De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

6 minuten leestijd

In Zuid Afrika is op 69-jarige leeftijd overleden ds. Ernest Buti. Hij was voorzitter van de 'zwarte' Nederduitse Gereformeerde Kerk in Afrika (N.G.K.A.). Als tegenstander van de, óók in de kerk doorgevoerde, rassenscheiding ijverde hij voor een gemeenschappelijke ('paraplu'-)synode, nadat hij had helpen bevorderen, dat de zwarte kerk een zelfstandige status kreeg ten aanzien van de blanke 'moederkerk'. Anderzijds was hij een verklaard tegenstander van het conflictmodel en derhalve van de zogeheten zwarte bevrijdingstheologie. Hij was vóór het gesprek, de samenwerking, het langs harmonieuze weg komen tot een integratie van de kerken, waarin hij intussen met dr. Koot Vorster (moderator van de blanke N.G. Kerk in de Kaapprovincie) hartgrondig verschilde.
Zó, op deze wijze, hebben we hem ontmoet, toen de delegatie van de Gereformeerde Bond een bezoek bracht aan Zuid-Afrika. Positief-kritisch ten opzichte van zijn blanke broeders. Matigend naar de kant van te radicale stemmen van sommige zwarte broeders. Spreken wij van broeders, dáár sprak hij intussen van 'broers'; een uitdrukking die ons in die bijzondere zin bijbleef.


Uit het blad 'Kerk en Wereld' van de Vereniging van Vrijzinnige Hervormden lichten we de volgende op opmerkingen van prof. dr. A(nne) van der Meiden, voorganger van de vrijzinnigen te Meerkerk, schrijver van 'Welzalig is het volk' (wat zijn moest: hoe zalig is het volk). Van der Meiden zegt t.a.v. de Geref. Bond:

‘Met name de Geref. Bond bespeelt de media vaardig. Wat zij zelf publiceert of laat publiceren is niet vrij van imagobouw. Het ijzersterke recept daar is: conflicten in eigen huis niet publiceren of zo weinig mogelijk en aan de andere kant: beeldversterkende elementen telkens weer naar voren brengen. Op toogdagen bijvoorbeeld laat men de sprekers voortdurend meedelen dat de behoefte aan gereformeerde prediking sterk toeneemt, dat de groei van de aanhang gestadig is, dat er een krachtige bloei is van maatschappelijke organen die door deze visie worden gedragen (scholen van diverse typen), dat er antwoorden zijn op de grote vragen, mits men terugkeert naar de eenvoudige uitgangspunten en dergelijke. (…) En de publicitaire strategie van de rechter vleugel draait door: alles bloeit, groeit en de vrijzinnigheid neemt af. Ik zou zo graag eens wat meer genuanceerdheid in die uitspraken willen hebben en die door stelselmatige, gerichte publiciteit willen bereiken. Ik vermoed bijvoorbeeld, maar ik heb het nooit uitgerekend omdat ik van die cijferij niet houd, dat de prcentages onkerkelijkheid in de bondsgemeenten in de Alblasserwaard aanzienlijk hoger liggen dan de in die buurt werkende vrijzinnige minder­ heden. Ik denk ook dat het kerkbezoekpercentage (van de leden) bij de vrijzinnigen in die gebieden hoger ligt dan bij de Geref. Bond. 't Is maar een hypothese en bedoeld als een teken dat er 'strategisch' iets aan ontmythologisering moet gebeuren. (…)'
We laten ons graag de spiegel voorhouden. Alléén had dat laatste er niet moeten staan. Welke 'in de buurt werkende vrijzinnigheidsminderheden' in de omgeving van de Alblasserwaardse gemeenten zijn er ánders dan die van dr. Van der Meiden zélf in Meerkerk? Is in een bewust gekozen 'deelgemeente' – of hoe die dan ook heten moge – de meelevendheid niet altijd groter?
Zó komt Van der Meidens betoog toch ietwat over als een publicitair pleidooi voor eigen parochie.


In het hervormd kerkblad van Waddinxveen signaleerde ds. W. Verboom een stukje 'voorlichting', die de openbare bibliotheken in ons land in een 'kleine gele folder' voor ouders en opvoeders geven over de kinderbijbel van Evert Kuyt.
Deze kinderbijbel – aldus de voorlichting –;
vertelt de Bijbel na 'vanuit de leer van de Gereformeerde Bond.';
vertelt 'de letterlijke tekst' van de Statenvertaling na;
valt de Bijbel voortdurend in de rede door 'moralisme en dogmatisme';
neemt een tekst op uit een Joods geschrift;
is onschriftuurlijk;
stelt 'soms vermanende' bijbelkennisvragen;
stelt 'de afscheiding van de vrome mens' centraal;
herinnert in de afbeeldingen aan 'amerikaanse zondagschoolplaatjes';
én: is alleen geschikt voor 'intern gebruik'.

Concluderende vraag van ds. Verboom:
'Is een kinderbijbel, die zo onschriftuurlijk is en vol kwalijke eigenschappen zit geschikt voor intern gebruik? Als een kinderbijbel zo goddeloos en zo onbijbels is, is ze totaal ongeschikt voor élk gebruik, noch intern, noch extern.'


'Overigens hoop ik, dat deze misleiding averechts zal werken, en velen er toe zal brengen deze kinderbijbel aan teschaffen, opdat zij voor veel gezinnen tot zegen zal zijn.'


In 'Kruistochten' van november 1978 staat een getuigenis van Ndabezinhle Musa, 'eens terrorist, nu evangelist' in Rhodesië. Hij zegt:
Op een avond in mei zouden we naar een christelijke bijeenkomst gaan om d.m.v. moord en doodslag een grote rel te organiseren. Ik zette mijn mannen temidden van de toehoorders. Zij waren klaar om op mijn signaal in aktie te komen, maar ik wachtte nog op het meestgeschikte moment. Ik zat daar en luisterde aandachtig, terwijl ik het gesprokene analyseerde en vergeleek met mijn marxistische ideologie. (…) De spreker was Dennis Clark uit Engeland. Op een gegeven moment citeerde hij Openbaring 21 : 8. Het trof mij als een donderslag bij heldere hemel. Het was Góds donderslag en het sloeg mij tegen de grond; 'Maar de lafhartigen, de ongelovigen, de verfoeilijken, de moordenaars, de hoereerders, de tovenaars, de afgodendienaars, en alle leugenaars – hun deel is in de poel, die brandt van vuur en zwavel: dit is de tweede dood.' (…) Dit Bijbelvers raakte mij van mijn hoofd tot aan mijn voeten en liet niets van mij over. Ik bleef hierover doordenken tot de bijeenkomst was afgelopen.
Nooit gaf ik mijn vrienden het afgesproken teken om in aktie te komen. Zij waren zeer verward toen ik hen liet inrukken en ikzelf zo snel mogelijk naar huis ging. Daar pakte ik mijn Bijbel en sloeg de tekst uit Openbaring 21 op. Nadat ik de tekst enkele malen gelezen had, viel ik op mijn knieën en onder bittere tranen beleed ik mijn zonden. (…) Ik mag nu de Boodschap brengen op plaatsen waar anderen niet kunnen komen, waar de taal van marteling, moord, verkrachting, roof en verminking van onschuldige mensen heerst. In die gebieden bid ik met de bedroefden, treur ik met hen die treuren en lijd ik met hen die lijden, opdat ik hen mag brengen onder de reddende genade van onze Heer 'Ik bid dat zij tot volledige overgave aan de wil en de leiding van Jezus Christus zullen komen. Hij is in hun trieste omstandigheden het enige antwoord.'

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's