Globaal bekeken
De Raad voor de zaken van Overheid en Samenleving heeft zich in een schrijven van 13 november 1978 uitgesproken terzake van de kernbewapening, een zaak die straks op de hervormde synode dient (niet alleen het gebruik maar ook het bezit van kernwapens wordt veroordeeld). Nu heeft de kerkeraad van de Hervormde gemeente van Doorwerth-Heelsum in een uitvoerige Open Brief aan de synode, verzonden ook aan alle hervormde kerkeraden, zijn visie op één en ander gegeven. De brief, die ondertekend is door ds. Th. P. Pol en drie kerkeraadsleden, besluit met de volgende conclusies.
'De kerkeraad, gedreven door gewetensnood, is tot een slotsom gekomen, die hij samenvattend aldus zou willen formuleren:
1e. Hij wijst de stelling name van het I.K.V. en de R.O.S. af. In het voortdurend appèl op het goede in de mens ontbreekt een visie op het kwaad. Ook mist hij een oproep tot verootmoediging en schuldbesef voor God, zonder welke een weg tot het leven nimmer wordt gevonden.
2e. Hij belijdt, dat de overheid een rechtmatige en Bijbelse taak heeft. Deze wordt zijns inziens door de stellingname van het I.K.V. en de R.O.S. in de waagschaal gesteld. In dit verband zij hier verwezen naar artikel 36 van de N.G.B.
3e. De kerkeraad wil getuigen van een vurig verlangen om de vrijheid en de vrede te behouden. In dit verband acht hij het onaanvaardbaar, dat – uit gebrek aan werkelijkheidszin – vooraanstaande figuren in kerk en staat in de ban geraken van een eenzijdige en humanistische visie op het leven en van een verwrongen kijk op de internationale verhoudingen. Het gedogen, dat onvrijheid over ons kan komen, ziet de kerkeraad als verraad aan de vrijheid en aan God. Het zwaard ruste in de handen van de overheid, opdat men in vrede en godsvrucht leve.'
De kerkeraad wil een oproep doen aan de leden van de Generale Synode en mede aan kerkeraden en gemeenteleden om over deze zaak mee te denken en verklaart zich bereid adhaesie-betuigingen te bundelen. De tijd dringt. Hij grijpt hiertoe het middel aan van een open brief.
Wie de hele brief wil lezen richte zich tot de scriba van de hervormde gemeente van Heelsum, de heer G. v. d. Born, Kerkweg 16.
Mevrouw Hannie van Leeuwen, gewezen Tweede Kamerlid voor het CDA (indiener van een vorig ontwerp inzake abortus), heeft principieel positie gekozen tegen het nu voorliggende wetsvoorstel inzake de abortus provocatus. In een artikel in het Centraal Weekblad schrijft zij onder meer:
'In sommige commentaren wordt ervan uitgegaan, dat in het nu voor ons liggende wetsontwerp metterdaad het CDA het 'neen tenzij' heeft ingeruild voor het 'ja, mits'. In dit licht wordt dan ook gesproken over een principiële knieval van het CDA (Haagse Courant van 17 februari 1979).
Zo dit niet met het wetsontwerp is bedoeld, dan heeft vooral de Memorie van Toelichting deze schijn echter wel gewekt Op grond van het in november jl. uitgegeven persbericht en mij gedane mededelingen had ook ik toch een andere uitwerking verwacht.' (…) 'Het heeft er alle schijn van dat het loslaten van de algemene norm voor het CDA gepaard is gegaan met een zich krampachtig vastbijten in een aantal zeer strakke procedureregels:
Het is mogelijk om via amendering tot een principieel en technisch meer verantwoord wetsontwerp te komen. Het is uiteraard aan de bewindslieden c.q. het kabinet om aan aangenomen amendementen consequenties te verbinden.
De CDA-fractie mag hiervoor niet opzij gaan. Hierbij spelen de moeilijkheden rond de nakoming van de program-uitspraken uiteraard een centrale rol. Aanvaardt het CDA echter de fundamentele doorbraak, dan lijkt het noodzakelijk zich te realiseren dat het overeind houden van fagades niet ten koste mag gaan van de noodzaak tot een technisch uitvoerbaar wetsontwerp te komen.'
