Het abortus-wetsontwerp van het kabinet Van Agt
Enkele hoofdpunten
Het kabinet Van Agt is met het beloofde wetsontwerp 'Afbreking Zwangerschap' gekomen. Ik wil enkele hoofdpunten noemen.
1. Abortus mag tot de dertiende week van de zwangerschap plaats vinden in een kliniek. Daarna moet hij in een ziekenhuis verricht worden.
2. De arts en de vrouw hebben tezamen, elk een eigen verantwoordelijkheid in de beslissing over abortus. Van hun oordeel hangt af of er gesproken moet worden van een noodsituatie, die niet op een andere manier beëindigd kan worden. Er moet een periode van vijf dagen verlopen tussen de aanvraag tot en het doen plaats vinden van de abortus.
3. Als het leven van de vrouw in gevaar is, of haar lichamelijke dan wel psychische gezondheid het noodzakelijk maakt, mag ook direct worden ingegrepen.
4. Abortus blijft in het Wetboek van Strafrecht. Wanneer hij plaats vindt vóór het ogenblik dat de vrucht buiten het moederlichaam in leven kan blijven, is hij niet langer een misdaad. Abortus is dan een overtreding. Wanneer abortus na dat ogenblik plaatsvindt (dat is na ongeveer 24 weken zwangerschap) is abortus een misdrijf tegen het leven.
Een maximaliserende uitleg
Men kan tegen dit wetsontwerp van twee kanten aankijken. Men kan er een maximaliserende en een minimaliserende uitleg van geven.
In het eerste geval wijst men erop, dat abortus strafbaar gesteld blijft. Bovendien wordt dan herinnerd aan de verplichting om van van het aantal abortussen die in een ziekenhuis of kliniek worden uitgevoerd verslag te doen. In dat verslag – zo verplicht de wet – moet ook vermeld worden hoe ver de zwangerschap was op het moment van de abortus. Ook moet verslag gedaan worden van het aantal dagen dat verlopen is sinds de aanvraag tot abortus. De zo juist genoemde punten zijn goed geregeld en helder omschreven. Wie het wetsontwerp leest, kan zelfs de indruk krijgen: het is in Nederland nog niet zo gemakkelijk om abortus te laten plegen. Er zijn heel wat beperkende bepalingen. De arts die abortus pleegt moet rekenschap afleggen. Wie de regels overtreedt is strafbaar.
Verder kan er bij deze uitleg van het wetsontwerp op gewezen worden, dat abortus na de 24e week van de zwangerschap zonder meer strafbaar blijft. Zij is een misdrijf tegen het leven. Een aantal abortussen wordt door dit wetsontwerp uitgesloten.
Tenslotte kan men erop wijzen, dat niet de vrouw alleen, maar de vrouw en de arts samen de beslissing nemen.
Wie deze maximaliserende interpretatie van het wetsontwerp volgt, zal er een zekere waardering voor kunnen opbrengen. Hij zal zeggen: er zijn beperkingen. Abortus is niet zo maar mogelijk. Er is toezicht van overheidswege. De vrouw alleen heeft niet het recht om te beslissen. Er wordt in elk geval toezicht geoefend. De ongebonden situatie van vandaag wordt aan banden gelegd. Ieder weet waar hij aan toe is. Dat geldt voor de arts, die abortus verricht. Dat geldt voor de vrouw die om abortus vraagt. Dat geldt voor de burger die zich afvraagt wat de overheid nu doet op het punt van abortus. Deze zaak moest hoognodig geregeld worden. Dat gebeurt nu in elk geval.
Een minimaliserende uitleg
Men kan ook van de tegenovergestelde kant uitgaan. Men kan ook zeggen: Ondanks alle beperkende bepalingen wordt abortus dan toch maar toegestaan. In Nederland is abortus vóór de 25e week van de zwangerschap niet langer een misdaad tegen het leven. Wie de beperkende bepalingen overtreedt, kan wel veroordeeld worden (met hechtenis van ten hoogste een jaar of een geldboete van ten hoogste vijfduizend gulden). Niettemin is abortus in deze fase van de zwangerschap geen misdrijf meer tegen het leven (van de ongeboren vrucht). Men kan zeggen: de dam die wordt opgeworpen is toch maar een heel zwakke dam. Het standpunt dat de wet tot heden met betrekking tot abortus ingenomen heeft, wordt fundamenteel gewijzigd. Die wijziging is vooral herkenbaar aan de verandering: in plaats van misdrijf nu overtreding. Die verandering is ook herkenbaar aan het feit dat er wettelijke ruimte aan abortus wordt gegeven, zij het met een aantal beperkende bepalingen. De ruimte is niet onbegrensd, zoals door de liberalen en socialisten in het verworpen wetsontwerp werd gevraagd.
