De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Langs oude Nederlandse Kerken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Langs oude Nederlandse Kerken

4 minuten leestijd

Overgenomen uit: 'Langs de oude Zeeuwse kerken', uitgegeven door Bosch en Keuning N.V., Baarn.

In de middeleeuwen bestond het huidige eiland Tholen uit een aantal kleinere eilanden. Eén daarvan was Sinte Martensdijcke, dat met het daarop gelegen dorp Haestinge in de 14de eeuw eigendom werd van Floris van Borssele, die al spoedig met zijn broer Frank een groot deel van het eilandengebied in handen had. Franks zoon Floris II van Borssele, die van 1391-1422 ambachtsheer was, vergrootte dit gebied nog aanmerkelijk door zijn huwelijk met Oda van Berghen, dochter van de Heer van Bergen op Zoom. Onder hun bestuur kwam de streek spoedig tot grote bloei. In de archieven wordt al in 1354 melding gemaakt van een kerkgebouw waarvan verder niets bekend is. Rond het begin van de 15de eeuw moet men begonnen zijn met de bouw van een nieuwe kerk; er verrees een groot koor met tongewelf, waarvan de spanten steunen op twaalf gesneden blokkeels; hiervan zijn die in de vorm van een leeuw, een hond, een beer en een mannetje met een kruik nog grotendeels oorspronkelijk. Op de gewelfschotels zijn onder andere Sint Maarten te paard en een gekroonde Christus afgebeeld. In 1420 overleed de ambachtsvrouw; Floris II stierf twee jaar later. Hun zoon Frans II Het daarop voor hen tegen de noordmuur van het koor een rechtgesloten grafkapel bouwen van drie traveeën lengte. In een nis met gotische tracering staat thans nog de zwaar beschadigde, leeggeplunderde tombe, waarop alleen nog de romp ligt van de in wapenrok geklede gisant (liggend beeld) van Floris II. In 1429 verbond Frank aan zijn Kerk een kapittel (college van kanunniken). Ongeveer in deze tijd maakte hij ook een begin met de omwalling van het dorp, dat zich nadien 'smalstad' (stad zonder stemrecht in de Staten van Zeeland) mocht noemen. Het is mogelijk dat de naam Sint Maartensdijk specifiek voor de smalstad vanaf deze tijd gangbaar is geworden. In 1434 werden Frank van Borssele en Jacoba van Beieren in het grote koor in de echt verbonden. Niet lang na deze gebeurtenis volgde de uitbreiding van de kerk tot de huidige grootte. De muren van de grafkapel werden verhoogd en naar het oosten verlengd met twee traveeën. Tegen dit dubbele koor werd een pseudo-basilikale kerk aangebouwd die reikte tot aan de torenonderbouw, die nog uit de 14de eeuw zou stammen. Deze werd in het schip ingebouw en aan de voorzijde met witte bergsteen bekleed. In het inwendige wordt de blik getrokken van het donkere middenschip, karakteristiek voor basilieken zonder lichtbeuk, naar het helderverlichte hoofdkoor. De vroege kapitalen op de geheel natuurstenen zuilen hebben een enkele krans van een nogal afwijkend type 'koolbladeren'. Voor de laatste scheiboog werd een eigenaardige steunoplossing gevonden in de halfkapiteelvormige kraagstenen, eveneens met bladversiering. Op één der zuilen ziet men een gele onderschildering, waarop emblemen uit de Bourgondische tijd zijn aangebracht. De 17de eeuwse preekstoel heeft een trap die gedeeltelijk uit 1701 dateert en de letters AIDH toont. Ertegen is een koperen doopbekkenhouder bevestigd; enige koperen kronen zijn 18de eeuws. Onder het orgel staat een lange, eveneens 18de eeuwse herenbank. Het met engeltjes versierde grafmonument in het noordkoor tenslotte werd opgericht voor Cornelis Liens (overleden 1636) en zijn vrouw, die met vele van zijn familieleden een grote rol in de goed overgeleverde kerkgeschiedenis van Sint Maartensdijk heeft gespeeld. De heerlijkheid van Sint Maartensdijk ging later over in handen van de Graven van Egmond en Buren. In 1552 werd het daardoor eigendom van de Oranjes: de Koningin voert tot op heden de titel 'Barones van Sint Maartensdijk en Vrouwe van Scherpenisse'.

[Tekst foto: Sint Maartensdijk.
De 15e eeuwse, gedeeltelijk met witte ledesteen beklede pseuso-basiliek vóór de restauratie. Torenspits en carillon dateren uit het begin van de 17e eeuw.]

[Tekst foto: Sint Maartensdijk.
Interieur van het schip naar het oosten, met in de noordwand van het koor de doorgang naar de voormalige grafkapel. Op de voorgrond rechts de zuil beschilderd met o.a. de Bourgondische vuurslag en het wapen van Van Borssele.]

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Langs oude Nederlandse Kerken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's