‘Omme ’t Woort Gods’
Enkele maanden geleden werd in dit blad de verschijning aangekondigd van een boek waarin de kerkgeschiedenis van Waddinxveen over een bepaald aantal jaren aan de orde zou komen. Nu is het dan zover; het boek is verschenen onder de titel 'Omme 't Woort Gods', met als ondertitel 'Kerkhistorie van Waddinxveen van 1233-1657'. De schrijver is C. Neven.
Om te beginnen willen we wijzen op de nauwgezetheid, de volharding en de vakbekwaamheid die aan dit werk ten grondslag ligt. Het is een wetenschappelijk verantwoord studiewerk geworden. We wijzen alleen maar even op een mededeling uit het voorwoord: 'Om de lezer niet nodeloos te vermoeien zijn de talloze voetnoten die verwijzen naar bronnen en literatuur weggelaten (…), maar om aan dit bezwaar tegemoet te komen is één exemplaar, voorzien van nauwkeurige bronvermelding gedeponeerd in de bibliotheek van de archiefdienst van de Ned. Herv. Kerk te 's-Gravenhage en één exemplaar in de bibliotheek van de Rijksuniversiteit te Utrecht. Een uitnemende oplossing, dachten we. Maar wanneer iemand nu zou gaan denken dat we hier een wel volledig verantwoorde, maar (vooral voor een niet-Waddinxvener) dorre opsomming zouden vinden van feiten en personen die in die tijd in Waddinxveen hun plaats hebben gehad, die vergist zich volledig. Het uitzonderlijk verdienstelijke van dit boek vinden we dat niet alleen de feiten, maar ook de personen gezet worden in het kader van de tijd waarin ze leefden of waarin de dingen gebeurden. De gehele streek (b.v. de classis) wordt er uitvoerig bij betrokken en ook de situatie in het gehele land en de kerk van die dagen. En dat alles met verbluffende kennis van zaken. Dit stuk geschiedenis van Waddinxveen wordt zodoende een zeer levendig beeld van ons vaderland en van de kerk in die dagen.
Bij het herlezen, nu van het boek zelf, dacht ik telkens aan het eerste deel van 'Ook dat was Amsterdam' van dr. R. B. Evenhuis. Alleen hier gaat het dan over een doorsnee plattelandsgemeente.
In de samenstelling van het boek is de schrijver, naar onze mening, ook uitnemend geslaagd. Heel wat personen en voorvallen komen ter sprake. Maar aan de hand daarvan krijgen we op boeiende wijze een inzicht in de situatie in die lang vervlogen dagen. Met opzet spraken we over het eerste deel van dat boek over Amsterdam. Er volgden in dat geval van Amsterdam nog vier delen op. Nu hoeft dat betreffende Waddinxveen niet. Dat dorp is tenslotte niet de hoofdstad (ook kerkelijk toen) van ons land. Maar het zou toch wel erg jammer zijn als dit boek niet gevolgd werd door een vervolg. Stellig zal daar al heel wat materiaal voor opgestapeld liggen.
Gaarne willen we dit boek hartelijk aanbevelen. Als we het aanschaffen, hebben we een boek dat ons van het begin tot het einde zal boeien en waarmee we onze historische kennis grotelijks zullen verrijken.
'Omme 't Woort Gods'; Kerk-historie van Waddinxveen van 1233-1657. Door C. Neven. 154 blz., ingebonden en geïllustreerd. Prijs ƒ 39,50.
Besteladres: Dorpsstraat 80, Waddinxveen (Kerkvoogdij Herv. Gemeente).
J. v. d. Heuvel, Ede
PEST
Het jaar 1537 kwam. De schaduw van de zwarte dood gleed over het land. Ook het dorp aan de Gouwe werd getroffen. Nog nooit had Werbout Jansz. tijdens zijn 45-jarig kosterschap zoveel doden begraven in zo'n korte tijd. In juli, 'omtrent Maria Machdalene Dach' vertelde hij later, zo begon hier 'een groote sterft van' pestilentie ende daer sterffden drie hondert menschen min derthien.'
De pastoor stierf ook: 'heer Jan Pietersz. van Haerlem bleeff in den loop'. Zijn twee helpers eveneens.
Het was een verschrikkelijke toestand in het dorp. De man, die in deze omstandigheden het pastoorsambt op zich nam, verdient ongetwijfeld onze achting. Heer Jan Jansz. van der Gouw zelf heeft alle eer afgewezen. 'Dominus mihi adjutor: God is mij een helper.' schreef hij later. En hij voegde er aan toe:
Niet ons o Heere, niet ons
Maar Uwe Naam geef eer
'Ende ick quam in mijn residentie op Sint Clements dach anno 1537. Op Sint Baven dach werde ick in dese prochie ingeleijt.'
Nog was de maat niet vol; een nieuwe ramp trof de kerk. 'Den vierden dach daerna soo worde ons kercke berooft van twee kellicken, conservaten ende pullen, al van silver.' De dieven namen nog veel meer mee; 'veel gelts, coperwerck, linwerck, meest al dat daer was in den kerck.' Er bleef een berooide kerk achter.
Omdat de diensten toch door moesten gaan, trok de kerkmeester Mourim Willemsz. er op uit. Zijn bedeltocht was niet tevergeefs. Overal vertelde hij dat 'sij hadde alle dinck van noode.'
'Vroomlijck ginck hij voor onse kerck bidden, ende creeg veel om godswille van silver ende van linnen. Godt moet wesen syn loon.'
