De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Indringend gesprek over de kernwapenen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Indringend gesprek over de kernwapenen

17 minuten leestijd

In 1962 heeft de hervormde synode zich diepgaand bezig gehouden met het kernwapenvraagstuk, hetgeen toen resulteerde in een kernwapenrapport, dat met vrijwel algemene stemmen werd aangenomen (ds. G. Kaastra en ds. K. A. Abelsma, thans óók synodelid waren tégen). In dat rapport werd een 'neen-zonder-ja's' uitgesproken tegen het gebruik van kernwapens. Ds. L. Vroegindewey, die in die tijd synodelid was schreef toen over de indringendheid, waarmee de synode zich met dat vraagstuk bezig hield. Alle G.B.-synodeleden gaven toen ook uiteindelijk hun stem aan dit rapport (men zie een deel van de beschouwingen van ds. L. V. hiernaast).


Opnieuw heeft nu de synode het kernwapenvraagstuk ter hand genomen. De ontwikkelingen hebben na 1962 niet stil gestaan. In een 'schets voor een nieuw synodaal geschrift over de kernwapens', opgesteld door de Raad voor de Zaken van Overheid en Samenleving, wordt deze ontwikkeling nader uiteengezet. De kernwapens werden geperfectioneerd, nieuwe wapens deden hun intrede, de hoeveelheid kernwapens is schrikbarend toegenomen. Aan het einde van de schets lezen we: 'Er is geen uitzicht. De situatie is hopeloos. En iedereen weet het. Steeds meer deskundigen zeggen nu dat een kernoorlog in deze eeuw onvermijdelijk is, niet om politieke redenen, maar omdat het door mensen opgebouwde systeem niet langer door mensen gecontroleerd kan worden.'
De conclusie van de schets is, dat een nieuw hervormd synodaal geschrift het 'neen' tegen het gebruik van kernwapens nu ook zou moeten uitbreiden tot het bezit ervan. Dit hoeft echter – zo wordt gezegd – niet te leiden tot een uittreden uit de NATO maar wél tot een kritischer rol daarin.

Discussie
Niet minder dan 23 sprekers voerden op de synode het woord over de geboden schets en wat er op dit moment gebeuren moet.
Ds. P. J. Droogers (Bodegraven) zei, dat het om een zó ingrijpende zaak gaat, dat de kerk hier wel moet spreken. Wel had hij met gemengde gevoelens de schets gelezen. Met ronde woorden spreekt de schets over de verschrikkelijke situatie, waarin we ons bevinden. Maar de argumenten voor de afschaffing van het bezit van kernwapens zijn niet doorslaggevend. Als de schets zegt, dat de genadetijd (Gnadenfrist) voorbij is dan gaat dit óók te ver. Die tijd is wel misbruikt maar toch niet voorbij? Wel moet de synode een beroep doen op alle partijen, die kernwapens bezitten, om een eind te maken aan de afschuwelijke toestand. Een besluit tot afschaffing van het bezit lijkt echter niet te leiden tot het voorkomen van een kernoorlog, eerder tot het tegenovergestelde.
Een bijbelse fundering van de schets miste ds. Droogers. Als de schets zegt, dat de afschrikking een afgod is geworden dan is dat ten déle juist. Men kan een bepaald middel – hoe vreselijk ook – moeten gebruiken om nog erger te voorkomen. Wat is het alternatief? Het rnartelaarschap, als het communisme over ons komt. Maak dan ook duidelijk – zo zei hij – dat dit de consequentie is bij eenzijdige afschaffing. Verder pleitte ds. Droogers voor een betrekken van de Raad voor de Herderlijke Zorg bij de redactie van het stuk. Een stuk van de ROS en het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV) zal nl. niet landen in de gemeente. De kerk moet het apocalyptische van deze tijd onderstrepen en moet opwekken tot de 'meditatio futurae vitae', de overdenking van het toekomende leven. Als het zal gebeuren, dat de elementen brandende zullen vergaan, 'hoedanigen behoort gij te zijn in heihge wandel en godzaligheid (2 Petr. 3 : 10-12).'