Ds. B(arthold) van Ginkel – 'eens gereformeerde-bondspredikant, nu vrijzinnig', schrijft kerknieuws van Scheps boven een interview met hem – vindt, dat de 'bevindelijke bonder' en de 'spirituele vrijzinnige' beiden meer accent leggen op de religieuze ervaring dan op de letter van de Bijbel. Ds. van Ginkel, die inderdaad eerst G.B.-predikant was (Renswoude en Wezep), daarna confessioneel werd (Katwijk aan Zee) en in Amsterdam opschoof naar de vrijzinnigheid, zegt er het volgende van:
'Bovendien denken ook zij die wél lid van de Gereformeerde Bond zijn, niet allemaal gelijk. Zo kon iedereen die de jonge dominee van Renswoude ruim veertig jaar geleden beluisterde, wel horen dat hij met een eigen type bonder te maken had. En raken de uitersten elkaar niet? Ds. Van Ginkel: Ja, ook in de theologie raken de uitersten elkaar. Er is een grondstroom die de bevindelijke bonder bevindt met de spirituele vrijzinnige. In de bevinding zweert men niet bij de bijbelletter. De vragen betreffende de geboorte van Jezus, Zijn wonderbare geboorte worden niet letterlijk uitgeplozen, maar bevindelijk in het eigen hart ervaren. Het gaat er om dat Christus geboren wordt in het hart. De spirituele vrijzinnige trekt dezelfde conclusie. Ook hij legt het accent op de ervaring. Terwijl hij in tegenstelling tot de bonder de letter van de bijbel kritisch onder de loep neemt in de studeerkamer.
In het accent leggen op de religieuze ervaring meer dan op de letter van de Bijbel ben ik gelijk gebleven, aldus ds. Van Ginkel. Ik heb mij altijd gedistantieerd van de voor mij gortdroge exegese van de letter. Altijd, ook nu, heb ik het accent gelegd op de vertolking van de vragen en angsten waarmee alle mensen, ook de bijbelschrijvers, worstelen. Zo krijgt de preek kracht om te boeien: de luisteraar wordt geconfronteerd met de problemen die hij ook zelf niet de baas kan. Het is mij wel gebeurd dat ik één preek hield 's morgens in een afdeling van de Nederlandse Protestantenbond en 's avonds in een dienst waar ook vele gereformeerden en bonders aanwezig waren. Ik preekte bijv. over Psalm 88 en Psalm 42: de kanteling van verbijstering naar verwondering en weer terug. Ook 's avonds luisterde men met instemming en aandacht.
De bevindelijke bonder en de spirituele vrijzinnige ervaren dat zij religieus gesproken 'voorthobbelen in het donker' dat zij 'kantelend, hinkend, leven'. De middenorthodoxie, de confessionelen en de gereformeerden leven meer uit de 'Boodschap'. Zij staan vaster in de religieuze schoenen. Zij dragen gemakkelijker de hallelujah-hoed van: ik dánk u, ik dánk u!
Bevindelijke bonders en spirituele vrijzinnigen luisteren dan wat zwijgend toe. U begrijpt, wat ik bedoel.'
Van Ginkel verwijst naar 'één van zijn leermeesters', dr. J. D. de Lind van Wijngaarden, die óók zo opschoof. Deze was immers ooit voorzitter van de Gereformeerde Zendings Bond maar werd op 72-jarige leeftijd nog vrijzinnig.
Van Ginkels voorstelling van 'de bonder' is bepaald zeer aanvechtbaar en op tal van punten te kritiseren. Maar de eigen weg, die hij ging, zij de orthodoxie ter waarschuwing. Want ongetwijfeld komt het vóór, dat de ervaring boven de Openbaring wordt gesteld, ook al wordt de Schriftkritiek afgewezen en belijdt men de 'twee wegen' in tegenstelling tot ds. Van Ginkel.
De Reformatie heeft de machtige greep naar de Schrift (alléén) en van daaruit naar de ervaring, de bevinding gedaan.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's