De vaderen zijn niet meer (2)
Psychologie of theologie
Onder deze titel schreef drs. Gerard C. de Haas een boek waarvan ik de hoofdgedachten in een vorig nummer van de Waarheidsvriend heb weergegeven. In het onderstaande mijn reactie. Ik heb de idee, dat De Haas met zijn 'De vaderen zijn niet meer' niet voor dovemansoren heeft gesproken. Ik zou zijn boek zelfs een symptoon willen noemen van een manier van denken over en bezig zijn met het jeugdvraagstuk, waar velen ja en amen op zullen zeggen. Ik doe dat echter bij nader inzien (ik heb het boek één en andermaal gelezen) bepaald niet in alle opzichten.
Maar laat ik beginnen met mijn waardering. Er wordt in dit boek natuurlijk verschrikkelijk veel losgemaakt. En de kerk krijgt ongezouten om zijn oren. Wij hebben 't er bij laten zitten. Wij zijn de jeugd kwijt. Geluiden, die klinken als een luiden van de noodklok. Dat gebeurt vaker vandaag, niet in het minst vanuit een niet-theologische hoek. En theologen, pastoires zijn dan gewend om meteen hun stekels overeind te zetten. Maar laten we dat vooreerst eens niet doen.
Het proces van verzet en verzoening
De vaderen zijn niet meer. De Haas geeft ons in dit zijn boek een enorm belangwekkend overzicht van de ontwikkelingen onder de moderne buitenkerkelijke (randkerkelijke) jeugd van de laatste decenniën. Ik denk ook, dat het psychologisch gesproken, raak is, als hij dat hele proces van de zestiger en zeventigerjaren met zijn stormachtige gebeurtenissen tekent als een grootbeeld van wat er in het algemeen in de puberteit, in het komen tot volwassenheid zich afspeelt in ieder mensenleven. Een proces van verzet en verzoening. Verzet tegen gezag en traditie en daardoorheen het komen tot de eigen identiteit, het terugvinden van zichzelf, de verzoening. De bom moet een keer losbarsten. En als het gebeurt, schudt dan niet alleen maar het hoofd: die jeugd van tegenwoordig, vetkuiven, nozems, herrieschoppers, bandeloze lieden dat het zijn. Geen goed garen mee te spinnen.
Ik denk, dat als je de tumultueuse ontwikkelingen van de jeugdige wereldbewoners in de zestiger en zeventiger jaren tegen dat door De Haas neergezette psychologische scherm zet, de schrik er een beetje afgaat. Je komt tot een stuk zelfherkenning. Al heb ik niet op een luidruchtige brommer gereden met veel poeha en al ben ik altijd netjes naar de kerk gegaan, ik begrijp die branieschoppers van de maatschappij van binnenuit nog wel een keer. Ik herken dat leven in verzet tegen alles, wat mij van hogerhand in de mond wordt gelegd en in handen is gestopt. Het is een stuk van mijn leven. Ik ben in feite niet anders. Ik herken dat. Ik ben lange tijd een ja-knikker geweest, die alles slikte, wat anderen me voorkauwden. En ik was er nog vroom bij ook. Ja en dat kan dan allemaal zonder dat je het innerlijk verwerkt hebt, het je eigen hebt gemaakt, er met je hart bovenop gevallen bent. En wat heeft (dat zeg ik ook) zoiets nu eigenlijk voor waarde? Wat heeft het voor waarde bij God, vraag ik, als een mens tegen zijn zin in 't paadje loopt, een brave hendrik is, burgerlijk fatsoenlijk eerste klas? Ik herken het, als ik jonge mensen zie weigeren om op deze manier een verlengstuk van het verleden, een produkt van vader alleen maar te zijn. En ik herken het ook, als ik die jonge mensen zie opbotsen en opboksen tegen hun milieu, hun ouders, de waarden van gisteren. Ik heb dat net zo gedaan, omdat ik mezelf wilde realiseren, een werkelijk 'ik' wilde zijn, niet zomaar een produkt van de maatschappij of zo. Mag het? Is zoiets niet een gebruikelijk gebeuren in het bewustwordingsproces van het mensenleven? Je zou kunnen denken aan de gelijkenis van de verloren zoon in Lukas 15. Die jongen brak met zijn