de zendingsconferentie van Melbourne moeten vrouwen zijn e.d.); over het racisme en vooral Zuidelijk Afrika (bezwaren tegen de gift aan het Patriottisch Front werden als niet integer beschouwd en degenen, die ze opperden, werden als spreekbuis van de rijke kerken in het Westen beschouwd); over het militarisme (in één der documenten wél de NAVO-strategie, niet de Warschaupaktstrategie veroordeeld, al geschiedde zulks in bedekte termen wel); over het wegsnijden uit het theologisch onderwijs van al wat aanstootgevend kan zijn voor mensen van ander geloof of ideologie, en over tal van andere zaken.


De leiding van de Wereldraad blijkt duidelijk bezield en gemotiveerd. Men wéét waar men heen wil.
Het zou een goede zaak zijn als wij vanuit de Schrift en de belijdenis der Reformatie niet minder bezield zouden zijn in het wijzen en in het gaan van een andere weg, die veel hoger is dan welke strijd met vleselijke wapenen ook.

J. A. E. Vermaat

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De Wereldraad van Kerken in Jamaica (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's