De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De vaderen zijn niet meer (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vaderen zijn niet meer (3)

9 minuten leestijd

De religieuze beleving
In het boek van drs. Gerard C. de Haas onder bovenstaande titel, waarover ik in voorgaande artikelen schreef en waar ik in het onderstaande nog een keer aandacht aan geef, komen theologie en kerk er bepaald niet best af. Het groeiproces in de puberteit van de jonge mens naar de volwassenheid verloopt volgens De Haas via het vaste schema van verzet tegen het vaderlijk gezag naar verzoening daarmee. Tijdens dat groeiproces staat de moederfiguur sterk op de voorgrond. En ook is er duidelijk sprake van een grote religieuze openheid. De Haas beëindigt zijn boek met de zinsnede: 'De religieuze beleving hoort net zo goed bij de normale menselijke beleving als deze laatste voortdurend een religieuze dimensie vertoont.' Welnu, met dat laatste heeft de kerk volgens De Haas geen raad geweten. Hij zegt: 'Men weet in de Barthiaanse theologie en in het daaruit afgeleide pastoraat in de praktijk geen raad met de heilige geest, die in mens en gemeenschap gevoelens van religieuze verheffing en bevindelijkheid opwekt.' Daarom weet de moderne jeugd zich niet aangesproken in de kerken. Zij komen in allerlei charismatische en andere religieuze volkssecten terecht, die voor de heilige geest onnoemelijk veel meer aandacht hebben. De kerk liet de jongeren met hun geloofsvragen schieten.

'Moeder, ik klaag u aan'
Die aanklacht tegen de kerk in het boek van De Haas is niet mals. 'Moeder, ik klaag U aan.' Uit naam van een diep teleurgestelde jeugd. Ik wil graag beginnen met deze kritiek op de kerk serieus te nemen. Hoeveel dode orthodoxie en levenloos dogmatisme openbaart zich niet onder ons? Hoe weinig hebben ook wij de leer der apostelen in een levensechte spiritualiteit bewaard, zodat er gloed des Geestes over ons persoonlijk en kerkelijk leven kwam te liggen? En hoe vaak heeft men zich in de na-Barthiaanse periode in de kerk niet verlopen in activisme aan de andere kant? Een keiharde vermaatschappelijkte en geïdeologiseerde theologie en kerkelijke praktijk, waarin alles op de noemer van het aardse kwam te staan? Inderdaad, zo laat de kerk verstek gaan. Zo slaat ze niet meer als een echte moeder de arm om de schouder van onze jonge mensen in hun worsteling om een identiteit, in hun worsteling om een levensecht houvast. De kerk is arm aan heilige Geest. Zo is het vaak gezegd. En dat is een droevig feit.

De kerk welhaast failliet?
Toch moet De Haas oppassen, dat hij niet generaliseert. Dat doet hij in zijn boek nogal behoorlijk. Met forse zinnen krijgen we er allemaal van langs: de hooggeschoolde musicologen met hun liedboek, de herders en leraars van de burgerlijke kerk, de Gereformeerde Bond, Youth for Christ, EO… (voorlopig toevluchtsoord voor de jeugd). Konklusie, dat het in de kerk welhaast een failliete zaak is nu ik weet, dat er op onze kerkelijke jeugdverenigingen jongens en meisjes zijn, die daar weinig meer zoeken dan elkaar (een toekomstige man of vrouw; je kunt ze op slechter plaatsen zoeken natuurlijk) en die een avondje chinezen toch wel zowat het hoogtepunt van het verenigingsleven vinden. Maar ik heb waarlijk ook wat anders gezien in het kerkelijk verenigingsleven. Ik heb jonge mensen avondenlang intens bezig gezien met de Bijbel en ik heb ze onder de stimulerende leiding van een evangelist of jeugdwerkleider er op uit zien trekken om te gaan evangeliseren. Ik vind het een Godswonder, dat juist in onze tijd zoveel jongeren hongeren naar Bijbelonderricht en kursussen voor geestelijke vorming bij massa's bevolken. En zij zijn daar niet, omdat ze geen geestelijk voedsel krijgen.

De heilige geest en het religieuze gevoel
Bovendien is er nog iets anders. De Haas werkt in zijn boek kwistig met begrippen als heilige geest en religieuze beleving. Die horen bij de normale menselijke beleving. En daar moet de kerk mee verder. Niet met de koude openbaringstheologie van Karl Barth, die geen ruimte laat voor het religieuze gevoel. Dat laatste brengt volgens Barth de mens geen stap dichter bij de levende God. De Haas ontkent dat, geeft er juist een zwaar accent aan, vindt, dat de kerk daar juist present moet zijn en leiding geven. Ik ben het daar tot op zekere hoogte mee eens. De vraag is alleen, hoe ver wij moeten gaan in onze waardering van de religieuze hang in het mensenhart. Ik wil wel erkennen, dat religieuze beleving vaak en in de normale menselijke beleving voorkomen, al acht ik dat toch wel zwaar overtrokken. Ik denk, dat er heel wat jongeren rondlopen, die nooit aan religieuze beleving toekomen, die in het verzet blijven steken en in hun zelfhandhavingsdrang ten einde toe roepen: 'Daar is geen God!' Maar toch zou ik niet graag ontkennen, dat God door Zijn heihge Geest Zijn velerhande bemoeienissen heeft met de mensen, ook buiten kerk en Bijbel om. Paulus haakt daar op in in zijn preek op de Areopagus (Hand. 17), waarin hij tegen de elitaire Atheners zegt: 'Uw onbekende God, die gij niet kennende dient, verkondig ik U.' En in Romeinen 1 zegt hij, dat Gods onzienlijke dingen, van de schepping der wereld aan, uit de schepselen verstaan en doorzien worden, beide Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid…' De bemoeienis van God in Zijn (wat we noemen) algemene openbaring is niet niets! Er is geen sterveling te verontschuldigen. En ik mag gelukkig weten, als ik met de Bijbelse boodschap van zonde en genade bij een jongen of meisje van twintig jaar aanklop, dat ik niet de eerste ben. God was mij voor in Zijn bemoeienis met die jonge mensen. Van God uit zijn er at heel wat veldslagen geleverd om hun jonge ziel. Het resultaat is soms slechts een slagveld, een geestelijk vacuum. Maar daar ga ik dan ook met de troostrijke boodschap van het Evangelie staan. Daar midden in.