milieu, eiste een zelfstandig bestaan voor zich op, waarin hij helemaal vrij was om zichzelf te zijn. En zijn vader Het hem begaan. Die jongen moest op zijn eigen benen leren staan. En dat heeft die jongen geleerd. Toen hij zich helemaal uitgeleefd had. Toen hij zijn eigen-willige weg ten einde toe was gegaan. In de kroegen. Bij vreemde vrouwen. En toen de pot verteerd was en hij verschrikkelijk eenzaam was geworden (dat was hij natuurlijk altijd geweest – éénling in elk geval) en toen aan de toestand van eten, drinken, vrolijk zijn een abrupt einde kwam (hongersnood), ja toen… kwam hij tot zichzelf. Dat was bij de varkens. En dat tot zich zelf komen was hetzelfde als: opstaan en tot zijn vader gaan. Toen gingen die jongen er de ogen voor open, wat voor een vader hij eigenlijk had. Als een rijke jongeling was hij heengegaan. Als een berooide bedelaar kwam hij terug. Helemaal zichzelf geworden. Om de hals van zijn vader tegelijk.
Dwangmatig opgelegd gezag roept verzet op
Ik denk, dat mijn verhaal tot zover aardig overeenkomt met het verhaal, dat De Haas ons in zijn genoemde boek geeft. Door verzet tot verzoening. Kijk niet al te vreemd op tegen die jeugd van tegenwoordig. Het moet aldus geschieden. Hun oppositie is een fase in een bewustwordingsproces. En hoe dwangmatiger de opvoeding is (het inhameren van regels van fatsoen), hoe sterker de prikkels zijn, die jongeren tot verzet brengen. Ik moet eerlijk zeggen, dat zo'n dwangmatige opvoeding in onze zg. rechtse kringen van de kerk nogal eens voorkomt. Een opleggen van een aantal gedragsregels. Een formeel gezag, waaraan de jeugd zonder te vragen, naar het hoe en waarom aan moet voldoen. Je vader zegt het en dus…! En ik weet, hoezeer ouders er dan onder lijden, als ze hun kinderen steeds verder van zich weg zien gaan en zij hen op de duur met geen stok meer in de kerk en naar de catechisatie weten te krijgen. De vraag echter, die deze ouders zelf mag bezighouden, is dan natuurlijk wel: Heb ik het gezag op een passende manier uitgeoefend?! Ben ik geloofwaardig in wat ik Van mijn kinderen vraag? Kunnen zij het aan mij zien en kan ik 't ze ook duidelijk maken, hoe heerlijk het is om van een ander te zijn en zich de wet te laten voorschrijven door Hem, Die weet wat goed voor mij is?! Zijn wij nu werkelijk wel veel gevorderd, als onze kinderen ons in alles schoon gelijk geven, zonder dat ze het innerlijk hebben verwerkt? Je kunt honderd keer tegen dat kind, dat over de vloer kruipt zeggen: 'Jantje, pas op voor de kachel; heet!' Maar Jantje moet eerst zijn vingertjes eens gebrand hebben, dan verstaat hij het beter, als je weer eens zegt: 'Kijk uit, heet!'
Nu, ik pak de draad van mijn betoog weer op. Door verzet tot verzoening. Ver van het vaderlijk huis, helemaal voor eigen rekening levend, daar gaat het heimwee leven naar 't vaderhuis, daar komt een mens tot zichzelf. Vindt u ook niet, dat de Heere Jezus dat psychologische gebeuren in die gelijkenis van de verloren zoon geweldig onder woorden heeft gebracht? Het zij zo. De psychologen prediken het ons vandaag weer: ziedaar de weg, waarlangs een mens tot zijn eigenheid komt. Daarmee is het verhaal uit. Ja, tenminste het verhaal van de psycholoog. Maar ik, als ik van God geleerd ben (en theoloog zijn, dat is nogal wat), ik begin dan mijn verhaal pas. Ik bedank alle psychologen voor hun hulp. Zij maken een heleboel doorzichtig. Maar ik zeg het ze op de man af ook: schoenmaker, houd je bij je leest. Als de theologie in de ban van de psychologie raakt en als psychologen de profetenmantel aantrekken, zoals drs. De Haas doet, dan wil ik echt wel op mijn hoede zijn. Verpsychologisering van de Bijbel en van de theologie, vind ik een doodgevaarlijk ding.
