De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

14 minuten leestijd

Solidariteit
Dit is een veelgebruikt en helaas ook misbruikt woord. Het is een prachtig en daarom misschien ook wel gevaarlijk woord, omdat ook hier het bederf van het beste het slechtste is. In het Hervormd Weekblad van 22 febr. schrijft ds. J. Windig over dit woord dat er meestal sprake is van drie groepen mensen als dit begrip gebruikt wordt: a) mensen die maatschappelijk in de knel zitten, onderdrukten b) een groep die onderdrukt c) een groep die partij kiest voor de onderdrukten. In onze tijd willen vele theologen, aldus Windig, ons doen geloven dat het in de Schrift gaat om het verhaal van Gods solidariteit met de maatschappelijk onderdrukten, overgaand in het verhaal van de Messias Jezus, de partijganger der armen. De kerk moet dan in Jezus' spoor eveneens solidair zijn met de klasse van de onderdrukten. Windig gaat dan verder:

Wie hier niet onmiddellijk en enthousiast gevolg aan geeft, loopt het risiko van de hoogste kerkelijke funktionarissen het verwijt te krijgen dat men aan de kant van de onderdrukker staat en geld aan de onderdrukking verdient en daarom niet mee wil doen. Met zulke ernstige verwijten is het nodig zich serieus af te vragen of de kerk zich met deze solidariteitsgedachte in het goede bijbelse spoor beweegt. Met wie is God solidair?
Alleen of in de eerste plaats met de maatschappelijk verdrukte? God verkoos Israël toen het in Egypte in slavernij verkeerde, omdat Hij een volk in de wereld wilde hebben dat Zijn Naam zou dragen, over wie Hij zou kunnen regeren met het oog op Zijn uiteindelijke regering over alle volken en heel de aarde. Dat is de hoofdzaak. Dat het volk in ellende verkeerde en door Jahweh eigenhandig gered moest worden door een reeks machtige wonderdaden, is een belangrijke en onmisbare bijzaak. Dit laatste onderstreepte dat het initiatief en de uitvoerende macht uitsluitend bij de Here God zelf lag.
Volgens de verhalen van de Tora is vrijwel niemand van degenen die uit Egypte verlost waren in het beloofde land aangekomen, omdat ze de hoofdzaak veronachtzaamd hadden: een volk te zijn Hem ten eigendom, dat naar Zijn stem zou luisteren. Hem zou gehoorzamen en Zijn verbond zou onderhouden. Voor al die mensen (op een paar gehoorzamen na) is de hele bevrijding letterlijk verzand. Was God toen niet meer solidair met de verdrukten of hebben wij een verkeerd solidariteitsbegrip?
Het koningshuis van David, met alle daaraan verbonden beloften is, in een latere periode van Israels geschiedenis, tenslotte als een woudreus omgevallen. Het volk van God dat eenmaal uit Egypte bevrijd was. Verdween in de ballingschap, waaruit slechts 'een rest' is weergekeerd. Toen de overmachtige Assyriërs en Babyloniërs oprukten tegen het kleine Israël en het nog kleinere Juda, was God, maatschappelijk en militair gesproken, niet op de hand van de verdrukten, maar op een hele andere manier trouw aan Zichzelf en zijn eenmaal verstrekte opdracht.
Door een nieuwe souvereine machtsdaad van Israëls God is uit de afgehouwen tronk van Isaï een 'rijsje' opgeschoten, een laatste Zoon van David, die voor Israël en voor alle volken een nieuw begin wilde maken, een laatste Koningszoon, in Wie God zijn solidariteit met zijn wereld heeft betoond, in en rond Wie Gods koningschap werkelijkheid zou en zal worden over alle volken en heel de wereld.

Terecht benadrukt de schrijver dat verdrukking op zich geen garantie is dat God aan hun zijde staat. De vraag is: in wiens dienst willen mensen gered worden? Wil men zichzelf redden met alle geweld of wil men bevrijd worden voor een toekomst onder Gods heerschappij? Ook voor de weg van de bevrijding zijn normen.

