Aan weerszijden van de kloof
Het is een bekend beeld: twee mensen staan aan verschillende zijden van een brede en diepe kloof; er woedt een zware storm en ze kunnen elkaar niet bereiken en niet aanroepen. Dit is dunkt me het beeld binnen de kerk. De kloof is breed en diep en we schijnen elkaar niet meer te kunnen bereiken, elkaar niet meer te kunnen aanspreken. Ik zou niet eens willen beweren, dat het slechts één kloof is, waar overheen geroepen wordt, zonder dat het gehoord wordt. Er zijn kloven van verschillende aard en ze schijnen – polariserend als onze tijd nu eenmaal is – steeds breder en dieper te moeten worden. Rechts wordt rechtser en links linkser. Of er ontstaan nieuwe kloven tussen rechts en nog-rechtser, links en nog-linkser. En de woorden, die gezegd of geroepen of geschreeuwd worden, verwaaien in de wind. Intussen bekruipt je de vrees, dat in het stormgetij van de huidige secularisatie de hele kerk wordt aangetast, verder in stukken uiteen wordt geworpen. Het lijkt alsof het oordeel ten volle besloten is. En intussen vindt de uittocht plaats, hetzij naar de buitenkerkelijkheid, omdat er – naar het heet – binnen de kerken niets geloofwaardigs meer schijnt te zijn, al valt hier niet te generaliseren, hetzij naar de vrije groepen waar meer gemeenschap, liefde heet te zijn, al zie je hier hetzelfde veelvoud van visies en dus van groepen als binnen de kerken.
Trieste oogst
Het artikel van ds. F. N. M. Nijssen over kerkelijke boedelscheiding, waarover ik al één en ander maal schreef, heeft een triestmakende oogst van 'gespreks'stof opgeleverd. Als eenmaal uitgesproken is, dat we maar uit elkaar moeten gaan dan kan zo'n uitspraak telkens in de herinnering opduiken, anderen kunnen er verder mee gaan, je kunt er een niet meer te stuiten proces mee losmaken, waarvan de gevolgen niet zijn te overzien. Kloven kunnen zo almaar breder en dieper worden. Mensen en meningen drijven verder uiteen. In de kwestie, die ds. Nijssen losmaakte, roerde zich b.v. ook de Amsterdamse ds. A. A. Spijkerboer. Eerlijk gezegd heb ik altijd gemeend, dat er ergens iets van een wederkerigheid, een wederzijdse aanspreekbaarheid was – in de worsteling om een belijdende kerk – tussen hem en de Gereformeerde Bond, bij alle verschil, die er op de functie van de belijdenis is. Het is dan een triestmakende ervaring als je bemerkt hoe ook deze communicatie schijnt te gaan stremmen. Was er enkele jaren geleden nog sprake van een gedachtenwisseling over de plaats van de Gereformeerde Bond in de Hervormde Kerk, zijn artikel in Trouw riep nu bij mij het beeld op van het roepen in de storm zonder dat we elkaar nog horen.
Ik zwijg maar over de merkwaardige inconsequentie, dat hij van de middenorthodoxie verwacht, dat deze de Gereformeerde Bond aan het verstand brengt, dat die de Reformatie niet begrijpt, terwijl hij eraan toevoegt, dat het nog maar de vraag is of de midden-orthodoxie dat kan en hij er direct verder aan toevoegt, dat de midden-orthodoxie dat namelijk alléén kan als ze oprijst uit haar lamlendigheid en de moeite neemt 'de betekenis van de Reformatie tot zich te laten doordringen'. De Bond heeft evenwel van de Reformatie niet méér over – zo zegt hij intussen – dan 'wat as en armzalige schillen'. De bond heeft geen kennis van de Reformatie 'want waar in de bond wordt vrijmoedig geleefd uit het feit, dat God in Jezus Christus ten goede over ons beslist heeft, en dat daar niets aan toe en niets van af te doen is, zonder dat deze vrijmoedigheid meteen overwoekerd wordt door de angstige vraag of het allemaal ook wel voor jou is? Waar in de bond wordt spontaan en dankbaar geleefd, zonder dat deze spontaniteit en deze dankbaarheid meteen worden bedolven onder een hele waslijst van dingen die moeten, en nog veel meer dingen die niet mogen?'
Hebben we elkaar dan nog nooit verstaan, hebben we elkaar dan nog nooit echt in het hart gekeken, zodat de conclusie moet heten, dat er geen kennis meer is van de Reformatie? Is dat dan het beeld dat we oproepen? Hebben we dan nooit getuigenis gegeven van de vrijmoedige hoop, die in ons is? Of geeft ds. Spijkerboer een oneigenlijke voorstelling van zaken als hij beweert dat – hadden 'de Bonders' in de 16e eeuw geleefd – zij rooms-katholiek waren gebleven? Het is intussen wel een trieste conclusie als gezegd wordt, dat de middenorthodoxie de moeite (nog) moet nemen de betekenis van de Reformatie tot zich te laten doordringen en dat de Gereformeerde Bond er nog wat as en armzalige schillen van over heeft. Zou er dan nog wat vuur onder het as schuilgaan – zo denk je dan – dan is er nog hoop. De voorstelling van zaken van ds. Spijkerboer is intussen ongetwijfeld karikaturaal, maar liever dan dit uit te werken kijk ik in een andere richting.
