Prediking en geestelijk leven (8)
Pastorale overwegingen
Nieuwe vragen
Opnieuw liggen een aantal brieven op mijn bureau, die, al zijn ze uiteenlopend van aard, gelet op de onderwerpen, ik toch graag in deze rubriek meeneem. Overigens: bij voorbaat dank voor de reacties, die ik bijzonder op prijs stel. Waar en wanneer dat mogelijk is, betrek ik de ingekomen vragen met elkaar, want dat verheldert de bedoeling en vergemakkelijkt de beantwoording.
Prediking en leven hier en nu
De eerste vraag dan stelt, dat in de Herv. Gereformeerde prediking meer moet worden ingegaan op de vragen van hier en nu, het leven in deze wereld en in deze tijd. Nu moet ik om te beginnen erg bescheiden zijn, daar ik voor een ander niet kan spreken of schrijven. We zullen het er wel met elkaar over eens zijn, dat prediking, de rechte prediking althans bediening van het Woord Gods is. Voor hem, die preekt is de eerste taak te leren luisteren naar wat God zegt. Daarvoor is nodig telkens weer de leiding van de Heilige Geest, waarom we biddend hebben te vragen ook de gemeente haar dienaren heeft te dragen aan Gods troon. Maar gaan de Schriften voor ons open, dan blijkt telkens hoe actueel het Woord des Heeren is. Dat Woord staat boven de tijden, maar gaat er tegelijkertijd doorheen. We prediken voor de gemeente niet maar voor een stuk van het leven, het geestelijke leven, maar voor het gehele leven. Dat doen we aan de hand van de Schriften. Dat doen we ook aan de hand van de belijdenisgeschriften. Juist ook in de leerdiensten hebben we zulke schone gelegenheden om de ouderen en de jongeren te onderrichten in de geloofsleer met de verbinding naar de praktijk van het leven. Dan hangen we ons niet op aan allerlei schema's, dan slaken we niet af en toe maar een kreet, die het doet, en we vervormen de Woordbediening evenmin tot een stuk eigen(tijdse) maatschappijvisie.
De wetenschap
Is de wetenschap van de laatste 60 jaar niet een bazuin uit Openbaring 9? Laten we ervoor oppassen om niet te snel en te voorbarig conclusies te trekken. Om te beginnen duiden, naar het mij voorkomt de zeven bazuinen in Openbaring 8 en 9 op de oordelen van God, die op Zijn tijd en naar Zijn beschikking over de gehele aarde gaan. Het accent valt heel sterk op de straffen van God. Opmerkelijk is, dat op de eerste bazuinstoten allerlei natuurrampen zich voordoen als ontzagwekkende tekenen van Gods almacht en rechtvaardigheid. Maar in Openbaring 9 komen meer op de bazuinstoten geestelijke machten aan het licht die dood en verderf brengen. We moeten meer denken aan demonische machten. Toenemende afval van God openbaart zich. We moeten niet daarbij alleen denken aan de wetenschap. Zeker, deze kan ook dienen aan satanische vernietigingsdoeleinden. Maar onder Gods goede hand bracht deze ook zegen. Het is maar de vraag waaraan de wetenschap dienstbaar wordt gemaakt. We mogen zeker niet stellen: hoe dommer, hoe Godvrezender. Maar we hebben wel allen nodig verstand met goddelijk licht bestraald. Wel is ook waar, dat met name de verbreiding van anti-christelijke opvattingen, ze gerust een leer, die tegen het Woord van God ingaat, onnoemelijk veel kwaad aanricht. Een we kunnen ons hart vasthouden, als we zien welke monsterachtige dingen gereed zijn om in nieuwe oorlogen te worden beproefd. Maar welgelukzalig allen, die hebben leren schuilen bij Sions Borg en eeuwige Koning. Alle dingen moeten medewerken ten goede voor dat volk, al gaat het door de oordelen heen.
Nieuwe wijn en oude zakken
Over de wijn en de zakken zijn enkele vragen binnengekomen in verband met de prediking en het geloofsleven, be Zaligmaker heeft daar over gesproken in verband met een vraag over het vasten. De bruiloftskinderen kunnen niet treuren zolang de Bruidegom bij hen is. Hoe zalig is het de liefde en gemeenschap van Hem te kennen. Als de Heere gewelddadig zou worden weggeleid en sterven zouden de jongeren wel treuren. Maar deze droefheid zou veranderd worden in eeuwige blijdschap. En dan komt de Heere met twee beelden. Een nieuwe lap zet men niet op een oud stok kleed en nieuwe, jonge, gistende wijn doet men niet in oude zakken. Men kan het nieuwe dat met de komst van de Zaligmaker verscheen niet in oude vormen dwingen en onderbrengen. Dat wil zeggen, dat het oude de wet en al het nieuwe het Evangelie zou zijn. We moeten geen valse tegenstellingen oproepen. Helaas, men kan deze klanken beluisteren, in de prediking, in de politiek, op school: de wet heeft afgedaan, Christus heeft de Wet vervuld, we hebben daar niets meer mee te maken. Voor ons geldt alleen het Evangelie van de liefde, van de vrijheid. Ja, ja, liefde,… vrijheid, die men zelf wil. Maar het nieuwe van Christus kan niet in de oude, ceremoniële diensten en vormen worden ondergebracht. Daarover een volgende keer verder.
W. Chr. Hovius, K. a. Z.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's