Er zijn bevrijdingsbewegingen die bevrijd moeten worden van een valse ideologie die mensen en volken in een nieuwe slavernij zal voeren waaruit het nog moeilijker zal zijn los te komen dan die waaruit men nu bezig is zich los te maken.
In Christus is er een mogelijkheid tot redding uit alle nood, niet alleen uit het kapitalistische onrecht, maar ook uit de communisdsche onvrijheid, niet alleen uit de maatschappelijke nood, maar ook, en niet het minst, uit de persoonlijke nood. Gods barmhartigheid strekt zich niet alleen uit over ieder mens die zijn nood erkent, maar is ook het enige doel treffende antwoord op die nood.
Wie is de vijand, de verdrukker, de uitbuiter? Het kapitalistische systeem? Het is de macht van het boze zelf, die zich op talloze wijzen uit, 'de boze', als die term u iets zegt. Het is de macht die andere wegen, ook andere wegen ter bevrijding wil suggereren dan Gods weg. God heeft zich in Christus solidair met ons verklaard in de strijd tegen deze aartsvijand, die zich overal genesteld heeft.
Persoonlijk ben ik geen maatschappelijk verdrukte, integendeel, ik ben met miljoenen anderen een maatschappelijk bevoorrechte. Maar als God niet in Christus solidair met mij was geweest in mijn strijd tegen de vijand van alle leven, dan was ik nergens meer. Als ik niet namens Christus solidair zou willen zijn met mensen van elke maatschappelijke achtergrond in hun strijd tegen de zonde en vóór de aanvaarding van Gods koningsheerschappij, dan zou ik mijn roeping als predikant en mijn taak als christenmens niet kunnen volbrengen.
Gods verkiezing valt niet samen met één klasse, zelfs al zou die bestaan. Dat is een marxistische 'uitverkiezingsleer' terug-geïnterpreteerd in de bijbel. God is solidair met alle mensen die op Zijn manier uit de nood willen komen, welke nood dan ook. Dat betekent voor de kerk dat ze God in deze solidariteit zal willen volgen. De kerk zal solidair willen zijn met al die mensen en groepen die, vanuit het geloof in Gods mogelijkheden tot verandering van mensen en structuren, niet alleen willen pal staan tegen het onrecht, maar ook willen strijden vóór gerechtigheid door het slaan van bruggen van mens tot mens en van groep tot groep. De kerk zal dus wel vóór de verdrukte zijn, en ook tegen de verdrukking, maar zal ook tot het laatst de verdrukker een kans willen geven aan de bevrijding mee te werken.
Zo zal de kerk vanuit haar eigen solidariteitsgedachte die maatschappelijke oplossingen aanmoedigen, die de mogelijkheden tot het oefenen van liefde en gerechtigheid verruimen, zonder vanuit het fatalistische geloof in de klassestrijd aan te nemen dat mensen noodzakelijk door de hel van gewapende revoluties, guerrilla's, terreur en tegen-terreur moeten gaan, waarbij bovendien de uitkomst voor vrijheid en gerechtigheid in bijbelse zin zeer twijfelachtig mag heten.
Natuurlijk zal de kerk niet altijd de kans krijgen om voldoende mensen aan de verschillende kanten van de 'fronten' te winnen voor gerechtigheid en verzoening in bijbelse zin. Dat is tragisch. Nog tragischer zou het zijn, als de kerk om die reden haar eigen boodschap en haar eigen aanpak zou inwisselen voor een andere. Dan zijn de mensen nog verder achterop.
Misschien is, na dit alles overzien te hebben, 'trouw' een geschikter woord om uiting te geven aan wat een christen bezielt en wat de kerk beoogt dan 'solidair'? Trouw aan God, aan zijn opdracht, aan zijn weg met mensen en zijn gang door de geschiedenis.

We zijn de auteur dankbaar dat hij zo helder het verschil tussen de bijbelse solidariteit en de marxistische ideologisering daarvan door het klassestrijd model heeft laten zien. Dat is nodig in een tijd waarin begrippen zo verschillend gebruikt worden. En helaas moet men zeggen: Menigeen, ook in de kerk, hoort er niet doorheen en doet mee met het jargon van een neomarxistische bevrijdingstheologie. Windigs ardkel is een gedeelte uit een boek dat binnenkort verschijnen zal. Wanneer het van het gehalte is als dit artikel zal het stellig zijn weg wel vinden.

Gesprek met ds. Barthold van Ginkel
In het Kerknieuws van Scheps (van 23 februari) troffen we een gesprek aan met ds. B. v. Ginkel, docent Pastorale Psychologie. Ds. Van Ginkel is begonnen als predikant-lid van de Geref. Bond (Renswoude, Wezep). Van 1969-'73 was hij voorganger van de afd. Bloemendaal van de vrijzinnige Ned. Protestanten Bond. Dat is, zo schrijft Scheps terecht, een merkwaardige ontwikkeling. Toch meent Van Ginkel dat de uitersten elkaar raken.

