De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

5 minuten leestijd

Bijbel en economie, Moderne kunst in onze maatschappij, uitgaven van de Stichting tot bevordering van Bijbelgetrouwe wetenschap, Doorn (april 1977 en april 1978).
Deze beide brochures bevatten de lezingen, die gehouden zijn tijdens de studiedagen van de stichting, die ook het blad uitgeeft 'Bijbel en wetenschap' (eindredaktie dr. W. J. Ouweneel). In de eerstgenoemde brochure laat drs. A. Keizer een bijbels economisch model zien in het licht van Israëls wetgeving. Hij zoekt het probleem van ons huidige economische bestel in de zgn. schuldenmarkt. Die was er in Israël niet (daarom ook geen rentestand). Het gebruik maken van renteverplichtingen is een groot gevaar voor het economische leven . Drs. Keizer biedt ons in zijn lezing heel wat instruktief materiaal. De vraag blijft alleen hangen, in welke mate en hoe de norm van Israels wetgeving hanteerbaar is voor iemand, die met een bijbels geweten in de economie als wetenschap en in het economisch leven vandaag bezig is. Misschien moeten we zeggen, dat in Israël de schuldverhoudingen niet werden uitgesloten, maar telkens werden rechtgetrokken en binnen liefdevolle proporties werden gebracht. Is dat ook een uitgangspunt voor een christelijke doordenking van economische problemen?! De tweede lezing van drs. C. P. van Dijk gaat over ontwikkelingshulp in de praktijk. Hij waarschuwt voor al te optimistische verwachtingen. Veel ontwikkelingshulp heeft in het jongste verleden door allerlei oorzaken gefaald. Onder het hoofd 'een christelijke benadering' voert drs. Van Dijk een pleidooi voor een nauwe band tussen ontwikkelingswerk, zending en werelddiakonaat ('wij kunnen alleen recht helpen, als we de mens als beelddrager Gods zien'). Het is te verstaan, dat het betoog nogal negatief uitvalt. Misschien kunnen bij een volgende gelegenheid de strukturele vragen (kwestie van verdeling van het wereldinkomen), die ten grondslag liggen aan de idee van de ontwikkelingssamenwerking wat meer uit de verf komen. Is er een christelijke maatschappijvisie, die uitgangspunt mag heten voor de overheid in dezen? De taak van de overheid is toch net weer anders dan die van de kerk, terwijl beide met de problematiek te maken hebben. In de andere genoemde brochure wordt ons eerst de lezing gegeven van W. L. Meijer over de moderne kunst (popmuziek, moderne schilderkunst b.v.) met een goede informatie over wat onze jongens en meisjes op de middelbare scholen in dezen te verwerken krijgen. Er is sprake van een breken met de burgerlijke cultuur, ja met de historische menselijke bestaanswijze in de moderne kunst. Zij draagt vaak een pseudoreligieus karakter. De inleider voert een pleidooi voor kunstbezinning onder de betrokken docenten op de scholen. Alleszins aanbevolen. Het laatste deel van de brochure ademt dezelfde geest. Het gaat over saecularisatie van de muziekwereld door de zich autonoom wanende mens. De sound is niet langer tegen te houden. De gospel wint het van de psalmen. Het drumstel komt in de plaats van het orgel… Jonge mensen zoeken naar nieuwe mystieke ervaringen in onze eeuw (belangstelling voor het Oosten). Ten diepste zelfbevrediging, zegt G. H. Nijhof, die in de genoemde brochure over dit onderwerp schrijft. Mij dunkt, een ietwat genuanceerder beoordeling zou goed geweest zijn. Vergeleken bij de zestiger jaren is er misschien in allerlei vormen van moderne muziek toch meer sprake van een schreeuwend vacuum, een tastend zoeken naar het transcendente, temidden waarvan de kerk een verlossend woord kan spreken.
C. den Boer, Woudenberg

Rainer Maria Rilke: Duineser Elegien/De elegieën van Duino. Een Duits-Nederlandse uitgave van de Duineser Elegien, vert., ingel. en van aant. voorzien door W. J. M. Bronzwaer, Baarn 1978. Uitg. Ambo. Ing. ƒ 17,50.
Rainer Maria Rilke was een Oostenrijks dichter die leefde van 1875 tot 1926. Met zijn poëzie heeft hij een buitengewoon grote invloed uitgeoefend op dichters en lezers in vele landen van Europa. Hij was overgevoelig; een militaire carrière mislukte mede daardoor. In zijn poëzie is een ontwikkeling te bespeuren van zeer subjectieve gevoelspoëzie, vol romantische oneindigheidsdrang, naar een meer klassieke poëzie, met meer zin voor vormgeving, maar altijd verbonden met een buitengewone creativiteit. Rilke heeft zich veel beziggehouden met de onderwerpen God, liefde en dood. Hij is vele malen op een niet verantwoorde wijze ingelijfd binnen het christendom. De Duineser Elegien, voor een deel geschreven op het kasteel Duino bij Triëst, beschouwen sommigen wel als zijn beste werk. We kunnen het rekenen tot zijn latere periode. Het geheel bestaat uit tien elegieën of klaagzangen. Hij toont in deze elegieën een geheel eigen levensbeschouwing, een pleidooi voor verinnerlijking, waarbij de tijd wordt uitgeschakeld en dood en leven identiek worden verklaard. Vergelijk de volgende regels: Nirgends, Geliebte, wird Welt sein, als innen. Unser Leben geht hin mit Verwandlung. Und immer geringer schwindet das Aussen. (Nergens, geliefde, zal wereld zijn dan van binnen. Ons leven gaat heen met verinnerlijking. Steeds geringer verdwijnt wat buiten ons is).
Prof. dr. W. J. M. Bronzwaer heeft deze Duineser Elegien opnieuw uitgegeven én vertaald. Wie het Duits niet voldoende beheerst, kan Rilke toch lezen. Er gaat een inleiding vooraf, waarin Bronzwaer de tot voor kort verminderde belangstelling voor Rilke probeert te verklaren. De inleiding stelt in zoverre wat teleur dat meer achtergrondinformatie had kunnen worden geboden over het werk zelf en over de levensbeschouwing die het werk doortrekt. Nuttig zijn de vele aantekeningen en enige aanhangels die de uitgave completeren. Samenvattend: een verzorgde uitgave, bestemd voor fijnproevers die een zekere literaire scholing hebben gehad en geleerd hebben met onderscheid te lezen.
J. de Gier, Ede

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's