Niet iedereen bleef in de door de pest geslagen plaats. Sommige inwoners trachtten de ziekte te ontvluchten. Zo had de pastoor iemand in dienst, die hier ziek werd en naar Utrecht trok. Tevergeefs. De zieke overleed daar pasen 1538. Juist op die dag kwam er in Waddinxveen een einde aan de 'schrikkelijcke pestilentie'.
De overlevenden gingen tellen: het dorp was bijna gehalveerd.
[Tekst afbeelding: Wapen van Waddinxveen, zoals dat voorkomt op het 17e eeuwsw psalmbord dat in 1973 onder de vloer van de kerk werd teruggevonden.]
STATENBIJBEL
Toen de epidemie losbrak en de vertalers hun werk nog niet eens voltooid hadden, was Paulus Aertsz. van Ravesteyn in Leiden reeds begonnen met het drukken van de nieuwe bijbel. Het ging zo overhaast, dat hij vol fouten stond.
Maar dat merkte men pas later.
Er was in het land nogal wat tegenstand. Het zou twintig jaar duren voordat op elke gereformeerde kansel een Statenbijbel lag. Daarom hadden de provinciale synoden aanbevolen de vertaling 'met soetigheyt' in te voeren.
[Afbeelding]
De kerkmeesters van Waddinxveen schaften reeds op 4 maart 1638 'een nieuwen Bijbel aen, omme in de kerck gebruyckt te werden'. Tien gulden kostte de Statenbijbel toen. En Aert Aelbersz. ging heel gelukkig met de oude Deux-aes-Bijbel naar huis. Voor slechts vier gulden was hij eigenaar geworden 'van den ouden Bijbel uyt de kerck'. Het was nog een best exemplaar, want in 1623 hadden de kerkmeesters hem nog opnieuw in laten binden. Twee gulden, acht stuivers en evenzoveel penningen hadden zij besteed aan 't 'verbinden vanden kercken Bijbel ende nieu beslagh daeraen mette vracht gints ende weder'.
Doch ook de oude bijbel was niet zonder drukfouten. In 1632 hadden de broeders daar nog over gesproken. Besloten was toen, dat 'een Ieder, diewelcke eenige groove druckfauten mochte hebben aengeteyckend, deselve binnen de tijdt van 14 daege aan de Gedeputeerde des Classis sal behendigen, om de Gedeputeerde des Synodi over te senden'.
Gezien het verloop van de verdere gebeurtenissen; valt te vrezen dat er weinig aantekeningen opgestuurd zijn. Goed, de bijbelvertaling was oud en aan de nieuwe werd gewerkt. Maar daar mochten dan ook geen fouten meer in voorkomen, vond de synode van Rotterdam in 1641. Direct daarna bogen de broeders van de classis Woerden zich over dit besluit. 'Alsoo in den laetstgehouden Synodo is goetgevonden dat die eerste druck van den nieuwen geauthoriseerden Bibel, als zijnde zeer vitieus gedruckt (vol fouten), bij de respective Classen sal worden gerevideert ende derhalven eenen legelijcken Classis haer seecker gedeelte Synodaliter is toegedeelt, gelijck dan onsen Classi zijn toegeleijt dese navolgende boecken, naemelijcken Luca, Evlm Johannis, Acta Apostolorum et E. Pauli ad Romanus. Dit gedeelte onder de broederen des Classis wederomme is verdeelt in 15 gedeelten, ende is eenen legelijcken yets toegeleijt om te revideeren.'
En zo kreeg elke broeder 5 á 6 hoofdstukken als huiswerk mee.
Of de broeders nu zo'n hekel aan huiswerk hadden, of dat hun enthousiasme voor de nieuwe vertaling nu niet zo groot was als men het tegenwoordig onder ons wel vindt, is niet bekend. In elk geval werd drie jaar later geconstateerd, dat 'aengaende Correctie des Bibels wert bevonden, dat de Classis met haere correctie noch niet geheel en al veerdich was'. Ds. Amandi ging het in Den Haag op de synode uitleggen. Enkele maanden later, inmiddels teruggekeerd, bracht Samuel in de vergadering van de classis verslag uit. Er was wat huiswerk voor hen bijgekomen: 'de oversieninge der Bibelsche Registers'.
Nu was het register op 'T' Oude Testament' aan de beurt om te verdelen. Ds. Amandi moest zich gaan verdiepen in de woorden 'van Schudden tot Slachten'.
In 1648 – men was toen zeven jaar bezig – was het werk al gereed. De correcties werden verzonden. Helaas – in oktober bleek dat 'de correcties wel zijn overgesonden, maar sijn vermist'. Van de classis Woerden was niets aangekomen.
Voorlopig liet men de zaak even rusten. Mei 1649, met het examen van S. Simonides kwamen de drukfouten, weer ter sprake. Met kortere en langere tussenpozen verschenen de 'Druckfouten des Bijbels de Anno 1637' nu op de agenda.
Eens moest er toch een eind aan komen. Op 19 april 1650 werd kort en krachtig bepaald, dat wie zijn lijst met drukfouten nú niet inleverde, kon rekenen op een boete van zes gulden.
Gelet op de hoogte van de boete en het feit, dat we verder van drukfouten niet meer horen, kunnen we wel aannemen dat aan dit laatste verzoek schielijk door de broeders is voldaan.
Wie echter met verlangen naar de lijst uitzag, moest toch nog eventjes geduld hebben. Want pas in 1655 was bij de boekhandelaren verkrijgbaar het 'Register van de verbetering der Druckfauten ende Misstellinghen, die in den Eersten Druck van den Nieuw overgesetten Bibel gevonden worden. Gedruckt by Paulus Aertst. van Ravesteyn'.
Overgenomen uit: 'Omme 't Woort Gods'.
[Tekst afbeelding: De veender – gravure van Jan Luykern (1649-1712).]
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's