De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De vaderen zijn niet meer (4)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vaderen zijn niet meer (4)

9 minuten leestijd

Het Jezus-beeld
Wie was Jezus? Wat heeft Hem ten diepste bezield? Over deze vragen laat ook drs. De Haas zich uit in het boek, dat onder bovenstaande titel van zijn hand verscheen. Enkele opmerkingen daarover ter afsluiting van wat ik over dit boek in vorige artikelen reeds heb geschreven.

Een rondzwervende clown
Wie was Jezus? De Haas tekent Jezus in zijn boek als een rondzwervende clown, die een armoedebeweging op touw zette en de gevestigde samenleving in zijn zelfgenoegzame bestaan doorkruiste en verstoorde. Dat, zegt hij, wordt bedoeld met het woord 'wandelen', dat van Jezus vaak wordt uitgesproken in de Evangeliën (peripatein-rondzwerven). Hij noemt dat dan voorts een sacrale (heilige) variant van de armoedebeweging in de Indo-Europese tradities. Ook in de oud-Indiase en klassiek Griekse wereld komen deze bewegingen voor. Franciscus van Assisi (dertiende eeuw) en Phihppus van Neri (de Pipo van de zeventiende eeuw), aldus De Haas, hebben deze lijnen doorgetrokken. Puur natuur. Een partijkeuze voor de armoe met een diepe afkeer van de maatschappij, waarin de natuur geweld wordt aangedaan door onze menselijke ingrepen. En zijn er van dit alles niet tal van sporen te vinden in de moderne religieuze jeugdcultuur (tegencultuur)? Kenmerkend voor dat 'peripatetische', dat rondzwerven is o.a.: het vaderlandloze (internationale), een sterk afwijkende kleding (denk aan de opgenaaide vierkante lappen op de spijkerbroeken) en een vinnige afkeer van de belangrijkste instellingen van het gevestigde maatschappelijke bestaan: het huwelijk en de loonarbeid. De jeugd van de zestiger jaren voelde zich gelukkig temidden van het afval van de beschaving, in vuilnis en drek. Vanzelfsprekend heeft zo'n uitdagend gedrag bij de beschaafde wereld protest en verachting opgeroepen. Maar dat is immers nooit anders geweest. Alles bij elkaar genomen kon Jezus wel eens veel dichter bij die zogenaamde rebelse jeugd van tegenwoordig staan dan vele nette kerkmensen willen weten. Het is de Jezus van de musical 'Godspell', die in het begin van de zeventigerjaren zo in opspraak was. De Haas steekt zijn voorkeur voor zo'n Jezus niet onder stoelen of banken.

Tweeledige beeldvervalsing
De vraag is echter, of hier niet sprake is van een tweeledige beeldvervalsing. De provocerende jeugd van de laatste tientallen jaren en Jezus worden in de beschouwingen van De Haas, dunkt mij, op hoogst merkwaardige gronden naar elkaar toe getrokken. Is het beeld, dat De Haas van de jongeren geeft juist? Dat is vraag één. Ik erken, dat het provocerende gedrag van de jongeren ten onrechte door de beschaafde wereld te allen tijde als 'schoppen tegen het gezag' is uitgelegd. Maar dat is het stellig óók. Er is zeker ook vaak sprake van een onvolwassen bruut verzet, dat zijn diepe wortel vindt in het 'geen god, geen meester' van de revolutie en ten diepste in de zelfhandhavingsdrang van de moderne mens, die zelfbeschikkingsrecht voor zich opeist en als een onrijp kind in zijn nee-periode de teugels in eigen handen neemt. Dat is een oud verhaal. Het is in Genesis 3 al begonnen. En hier ligt dan ook een geweldig stuk schuld, waar we noch in de psychologie noch in de theologie om heen kunnen. Zo gezien is het optreden van de provocerende jeugd een grootbeeld van wat er leeft in ons aller hart: 'Laat ons hun banden verscheuren…!' (Ps. 2 : 1 vv)
Dat alles wil echter niet zeggen, dat de schuldvraag alleen op tafel ligt bij de jeugd van tegenwoordig. Wij, die de gevestigde orde van de maatschappij hebben gemaakt (zal ik nu maar zeggen), wat hebben wij er van gemaakt? Hebben wij een wereld opgebouwd, die volgens de cultuuropdracht van God, ons in het begin van de Bijbel al gegeven, werkelijk een 'schouwspel Gods' is geworden? Dat we de natuur pogen te beheersen met de technische middelen, die ons tegenwoordig ten dienste staan, het kan ons helpen om het leven op aarde voor zoveel mogelijk mensen leefbaar te maken. Het kwaad zit niet in de machine of in het verstand, waarmee wij een machine weten te hanteren. Het kwaad zit wel in de hoogmoed, waarmee wij mensen van de gevestigde orde dat alles naar ons toegehaald hebben om er een toren van Babel mee te bouwen, om er ons in te nestelen als in een zelfgenoegzaam bestaan, om er al onze zaligheid in te vinden en dan voorts het grootste deel van de wereld maar te laten verkommeren in armoede en honger. Onze wereld schreeuwt van geestelijke en morele armoe. Daar ligt het schuldvraagstuk van de twintigste eeuw. En als daar door die wereld dan een troep branieschoppers en vagebonden gaat, die het zat zijn, dan heeft die wereld niet het recht om alleen maar zo hard als 't maar kan terug te schoppen. Dan wordt het tijd, dat wij ons afvragen: Wat zit die jongens dwars? En is het bij ons wel zo goed? Moet het niet tot een radikale ommekeer komen? Worden we niet met ons eigen kwaad gestraft?
Maar wat bezielt die moderne jeugd dan in feite? Waar willen ze dan wél naar toe? Ik denk, dat we hen dat amper kunnen vragen. Weten ze het zelf? Of zijn ze slechts zover, dat ze weten zó in elk geval niet?! Of zit er in hun afweerhouding ook een stuk verheerlijking van het bestaan in vuilnis en drek zondermeer? Een gapend vacuum, voorlopig niet meer, maar beter dan een wereld, die vervuld is van zelfgenoegzaamheid. En misschien staan die moderne jongeren dan toch dichter bij Jezus dan wel eens gedacht is en wordt.