Maar in het verzet tegen 't rechte vaderschap ligt ook een oer-menselijk kwaad
Als ik van God geleerd ben, gaat mijn verhaal beginnen, waar het verhaal van De Haas eindigt. Het loopt nl. op geen manier in het boek van De Haas over zonde en genade. Daar komt hij gewoon niet aan toe. En ik denk, dat hij die twee dingen als man, die zich oriënteren wil aan de Bijbel, ook in zijn psychologiseren en doceren niet mag vergeten. Het bewustwordingsproces, waarin het van verzet tot verzoening komt in een mensenleven, zo schokkend als in de zestiger en zeventiger jaren bij de jongeren in de wereld of minder schokkend misschien bij kerkelijke jongeren onder ons, al of niet met de nodige religieuze openheid erin, dat bewustwordingsproces is er één van het mensenleven na Genesis 3. Het schoppen tegen alle gezag moge dan te verklaren zijn als een fase in dat bewustwordingsproces, het moge zelfs als weg tot de verzoening verkieslijk zijn boven de brave hendrikkenmentaliteit oftewel een slappe, slaafse onderworpenheid aan wetten en tradities, die een mens nooit verder brengen. Juist dat schoppen tegen alle gezag, ook dat van het rechte vaderschap, die nee-periode in het mensenleven typeert die mens. Dat is hij ten voeten uit. Altijd en overal. Hij hoeft niet slaafs te bukken. Dat moet hij ook niet. Maar hij wil ook niet kinderlijk gehoorzamen. Daar ligt de gruwelijke zonde van Adam in zijn breuk met God. Daar ligt de oerzonde van ons bestaan in al zijn erfelijke belasting. Vrij willen zijn. Zelf uitmaken, wat goed en kwaad is. Zichzelf willen zijn, los van traditie en gezag. Hoe begrijpelijk en doorzichtig ook, daar heb je als ouders verdriet van, als je je kind op die weg ziet wegdwalen. En daar heeft God verdriet van. Hij heeft stellig van die jeugd van de zestiger jaren, die alle waarden overboord gooide en voor sex en geld leefde, niet gezegd: 'Stil maar, 't komt wel weer goed. Het moet aldus geschieden.' Met Brian Epstein, die zelfmoord pleegde, kwam het in elk geval niet goed. En hoevelen zijn er met hem verongelukt en verongelukken er nog op deze weg? Want de weg van het opzeggen van de gehoorzaamheid, ook al loopt die weg wonderbaarlijkerwijze ook wel uit op de verzoening, is en blijft de weg van het oordeel Gods. Over deze dingen hoor ik in het boek van De Haas zegge en schrijven niets. Ik denk, dat de psychologen van de theologie konden leren, dat de grootste problemen van een mensenziel niet opgelost worden buiten het schuldvraagstuk om. Ik geloof niet in een haast vanzelfsprekende verzoening met het gezag. Dat is op zijn best apathie, berusting of een betrekkelijke accepteren. Ik geloof alleen in een werkelijke verzoening met het gezag, als een mens in zijn verzet door genade is stukgebroken. Ik kan ook zeggen: als hij zondaar is geworden.
