De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de synode van 1962 over het Kernwapenrapport

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de synode van 1962 over het Kernwapenrapport

9 minuten leestijd

Zeer belangrijke vragen komen hierbij aan de orde. We zijn hiermee op het terrein van de ethiek, van het zedelijk handelen van een christen. Ethiek is niet een wetenschap apart, dit zedelijk handelen is niet autonoom, het heeft niet zijn eigen normen, maar heel dit handelen, het doen en laten, de ganse leefwijze van een christen, wordt bepaald door de openbaring van God, door de Bijbel, door het getuigenis van apostelen en profeten, door het onderwijs van de Heere Jezus zelf, de allerhoogste Profeet en Leraar. Daarom komt eigenlijk de hele Bijbel in beweging, als een dergelijk vraagstuk aan de orde gesteld wordt. Zo bekeken heeft de Kerk er dus wel terdege mee te maken. Oppervlakkig bezien zouden we kunnen denken, dat we de kwestie van de kernwapenen en het gebruik ervan beter kunnen overlaten aan de militairen, de overheden die verantwoordelijk zijn voor de bescherming van hun volk en die hebben op te komen voor de gerechtigheid en het behoud van een levensorde, waarin voor de Kerk en haar werk alle ruimte is, zodat de Kerk een stil en gerust leven kan leiden en alle gelegenheid heeft haar roeping, die zij van God ontvangen heeft, te vervullen. Maar zo simpel liggen de zaken niet. We kunnen niet een terrein afbakenen voor de Kerk en een terrein voor de overheid, we kunnen niet in dit opzicht aan apartheidspolitiek gaan doen en normen opstellen, die voor de Kerk gelden en het aan de overheden overlaten om voor zichzelf maar eigen normen geldigheid te verlenen. Op alle terreinen van het leven gelden de geboden des Heeren. De profeten hebben de koningen niet zo maar hun gang laten gaan, maar ook hen aangesproken met het Woord des Heeren. Dit geldt zowel in een tijd van vrede als in een tijd van oorlog. Op papier kun je trouwens gemakkelijk dit onderscheid maken, maar in de praktijk zal het moeilijker zijn om een dergelijke scheiding aan te brengen. Een tijd van vrede ziet er nu werkelijk niet zo vredig uit en de kranten staan vol van oorlogshandeüngen en van het intens bezig zijn om paraat te zijn, indien het onverhoopt tot oorlog zou komen. We zijn eigenlijk al lang weer vertrouwd geworden met het woord oorlog. Elke dag kun je in de krant er van lezen, dat er wel ergens gevochten wordt. En de militairen hebben het druk met oefeningen en voorbereidingen hiertoe. Hieronder valt ook de vervaardiging van kernwapenen.
Zodra dit woord gebezigd wordt en we ons enigermate in gaan denken, wat dit met zich meebrengt, slaat de schrik je om het hart. Er ligt wel een grote afstand tussen het bezig zijn met pijl en boog om een 'vijand' te overwinnen en het werpen van 136 bommen, waarover de legers nu de beschikking hebben. In beide gevallen gaat het om vernietiging en toch kunnen we er nu niet zo gemakkelijk meer over spreken als vroeger. Het verschrikkelijke van een oorlog beklemt ons nu in veel sterkere mate.
Er werd op de vergadering dan ook gesproken over een demonie, over een duivelse bezetenheid. Kan zo'n oorlog van de Bijbel uit nog wel getolereerd worden? Behoort er niet met ontzettende kracht neen gezegd te worden en dienen alle overheden niet te weten, dat een christen verstek zal laten gaan, wanneer hij opgeroepen wordt om als soldaat te dienen? Dit is het standpunt van de pacifisten, van de mensen van Kerk en Vrede, van anti-militaristen. Dit standpunt spreekt aan, zouden we allemaal niet graag de oorlog uit willen bannen? Daar is al wat over gepraat, daar zijn al heel wat aantrekkelijke leuzen aangeheven, maar intussen gaat het oorlogsbedrijf door. En intussen blijft daar de roeping van de overheid staan om als dienaresse Gods het recht te handhaven en de gerechtigheid te verdedigen. Intussen hebben we ons met elkaar ingezet om nadonaal-socialistische dwingelandij, die we als een anti-christelijke macht beleefden, tegen te staan. En intussen zijn we niet minder bevreesd voor een gelijk te waarderen communisdsche dictatuur, waaronder ook geen plaats is voor de Kerk om volgens de Bijbelse opdracht te leven. En daar zitten we midden in het probleem.
Dit alles komt in het genoemde concept-rapport aan de orde. Met grote wijsheid is het opgesteld door ds. Landsman en naar alle kanten is het uitgebalanceerd om het rechte zicht te hebben op een mogelijke verdedigingsoorlog, op de taak van de overheid als dienaresse Gods, op het verdedigen en handhaven van de gerechtigheid, zodat een leger in de bedehng, waarin wij leven, waarin de zonde haar grote kracht doet gelden, helaas onmisbaar is. Maar daarbij komt de vraag met kracht naar voren, of alle wapenen, waarover tegenwoordig de legers de beschikking hebben, geoorloofd zijn. De gedachte kan in dit verband opkomen, dat het principieel gezien weinig verschil maakt, of je door een pijl gedood wordt of door een atoombom. Maar in de overweging mag dan toch wel betrokken worden of het hetzelfde is een stad met bommen bestoken, die daarna herbouwd kan worden, getuige Rotterdam, of met kernwapenen een stad te verwoesten, waar geen leven daarna meer mogelijk is. De kernwapenen hebben tot nu toe dienst gedaan om af te schrikken voor het beginnen van een oorlog, maar gesteld, dat zo'n oorlog toch uitbreekt en deze verschrikkelijke wapens worden toch gebruikt? Maar gesteld dat ze gebruikt worden, wat dient dan de houding te zijn van de manschappen? Allerlei vragen dringen zich op, waardoor het wel heel duidelijk wordt van'hoe groot belang het is met deze zaken bezig te zijn.