Oud. J. Kuiken (Maassluis) miste in de schets ten enenmale het getuigenis van de hoop, die in ons is. We moeten durven leven als gemeente onder het kruis. Zou in communistische landen Gods kracht in mensen zich minder manifesteren?
Ds. A. J. Wilzing (Den Haag) was benaderd door minister Scholten van defensie, die tot zijn wijkgemeente behoort. Mr. Scholten had hem verzocht iets te verwoorden van wat hij in die week (maar pas na de synode) in een interview in Hervormd Nederland zei. Het lijkt wel – aldus de minister naar aanleiding van de schets – alsof de synode het laatste woord wil gaan spreken met betrekking tot de afschaffing van kernwapens. De minister vond het geen best stuk en miste de theologische onderbouw. Hij hoopte, dat het niet in deze vorm zou uitgaan. Het draagt duidelijk de sporen van een IKV-man als opsteller. De eenzijdige benadering door het IKV belemmert echter een goed gesprek. Als deze schets wordt aangenomen – aldus nog steeds de minister – dan moet men erbij zeggen dat Nederland uit de NAVO moet treden.


Ds. Wilzing zélf stelde, na zo de minister sprekende te hebben ingevoerd, dat in onze ogen 'de ander' altijd de bedreiging vormt (communisten, Amerikanen, Russen). Intussen achten we de veiligheid, die de NAVO biedt, hoger dan de veiligheid onder de levende God in Jezus Christus. De verzoeking van 'afgod NAVO' moet afgewezen worden. De geboden schets – aldus ds. Wilzing – is door de feiten, die het geeft, gebaseerd op angst maar we moeten het gevecht tegen het fatalisme aandurven en daarbij ons gezicht durven verliezen.
Oud. J. Haeck (Hoevelaken) hield een indringend betoog, waarin hij het gemis aan bijbelse en theologische fundering van de schets tekende en hij inging op de plaats van de gemeente in een geseculariseerde samenleving. (Volgende week plaatsen we daarvan de hele tekst.)
Diaken W. Jansen (Heemstede) zei niet erg geïnteresseerd te zijn in een theologische fundering. Het wegdoen van de bom kan ernstige consequenties hebben 'maar toch wil ik die bom weg hebben'. Schaamte voelde ik toen ik tot zo'n pacifistisch standpunt kwam, en angst – als puntje bij paaltje komt – om eigen vrouw en kinderen. Maar de conclusie, waartoe ik kwam, gaf ook een gevoel van bevrijding, omdat ik zicht kreeg op de betrekkelijkheid en tijdelijkheid van deze wereld. De macht mag uit handen worden gegeven. We moeten door onze angst heen. De schets biedt, wat dit betreft, te weinig pastorale perspectieven.
Ds. K. A. Abelsma (Wateringen), één van de tegenstemmers in 1962, vond het moeilijk hier nu wéér te staan. Hij stemde toen tegen, hoe wel hij onder de indruk was van het toenmalige betoog van ds. F. H. Landsman (opsteller van het rapport van 1962). In de oorlog had hij bij een bombardement in Duitsland tussen 40.000 doden gestaan. Hij had zich afgevraagd of het rapport van 1962 radicaal genoeg was. Moest dan namelijk ook niet over de gewóne wapens gesproken worden? Intussen was ds. Abelsma ook bang voor hypocrisie. We zijn allemaal tegen de kernwapens en intussen voelen we ons goed achter het atoomschild. Hij waarschuwde voor het zenden van een schets als deze naar de gemeente. De polarisatie wordt erdoor bevorderd en de bedoeling wordt niet 'gehaald'. Er moet een stuk komen, waaruit geen partij-politieke (wél politieke) consequenties kunnen worden getrokken.
