De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Belijdenis der Hugenoten (4)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Belijdenis der Hugenoten (4)

De Confessie Gallicana

9 minuten leestijd

De Drieëenheid Gods
Art. 6: Deze Heilige Schrift leert ons, dat in dit enige en eenvoudige goddelijke wezen, dat wij zojuist beleden hebben, drie Personen zijn, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. De Vader, die de eerste oorzaak, oorsprong en het begin van alle dingen is. De Zoon, die zijn Woord en eeuwige Wijsheid is. De Heilige Geest, die zijn kracht, macht en mogendheid is. De Zoon wordt eeuwig door de Vader gegenereerd. De Heilige Geest gaat in alle eeuwigheid van hen beide uit. De drie Personen zijn niet vermengd, maar onderscheiden; niet gedeeld maar van eenzelfde wezen, macht en gelijkheid. Wij beâmen hiermee hetgeen bepaald is, op de oude concilies en veroordelen alle secten en ketterijen, die ook door heilige leraren als Hilarius, Athanasius, Ambrosius en Cyrillus verworpen zijn.
Het dogma van de Drieëenheid Gods was hét leerstuk in de oude kerk. Wie het aanvaardde was orthodox, wie het loochende was ketters.
Dat is naar ons gevoelen heden nog zo. En dan vallen er heel wat oude vrijzinnigen maar ook heel wat neomodernisten aan de kant van de ketters. Ketter is een woord dat in onze tijd door velen nog maar nauwelijks op de lippen durft genomen te worden. Waarom? Gaat de Schrift er niet in voor? Zij spreekt van 'een ketters mens' die na de eerste en tweede vermaning 'verworpen' moet worden (Titus 3 : 10). Wie loochent dat Jezus de Christus, de Zoon van God is – dus de Drieëenheid Gods loochent, wordt door de apostel Johannes zelfs gehouden voor de antichrist (1 Joh. 2). Het is niet zo'n best teken als men in de Kerk de ketterij tolereert, en zelfs staat het er met de Kerk kwalijk voor als de ketterij niet hartgrondig verfoeid wordt en voor onverdragelijk wordt gehouden. Slapheid op dit punt maakt ons mede schuldig aan het verval der kerk.
De Gereformeerde vaderen waren orthodox. Zij hielden zich aan het oude orthodoxe geloof. Daar moet men niet smalend over doen, dat moet men in hen prijzen; en daarin moet men hen navolgen.
Men stelle ook niet, al te piëtistisch, geestelijk leven tegenover orthodoxie. Want dan verliest men zowel het een als het ander. Beide behoeven geen tegenstelling te zijn en mógen dat ook niet zijn.
De oude dogma's zijn expressies van een levend, hartelijk geloof. Toen, in de oude kerk, in de kerk der Reformatie, en, als het goed is, ook nu.

De schepping
Art. 7: Wij geloven dat God, in deze drie Personen, in onderlinge samenwerking, door zijn onbegrijpelijke kracht, wijsheid en goedheid alle dingen geschapen heeft. Niet alleen de hemel, de aarde en alles wat daarin is, maar ook de onzichtbare geesten, van welke sommigen gevallen en in het verderf verzonken zijn, terwijl anderen in hun gehoorzaamheid hebben volhard. De eersten, verdorven in boosheid, zijn vijanden van al wat goed is en dus ook van heel de Kerk; de anderen, door Gods genade staande gebleven, zijn Gods dienaren tot verheerlijking van zijn Naam en om zijn uitverkorenen te brengen tot het heil.
In Hebr. 11 : 3 lezen wij: Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het Woord Gods is toebereid, alzo dat de dingen die men ziet, niet geworden zijn uit dingen, die gezien worden.
De wereld is niet uit zichzelf, zij is uit God. Een christen herleidt al het bestaande tot God. Zijn geloof in God laat niet toe, dat hij het bestaande uit zichzelf of uit iets of iemand anders zou afleiden.
Dat geloof vinden wij ook duidelijk vertolkt, hier, in dit artikel van de Gallicana.
Het wordt hier gesproken over een geschapen zijn van alle dingen, dus over de schepping, en alleen al in dat woord 'schepping' ligt een hele geloofsbelijdenis. Ook wat men in het werelds taalgebruik de 'natuur' noemt, is voor de christen schepping Gods. Wij zullen als christen niet altijd ons kunnen onthouden van het gebruik van het woord 'natuur', als wij intussen maar niet vergeten: zij is Gods schepping! Wij maken nu verder bij dit artikel nog de volgende opmerkingen.

