De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Opgebracht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Opgebracht

6 minuten leestijd

'En zij grepen Hem en leidden Hem weg'Lucas 22 : 54a

Géthsemané! De duistere nacht heeft zich gelegerd boven de olijvenhof. Onder het geboomte van de hof is het donker. Het is hier ook overigens donker. Diepzwart is deze nacht. Want deze nacht is het uur der duisternis, die het Licht overmeestert, het Licht der wereld. 'En zij grepen Hem en leidden Hem weg.' Daar steken de handen van de bende, die uitgegaan is om Hem te vangen, zich naar de Meester uit. Ze pakken Hem als een misdadiger. Dat is al smartelijk lijden voor Hem. Nooit heeft Hij kwaad gedaan. Hij heeft alleen maar goed gedaan. Vraag het de blinden, de kreupelen, de doven, de melaatsen, die door Hem geholpen werden. Zij kunnen het beamen. Misschien kunt u het ook wel beamen.
Zoëven nóg genas Hij het oor van Malchus. Laat die nu eens een goed woord over Hem spreken! Ach neen, laat Malchus zwijgen. Laten we allemaal zwijgen. Laat Malchus zijn zonde en vervloeking bedenken. Laten we die allemaal bedenken. Heeft de Heiland niet gezegd tot de bende: 'Dit is uw ure en de macht der duisternis?' Dit uur is haar van God gegeven. En de duivel heeft bevoegdheid ontvangen over Jezus heerschappij te voeren.
Dit gegrepen worden is een nieuwe ervaring voor de Heiland. Hij kan zich niet meer vrij bewegen. Als een lam zal Hij ter slachting worden geleid. Kan Hij dan niet ontkomen? O ja, dat bleek wel toen Hij de bende ter aarde deed vallen. Maar Hij is ook door een Goddelijke hand gegrepen. En Hij wil zich niet onttrekken. Hij is de Knecht des Heeren, die niet Zijn eigen wil volgt, maar de wil van Zijn hemelse Vader.
Wat is Hij toch een heerlijke Heiland! In het paradijs kroop Adam, toen hij gezondigd had en God hem tot verantwoording riep, weg tussen het geboomte. Hij sloeg op de vlucht. Hij kon het gericht niet aan. Ach, wie kan dat welaan! Weet u het niet aan te kunnen? En we gaan het tegemoet! Het zal vreselijk zijn te vallen in de handen van de levende God. Dan worden onze zonden ons voor ogen gesteld. Ons leven is naakt en geopenbaard voor Hem met Wie we te doen hebben. Dan worden we geoordeeld naar onze gedachten, woorden en werken. Op duizend vragen zullen we geen antwoord hebben. Dan worden we gegrepen om weggeleid te worden naar de buitenste duisternis. We zullen niet kunnen ontkomen.
Maar zie, Jezus laat zich grijpen. Hij wil Adam zijn. Hij heeft de schuld van Zijn volk op zich genomen. Het Goddelijk gericht sleept Hem weg uit de hof en Hij zal als een onmachtige en amechtige voortgaan langs de weg van Gods vloek. Nu is er voor de zondaar ontkoming. Gods gerechtigheid laat hem los en geeft hem de vrijheid. Wanneer de bende Hem in handen heeft, brengt ze Hem op. Hij is de arrestant, die voor de politie-agent uitloopt. Men wil Hem geen ogenblik uit het oog verliezen. Hij behoort niet meer te leven. De bende doet het in naam van het Sanhedrin, het hoge Joodse gerechtshof.
Tot nu toe heeft Hij anderen geleid en de weg gewezen. Nu wordt Hijzelf geleid en wordt Hem de weg gewezen. Het is een weg, die uitloopt op de dood. Wat een vernedering voor Hem! Hij wordt gehouden voor een misdadiger. Hij is niet waard, dat Hij leeft, neen. 'En leidden Hem weg!' Misdadigers worden opgebracht. Met hen gaat het gerecht zich bemoeien. De wet voert ze naar de rechter. Tegen die wet hebben ze gezondigd. Maar heeft Jezus tegen'de wet gezondigd? Men zal er straks moeite genoeg mee hebben voor het Sanhedrin en voor de Romeinse landvoogd om aanklachten tegen Hem in te dienen. Heeft Hij niet zelf gezegd: 'Wie overtuigt Mij van zonde?' Niemand kon het en niemand kan het.
Gelukkig, zegt misschien uw hart. Hij wordt opgebracht als een misdadiger en Hij is het niet. Zo'n Zaligmaker heb ik nodig, heilig, onbesmet, afgescheiden van de zondaren. Niemand kan voor mijn zonden betalen, ieder heeft genoeg aan zijn eigen kwaad. En ieder heeft er niet alleen genoeg aan, maar te veel aan. Allen hebben immers gezondigd en derven de heerlijkheid Gods. Maar Hij! Hij kan betalen en Hij wil betalen. Want Hij wil een misdadiger zijn en dat in de plaats van anderen.
Ziet u, het gerecht gaat zich met Hem bemoeien. De wet voert Hem naar de Rechter, de heilige wet van God, waartegen wij gezondigd hebben. God spreekt Zijn 'vervloekt' uit tegen ieder, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet om dat te doen. En vervloekt worden betekent uitgeworpen worden, uit de gemeenschap van God geworpen worden. Dat is de duisternis zonder ücht, dat is de toorn zonder gunst. Wie zou niet beven en zijn toevlucht zoeken bij déze Heiland? We zien de rechtvaardige God in de bende van Géthsemané bezig. Diens heilige wet brengt Hem op. Nu moet Hij de schuld betalen, die Hij niet heeft gemaakt. Nu moet Hij teruggeven wat Hij niet heeft geroofd. Gods vloek zal Hem treffen. Wie tegen de allerhoogste Majesteit gezondigd heeft, moet ook met de allerzwaarste straf gestraft worden. Hij wordt weggeleid in die ene richting, waarin de zondige mens maar kan geleid worden, de richting van het oordeel. Weg met Hem! Gij Vervloekte, weg met U! Weg met U in het eeuwige vuur!
Weet u door Gods wet opgebracht te moeten worden? Kunt u alleen nog maar de Rechter in handen vallen? Het is niet gering daarvan door Gods Geest overtuigd te worden. Worden we dat, dan slaat het al feller door onze ziel heen: 'vervloekt is ieder, die tegen Mijn wet zondigt.' En we kunnen er steeds minder tegen inbrengen. Dat hebben we wel vaak gedaan, er wat tegen ingebracht, maar het wordt al minder. God is niet onrechtvaardig. We zullen straf ontvangen naar we gedaan hebben.
Maar zie eens, Jezus wordt weggeleid. Als een lam wordt Hij ter slachting geleid en als een schaap, dat stemmeloos is voor zijn scheerders alzo doet Hij zijn mond niet open. Hij kan niets tegen de wet zeggen en Hij wil niets tegen de wet zeggen. Hij wil zwijgen in Zijn liefde. Ja, Hij heeft de Zijnen lief met een eeuwige liefde, daarom spreekt Hij niet. Hij gaat gedwee met de bende mee. Hij zal Zijn leven tot een schuldoffer stellen.
Wat is het groot zich aan Hem te mogen toevertrouwen. Werkelijk, alles is in Hem te vinden wat wij, vloek waardige mensen, nodig hebben, de vrijspraak van de straf en het recht op het eeuwige leven. En Hij ziet gaarne naar ons uit. Tot niemand heeft Hij ooit gezegd: Zoek Mij tevergeefs!

Joh. Bos, Otterlo

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Opgebracht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's