Verdringing en vervanging (Bavinck)
Eén ding echter is er, dat ik mezelf niet wijsmaak nl., dat ik met de Bijbelse boodschap slechts de 'finishing touch' zou moeten geven van wat er in zo'n (jong) mensenhart reeds is aan kontakt met God. Wat er aan heilige geest en religieuze beleving voor de dag komt in het bewustwordings- en groeiproces van het mensenleven is zonder de wederbarende heilige Geest, die van boven komt en werkt door het Woord, geen fundament van een echt christelijk geloof. J. H. Bavinck heeft in zijn 'Religieus besef en christelijk geloof' gesproken van een proces van 'verdringen en vervanging'. Hij bedoelde daarmee, dat dat wat God van Zichzelf openbaart, door de natuurlijke mens in zijn opstandige afweer tegen de levende God wordt weggedrongen en tegelijk vervangen door iets anders, een soort religieuze ervaring, die een godsbeeld oplevert, dat hem beter past en dat in elk geval een vertekening is van de ware God.
Zo spreekt Paulus er ook over in Rom. 1: 'Zij zijn verijdeld geworden in hun overleggingen en hun onverstandig hart is verduisterd geworden… zij hebben de waarheid Gods veranderd in de leugen…!' Welnu, al deze Bijbelse gegevens maken ons echt wel voorzichtig om aan de door De Haas zo breeduit besproken religieuze beleving een te grote positieve waarde toe te kennen. 'Transcendente meditatie' is óók een teligieuze beleving, maar ze is naar mijn besef niet meer dan een krampachtige menselijke (nood) prong en een doodlopende weg, die ten enenmale niet voert naar de kennis van de levende God van de Bijbel. En nu wil ik niet zeggen, dat dat op één lijn staat met de religieuze beleving van een moderne popgroep. Maar ook hier zou ik niet graag meteen maar de handen opleggen, laat staan, 'dat ik die religieuze beleving meteen voor christelijk zou verklaren. Die religieuze beleving kan ook een soort narcose zijn, die alle deuren sluit voor het radikale Evangelie, dat overgave en kruisiging van het vlees predikt. Een vlucht in de mystiek. En in de mystiek zit altijd het grote gevaar van de overrompeling van God. De grenzen tussen Schepper en schepsel vervagen. Alles staat op de noemer van de beleving. Maar de religie van de christelijke openbaring in Jezus Christus, in het Woord van apostelen en profeten, is die van een toestandkomen van de 'verbinding' met God van God uit, van het Woord uit, van de wederbarende heilige Geest uit. Dat heeft alles te maken met de historische Christus. Hij was de brug tussen God en mens. Daarom kan men de heilige Geest en Christus niet zo uit elkaar trekken, zoals De Haas dat in zijn boek doet. Het pleidooi voor de religieuze beleving onder de noemer van de Heilige Geest gaat dan ten koste van wat God in Zijn Woord openbaart over Christus. Je hebt dan misschien de moderne jeugd de arm om de schouder gelegd. Maar daarmee heb je ze nog niet aan de voeten van Jezus gebracht. Integendeel, je kunt ze in het labyrint van religieuze belevingen, met een beroep op de heilige Geest, ook nog een Jezus-beeld voorhouden, dat wel helemaal klopt met hun eigen beleving, maar juist helemaal niet meer met wat de Bijbel over Jezus zegt. En juist dat Jezusbeeld, waarmee De Haas in zijn boek werkt, is door en door on-bijbels. Maar daar wil ik het dan nog in een laatste artikel over hebben.

Voorrang aan buitenkerkelijk christendom?
Het startpunt van De Haas, nl. de religieuze beleving als iets normaal menselijks moge psychologisch verklaarbaar zijn. Theologisch is het een verkeerd uitgangspunt. Daarom kan ik de felle kritiek op de kerk in het boek van De Haas niet voor mijn rekening nemen. Hij spreekt in zijn boek helemaal in de lijn van modernistische theologieën, die het menselijke (vaak meer buiten de kerk dan daarbinnen) zo ras werk van de heilige Geest noemen en dan ook aan buitenkerkelijk christendom voorrang verlenen. Dat kan dan zelfs in bepaalde gevallen ook marxistisch christendom zijn. Ik doe daar niet aan mee. Ik weet uit mijn Bijbel, dat de heilige Geest werkt op het telraam van Gods Woord in de Schriften. Aan het Woord houdt de Geest zich. Daarin ligt ook voor ons de norm voor ons spreken over de heilige Geest.
Zo is het bij De Haas niet. Daarom kan hij voor de dag komen met een vertekend Jezus-beeld. Dat is zijn hartelijk welkom aan moderne religieuze jongeren. Maar het is naar mijn diepste gevoelen surrogaat, 'vervanging' om met Paulus in Rom. 1 te spreken. En daar wil ik het dan tenslotte in mijn laatste artikel over hebben.

C. den Boer

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De vaderen zijn niet meer (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's