In navolging van Calvijn
'Het vaste verbond'
In de Waarheidsvriend van 8 maart 1979 is een artikel 'In navolging van Calvijn' geplaatst van G. H. Abma. Helaas was dit het tweede artikel, waarvoor onze excuses.Het eerste artikel vindt u hiernaast.Drukkerij Embede
Het lijkt eigenlijk een volstrekt overbodige zaak om een man als prof. dr. C. Graafland aan de trouwe lezerskring van de Waarheidsvriend voor te stellen. Wie hem al niet zou kennen als een eenvoudige, maar vooral ook zeer bewogen prediker van het Woord, zal dan toch bij geschrifte wel iets geproefd hebben van zijn weloverwogen, evenwichtige manier van theologiseren.
Karakteristiek
Op het laatstgenoemde willen we nu eerst wat dieper in gaan. Wanneer we zoeken naar het meest typerende in de wijze van theologie beoefenen, zullen de echte kenners het me toestemmen dat trefwoorden als spanning en verschuiving zeer frekwent voorkomen. Daarmee dringen we mijns inziens door tot de kern van zijn bemoeienis met het bedrijven van de godgeleerde wetenschap. Graafland stelt er zijn eer in om niets meer en niets minder te zijn dan een schildknaap van Johannes Calvijn. Hoezeer hij daarin zijn sporen verdiend heeft, wordt wel bewezen door het feit dat hij als het ware de ridderslag ontving bij het verkrijgen van de doctorsbul op grond van zijn proefschrift over de zekerheid van het geloof. Hij wijst daarin op de spanningsvolle verhouding tussen kennis en vertrouwen bij Calvijns geloofsbeschouwing. Wat dat betreft bespeurt hij verschuivingen bij de scholastieke leerlingen van Calvijn en bij vertegenwoordigers van de Nadere Reformaitie. Te denken valt aan zijn enige jaren geleden verschenen boekje over verschuivingen in de Gereformeerde Bondsprediking. Opnieuw werden veranderde inzichten gemeten naar de norm van de hervormer uit Genève. In zijn inaugurele rede als bijzonder hoogleraar in de Godgeleerdheid vanwege de Gereformeerde Bond aan de Rijksuniversiteit te Utrecht schonk hij aandacht aan de continuïteit en de discontinuïteit in het gereformeerde belijden. Op deze manier hebben we in korte trekken een beeld gegeven van het bezig zijn van Graafland, als een schildknaap van Calvijn in de wapenhandel op gereformeerde grondslag en in de voluit reformatorische strijd tegen de opponenten van de Calvijnse religie van het belijden.
Nieuw boek
Recent ontvingen we hiervan een nieuw, duidelijk bewijs in de verschijning van zijn nieuwe boek 'Het vaste verbond' met als ondertitel 'Israël en het Oude Testament bij Calvijn en het gereformeerd protestantisme'*). In deze uiterst aktuele vragen zoekt Graafland nauwe aansluiting bij de geneefse hervormer en het gereformeerde belijden. Dankbaar weet hij te honoreren de nadruk die Calvijn legt op de eenheid van het oude en het nieuwe verbond. Het heil waarop Abraham hoopte en waarin hij door het geloof deelde is hetzelfde, waarin ook wij mogen delen. De overeenstemming tussen het Oude en het Nieuwe Testament weegt bij Calvijn veel zwaarder dan het verschil tussen beide testamenten. Voorts onderstreept Graafland ondermeer in artikel 25 van onze Nederlandse Geloofsbelijdenis de dominante (overheersende) erkenning van het werk van Christus. We mogen daarin een christocentrische afweer zien tegen de Roomse en Doperse dwalingen. Aan betekenis heeft dit geenszins ingeboet als we bedenken in welke mate modern en traditionalistisch wetticisme zich doen gelden in onze dagen. Het blijft de opdracht van de Reformatie om tegen de stroom op te roeien. Waarvan graag acte!
Aardse werkelijkheid
Verwonderlijk acht ik in deze gedegen studie, dat de schrijver zijn eervolle positie, zéér dicht bij de grote meester Calvijn, ook enigermate zij het zeer schoorvoetend durft te verlaten. Al lezend ziet u het als het ware gebeuren. Nadat Graafland in zijn slothoofdstuk over het Oude Testament beklemtoond heeft, dat de aardse dimensie van het heil in het Nieuwe Testament niet wegvalt – hetgeen mijn hart zo goed deed –, geeft hij als geruststelling ter nadere verklaring: 'Met deze bijbels-theologische opmerkingen geven wij de schijn, dat wij bezig zijn om Calvijn te corrigeren. Toch lijkt dit meer zo te zijn dan het in werkelijkheid is. Want ook Calvijn weet van een nieuwe aarde en van een verlossing van de schepping' (pag. 98).