Ik heb gezondigd (de verloren zoon)
Zo lees ik het verhaal van de verloren zoon (of liever: van de uitziende vader). Die jongen kwam maar niet tot zichzelf. Hij ging maar niet terug tot de vader. Hij zei: 'Ik zal zeggen: Vader, ik heb gezondigd…!' En hij zei: 'Eerst tegen de hemel en dan ook tegen U.' Ik ben er dan voorts ook van overtuigd, dat deze verloren zoon niet verzoend is met het gezag van zijn vader, terwijl hij zich in die tussentijd de nodige vrijheden bleef veroorloven, omdat hij nu eenmaal tot zijn eigenheid was gekomen. Hij kwam tot zijn vader terug. Hij keerde zich van zijn vroegere leven af. Dat laatste zinde die jongen niet meer. Daar had hij schoon genoeg van.
Eerlijk gezegd heb ik de indruk, dat De Haas in zijn boek onder 'verzoening met het gezag' (na de periode van verzet in het leven van de jonge mens) niet verstaat, dat men zich dan altijd maar gewonnen geeft aan die waarden, die de vaderen hun hebben overgeleverd. Ik denk, dat De Haas hier ook de nodige ruimte wil laten bestaan voor een behouden van eigen gedragsregels (eigen opvattingen over de sexualiteit b.v.), die jonge mensen zich tijdens hun zelfbewustwordingsproces hebben eigen gemaakt en die volkomen haaks staan op de traditie van het voorgeslacht. Verzoening met het gezag. Ja, maar met welk gezag? Dat van het Woord van God, de Bijbel met zijn duidelijke uitspraken over de levensstijl? Of kan verzoening met het gezag ook betekenen, dat men zich slechts tot op zekere hoogte gaat voegen in het levenspatroon van de vaderen, maar inmiddels zich de nodige vrijheden blijft veroorloven, die haaks staan op dat levenspatroon? En zijn er aan die vrijheden dan ook grenzen? Wat voor normen brengt dat gezag mee? En waar ligt de maatstaf?
Het proces van verzet naar verzoening is geen normaal psychologisch verklaarbaar gebeuren. Het is óf een levensgevaarlijke weg ter ontplooiing van de persoonlijkheid, waarin ondanks alle zg. religiositeit de vervreemding van God steeds groter wordt. Óf het is een proces, waarin God wonder boven wonder de hand heeft. Dan heet het: 'Ik heb gezondigd.' Dan leert een mens genade zeggen. Dan beleeft hij pas recht zijn grootste vrijheid in de striktste gebondenheid aan het onfeilbare Woord van God.
Maar als twee kijven, hebben er twee schuld. Vraag aan u en mij: Wat is ons gezag waard?
Daarom zeg ik nog een keer, dat je zoals De Haas het doet, over het jeugdvraagstuk niet kunt schrijven. Als je dan toch heel dicht bij de moderne jeugd wilt gaan staan (en dat heb ik altijd ook heel graag gewild), dan moet je, denk ik, zeggen: Het probleem van de moderne jeugd is voor een goed deel het probleem van de naoorlogse vaders en moeders. Die wil ik verwijten, dat ze een keiharde wereld van zuivere rationaliteit hebben opgebouwd. Die wil ik verwijten, dat ze het gezag van zulk een wereld als met ijzeren voorhamers erin gehamerd hebben bij de jeugd. Wij zijn vermaterialiseerd, geautomatiseerd, verzelfstandigd, vergoddelijkt zo goed als. En als moderne jongeren daarvan zeggen: 'Wij nemen het niet?' Als ze dat een keer zat zijn? Dan geef ik ze schoon gelijk. Ik ben wel geneigd om te denken: Het is bij die jongeren soms weinig meer dan een walgen van het bestaan. Is dat ook niet psychologisch verklaarbaar? Als je buik je god is geworden, moet je er weldra van overgeven. Maar laten wij ouderen ons dan toch maar afvragen: Wat hebben wij er na de Tweede Wereldoorlog van gemaakt? En laten wij, kerkelijke mensen, ons maar afvragen: Wanneer hebben wij die jongeren werkelijk jaloers gemaakt? En hebben ze 't aan ons ook kunnen zien, wat het is om ootmoedig te wandelen met God, kinderlijk gehoorzaam: 'Hoe lief, Heere, heb ik Uw wet.' Leven voor een (A)ander. 'Dat is mijn hoogst verlangen.'
C. den Boer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's