Naar een Internationale Belijdenisbeweging?
Internationale ontmoetingen van kerken, kerkelijke groeperingen en afzonderlijke christenen, vinden bepaald niet alleen in het kader van de Wereldraad van Kerken plaats. Er is bijvoorbeeld ook de Gereformeerde Oecumenische synode, er zijn de Leicesterpredikantenconferenties, uitgaande van The Banner of Truth. Er is nu tien jaar lang ook het Theologisch Convent van de Conferentie van belijdende gemeenschappen, in Duitsland op gang gekomen vanuit de belijdenisbeweging. In al deze gevallen gaathet om groeperingen, die kritisch tot zeer kritisch staan ten opzichte van de Wereldraad van Kerken en die christenen van gereformeerde en/of evangelische signatuur bundelen.
Dezer dagen werd in Frankfurt een driedaagse conferentie gehouden van de Duitse belijdenisbeweging, maar dan in Europees verband, met als grote stimulator dr. P. Beyerhaus, die ooit in Wereldraadverband participeerde, maar nu een kritisch opponent is.
Van deze conferentie, die onder het thema 'Politieke ethiek tussen anarchie en tirannie' stond, volgen hier enkele impressies. De conferentie werd door ongeveer 250 personen bijgewoond, van wie ongeveer 50 niet-Duitsers. Uit Nederland waren o.a. aanwezig, behalve schrijver dezes, ds. R. J. van de Hoef, R. H. Matzken, prof. dr. J. Douma, drs. J. A. E. Vermaat, J. J. Rippen, W. P. Kruijswijk en J. Boelema.
Wegbereiding
Prof. Beyerhaus, hoogleraar te Tübingen refereerde over het onderwerp: 'Tien jaar wegbereiding voor een wereldwijde belijdende kerk' (Me dunkt dat op instigatie van prof. Beyerhaus – er duidelijk sprake is van een tendens om vanuit de Duitse belijdenisbeweging, via het Europese convent, dat de onderhavige conferentie organiseerde, te komen tot een internationale belijdende beweging als tegenhanger van de Wereldraad van Kerken).
Beyerhaus vroeg zich in zijn referaat af in hoeverre de zich nu aandienende kerkstrijd te vergelijken is met de kerkstrijd onder Hitlers Derde Rijk. De eerste strijd was tijdelijk begrensd (1934-1945). De zich nu aankondigende anti-goddelijke geestesbewegingen, wortelen al in de Aufklärungs-tijd en zullen wel over deze eeuw heen reiken. De eerste strijd (tegen het nationaal-socialisme) was regionaal begrensd (Duitsland). De huidige strijd is wereldwijd. De eerste strijd – in de Tweede Wereldoorlog – richtte zich tegen een duidelijke tegenstander: de nationaal-socialistische ideologie. De strijd van nu is gericht tegen een veelvoud van onderscheiden machten (openlijk of gecamoufleerd, theologisch of ideologisch, religieus of psychologisch).
Kerkstrijd
In de eerste kerkstrijd ging het om duidelijke fronten: de belijdende Duitse kerk in de Tweede Wereldoorlog stond tegenover de ' Kirchenpartei' van de 'Duitse Christenen' en tegenover de nationaal-socialistische staat. Thans is er sprake van een wisselwerking van veelsoortige uitdagingen, die een vaste bundeling van gelijkgezinden aan beide kanten nauwelijks mogelijk maakt. Bondgenoten van gisteren kunnen tegenstanders van morgen zijn.
De eerste kerkstrijd was slechts in de aanvangafase aanvangsfase een binnenkerkelijke strijd. Met de arrestatie van de leider van de belijdende kerk ging de strijd toen in een kerkvervolging van staatswege over.
Bij de huidige strijd kan daarvan (van die vervolging) in de westelijke landen nu nog slechts in geestelijke zin gesproken worden. Zij kan echter bij een politieke omslag in een openlijke vervolging omslaan. De gemeente van Christus moet zich daarom op een situatie van wereldwijde antichristelijke vervolging voorbereiden, maar waarin van hen moedig belijden en het martelaarschap wordt gevraagd. Aan deze vervolging kan een antichristelijke verleiding voorafgaan, die zich voor de geestelijk waakzame blik reeds in de misvorming van de oecumene aftekent.
Sinds de eerste publicatie van het theologisch convent (in maart 1970) van de 'Frankfurter verklaring' wil dit orgaan – aldus Beyerhaus – wegbereider zijn van een wereldwijde belijdende kerk. Tot zulk een internationale aanzet is het in Frankfurt wel gekomen, al moet de praktische uitwerking nog vorm krijgen.
Tien geboden
Bisschop O. Sakrausky (Oostenrijk) sprak op dit Europees convent over gebod en Gebieder (Gods soevereiniteitsaanspraak in het aangezicht van de normenontbinding; een korte behandeling van de Tien geboden in het heden). De wet, zo zei hij, is geldig voor alle mensen, omdat ze hen in het hart geschreven is. Ze heeft derhalve ook een politieke functie.