Een vreemdeling op de aarde, neigend naar Gods geboden
Het zij zo. Maar met dat alles zijn ze zeker nog geen volgelingen van de Meester, Die geen plaats had om het hoofd neer te leggen. Daar is niets meer en minder dan bekering voor nodig. Is het beeld, dat De Haas van Jezus geeft, juist? Jezus' aandacht ging heel bijzonder uit naar mensen aan de zelfkant van het leven, de armen, hoeren, tollenaars? Ja. Maar heeft Hij slechts het zwerversbestaan temidden van de pure natuur en midden in de afval van de beschaving als het ware bij Zijn volgelingen aangeprezen? Was Hij de clown, die de draak stak met de gevestigde orde? Als dat alles is, wat we over Jezus te berde brengen, plaatsen we Hem misschien midden onder de moderne, jeugd, maar we hebben Hem inmiddels wel aan alle kanten vertekend. Het doel van Jezus' komst op aarde was waarlijk niet maar om een oer-menselijk heimwee naar een ongecultiveerd bestaan te activeren. Zijn zwerftocht op aarde had een doel. De wereld, die zich in geld of macht, in hartstocht of eigengemaakte vroomheid innestelde, het oordeel aanzeggen. De zinloosheid, de vloek van zulk een autonoom bestaan verkondigen. Maar tegelijk: diezelfde wereld uit haar verworvenheden terugroepen tot een ootmoedig buigen onder God en een diep afhankelijk leven naar Zijn geboden. Het doel van Jezus' komst op aarde was om in de bres te kunnen staan bij God met het offer van Zijnleven om goddelozen terug te brengen in de gemeenschap met God. En goddelozen, dat zijn zowel mensen, die leven bij het gezag van hun eigen wetten, alsook mensen, die Gods wetten tarten. Hij is verteerd door het heimwee naar Zijn Vader, of beter gezegd door de ijver van Gods wet. En naar de orde van die wet krijgt God alle eer en teert een mens op in liefde voor zijn naaste. Zo is Hij de Zoon van God, Die met de Vader verzoent. En zo is Hij de Toevlucht voor allen, die met die Vader overhoop liggen. En zo (in de weg van bekering, waarin een mens sterft aan zijn eigenwettelijkheid en wetteloosheid) zo worden mensen door en in Hem kinderen van de hemelse Vader.
Dat is een boodschap, die goed is voor jong en oud, voor verburgerlijkte kerkmensen en asfaltjeugd. Het is de boodschap van een levenslange pelgrimage. Hier beneden is het niet. De gedaante van deze wereld, die in het boze ligt, gaat voorbij. 'Wij verwachten naar Zijn beloften nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, in welke gerechtigheid wonen zal.' Zoals Abraham, die de stad met fundamenten verwachtte. Met een klein voorschot van wat onze God ons op deze aarde aan goede gaven geeft.

Jezus, de Vervuiler van de wet
Dat alles is waarlijk wel wat meer (het is ook wat anders) dan wat De Haas van Jezus maakt. 'Jezus bruskeert zijn ouders…' weigert elk eerbetoon en elke officiële functie van de zijde van autoriteiten en establishment en hij geeft zich af met juist die mensen die er 'niet bij horen'. Zijn kritiek op het officiële fatsoen en op de formele waarden van het sociale bestel is niet mals. Bij Hem grote openheid voor de eigen sexuele en sociale beleving. Hij onthoudt zich van bindende uitspraken op dit gebied. Het gaat Hem om echtheid en waarachtigheid.' Aldus De Haas. Ik vind dat niet alleen verschrikkelijk mager. Ik vind dat een gruwelijke vertekening van Jezus. Denk alleen maar eens aan de direkte uitspraken in de Bergrede, o.a. over het monogame huwelijk. Jezus heeft maar niet grenzen doorbroken en openheid geschapen voor echtheid of zoiets. Hij heeft ons geleerd: 'Dat zegt Mijn Vader en zo is het voor u goed.' Dat heeft niets te maken met het sarcasme van een clown of met Joodse gein. Dat heeft alles te maken met de dodelijke ernst van Gods heilige wet, die door Jezus als de Vervuiler van de wet in alles aan de orde werd gesteld.

Mijn grote bezwaar tegen het boek van De Haas ligt hier: Een verpsychologiseerd Jezus-beeld, dat helemaal past in het schema van verzet en verzoening, dat hij hanteert. Maar wat ik overhoud is weinig meer dan een zielkundig gebeuren, waarin ook nog sprake lijkt te zijn van religie. Maar een religie, waarin geen woord geschreven wordt over zonde en genade. En daar bedank ik voor.

Kritiek op de kerk? Het mag gerust! Maar zo aanvaard ik die kritiek niet. Maarten Luther en Paulus, die in het boek van De Haas zo'n grote rol spelen en die al evenzeer in het psychologische kader worden getrokken, hebben levenslang van het wonder geleefd: 'God zag naar mij om, mij de wettische en tegelijk wetteloze. Mij is genade geschied.' Dat is het onverklaarbare wonder van boven.

C. den Boer

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De vaderen zijn niet meer (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's