Verootmoediging
Me dunkt nl. dat er – gezien de feitelijke stand van zaken binnen de kerk – geen andere weg meer open ligt dan die van waarachtige en diepgaande verootmoediging voor Gods Aangezicht, wil er nog hoop zijn. Zó kunnen we ook niet verder', zeg ik dan maar met een variant op ds. Nijssen, die verzuchtte 'zo is het ook geen leven'. Zó kunnen we niet verder als we aan verschillende kanten van de kloof maar blijven roepen en we elkaar niet meer bereiken.
In de naoorlogse jaren is er in de Hervormde Kerk een worsteling om het belijden geweest, uitlopend op de nieuwe kerkorde. Ook toen was er diepgaand verschil van visie maar er was toch meer een samen worstelen dan nu, nu de kaarten vaak geschud lijken en ieder bij voorbaat in eigen vak is ingedeeld. Verootmoediging is niet te maken, maar daarop is wél te appelleren.
En nu kan ik wel tegen ds. Nijssen zeggen, dat wij om Gods wil het Woord en de belijdenis niet los kunnen laten en nu kan ik tegenover ds. Spijkerboer wel zeggen, dat onder de as en de schillen de religie ook bewaard is, die de warme bloedsomloop van de belijdenis bepaalt, maar appèl tot verootmoediging begint in eigen huis. Is de gemeentelijke gestalte onder 'ons' op de hoogte van Schrift en belijdenis? Met name te noemen gemeenten onder ons worden momenteel verdeeld door partijschappen, waarbij zaken in het geding zijn de kerk onwaardig. Dat vraagt om diepe verootmoediging. Liefdeloosheid en geesteloosheid kenmerken soms ook de orthodoxie. Het gaat vaak bepaald niet om Schrift en belijdenis maar om eigen voorkeuren. En wat dezer dagen onthullend te lezen stond in een artikel in het Reformatorisch Dagblad is ook onder ons niet onbekend. Gehekeld werden de opvattingen van drs. E. Hofman, naar voren komend in diens dichtbundel 'Griffels op de Rots'. Hij werd gezet in de hoek van 'de vijanden van de bevindelijke waarheid', omdat hij slechts die prediking onderschrijft 'die gebaseerd is op Schrift en belijdenis'. Alsof er meer zou moeten zijn dan Schrift en belijdenis. Deze gedachte komt onuitgesproken ook onder ons voor met alle consequenties van dien. En daarom is de roep om terugkeer tot de klare reformatorische bronnen, en dus tot het naakte Woord Gods, niet alleen bestemd voor de middenorthodoxie, die naar Spijkerboers zeggen nog aan de betekenis van de Reformatie moet toekomen, maar ook voor ons, die ons tooien met de Schrift en de belijdenis, maar die vaak ook geen kracht hebben tot doorbraak, omdat het ook vaak zo geesteloos, zo Geest-arm is. Dan verschil ik intussen wél met Spijkerboer als hij suggereert, dat reformatorisch leven is een soort leven vanuit een stand van zaken ('er is ten goede over ons beslist'), zonder dat dit gekenmerkt is door een doorademing van de Geest, die mensen arm in zichzelf en rijk in Christus maakt.
Gebedsgemeenscliap
We hebben in deze kolommen de laatste jaren één en ander maal geschreven over de Leicester predikantenconferentie. Wat is het aantrekkelijke daarvan? Dit, dat daar geen controverses uitgevochten worden maar dat er sprake is van een zich samen laven aan de bron van het heil, een samen uitzeggen van de Waarheid der Schriften, een samen beleven van gebedsgemeenschap. Treffend was de laatste conferentie. Er was – we schreven het eerder – een indringende lezing over de christenen in Oost Europa, levend onder het communistisch systeem. Op allerlei vergaderingen zouden dan opeens tegenstanders, voorstanders, gedogers en anderen met elkaar in discussie geraken of met elkaar slaags raken. Zo niet in Leicester. Eén van de aanwezigen stelde voor in gebed te gaan voor de broeders daar. En het werd een gebedsgemeenschap, indringend, voor vriend en vijand. Dat was de Frankfurter conferentie van de belijdenisbeweging – waarvan elders in dit nummer een verslag te vinden is – veel minder. Daar werd de huidige pohtieke theologie ferm bestreden, daar kwam het tot resoluties over de Wereldraad van Kerken. Daar werd krachtig stelling genomen tegen hedendaagse ontwikkelingen in kerk en samenleving. Ik onderschat de betekenis van dit alles niet. Maar soms, bij enig afstand nemen van het kerkelijk beweeg, de strijd, de discussies, kan men denken dat het radicaal anders moet. Beter dan elkaar van afstand toe te schreeuwen van weerszijden van de kloof is het om samen in gebed te gaan, ons samen te verootmoedigen. Men zou vreemd opkijken als, bij een controversieel onderwerp op de synode, een synodelid het voorstel zou doen om samen maar in gebed te gaan. Stel, dat de synode eens op de knieën ging. Maar niet alleen de synode, men kan aan allerlei kerkelijke bijeenkomsten denken. Er wordt tegen van alles geprotesteerd, rechts tegen ontwikkelingen bij links, links tegen standpunten van rechts. Maar waar is de verootmoediging? In Ezra 8 lezen we dat een vasten wordt uitgeroepen aan de rivier Ahava 'opdat wij ons verootmoedigen voor het aangezicht van onze God'. 'En Hij het zich door ons verbidden.'
Ik stel me voor: de synode zó bijeen als gebedsgemeenschap. Zou dat nog kunnen? Wellicht zou zo de brug over de kloof nog gelegd kunnen worden. Dan zou er ook nog iets van de vreugde van het samen-kerk-zijn hervonden kunnen worden.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's