Ds. C.B. Roos (Amsterdam) vroeg zich af op welke politieke realiteit we onze uitspraak als kerk afstemmen. Wordt het lijden uitgangspunt voor onze bezinning? In 1962 was gebruik en bezit van kernwapens nog te scheiden. Sinds 1962 is alles echter geperfectioneerd en verfijnd. Houden we de grote kernwapens nog buiten de deur, de kleinere worden ons per post bezorgd. Het gebruik is veel dichter binnen het bereik gekomen. Ds. Roos vroeg zich af hoe het komt, dat zo weinig mensen echt op de hoogte zijn van het verschrikkelijke dat er is. En de kerken – aldus ds. Roos – wijken meestel slechts marginaal af van de standpunten van hun eigen regering. Wanneer staan we haaks op de tijd?
Ds. A. Pothuis (Zaandijk) sprak van de verlammende werking van het machtsevenwicht. Hij was blij met de schets en vond het een bemoediging voor allen, die zo nog met deze zaak willen bezig zijn. Het belijden zélf staat op het spel, zo zei hij mét een passage uit de schets. Hij wilde niet alleen het gebruik maar ook het bezit afwijzen. En verder vond hij, dat kernwapens en gewone wapens zich tot elkaar verhouden als communicerende vaten.
Dr. L. G. Zwanenburg (Huizen) haakte in op een passage in de schets, waarin gezegd wordt, dat de Heere God is en dat we niet voor andere machten onze knieën mogen buigen. Er zijn – zo zei dr. Zwanenburg – veel meer afgoden dan die van de kernbewapening. Er is veel wereldgelijkvormigheid. We verslingeren ons aan de afgoden. Hij wenste dat, als er een geschrift zou komen bedoeld voor volk en overheid, ook aan de 'arme' overheid gedacht zou worden. 'Ik hoop dat ik ook het martelaarschap zou kunnen opbrengen als het zo ver moet komen, maar de overheid moet beslissen'.
Dr. Zwanenburg stelde ook, dat we voortdurend het zwaard hebben getrokken en dat ons nu de rekening wordt gepresenteerd. Wat we nodig hebben is bekering en bemoediging. Hij stelde verder, dat het de macht der duisternis om het Koninkrijk Gods te doen is. Eerst zal hij Israël aanpakken, dan de kerk. 'Ik zie de bom toch een keer komen, ondanks ons nee'.
Als we nu vragen om een geschrift met een verwoording van het apocalyptische dan moet gezegd, dat de kerk zo'n geschrift al hééft, nl. in de Openbaring van Johannes. Daarin lezen we – en daarop moeten de overheden óók worden aangesproken – dat de overheid een beest kan worden. Ds. Zwanenburg besloot met te vragen of in communistische landen kerken tot hun overheden zouden kunnen spreken en stelde, dat in de indringendheid van de nu gevoerde bespreking grenzen doorbroken blijken te worden en weer iets van de diepere verbondenheid in Christus wordt beleefd.
Ds. (mw.) C. Rozemond (Haarlem) maakte onderscheid tussen nucleaire massavernietiging en nucleaire schadebeperking. Dat wordt in de schets echter door elkaar gebruikt. Zij vond ook, dat de schets polemiseerde met het huidige kabinet. Het IKV moet niet alléén leiding geven aan de discussie. Het IKV past namelijk geen hoor en wederhoor toe. Bovendien achtte zij het IKV hypocriet als deze enerzijds de leuze heeft 'Help de kernwapens de wereld uit, te beginnen in Nederland', terwijl anderzijds bij een hoorzitting in de Tweede Kamer is gezegd, dat, als Duitsland ermee zou beginnen (als groter land) Nederland die wapens uit Duitsland zou moeten opslaan.
Ds. B. C. Bouwen (Barendrecht) misbruikte zijn spreektijd door slechts enkele sneers weg te geven over de rechterflank van de kerk terwijl hij op het vraagstuk zelf niet inging.