Ja, ook in de theologie raken de uitersten elkaar. Er is een grondstroom die de bevindelijke bonder verbindt met de spirituele vrijzinnige. In de bevinding zweert men niet bij de bijbelletter. De vragen betreffende de geboorte van Jezus, Zijn wonderbare geboorte worden niet letterlijk uitgeplozen, maar bevindelijk in het eigen hart ervaren. Het gaat er om dat Christus geboren wordt in het hart. De spirituele vrijzinnige trekt dezelfde conclusie. Ook hij legt het accent op de ervaring. Terwijl hij in tegenstelling tot de bonder de letter van de bijbel kritisch onder de loep neemt in de studeerkamer.
In het accent leggen op de religieuze ervaring meer dan op de letter van de Bijbel ben ik gelijk gebleven aldus ds. Van Ginkel. Ik heb mij altijd gedistantieerd van de voor mij gortdroge exegese van de letter. Altijd, ook nu, heb ik het accent gelegd op de vertolking van de vragen en angsten waarmee alle mensen, ook de bijbelschrijvers, worstelen. Zo krijgt de preek kracht om te boeien: de luisteraar wordt geconfronteerd met de problemen die hij ook zelf niet de baas kan. Het is mij wel gebeurd dat ik één preek hield 's morgens in een afdeling van de Nederlandse Protestantenbond en 's avonds in een dienst waar ook vele gereformeerden en bonders aanwezig waren. Ik preekte bijv. over Psalm 88 en Psalm 42: de kanteling van verbijstering naar verwondering en weer terug. Ook 's avonds luisterde men met instemming en aandacht.
De bevindelijke bonder en de spirituele vrijzinnige ervaren dat zij religieus gesproken 'voorthobbelen in het donker' dat zij 'kantelend, hinkend, leven'. De middenorthodoxie, de confessionelen en de gereformeerden leven meer uit de 'Boodschap'. Zij staan vaster in de religieuze schoenen. Zij dragen gemakkelijker de hallelujah-hoed van: ik dánk u, ik dánk u!
Bevindelijke bonders en spirituele vrijzinnigen luisteren dan wat zwijgend toe. U begrijpt, wat ik bedoel.

Grote invloed heeft Van Ginkel ondergaan van dr. De Lind van Wijngaarden die op zijn 72e jaar vrijzinnig werd, aanhanger van de alverzoening, een man die zoals Van Ginkel zegt, de laatste vijf jaar sprak vanuit de universele verzoening. Kritisch tegenover elke bijbelletter, volgend zijn godsdienstige ervaring van de volheid van de genade. In dit denken, in deze ervaring herkent Van Ginkel zich:

Collega Buskes zei eens: als Van Ginkel een gedicht doorgeeft op de kansel zit hij feilloos in het ritme… maar als hij enige verzen uit de bijbel voorleest, hoor je hem aarzelen of een zin hernemen. Deze waarneming is juist. Dichters dichten vanuit een kantelende bevinding: vanuit een aangevochten oervertrouwen. Maar bijbelschrijvers vertellen soms 'te veel', redeneren soms 'te veel'. Al lezend denk ik dan: ach man, wees wijzer… Het waren soms duidelijk kinderen van hun tijd, de nijd die vijanden opriepen, sleept hen soms mee. Dan is de genade niet 'vol' meer. Ze doen er een scheut wraak en toorn bij.
Met De Lind kan ik zeggen: de Bond was een intermezzo: vanuit milieuinvloed. De verdere jaren brachten me waar ik van mijn gymnasiumjaren afgestaan heb: niet de letter van de bijbel of belijdenis, maar de persoonlijke ervaring vanuit ons hart, dat van nature onrustig is, geeft de doorslag. Wanneer je in het orthodoxe veld vasthoudt aan de 'boodschap', zo nodig buiten menselijke ervaring om. blijk je het gevaar te lopen om gemeenteleden onmondig te houden inzake kritisch bijbellezen. Ds. Van Ginkel neemt een bekend voorbeeld: er is een verhaal van de muren van Jericho. Een Amerikaans team ging onderzoeken of op die plaats de ingevallen muren nog steeds aanwezig waren. En ja hoor: ze lagen er!! Men kraait dan: zie je wel het verhaal is waar gebeurd! De bijbel heeft alweer gelijk! Maar men is geneigd te verzwijgen dat de geigertellers van dit team tegelijkertijd uitwezen dat die muren gevallen waren een kleine vijfhonderd jaar vóórdat de verteller het verhaal vertelde. De gang van zaken is dus zo: eerst was er de ruïne.
Een klein jochie vroeg bij wijze van spreken: opa, wat is dat voor een ruïne??? Toen zag opa zijn kans om over die oude ruïne een leerzaam verhaal te vertellen. Het verhaal van:
'als je leeft vanuit een oervertrouwen, kun je muren omverjuichen.'
Deze levensles steunt op een ervaring. Het verhaal is dus in dat opzicht helemaal 'waar'. De vertelling zélf is: een sage over een ruïne. Probeer deze laatste vijf woorden nu eens kwijt te raken in een degelijk orthodoxe gemeente!! Terwijl het toch in een bij Kok uitgegeven boek van een gereformeerde deskundige te lezen staat. Kerkgangers worden – een beetje oneerlijk – onmondig gehouden.
Wat voor Jericho geldt, geldt ook enigermate voor Lucas 2. Er wordt in de kribbe 'een zoon van God' geboren. Een drager van het Christusgeheim. Dat is waar. Maar de inkleding van 'herderen engelen' (dat staat voor alle nieuwtestamentici' wel vast) is een 'mythe'.
Met 'mythe' duiden we aan een verhaal dat in beeldende vorm een onuitsprekelijke en onbeschrijfelijke geestelijke waarheid bevat.
In het kerstnummer van de Open Deur sprak een orthodoxe dominee over 'de waarheid in de kerstmythe'. Een algemeen flauwvallen was de reactie. Werkers van Open Deur (de mensen van het front naar de buitenkerkelijken) weigerden het nummer met dat duivelse woord door de bus te werpen. De synode moest een ellenlange uitleg vol duistere 'evenwels' en gerustellende 'nochtans' publiceren om alle onmondigen weer op de bibberende benen te zetten. Wie leeft uit de persoonlijke ervaring van het Levensmysterie en het Persoonsgeheim dat in Jezus ons tegemoet treedt in een eigen ontmoeting, is – de hemel zij dank – van dit gekissebis bevrijd.