Het concept-rapport doet dit en in een soms bewogen betoog heeft de secretaris voor algemene zaken dit toegelicht. Begrijpelijk is het, dat allerlei kanten van dit probleem aan de orde gesteld zijn in de discussie, die heel leerzaam was. Naar het principiële verschil tussen 'gewone' wapens en kernwapens werd gevraagd. Over de dienst der verzoening wordt in dit rapport geschreven en wat al te vlot wordt de overgang gemaakt van wat Paulas schrijft over de verzoening en de goede verstandhouding onder mensen en volkeren. Vrede met God door het bloed van de Heere Jezus wordt al te gemakkelijk in hetzelfde vlak geplaatst van in vrede leven met elkaar. Het Oude Testament heeft niet de plaats gekregen, vond een ander in dit stuk, waar het recht op heeft. Het profetisch getuigenis werd gemist. De bijbelse fundering werd niet door ieder even sterk geacht. Gevraagd werd of in dit stuk werkelijk gesproken wordt in de volmacht van de Heilige Geest, zoals op het Apostelconvent in Jeruzalem gebeurde, waar de uitspraak ingeleid wordt met: het heeft de Heilige Geest en ons goedgedacht. De roeping van de overheid als dienaresse Gods komt niet duidelijk genoeg uit, terwijl ook niet uit de verf komt de macht der zonde, die alleen door Christus Jezus overwonnen is en overwonnen zal worden. Voor de pacifisten was het ook erg moeilijk om van harte mee te gaan met dit stuk, omdat oorlog in dit concept-rapport toch nog onder bepaalde omstandigheden aanvaardbaar geacht wordt. Een heel moeilijk punt was de vraag of er van een gedeeltelijke dienstweigering gesproken kan worden. Kan de Kerk dit stellen als een gebod Gods? Kan deze verantwoordelijkheid gelegd worden op de jongens persoonlijk in de militaire dienst? Kan er gepleit worden voor een eenzijdige afschaffing of buitenwerking stellen van de strategische kernwapenen?
De manier waarop over deze dingen gesproken werd in de synodezitting maakte wel duidelijk van hoe geweldige betekenis het is zich een mening te vormen over een ingrijpende zaak als het gebruik van kernwapenen in een oorlog. Wanneer je je in deze zaken verdiept, kom je onder de indruk van het schrikwekkende van een oorlog, die met dergelijke wapenen gevoerd wordt. Het laatste bijbelboek gaat op deze manier wel beter tot ons spreken. Want daar horen we van de gruwelijke verwoestingen, die men vroeger wel als onmogelijk heeft gekwalificeerd. Hebben we in deze alleen maar aan de kant te staan en toe te kijken, hoe zich dit alles ontwikkelt? Of heeft de Kerk een roeping van uit de Bijbel te spreken met het oog op het gebruik van deze vernietigingswapenen en het ronduit te zeggen, dat de volkeren niet voort mogen gaan met het al verder ontwikkelen van deze en dergelijke bommen? Hierover wordt in dit vraagstuk gehandeld, dat men graag uit wil laten gaan om op deze manier leiding te geven aan de gedachten en de besluitvorming van hen, die er bij betrokken zijn en tegelijk een woord te spreken tot het kerkvolk, dat met angst vaak rondloopt lezende over of denkende aan wat er gebeuren kan. Uitzicht heeft de Kerk van Jezus Christus niet op grond van wat mensen tot stand kunnen brengen, maar alleen door wat de Heere Jezus heeft klaar gemaakt. Want ook hiervan horen we in het laatste bijbelboek, dat door alle catastrofes heen Gods hemels Koninkrijk komt, waar ook niet iets in kan komen, dat zal verderven en verdelgen. Alleen voor hen, die de zaken van het eerste antwoord van ons Heidelberger leerboek beleven, is er troost en uitzicht. En voor deze werkelijkheid worden we in deze tijd des te dringender gesteld. We verstaan bij het nadenken over wat kernwapenen te weeg kunnen brengen aan verderf en ellende, dat de dag des Heeren nabij is, dat de beslissing tot bekering en geloof dringt, dat er haast bij is een dergelijk verderf te ontvlieden. Maar dit neemt niet weg, dat we er alles aan hebben te doen om de gruwelen van zo'n oorlog te voorkomen, waarbij de voorbede een zeer belangrijke plaats dient te hebben.
Dit alles gehoord hebbende was het voor sommige leden toch nog erg moeilijk om hun medewerking

(vervolg op pag. 139)

(vervolg vanpag. 136)

te verlenen, dat dit stuk gepubliceerd zou worden als een getuigenis van de Kerk. Er stond het een en ander in, waar men zich moeilijk in vinden kon, terwijl het even zwaar gevoeld werd en veel verdriet gaf neen te moeten zeggen. Gevraagd werd in het voorwoord hiervan duidelijk blijk te geven, aan welk verzoek voldaan zou worden, waardoor het mogelijk werd toch voor te stemmen. Voor twee leden van de synode bleef het echter te moeilijk om hun stem hieraan te geven.

Ds. L. Vroegindeweij in het Gereformeerd Weekblad (Bont, Huizen) van 21 juli 1962).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 maart 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de synode van 1962 over het Kernwapenrapport

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 maart 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's