Oud. R. A. van Oosten (Zelhem) vond dat wat in het rapport van 1962 stond nog eens moest worden naverteld en dat duidelijk gemaakt moest worden hoe deze zaken in het individuele leven van mensen een plaats kunnen krijgen. Hij vond de schets te politiek.
Ds. G. H. Abma (Poortvliet) begon met te spreken over het zwaard van Damocles, dat boven ons hoofd hangt. Als de kerk hier spreekt – en dat móét zij – dan moet zij in Gods Naam over de vrede spreken en moet zij beseffen, dat kerk en staat de twee gestalten van het Rijk Gods zijn. Het geschrift, dat nu ter tafel hgt, had ook op de tafel van een politieke groepering kunnen liggen. De toon is ook tendentieuzer dan het stuk van 1962. Wat is er sinds 1962 veranderd, dat nu niet meer gezegd wordt, dat eenzijdige afschaffing een belemmering voor totale afschaffing is? Ds. Abma wilde, dat de geloofsvragen doorzichtig zouden worden en wenste het stuk pastoraler van toon. Hij miste het onderscheid tussen het hedendaagse leven en het toekomende (een doperse trek in het stuk), signaleerde humanistische trekken, doordat alleen over het menselijke leven gesproken werd en wenste veel meer het perspectief van de hoop, die in ons is, ook als de overheid trekken krijgt van Openbaring 13.
Ds. G. Kaastra (Amerongen), tegenstemmer in 1962, vond het onjuist, dat de schets eerst als praatstuk de gemeente in zou gaan. 'Uit de kerk zal geen ander geluid komen dan alle geluiden op de synode samen'. Eerst moet de synode zich zelf uitspreken en dat stuk moet naar de gemeente. De Open Brief van de kerkeraad van Heelsum (vorige week in ons blad vermeld), had verbolgen en onwaardige reacties opgeroepen, zo besloot ds. Kaastra.
Ds. J. Vroegindewey (Emmeloord) signaleerde de ideologie van het communisme, die naar wereldoverheersing streeft, op grond waarvan hij zei nog niet zo ver te zijn als diaken Jansen, die gezegd had de bom weg te willen hebben. Afschaffing van kernwapens maakt de vrijheid in het Westen kwetsbaar. Duidelijk zou dan moeten worden gezegd dat er lijden op handen zou kunnen zijn. Zijn voorstel was, dat de ROS, samen met het moderamen, enkele kerkelijke hoogleraren en vertegenwoordigers van de Sectie Kerk en Krijgsmacht en van de Raad voor de Herderlijke Zorg, zich over een definitief stuk zou buigen. Hij zou het toejuichen als ook nu – evenals in 1962 – een stuk ter tafel zou komen, dat zo breed mogelijk in de kerk aanvaard zou kunnen worden.
Ds. P. v. d. Heuvel (Harmelen) stelde, dat de demonie van de vernietiging toenam. We zullen hier echter kerkelijk herkenbaar moeten spreken, vanuit de belijdenis dat God Schepper en Beschermer van het leven is en dat de overheid het kwaad heeft te beteugelen. Zo is het geschied in het rapport van 1962. De opsteller van déze schets – zo vertelde ds. v. d. Heuvel – heeft echter gezegd, dat hij de theologische inzet van het rapport van 1962 het slechtste deel van het rapport vindt. Dat geeft te denken. Ds. v. d. Heuvel vond dat minder fatalistisch moet worden gesproken dan in de schets gebeurt, dat de politieke situatietekening evenwichtiger moet zijn en dat gesproken moet worden naar twee kanten: 'van het tweesnijdend zwaard merk ik niet veel.' Er moet ook meer pastoraal gesproken worden, ook over de kerk in het martelaarschap.