Openbaring Gods
De CG zegt: alle dingen zijn geschapen door Gods onbegrijpelijke kracht, wijsheid en goedheid. Deze deugden Gods zijn dus, althans enigermate, in de schepping zichtbaar. Wie vertrouwd is met Calvijns Institutie zal zich herinneren hoe indrukwekkend hij in het eerste boek gesproken heeft over deze openbaring Gods in de schepping.
Wat smalend noemt men dat soms 'natuurlijke theologie'. Men wil er maar niet aan, dat er een groot onderscheid is tussen de aanvaarding van een algemene openbaring Gods in de schepping, de geschiedenis en het menselijke geweten én het handhaven van een natuurlijke theologie. Een natuurlijke theologie vindt men bij Rome. Vaticanum 1 stelde vast dat God met zekerheid (certo) uit de natuur gekend kan worden. Hier wordt teveel eer toegekend aan 's mensen rede. Daar wilde de Reformatie niet aan. Die had oog voor de verdorvenheid van onze rede. De Godskennis die rust op Gods openbaring in de schepping is maar een fragmentarische, gebrekkige. Maar zij is er wel; Paulus spreekt er over in Romeinen 1. Zij ontneemt de mens alle onschuld. Hij zal zich nooit er op kunnen beroepen dat God nimmer tot hem gesproken heeft. Aan geen schepsel laat God zich onbetuigd.
Het is vooral Karl Barth geweest die in de laatste tientallen jaren zich tegen deze leer van een algemene openbaring gekeerd heeft. En hoezeer hij navolgers heeft bleek mij pas, toen wij lazen het eerste deel van het pasverschenen boek van de hoogleraren E. J. Beker en J. M. Hasselaar: Wegen en kruispunten in de dogmatiek. Op echt barthiaanse wijze halen ook zij een streep door de leer van een algemene openbaring Gods in de schepping.
Daar doet men God geen eer mee. Beter is het om, volgens het prachtige beeld van Calvijn, de bril van het Woord op te zetten, opdat wij de 'onbegrijpelijke kracht, wijsheid en goedheid Gods' zien mogen. Dan wordt in ons geboren dezelfde lof die men zo heerlijk vertolkt vindt in tal van 'natuur-psalmen' als Ps. 8, 29 en 104.

Onzichtbare geesten
Sprekend over de schepping, noemt de CG ook de 'onzichtbare geesten'; zij doelt daarmee op de engelen.
Ook de engelen zijn schepselen Gods. Mogen dus niet als God worden vereerd. In de kerk der middeleeuwen had men zich aan dit kwaad schuldig gemaakt. Het zal wel mede daarom zijn dat de CG reeds hier belijdt dat zij geschápen zijn.
Maar er is nog iets. Er is een al heel oude dwaling die leert dat God van eeuwigheid een tegenstander hegft gehad. Dat is de ketterij geweest van het manicheisme, dat in de vroege kerk voorkwam en dat ook later in allerlei middeleeuwse (en latere) secten de kop opstak.
Wij verwerpen deze dwaling. Ook de duivel is schepsel Gods. Hij is niet een 'god' naast en tegenover God, maar staat ónder God.
Hij is zelfs niet eens als duivel geschapen. Men zegt weleens argeloos: de duivel is geschapen. Dat is een onjuiste uitdrukking. Al is ook de duivel geschapen, hij is niet als duivel geschapen; hij is geschapen als engel, en toen, later, door eigen afval en ongehoorzaamheid duivel geworden. Daarom zegt de CG ook heel voorzichtig: God heeft de onzichtbare geesten geschapen 'van welke sommigen gevallen en in het verderf verzonken zijn'.
Dat de duivel duivel is heeft hij aan zichzelf te danken, niet aan God. De CG wil – terecht – God vér van het kwaad houden.
Van deze duivelen wordt verder gezegd, dat zij vijanden zijn van al wat goed is en dus ook van heel de Kerk.
Waar door wie ook maar iets goeds, gezegd ofgedaan wordt, daar is de duivel tegenwoordig als tegenstander. In huis, hart, gezin, maatschappij, politiek en kerk. De strijd tussen God en duivel is er ook een tussen goed en kwaad. God wil altijd al wat goed is, de duivel wil altijd al wat kwaad is. Kiezen van het goede is kiezen voor God, kiezen voor het kwade is kiezen voor de duivel. Wij zouden het ons in heel de praktijk van ons leven bewust moeten zijn.
De duivel heeft vooral de kerk op het oog. Daarom kunnen wij als kerkmensen nooit rusten op onze lauweren. Er is geen dag rust. De kerk heeft het nooit gewonnen, zij is altijd strijdende kerk. Er moet elke zondag weer opnieuw gepreekt worden; elke generatie moet nieuw gewonnen worden; elke kerkeraads-, elke classicale, elke synodevergadering is een veldslag. De vijand is paraat; wij moeten het ook zijn.

Gods dienaren
Wij staan niet alleen. God is er. Zijn dienaren, de engelen zijn er ook. Zij zijn de onzichtbare geesten die staande zijn gebleven. Die de verzoeking dus kennen. En mede daarom ons te hulp kunnen komen in ónze verzoekingen.
Zij zijn er allereerst om Gods wil. De CG zegt: tot verheerlijking van zijn Naam. Daarin zijn zij de hele kerk ver vooruit. Zij zijn er in getraind, geoefend. Het is hun 'ambt'.
Maar zij zijn er ook voor ons.
Het is een stuk van onze belijdenis dat gewoonlijk niet zo sterk doorklinkt in onze prediking en catechese.
Kuyper schreef eens een heel boek over De engelen Gods, en een poosje geleden verscheen: Waar zijn de engelen nu? van dr. H. Kakes. Als men ziet wat er dan aan Schrift gegevens op tafel komt, die allen rechtstreeks of zijdelings betrekking hebben op het werk der engelen, dan staat men verbaasd. Het is waar: men komt gemakkelijk tot speculatie, of zelfs tot fantasie. Maar dat neemt niet weg: De engelen zijn er, en zij doen heel wat en zij betekenen ook heel wat. Zij brengen de uitverkorenen tot het heil, zegt de CG.
In de hemel zal gewis God gedankt worden ook voor deze trouwe helpers. Misschien dat wij dan pas recht zien zullen wat wij allemaal aan hen te danken hebben. En toch: niet zij zullen de hoogste lof ontvangen; want die is alleen voor Gód.

K. Exalto

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Belijdenis der Hugenoten (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's