Bij de lezing van dit gesprek gaan verschillende gedachten door je heen. Enerzijds zijn er momenten van herkenning. De betekenis die Van Ginkel toekent aan de bevinding, de strijd en de twijfel, de worsteling van profeten en psalmisten, de klacht en de jubel zoals die uit de Psalmen opklinkt… het zijn wettige elementen die niet verdrongen mogen worden door een kille en koude nadruk op de Boodschap. Er is een objectivisme dat fnuikend is voor het geloofsleven, waarbij mensen verkommeren en verschralen.
Anderzijds is er tussen Van Ginkel en ons een afgronddiep verschil. Het objectieve van de Schrift, de heilsfeiten in hun betrouwbaarheid, de betrouwbaarheid van Gods openbaring in de Schrift, het is verzwolgen door een ervaringsmystiek waarbij de ervaring tot een tweede openbaringsbron wordt, of – zo krijg je de indruk – de Schrift vervangt. Van Ginkel speelt de letter van de Bijbel uit tegen de persoonlijke ervaring.
Wat dat concreet betekent zien we aan zijn weergave van Lucas 2. Zijn beschouwing doet je denken aan Bultmann. Via ontmythologisering waarbij herders en engelen naar het rijk der sagen verwezen worden, houden we de geestelijke waarheid vast dat er 'een' drager (let u op het 'een)') van het Christusgeheim geboren is. Verzet tegen een dergelijke ontmythologisering noemt Van Ginkel gekissebis. Ook het heilsfeit van de intocht in Kanaän wordt vergeestelijkt tot een gebeuren in de ziel.

Daarom meen ik – in tegenstelling tot Van Ginkel – dat het niet aangaat om te zeggen dat de uitersten elkaar raken. De bevinding waar wij gaarne voor opkomen is wat anders dan de ervaringsvroomheid van de vrijzinnige. Want de laatste offert het objectieve van de Schrift in zijn feitelijkheid en betrouwbaarheid op aan een zelfverstaan van de mens in de kanteling van het vertrouwen, en maakt de uitspraken over God, en Christus en de heilsfeiten tot uitspraken over de mens. De bijbelse bevinding waar Reformatie en Nadere Reformatie van spreken is de bevinding van het geloof dat rust in de Schrift, en niet letter en Geest tegen elkaar uitspeelt. De zinsnede 'Het gaat erom dat Christus in het hart geboren wordt' is een goed mystiek geluid, maar stellig geen reformatorische uitspraak. Prediking en geloof kunnen niet zonder de letter van de Schrift. Tenslotte een vraag: Bij de lezing van dit gesprek moest ik denken: Hoe komt het dat we binnen de Geref. Bond Van Ginkel toch niet hebben kunnen vasthouden? Misschien is het toch goed om naar aanleiding van dit artikel eens in te keren tot onszelf met de vraag: Leven we ook in een beleefd geloof uit wat wij belijden in gehoorzaamheid aan de Schrift?

A. N., Ede

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's