Een reële uitleg
Ik zou willen pleiten voor een reële interpretatie. Hiermee bedoel ik dat we de feiten, de realiteit onder ogen zien. En dat in drievoudige zin. De feiten die door het wetsontwerp genoemd worden. De feiten die zich in onze samenleving voordoen. En de feiten die we van de Heilige Schrift uit als normen hebben te aanvaarden.
Wat de vrouw wil, gebeurt
Het wetsontwerp eist overleg tussen de vrouw en de arts. Er zijn in ons land tal van artsen in heel wat klinieken en ziekenhuizen door wie abortus wordt verricht. Wat zal er van overleg tussen deze aborterende artsen en de vrouw terecht komen? Dat overleg zal geen ander karakter dragen dan tot heden het geval was. Een Vara tv-uitzending heeft onlangs laten horen en zien (de abortus was op het scherm te zien) hoe dit alles toegaat.
Biedt dit wetsontwerp tegen deze gang van zaken enige bescherming? Allerminst. Deze gang van zaken kan gewoon doorgaan. De enige rem is de verplichting om vijf dagen te wachten. Ik vermoed dat er over het algemeen wel enige dagen zullen verlopen tussen het eerste kontakt met de abortuskliniek en het verrichten van abortus, tenzij 'de zaak' telefonisch afgesproken is. Vrouwen die vanuit het buitenland hier komen, moeten enkele dagen wachten. Nederlandse vrouwen zullen in het algemeen toch niet geholpen worden een half uur nadat ze het eerste kontakt met de khniek gelegd hebben.
Doch zelfs van deze verplichte wachttijd is ontheffing mogelijk. De termen waarin die ontheffing geformuleerd wordt, zijn uitermate vaag. Het gaat er niet alleen om dat het leven van de vrouw in gevaar is. Ik denk dat we in dat geval moeten spreken van hetgeen vroeger medische indicatie heette. Ook wanneer de gezondheid van de vrouw in gevaar is, lichamelijk of psychisch, mag de arts de abortus onmiddellijk verrichten. Welke moeite in het leven van de vrouw kan niet uitgelegd geworden als een: in gevaar brengen van de gezondheid? Dit is een zo rekbare formulering dat vrijwel elke stress-situatie er onder te vatten valt. Hier ontbreekt elke nadere stipulatie. Het is niet onbekend hoe juist in de laatste jaren de formulering, ontleend aan een document van de Wereldgezonheidsorganisatie, uitgerekt is. Men kan er alle kanten mee uit. Ik ga er nu aan voorbij dat de 13 weken-grens gemakkelijk overschreden kan worden. Hoe vaak blijkt de bepaling van het begin van de zwangerschap niet onjuist te zijn. Men kan zich hierin behoorlijk vergissen.
Verder moet gezegd worden: een vrouw die abortus wil, kan die krijgen. Als de ene arts hem niet wil verrichten, is er ongetwijfeld een andere arts te vinden die hem wil uitvoeren. Er zijn op het ogenblik in Nederland artsen genoeg – het is jammer dat men het zeggen moet – die abortus verrichten enkel op verzoek van de vrouw. Wie de feiten in Nederland kent, kan geen andere conclusie trekken dan dat abortus plaats kan blijven vinden, als de vrouw hem wil. Immers er zijn genoeg artsen die het met de vrouw eens zijn dat abortus moet plaats vinden. Dit is de reële situatie van vandaag. Tegen die situatie biedt dit wetsontwerp geen verweer. Integendeel, de feiten worden door dit wetsontwerp gewettigd.
Willekeurige grens van 24 weken
Er is echter nog een belangrijk punt, dat ik bij mijn reële benadering onder de aandacht wil brengen. De wetgever brengt verschil – in waarde – aan tussen het leven van embryo vóór de 24ste en na de 24ste week van de zwangerschap. Vóór die termijn is abortus verricht in strijd met de bepalingen van dit wetsvoorstel, immers geen misdrijf meer tegen het leven van de ongeboren vrucht. Na die termijn is abortus nog wel misdrijf. Hier wordt het leven van de mens vóór zijn geboorte in tweeën geknipt. Zolang de vrucht niet zelfstandig buiten het lichaam van de vrouw kan bestaan, is schending van de wetsbepalingen geen misdrijf, doch een overtreding. Dit acht ik een fatale redenering.