Voortdurend daarop gaat Graafland een stap verder: 'Het is overigens wel duidelijk, dat wij op deze wijze een zwaarder accent laten vallen op de aardse gestalte van het heil dan Calvijn dit heeft gedaan. Toch is er o.i. geen sprake van een inhoudelijke' correctie of ombuiging van Calvijns theologie. (…) Ook in het licht van het laatstgenoemde is er geen reden om aan te nemen, dat we Calvijn achter ons gelaten hebben. Want als er één is geweest, die zich gericht heeft op het toekomende leven, maar tegelijkertijd zich heeft opgebrand aan inzet voor dit aardse bestaan, ook in politiek, maatschappelijk en sociaal opzicht, dan is het wel Calvijn geweest' (pag. 100 v).
Israël
Wat betreft de visie van Calvijn op Israël wordt zijn katholieke breedheid en synthese geroemd. Graafland wil het gewezen spoor volgen 'ook al zal het nodig en mogelijk zijn, dat wij sommige accenten iets anders leggen dan Calvijn heeft gedaan' (pag. 111). U ziet de verschuiving: eerst zwaardere, nu ook andere accenten! Aan de hand van 'vader Brakel' waagt de trouwe wapenbroeder van Calvijn het zich nog wat verder van de hervormer te verwijderen. Brakel heeft betreffende Israël 'enkele gedachten ontwikkeld, die een wat ander geluid laten horen dan wij bij Calvijn te horen kregen'. Hij wijkt zelfs bewust van Calvijn af en gaat een eigen weg. Graafland zegt: 'We zouden dit ook een goed gereformeerde instelling kunnen noemen. (…) Er zijn onder de 'oude schrijvers' vele na-schrijvers geweest, maar ook zeer oorspronkelijke theologen. Met alle respect voor het voorgeslacht hebben zij zich toch niet krampachtig en star aan hen gebonden, ook niet aan iemand als Calvijn… Uit het oogpunt van een dynamisch prediken en theologiseren van de schrijvers van de Nadere Reformatie kunnen we het een en ander leren, veel meer dan vele huidige vereerders van hen ons doen voorkomen' (pag. 114).
Het is misschien wel goed om een summiere opsomming te geven van de andere gezichtspunten van Brakel. Hij heeft aan de belofte van het land (voor Israël) een zelfstandige plaats toegekend in de heilsopenbaring van God. Veel meer dan Calvijn heeft hij oog gehad voor het eigene van het Oude Testament. Ook wijst hij volstrekt af, dat de kerk moet gezien worden als het nieuwe Israël. In vergelijking met Calvijn geeft hij aan Israël veel positiever een eigen plaats. Brakel doet een stap verder. 'En naar onze bescheiden mening heeft Brakel dit terecht gedaan, daarin recht doende aan het ganse Woord Gods', aldus Graafland (pag. 117). Natuurlijk signaleert hij als gereformeerd hoogleraar ook het gevaar van speculatie en anticipatie (vooruitgrijpen). Dit neemt niet weg dat hij het avontuur aandurft om in zekere afstand-neming tot Calvijn tot een andere waardering van het Oude Testament en een nieuwe visie op Israël te komen. We mogen hem daarvoor dankbaar zijn.
Confrontatie
De eerlijkheid gebiedt ons te zeggen, dat we het betreuren dat Graafland de confrontatie met de hedendaagse theologie niet méér is aangegaan. Juist wat de vragen rond Israël aangaat, had dit zo uitermate vruchtbaar kunnen wezen. In het eerste oriënterende hoofdstuk wordt ons een algemeen overzicht gegeven van wat er gaande is op dit moment. Hoewel Graafland het denken van Berkhof, maar vooral van Van Ruler en Miskotte kenschetst als bevruchtend en positief voor kerk en theologie, haast hij zich om te wijzen op de gevaren. Met name de interpretatie van het Oude Testament (vol ideologische trekken) en de judaïsering (verjoodsing van de Bijbel), alsmede de maatschappij-kritische theologie heeft hij dan op het oog. Het was buitengewoon boeiend geworden als Graafland nog meer de strijd had aangebonden tegen hen, die de christelijke gemeente afbreuk doen. Hij was er ongetwijfeld goed uit te voorschijn gekomen, getuige het feit, dat hij zo thuis is in het Calvijnse arsenaal. Omdat hij zich ook zekere afstand tot Calvijn veroorlooft, was het voor ons zo intrigerend geweest te weten wie uiteindelijk in de voorste linie bij nader inzien toch een medestrijder bleek te zijn.
G. H. Abma, Poortvliet
*) Dr. C. Graafland, Het vaste verbond, Israël en het oude testament bij Calvijn en het gereformeerd protestantisme; Uitgeverij Ton Bolland, Amsterdam, 1978; prijs ƒ 35,–.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 maart 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 maart 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's