Ds. C. B. Bot (Eerbeek, moderamenlid) wees op de voortgaande verstrengeling van gewone wapens en kernwapens. We verdedigen niet meer, maar kunnen alléén nog maar vernietigen. Hij wees op de onvrijheid in Rusland, waar de machthebbers angst hebben voor een vrij woord; maar óók in de Sovjet-Unie wordt door mensen geleefd en wordt door hen God gediend. De nucleaire bewapening is echter de vershndende moloch van de angst. Voor de christen geldt evenwel: in de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goede moed Ik heb de wereld overwonnen.
Prof. dr. H. Jonker (kerkelijk hoogleraar, adviseur) achtte het geboden, dat de kerk zich uitsprak, juist omdat wij zoveel weten. Anders staan wij schuldig. Vóór de Tweede Wereldoorlog heeft de Evangelische Kirche in Duitsland gezwegen toen al gezegd was dat Hitler voor Duitsland meer 'lebensraum' wenste. De situatie thans is nog veel ernstiger dan de schets het voorstelt. De kerk moet alles zeggen. Er is een machinerie, die al maar doorgaat. Maar er moet wel helderder, menselijker en concreter gesproken worden dan in de schets gebeurt. Gesproken moet worden niet op de wijze van politici maar met een bijbels woord. Het gaat niet om pacifisme maar om kérnbewapening.
God is een God van de geschiedenis en daarin hebben ook de oorlogen een plaats, aldus prof. Jonker. Ook daarin voert God – voor ons onbegrijpelijk – Zijn plan in de geschiedenis uit. De Schrift is er ook vol van. Worden echter kernwapens gebruikt, dan gaan we naar een situatie zonder mensheid en dus zónder geschiedenis. Prof. Jonker achtte de huidige dreiging getekend in Psalm 2: 'Waarom woeden de heidenen en bedenken de volken ijdelheid?' Thans is er sprake van het verscheuren van de banden en het opstaan tegen de Heere en Zijn Gezalfde. We zouden als kerk moeten spreken met een cri-de-coeur, met een 'schreeuw' en we zouden dan het gereedkomende geschrift moeten vertalen om het de huidige machthebbers ook te doen lezen (Amerika en Rusland). Men zal er ons om uitlachen. Maar om het Woord Gods is altijd gelachen. We zullen als kerk moeten spreken boven de partijen uit.
De heer Th. L. van Hazel (van de algemene kerkvoogdijraad) sprak als gewezen beroepsmilitair. De situatie is nu anders dan in 1962 toen proefexplosies plaats vonden op Nova Zembla e.d. We hebben toen gedacht: die wapens zullen nooit gebruikt worden. Toen had de kerk de moed nog niet om te zeggen: niet bezitten. Maar het bewapeningsevenwicht is mislukt. De schets geeft daarover goede informatie.
Dr. G. D. J. Dingemans (raad voor de catechese) vond, dat de schets een beklemmende en verpletterende uitwerking had. Te véél over de ellende, te vaag over de verlossing, zeer weinig over de dankbaarheid! We moeten inzetten bij de hoop, niet bij de angst. Het telkens spreken over 'uitzichtloos' en 'hopeloos' in de schets maakt mismoedig. Is de Heere God dan zelfs niet opgewassen tegen de uitzichtloze dingen? Mogen we ook niet uitgaan van de strijd, die door Christus al gewonnen is?
Ds. A. W. Berkhof (raad verband andere kerken) wilde, dat gestreefd zou worden naar een oecumenisch stuk.
Ds. L. de Liefde (raad voor de herderlijke zorg) wilde een pastoraler stuk. Er moet ook gesproken worden vanuit en over de herschepping. Gedacht moet ook worden aan de militairen, de legerpredikanten, de jongeren die tóch al zoveel uitzichtloosheid ervaren.
Ds. A. H. van den Heuvel (secretaris-generaal) tenslotte zei, dat de kerk meer en meer tot tegenstem van de cultuur is geworden. Huizinga zegt in een van zijn boeken, dat de kerk in de Middeleeuwen meer achter Dominicus aanliep, in de drang om kathedralen te bouwen, dan achter Franciscus met zijn armoede-ideaal, terwijl vandaag het omgekeerde geldt.