'Vanuit het eerste gebod dat zich volgens de verklaring van Luther, in alle tien geboden herhaalt, is er sprake, door het feit dat de mens evenbeeld van God is, van menselijke vrijheid en waarde, ondanks de zonde. De verachting van de Goddelijke autoriteit, die in de huidige maatschappij maar helaas ook in de kerk gemeengoed geworden is, wordt in het eerste tot het derde gebod behandeld.
In het kader van het vierde tot en met het tiende gebod ging de referent in op toenemende agressie, ideologische verharding (dit in verband met de doodslag), onrechtvaardige verdeling tussen arm en rijk (in verband met het stelen), de eer van demens tegenover de verachting van de menselijke waardigheid door de huidige massamedia (dit ten aanzien van de echtbreuk) en het milieuvraagstuk.
Twee rijkenleer
Prof. dr. Walter Künneth (79 jaar) behandelde uitvoerig Luthers twee rijkenleer, een leer die – naar hij stelde – ook vandaag op geldigheid aanspraak mag maken, omdat het niet om een privé theologie van Luther, maar om een bijbelse waarheid gaat. Het gaat in Luthers leer om de wijze van Gods wereldregering, die ligt in het onderscheid tussen wet en evangelie, tot uitdrukking komend in het wereldlijk regiment (voor de politiek) en het geestelijk regiment (voor de kerk). In het geestelijke regiment (in de gemeente, door Woord, sacrament, vergeving der zonde, geloof, liefde) ligt het eigenlijke van het werk Gods.
Künneth stelde dat Luthers twee rijkenleer zich thans in harde confrontatie bevindt met de politiek-ethische grondopvattingen van onze tijd. De afbouw van de twee rijkenleer heeft de weg bereid – aldus de referent – voor de ideologische vervalsing van de politiek. Er is een ongeëvenaard verlies van oriëntering in de politieke normen gekomen. De huidige theologische kerkelijke verpolitiserings-tendenzen, duiden aan de radikale vervaging van de twee rijkenleer.
Vanuit Luthers leer legde Künneth sterke nadruk op orde, die er niet zijn kan zonder macht en autoriteit, en ging hij in op het recht van opstand (een belangrijk grensgeval in Luthers twee rijkenleer). Luther zegt: 'In het raam van een rechtsstaat kan en moet een bedreiging van de orde weerstaan worden.' Toch is iedere revolutie als gewelddadige omwenteling in naam van God uitgesloten. Denkbaar is slechts dat afzonderlijke christenen en niet de kerken in extreme noodsituaties een revolutionair verzet wagen, die echter niet 'christelijk' gerechtvaardigd kan worden.
We volstaan met een louter summier verslag van Künneths betoog. Opvallend was wel dat nergens de confrontatie plaats vond met Calvijns theocratische conceptie ten aanzien van de politiek en dat ook niet of nauwelijks de doordenking plaats vond naar de Tweede Wereldoorlog toen Barth aan Luther invloed verweet ten aanzien van wat in Duitsland in de Tweede Wereldoorlog gebeurde.
Moraalrevolutie
Rest nog te vermelden, dat prof. dr. G. Huntemann (Bremen) in een gepassioneerd betoog inging op de achtergronden van de huidige moraalrevolutie, een betoog dat herhaaldelijk applaus (in de trend van tafelgeroffel) opriep. Huntemann ging uitvoerig in op de Frankfurter School van Horkheimer, Marcuse, Adomp e.a. waarin het gaat om emancipatie.
Het program van emancipatie aldus Huntemann is een atheïstisch appèl tegen het in de Schrift geopenbaarde christelijk Godsgeloof en de door Hem gestelde normatieve autoriteit van het gebod. We kunnen uit het geladen betoog van Huntemann slechts een kern lichten. Hij stelde dat de tegenwoordige revolutie van de moraal in tegenstelling staat tot alle uitspraken van de Bijbel over de gevallen schepping en het zondige, Gode-vijandige menszijn. Het christelijk getuigenis – zo besloot Huntemann – heeft de opdracht de vernietiging van het christelijke ethos publiek en doorzichtig te maken en zo tot beslissing en omkeer op te roepen.
Resolutie
We namen slechts een greep uit deze geladen conferentie. Vermeldenswaard is nog, dat prof. dr. J. Douma (Vrijg. Geref. Kampen) in een ochtendwijding naar aanleiding van 1 Tim. 2 : 1-7 wel duidelijk calvijns inging op 'politieke ethiek tussen anarchie en tirannie', (concretiserend in de richting van het Europese parlement), dat kritisch ingegaan werd op de groepsdynamische zielzorg, die zich aandient, en dat besloten werd een resolutie uit te geven (geïnstigeerd door Beyerhaus) om kerkleidingen op te roepen te breken met de Wereldraad van Kerken.
Aan een beoordeling van dit congres waag ik me nog niet. Er waren te veel onduidelijkheden ook ten aanzien van de komende internationale beweging van belijdende kerken en groeperingen.
v. d. G.
(Eerder geplaatst in het Reformatorisch Dagblad van 27 febr. ll.).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's