Wie Psalm 139 : 13-16, Job 10 : 10-12 en Jeremia 1 : 5 leest, zal een dergelijke onderscheiding tussen de waarde van de vrucht vóór de 24ste en na de 24ste week van de zwangerschap moeten afwijzen. Het leven is één. Het leven is niet minder beschermwaardig, als het embryonaal nog geen 24 weken oud is. Het leven wordt niet pas in gelijke mate als het geboren leven beschermwaardig, na de zesde maand van de zwangerschap. Hier wordt een volslagen willekeurige insnijding gemaakt in het embryonale bestaan van de mens. Vrijwel alle artsen, ook zij die aborteren, zullen erkennen dat menselijk leven van het begin van de zwangerschap af menselijk leven is.
In de genoemde Bijbelplaatsen is het een feit, dat de mens zijn leven als van het prilste begin af ziet als door God gekend en geleid. Wat we daar lezen geldt toch niet pas van na de 24ste week van de zwangerschap?
Heeft de wetgever dan het recht om aan het leven in de eerste zes maanden van de zwangerschap minder waarde, en zo ook minder rechtsbescherming toe te kennen dan in de laatste drie maanden? Vanuit mijn reële benadering stel ik: dit is ongeoorloofd. Dit is willekeurig. Dit is in strijd met alles wat de wetgever tot heden in Nederland aan rechtsbescherming heeft gedaan.
Ik moet eraan toevoegen: dit opent de weg om ook in andere gevallen van mindere beschermwaardigheid te gaan spreken. Natuurlijk gebruikt de wetgever de term mindere beschermwaardigheid niet. Ik mag haar echter als conclusie uit mijn reële interpretatie van het wetsvoorstel afleiden. Welnu, waarom zal men in een nabije toekomst van mensen die ernstig geestelijk gestoord zijn of die in ernstige mate aan dementie lijden niet hetzelfde gaan zeggen? Mag er met de vrucht anders gehandeld worden, omdat zij nog niet het stadium bereikt heeft van buiten het moederlichaam te kunnen leven? Is dat de bescherming, die de verdedigers van het wetsvoorstel zozeer zeggen te beogen?
Ik wijs er ook op dat de overheid beslissingen terzake van het al of niet voortleven van de vrucht geheel overlaat aan de arts samen met de vrouw. De Raad van State heeft in dit verband bezwaar gemaakt tegen de delegatie van wetgeving. Ik ga daarop nu niet dieper in. Ik wijs er alleen op dat deze delegatie juist plaats vindt met betrekking tot de periode waarin de vrucht nog niet zelfstandig buiten het moederlichaam kan bestaan. De mindere waarde die de wetgever aan het embryonale leven in die periode toekent, wordt gesymboliseerd door de delegatie van wetgeving.
5. Een nieuwe fase van christelijke politiek Het komt mij voor dat christelijke politiek in Nederland een nieuwe fase ingaat, als zij aan dit wetsontwerp haar steun geeft. Die fase wordt daardoor gekenmerkt, dat zij inzake de rechtsbescherming van het ongeboren leven een standpunt inneemt, dat zij tot heden principieel van de hand wees.
Het zou de situatie van ons volksleven zijn, die medewerking aan deze regeling noodzakelijk maakt. Ik vraag mij af, op welke punten en bij welke onderwerpen christelijke politiek in de toekomst een gelijke redenering zal volgen? Christelijke politiek is toch meer dan dat aan de grootste gemene deler van overtuigingen, die in het volk leven, nog een beetje geschaafd wordt?
Christelijke politiek heeft toch een eigen uitgangspunt en een eigen visie op het recht op bescherming van het leven; op de plicht daartoe, met name van overheidswege! Op dit punt valt er toch geen compromis te sluiten. Ik ben van mening dat het hier besproken wetsontwerp in wezen zelfs geen compromis is. Het is juist vanuit de reële interpretatie die ik trachtte te geven, een wetsontwerp dat in feite aan de vrouw de beslissing over het leven van haar ongeboren kind overlaat. De beperkingen die zijn aangebracht, zijn naar mijn oordeel alleen beperkingen van zorgvuldigheid met betrekking tot de uitvoering van de ingreep van abortus. Zij beperken de abortus niet wezenlijk – althans niet vóór de 25ste week van de zwangerschap.
Deze handelwijze lijkt mij een breuk met wat christelijke politiek in Nederland tot heden heeft voorgestaan en gedaan. Die breuk is voor mij zo ingrijpend, dat ik van een nieuwe fase in de christelijke politiek in Nederland wil spreken.
W. H. Velema
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's