Hij gewaagde er verder van, dat de kerk in deze bespreking meer eenheid in zichzelf herkende dan bij andere besprekingen. Bijbels-theologisch moet er aan het stuk echter nog heel wat gebeuren. Met de Petrusbrief moet de hoop verwoord worden tegen de hopeloosheid in, omdat God Christus uit de doden heeft opgewekt. Het gaat om hoop, die aan de overzijde van de dood ligt. Het gaat om bemoediging van de gehoorzame gemeente, waarbij we moeten oppassen, met té grote nadruk op de apocalyptiek, defaitistisch te worden. Er is nu materiaal op tafel gebracht, wat in het geheim bewaard is. De IKV en de ROS mogen – volgens de kritici – dan niet het beste 'vehikel' zijn om het de kerk in te dragen, laten de kritici dan zelf maar dóórvertalen naar de gemeente. In ieder geval wordt nergens voor eenzijdige ontwapening gepleit. Van den Heuvel vroeg zich af of het martelaarschap het vanzelfsprekend gevolg van de afschaffing van kernwapens zou zijn. Er is een terechte afkeer en angst voor het communisme. Maar vanuit de communistische landen zelf hoort men nooit de uitdrukking martelaarschap. De kerk zal intussen pastoraal moeten spreken. Militairen, die met dat materiaal aan de slag gaan in het leger, zijn ons dan hever dan diegenen die dit bedrijf links laten liggen. Oproep tot dienstweigering is van de hervormde synode niet te verwachten.

Besluit
Na dit lange debat, dat we vanwege het belang van de zaak zo volledig mogelijk weergaven, werd met alle stemmen op één na (die dan ds. G. Kaastra) besloten, dat eerst de schets uitgewerkt wordt aan de hand van de vele opmerkingen in de synode, dat deze dán besproken wordt door het moderamen, de ROS, de Raad voor de Herderlijke Zorg en de Sectie Kerk en Krijgsmacht, dat het dan wéér bijgeschaafd wordt en via het moderamen dan voor gesprek naar de gemeenten wordt gestuurd. Daarna wordt alles verwerkt tot een eindrapport, dat in 1980 op de synode wordt behandeld als een uiteindelijk herderlijk geschrift.


Onze conclusie kan kort zijn. Duidelijk is, dat hier sprake is van een thema, dat partijpolitieke en kerk-politieke kaders te boven gaat. Het gaat hier om een macro-ethisch vraagstuk van de eerste orde, waarbij ook de vraag naar de bescherming van menselijk leven, van het leven van de mensheid aan de orde komt. We staan hier ook voor de vraag van de zwaardmacht van de overheid, die we in Romeinen 8 getekend vinden en de grenzen van de zwaardmacht. Er verder is de opmerking van prof. Jonker van belang, dat het gaat om geschiedenis of géén geschiedenis, want geen mensheid (meer). De kerk zal hier inderdaad mogen en moeten spreken, profetisch, met zicht op het apocalyptische, met zicht ook op de godevijandige machten in de wereld, maar ook met hoop vanuit de overwinning van Christus op de machten. Dat dit vraagstuk zo indringend besproken is zonder polariserende tendensen maar soms in grote bewogenheid stemt tot dankbaarheid. We kunnen menen individueel aan deze immense en wereldwijde problematiek niets te kunnen doen, we kunnen fatalistisch denken dat de machinerie onomkeerbaar voortgaat, maar het zou een weldaad zijn als het hervormd kerkelijk spreken over deze zaak gekenmerkt zou zijn door het 'gij geheel anders', dat immers kenmerkend is voor de christen en daarin ook voor de gemeente.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 maart 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Indringend gesprek over de kernwapenen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 maart 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's